Broeders en zusters, het zijn moeilijke tijden voor ons geloof, het zijn moeilijke tijden voor de kerk. Geloven in God lijkt uit de mode. Naar de kerk gaan wordt al door velen als iets zonderling beschouwd.

In ons eigen leven gaat het misschien ook wat moeilijk. Onze gezondheid, de familie, kosten aan auto of huis, aardse zorgen houden ons steeds bezig. Daarom dat we weinig tijd vinden om eens na te denken over de basis van ons geloof, ja zelfs de basis van ons bestaan. Die basis is God, de Drie-ene God.

Het is nu niet de bedoeling om uit te leggen wat die Drie-eenheid betekent.

Dat is namelijk een mysterie en dus per definitie niet te vatten in normale mensen gedachten.

We kunnen wel proberen aan te voelen waarover dit gaat.

Onze God is door de eeuwen heen op vele verschillende manieren beschreven.

Het scheppingsverhaal vertelt hoe Gods Geest zweeft over de wateren.

In het boek wijsheid wordt Gods wijsheid voorgesteld als een eigen persoon in God.

God is het niet verterende vuur in het brandende braambos, de machtige Stem uit de wolk, de Aanwezigheid op de berg met Mozes.

In de bijbel lezen we dat de Vader God is, dat Jezus God is, en dat de Heilige Geest God is.

In de bijbel lezen we ook dat er slechts één enkele God is.

Waarom stellen we één enkele God voor als drie personen?

De drie personen in God moeten we zien als een poging om God beter te beschrijven.

De Vader staat voor de scheppende kracht, de Zoon voor verlossing door naastenliefde.

Doch wie is de Heilige Geest, en wat betekent deze persoon van God voor ons leven?

In de lezing hoorden we dat de Geest bij ons blijft.

In het evangelie hoorden we dat de Geest ons tot de waarheid zal brengen, en aan ons zal bekend maken wat Hij van Jezus ontvangen heeft.

Leven uit de Geest moeten we dus verstaan als vanuit jezelf herkennen wat Jezus zou willen dat je doet onder de gegeven omstandigheden.

Door zijn Geest kan Jezus door ons allen werken. Dat geeft kracht aan zijn boodschap.

En dat geeft sterkte aan ons omdat we ons hierdoor als groep gesteund voelen.

Toch vraag je je af, of die Geest inderdaad nog met ons leeft.

De eerste Christenen zeiden wat de Geest ingaf ondanks gevaar voor hun eigen leven.

Hoeveel keren spreken we ons krachtig uit tegen wat er verkeerd gaat in onze maatschappij?

Durven wij echt nog strijdvaardig voor onze gelovige mening uitkomen?

Moeten we ons niet kritischer opstellen ten opzichte van onze comfort maatschappij.

Zou Jezus willen dat we ons gedragen zoals we nu doen?

Moeten we echt beschaamd zwijgen wanneer er weer iemand luidkeels de zwakke punten en misdaden van mensen in onze kerk opsomt als een reden om niet gelovig te zijn?

Zouden we niet eer de discussie moeten durven aangaan over de basis van ons geloof.

Van bij onze doop met de zalving, tot de zegen van ons lichaam bij onze dood, elke keer dat we een kruisteken maken, altijd weer is er die Vader, Zoon en heilige Geest.

Bij de Vader raken we ons hoofd aan – herinneren ons de God die boven ons staat.

De Zoon staat naast ons, gezonden door de Vader. Wij dragen Hem mee in ons hart.

En bij de heilige Geest raken we de schouder aan, omdat we er onze schouder gaan tegenzetten.

Laat ons dan ook het werk van de Geest uitvoeren, en niet meer zwijgen wanneer het nodig is dat we spreken.