Sinterklaas is weeral bijna voorbij, nu komt Kerstmis eraan.
Op televisie en in de winkels horen en zien we wat je allemaal nodig hebt voor een geslaagd kerstfeest: 
Feestkledij, eten, en vooral veel geschenken. Mensen die uit gaan eten kiezen hun restaurant, 
anderen plannen een zon of sneeuwvakantie. 
We doen weer met zijn allen ons best om zo'n mooi mogelijk kerstfeest te hebben.
In de advent trachten we ons ook in het geloof op het kerstfeest voor te bereiden.
Het evangelie van vandaag begon met een opsomming: keizer Tiberius, Pilatus landvoogd, Herodes Viervorst. 
Nu zou dat zoiets worden als President Bush, premier Verhofstadt, minister Michel, 
de machthebbers die onze huidige samenleving be´nvloeden.
Het woord van God komt tot ons binnen een bepaalde context.
Onze samenleving is de laatste Jaren nogal veranderd wat het Geloof betreft.
We zijn in een omgeving terechtgekomen waarin het Geloof in vraag wordt gesteld en tenslotte wordt afgeschreven. Voor heel veel mensen is God met vervroegd pensioen. Dit is zeker niet de eerste keer in de geschiedenis dat er zoiets gebeurt. In 1789, met de franse revolutie heeft men dat ook gedaan. Met de rode revolutie in 1917, werd athe´sme een verplicht leervak. Vandaag gebeurt het echter zonder revolutie, heel geleidelijk, bijna onmerkbaar. We lijken op weg naar een samenleving zonder God.
Maar de stille revolutie van het ongeloof is ook een uitdaging.
Het plaatst je voor de keuze: Meedoen met de anderen en God langzaam laten verdwijnen 
of kritisch bekijken waar we met zijn allen mee bezig zijn.
Zijn we goed bezig als maatschappij? 
Met verkeersterroristen, een kleinzoon die zijn grootvader vermoord om 500 EUR, 
een opwarmende aarde, een schrijnende en nog steeds groeiende ongelijkheid tussen de mensen, 
oorlogen om macht en olie, en een ongebreideld ego´sme.
Maakt recht de paden van de Heer roept Johannes.
Opvallend is dat Johannes niet zegt dat de mensen hun paden moeten recht maken.
Hij zegt dat men de paden van de Heer moet rechtmaken.
Of met andere woorden: maak ruimte voor de Heer in je leven; 
ruim alle obstakels op die de komst van de Heer in de wereld en in je eigen leven kunnen verhinderen.
Op persoonlijk vlak kunnen onze zorgen, onze verplichtingen en onze plannen ons zo in beslag nemen, 
dat er eigenlijk helemaal geen ruimte meer over is voor de komst van God in ons leven.
Johannes geeft het goede voorbeeld: Hij heeft zich teruggetrokken in de woestijn. 
Daar, in de leegte en de stilte, komt het woord van God over hem. 
Dit spoort ons aan om ook even in onszelf het stil te maken, 
en kritisch te bekijken hoe we over belangrijke zaken denken en wat we aan het doen zijn.
Volgende week is het de omhaling voor de campagne van Welzijnszorg.
Zoals steeds komt Welzijnszorg op voor wie in onze samenleving aan de kant staat.
Dit jaar ligt het onderwerp heel gevoelig - armoede als gevolg van een verblijf in de gevangenis.
Hoe denken we hierover: Eigen schuld, dikke bult? Eens een misdadiger, altijd een misdadiger?
Wie ooit in de fout is gegaan, krijgt in onze maatschappij nauwelijks de kans 
om zijn plaats in de samenleving weer in te nemen. Geen werk, geen geld, geen uitkomst. 
Ons beleid is gericht op repressie, niet op herstel. 
Laten ze maar goed afzien achter de tralies zeggen we bij pot en pint. 
Ze hebben hun slachtoffers ook niet ontzien. Maar wat gebeurt er dan als de gevangenen vrijkomen?
Hoe zou de Heer hier nu tegenaan kijken?
Het evangelie spreekt dikwijls van gerechtigheid. Wij vragen ook om gerechtigheid.
Aan de andere kant bidden we in het Onze Vader om vergeving en voegen er aan toe 
"zoals ook wij vergeven aan onze schuldenaren". 
We krijgen enkel vergeving wanneer we zelf vergevingsgezind zijn. 
Die voorwaarde heeft Jezus duidelijk voorgehouden in zijn parabel over de dienaar 
die de zware schuld tegenover zijn Heer kreeg kwijtgescholden 
maar zelf onbarmhartig was voor zijn schuldenaar. 
Hem werd verweten: "Jij lelijke knecht, heel jouw schuld heb ik jou kwijtgescholden 
omdat je mij er om gesmeekt hebt."
Jezus vraagt ons dus gerechtigheid en vergevingsgezindheid.
Als iemand zijn straf heeft uitgezeten, dan is gerechtigheid geschied.
Als die persoon dan nog verder wordt gestraft, dan gebeurt er onrecht.
Daarom is het belangrijk dat mensen bij het verlaten van de gevangenis opgevangen en begeleid worden. 
En daarom is het ook belangrijk dat mensen in de gevangenis voorbereid worden op hun vrijlating. 
Welzijnszorg wijst er dus op dat opsluiten alleen niet de oplossing biedt.
Hier moeten we dus weer kiezen. 
Huilen we mee met de wolven in het bos, of durven we deze problemen vanuit Jezus zijn standpunt bekijken?
We weten maar wat gerechtigheid is, als we een God voor ogen hebben die alle mensen zonder onderscheid 
genadig bemint. Onvoorwaardelijk en onverdiend schenkt Hij hun zijn erbarmen 
als zij falen maar zich tot Hem bekeren.
Johannes roept een ieder van ons op om de weg voor de Heer ook daadwerkelijk vrij te maken.
Alle dalen zullen gevuld worden, alle bergen en heuvels geslecht, 
alle krommingen zullen recht en alle oneffen wegen zullen vlak worden. 
Dat is een opdracht, maar ook een belofte. 
Hoe diep de dalen ook zijn waar een mens soms doorheen moet gaan, 
hoe hoog de bergen waar we tegenop kunnen zien, 
welke bochten en bulten je op je levensweg ook zult ontmoeten, 
uiteindelijk zullen we allen God ontmoeten. 
Laten we hopen dat Hij ons dan zijn genade wil schenken.