Broeders en zusters, vandaag hoorden we in de lezingen een groot contrast:

God heeft grote plannen met Achaz, doch Achaz heeft zijn eigen agenda.

Hij weigert te doen wat Jesaja vraagt.

Hij accepteert zijn woord niet. Hij accepteert niet dat Jesaja namens God spreekt.

Jozef daarentegen accepteert het woord van de engel.

Hij aanvaardt Gods bedoeling in zijn leven.

Jozef doet wat de engel hem vraagt en neemt Maria op in zijn eigen huis.

Niet dat hij alles begrijpt en de toekomst kan overzien, maar hij vertrouwt God en hij vertrouwt zich aan God toe.

Zo gaat God verder met Jozef en Maria.

Doen wat God vraagt.

Daar gaat het om voor een Christen.

We hebben deze advent vele vragen gekregen.

Vragen over recht op wonen voor de armen,

vragen over gastvrijheid voor asielzoekers,

vragen om steun voor de welzijnszorg projecten voor gezinnen in armoede,

vragen over onze houding tegenover de armoede in ons landje.

We hebben al deze thema's gevolgd gedurende de vieringen van de Advent.

Maar dit blijft vrij nutteloos wanneer we ook niet onze handen uitsteken en daadwerkelijk antwoorden op die vragen.

Dit laatste weekend voor Kerstmis mag een moment zijn van echte voorbereiding.

Hoe doen we dat dan?

Denken we eerst even na over onze omgang met God.

Zitten wij hier in de kerk gewoon te zitten, onze mis te doen, of komen we danken en luisteren naar wat God ons zegt door de bijbel?

Mag God iets zeggen in ons leven, mag Hij eisen stellen? Richten wij ons in wat we doen en denken naar Gods woord?

Over onze omgang met onze naasten. Achaz zei tegen Jesaja eigenlijk dat hij kon opdonderen, hij zou doen wat hij zelf dacht.

Jozef echter liet Maria in haar waarde als vrouw, met het geheim dat zij met God deelde.

Hoe gaan wij om met onze partner, met huisgenoten, vrienden en collega's, met vreemdelingen?

Laten wij hen in hun waarde met hun eigen talenten, met hun mogelijkheden en met hun beperkingen?

Spreken we een waarderend woord, bemoedigen we? Of denken we dat wij het alleen zelf goed kunnen?

Hoe handelen wij ten opzichte van onze naaste? Steken wij de hand uit voor verzoening?

Of houden wij de handen dicht als anderen om hulp vragen?

Denken we na over onszelf. Zien we onszelf als medewerkers van God, dus met een eigen verantwoordelijkheid?

Stellen wij onze handen en voeten, onze ogen, oren, mond en hart in dienst van God?

Volbrengen wij het leven naar het voorbeeld van Jezus?

Allemaal vragen waar we soms niet op durven antwoorden.

Jozef had het ook moeilijk om op de vragen te antwoorden.

Zou hij bij zijn verloofde blijven, of scheiden, of misschien nog iets anders?

Maar de engel van God spreekt hem zoveel vertrouwen in, dat hij zijn onzekerheid laat varen en resoluut kiest voor Maria en het ongeboren kind.

Misschien stuurt God ons ook af en toe zo een  engel, die ons toefluistert dat we niet bang moeten zijn om ons hart voor God open te stellen.

Engelen moet je welkom heten als ze aan de deur van je leven komen aankloppen, zegt de Schrift.

Engelen moet je altijd zeer gastvrij ontvangen.

Engelen moet je onvoorwaardelijk binnenlaten in je huis en in je hart.

Want ze hebben je altijd iets te zeggen, iets wezenlijks, iets dat van God komt.

Als we rondom ons kijken, en terug kijken in ons leven, merken we dat er op bepaalde momenten ook "engelen van mensen" zijn.

Wie goed toekijkt ziet dat het veelal doodgewone mensen zijn die dit doen.

Een kleine tip misschien voor wie er een paar van bezig wil zien:

je moet eens gaan kijken in één van de projecten die door Welzijnszorg worden gesteund

 – mensen die samen willen vechten tegen armoede en uitsluiting;

die er niet aan denken om weg te lopen van een ander mens die hen nodig heeft.

Het lijkt wel alsof er overal mensen bestaan die met een natuurlijke aanleg voor liefde en gerechtigheid zijn toegerust.

Mensen die rechtschapen zijn als Jozef...

Dat is goed nieuws voor ons vandaag: dat er altijd mensen zullen zijn die bereid zijn om op te staan;

die niet gaan zitten tellen en wikken en wegen;

die niet aankomen met duizend excuses van 'ja maar' en 'later misschien wel',

maar die rechtschapen zijn én dus proberen te doen wat moet gedaan.

Laten we allen trachten ook wat meer van die "engelen van mensen" te worden, zo moeilijk kan dat niet zijn...