Beste medegelovigen, het is allemaal wat verwarrend vandaag.

Wat betekent die ode aan de sterke vrouw in de eerste lezing?

Wat is dat allemaal met dat verhaal over die strenge meester die wil oogsten waar hij niet gezaaid heeft? Waar moeten we met onze talenten naar toe, nu dat onze geloofsgemeenschappen steeds kleiner worden?

Verwarring kunnen we missen, nu onze economie aan het slabakken is, en dus ons werk en/of onze spaarcentjes onder druk komen te staan.

Gisteren was het de nationale vrouwendag, met als thema: krachtdadig tegen geweld.

De strenge meester en het verhaal over geld in het evangelie, passen perfect in de huidige economische situatie. Dus, zoals wel vaker gebeurd, staan de lezingen veel dichter bij wat er in onze maatschappij aan het gebeuren is dan wat je van duizenden jaren oude teksten zou mogen verwachten.

Wat kunnen we uit deze teksten halen?

De vrouw die beschreven wordt in het boek spreuken voldoet in alle mogelijke opzichten aan wat de Heer eigenlijk van de mensen verwacht:

Liefhebbend, te vertrouwen, hard werkend, met aandacht voor de armen, dat zijn enkele van de eigenschappen die hier worden opgesomd.

Opmerkelijk is ook de uitspraak dat een sterke vrouw de Heer vreest.

Dat is dus zoals in het evangelie, waar de man met slechts één talent ook schrik had van zijn meester. Hoe moeten we dat begrijpen?

De vrees voor God zit in alle godsdiensten goed ingebakken. De joden gingen er zelfs van uit dat als je God enkel maar zou aankijken, je onmiddellijk zou sterven. De ontmoeting met God wekt schrik op. Vandaar dat engelen en Jezus dikwijls als eerste zin zeggen – vrees niet. Doch er zit meer achter die vrees. De heilige apostel Paulus schreef in zijn brief aan de Filippenzen: “Bewerk uw heil met vrezen en beven. God immers brengt in u zowel het willen als het doen tot stand”. Het krijgen van een talent moet ons dus voortdurend aan God laten denken, zodat we ons ervan bewust worden dat elk moment een ontmoeting met God kan zijn.

God is immers op elk moment aan het werk in ons. Iedere mens krijgt van de Heer een schat toebedeeld. Het gaat hier niet over verstand of wiskundig inzicht, doch wel over liefhebben, meevoelen, inzitten met wat er in onze maatschappij en met onze medemensen aan het gebeuren is. We moeten dus niet voortdurend denken en vrezen over wat we zelf door die economische crisis kunnen verliezen. Beter vrezen we de Heer, en hebben we aandacht voor diegenen die erger worden getroffen doordat ze hun werk verliezen, of er helemaal geen meer vinden. Of zetten we ons in voor mensen die leven in een arm land, waar er onvoldoende eten is, laat staan dat er werk is. Door de economische crisis kunnen ze daar niet eens de basis behoeften zoals eten en medische zorgen dekken.

Meewerken aan acties zoals 11.11.11 past volledig in de boodschap van vandaag.

11.11.11 wil invloed uitoefenen op het politieke beleid. Problemen van armoede en ongelijkheid kan je niet oplossen door voedselpakketten uit te delen of het boren van een waterput. Rechtvaardige handelsrelaties en een goed sociaal beleid in de landen zelf, kunnen dat wel. Het komt er dus op aan de machtsstructuren te veranderen, de invloed van de internationale financiers terug te dringen.

Zo wordt de cirkel rond – van de schrik voor de economische situatie, over de sterke vrouw, de vrees voor God, het gebruik van talenten, zijn we weer bij de economische situatie aanbeland.

Hopelijk ditmaal met meer inzicht over hoe we met dit alles om moeten gaan.