Broeders en zusters, deze week was een van de nieuwsitems dat de voedselbanken te weinig voedsel hebben om onder de armen te verdelen. Blijkbaar zijn er door de economische crisis veel meer mensen die deze steun nodig hebben. Met de vele bedrijfssluitingen en de vele afdankingen die de laatste tijd ook in onze streek plaatsvinden gaat deze situatie eer nog verslechteren.

In lezing en evangelie gaat het over armen en kansarmen. De weduwe van die tijd  was inderdaad een echte kansarme. Want het was in de joodse gemeenschap niet toegelaten voor vrouwen om buitenshuis te werken. Daarenboven hadden ze geen recht van spreken en konden ze onrecht zoals bijvoorbeeld slechte betalers niet aanpakken. Met de dood van hun echtgenoot was dus niet alleen hun status maar ook hun inkomen weg.

In de eerste lezing is er een hongersnood bezig. Eten was er, doch dit was zeer duur. En net dan - en dat is toch wel straf - gaat de profeet Elia een arme weduwe om voedsel vragen. Nog onwaarschijnlijker is dat die weduwe haar laatste brood inderdaad aan Elia geeft. blijkbaar gelooft ze zijn belofte dat zij nadien nooit geen honger meer zal hebben. Het meel en de olie worden onuitputtelijk.  Dus in een zaak van leven en dood kiest ze voor de belofte die een onbekende man maakt. Ze heeft niets meer te verliezen, en zo legt ze haar leven in de handen van die onbekende profeet.

In het evangelie wordt het nog straffer. Een weduwe gooit haar laatste spaarcentjes ten offer. Op zich ongelooflijk, bijna belachelijk. Wat ze geeft heeft eigenlijk nauwelijks nut want wat kan je met die schamele centjes doen? En aan de andere kant geeft zij wel haar laatste centjes weg. Nu heeft ze niets meer om van te leven. Ook hier voelen we aan dat ook deze weduwe haar leven in de waagschaal legt. Door in de tempel al haar geld aan God te geven, legt ook zij haar leven in Zijn handen.

Wat kunnen wij uit dit alles leren?

Wel, misschien moeten wij ook maar eens meer een gok wagen en meer op God inzetten. Wij spelen veel te veel op veilig. De economische crisis die ons zelf raakt, onzekerheid over wat met het geld dat we geven gebeurt, extra kosten aan het huis, of extra dokterskosten, we hebben altijd wel een goede reden om niet voluit te gaan. Onszelf wagen door te geven, dat doen we niet gemakkelijk.

Dit weekend noemt men ook wel eens het feest van alle schijnheiligen. In het evangelie gaat het over de schriftgeleerden, die mooi gekleed rondlopen en graag gegroet worden op straat. Hebben we zelf niet een beetje van dat? Heb je al gemerkt dat er niet veel armen in onze kerken zitten. Hoe zou dat komen? Zouden kansarmen zich hier wel thuis voelen tussen ons? Of zijn we toch te veel als schriftgeleerden, mensen van stand die liever een aalmoes geven dan gelijkheid nastreven?

Het is nu, net voor de advent, weer tijd dat we onszelf bevragen of we wel goed bezig zijn.

Hebben we iets van de schriftgeleerden of kiezen we toch iets meer voor de onbaatzuchtigheid en het geven van de weduwen? Kiezen we voor eigen veiligheid of denken we eer aan solidariteit? Het is nooit te laat om onze prioriteiten bij te sturen.