Broeders en zusters, vandaag hoorden we twee verhalen over melaatsen.

Dank zij pater Damiaan kennen wij Vlamingen melaatsheid goed. We weten dat dit een vreselijke ziekte is, een langzame verrotting van je lichaam, waarbij je uit de maatschappij gesloten werd, en die in die tijd onherroepelijk de dood tot gevolg had. Dit weekend is het in de meeste parochies ook ziekenzondag. Niet toevallig natuurlijk. Melaatsheid is er wel niet meer in onze omgeving, doch we hebben vele andere ziektes in de plaats gekregen.  Vandaar dat de boodschappen die we vandaag meekrijgen nog altijd van belang blijven.

In zowel lezing als evangelie lijkt het verhaal hetzelfde: In de lezing wordt de Syrir Naman van zijn melaatsheid genezen. Hij komt terug naar Elisa om zijn dank te betuigen. In het evangelie stuurt Jezus 10 melaatsen naar de priester. Onderweg worden allen genezen, doch slechts n enkele, een Samaritaan dan nog wel, keert terug om Jezus te danken.

Wat opvalt is dat de vreemdelingen terugkomen om te danken - een Syrir en een Samaritaan. Blijkbaar vinden alleen de vreemdelingen het vreemd dat ze genezen zijn.

De negen joden vonden het blijkbaar gewoon. En als je iets gewoon vindt, dan ga je er natuurlijk niet voor danken.  Dat hebben wij toch ook. Als je dagelijks voldoende te eten hebt, dan ben je daar niet meer dankbaar voor. Als we het gewoon vinden dat we gezond zijn, dan denken we er toch niet gemakkelijk aan om God voor die gezondheid te danken. Daarom ook kunnen zieken na hun genezing zo dankbaar zijn, omdat zij hebben gevoeld dat gezondheid niet gewoon is. Zo is het nu eenmaal: Als we gezond zijn, vinden we dat maar gewoon. Erger nog, pas als we ziek zijn gaan we naar God, om te smeken om hulp en genezing. Blijven we dan ziek, dan volgt er teleurstelling en ongeloof. Alsof die God er enkel en alleen is om ons persoonlijk te helpen. Heb je God nodig, dan moet je Hem aanbidden en Heer ontferm U over mij zeggen. Kan je het wel alleen, dan lijkt God van geen belang.

Iets wat op dit ogenblik wel de ganse maatschappij lijkt te denken. Mijn moeder zei vroeger altijd: Wacht maar tot het weer oorlog is, dan zullen de kerken wel weer vol komen te zitten. Tien kwamen er bij Jezus smeken om redding, slechts n kwam terug om te danken.

De kern van ons geloof is het besef van Gods goedheid. Dus eigenlijk zijn we hier om dank U te zeggen.  Dank U, voor ons leven, voor alle lieve mensen, voor ons eten, voor het feit dat er hier geen oorlog is, dat er ons geen ramp overkomen is. Wanneer ook wij dank kunnen uitspreken, zal Jezus misschien ook tot ons zeggen: Sta op en ga. Uw geloof heeft u gered.

Nog iets dat opvalt in de verhalen van vandaag is dat de zieken iets moesten doen om weer gezond te worden: Naman moest zich zeven maal onderdompelen in de Jordaan, de 10 melaatsen moesten naar de tempelpriesters gaan om zich te laten zien. Eigenlijk wordt er maar weinig gevraagd voor een levenreddend resultaat. Dat is ook een rode draad in het evangelie. Jezus is al met kleine tekenen van inzet heel blij. Alhoewel Hij uiteindelijk op een volledige inzet hoopt. Wij kunnen klein beginnen met bijvoorbeeld in de volgende week extra aandacht geven aan de zieken in onze omgeving. Dat is dan misschien het begin of de voortzetting van een voordurende inzet bijvoorbeeld bij Ziekenzorg.