terug

Broeders en zusters,

Vandaag is het alweer de laatste zondag van de advent.

De plezierige en dit jaar wel heel speciale eindejaarsfeesten komen er aan.

De advent, de periode van bezinning en van welzijnszorg kunnen we bijna alweer vergeten.

We lijken wat op Koning David in de eerste lezing: we hebben orde op zaken gesteld.

Koning David heeft alle vijanden uit het rijk verdreven. Het gaat goed met de economie en hij heeft voor zichzelf een mooi huis laten bouwen. Het enige dat nog echt ontbrak was een tempel.

Sinds de woestijntocht stond de heilige ark in een tent, en David vond dat maar niks.

Al de buren hadden voor hun goden grote tempels gebouwd terwijl de God van Israel het met een tent moest stellen. Dat kon toch niet.

En hij vertelt zijn plannen om er iets aan te veranderen aan de profeet Natan.

In eerste instantie vindt deze dat een uitstekend idee.

Doch in de nacht denken mensen wat helderder.

Zo vraagt Natan zich af of het wel klopt dat David iets voor de Heer doet.

Is het niet zo dat David alles aan de Heer te danken heeft.

Is het niet dank zij de steun van de Heer dat David zijn rijk, zijn huis en nu ook die tempel kan bouwen?

Als het weer dag geworden is keert Natan naar David terug en zegt: Het leek een schitterend plan dat jij voor God een huis zou bouwen. Doch God heeft mij nog een beter plan geopenbaard. Hij zal voor jou een huis bouwen. Hij immers was het die een land en de overwinning schonk. Hij zorgt voor rust in het land. Niet jij bent de Heer van de geschiedenis, maar God is dat, en God zal jou de toekomst schenken, een huis dat nooit zal vergaan.

Wij denken ook wel eens dat we alles voor elkaar hebben. En dat we onze toekomst maar voor het kiezen hebben. Doch God trekt zich niet veel van onze plannen aan. Hij heeft zijn eigen agenda. De toekomst met God is niet vast te leggen in regels, verwachtingen of beelden. De toekomst wordt aan mensen geschonken. Deze toekomst kan een heel andere zijn dan die, die we zelf voor ogen hadden. Het kan, en vaak is het zo, dat het leven zich anders voltrekt dan we zelf dachten of verwachten. Dan moeten we onze eigen verwachtingen los laten, om de nieuwe toekomst werkelijkheid te laten worden. God trekt, telkens nieuw en anders, mee met mensen, waarheen zij ook gaan. Eigenlijk was een tent een heel geschikte woonplaats – ze toont aan hoe tijdelijk alles is en hoe we eigenlijk altijd onderweg zijn.

Niet alleen David moest zijn toekomst veranderen, maar meer nog is Maria daar een voorbeeld van.

Maria wordt opgeschrikt door een visioen van een engel die haar een heel andere toekomst voorhield dan deze waar een eenvoudig dorpsmeisje normaal van droomt. Alles wat ze verwachtte moet ze laten vallen om ruimte te geven aan de nieuwe toekomst die God met haar en in haar wil beginnen. Maar pas als ze zegt – Mij geschiede naar uw woord – laat met mij gebeuren wat U hebt gezegd, dan pas kan die nieuwe toekomst werkelijkheid worden.

Ook in ons leven kan iets dergelijks gebeuren: ziekte, een ongeval, echtscheiding, financiële tegenslag, dioxinecrisis, allemaal onverwachte zaken die onze toekomst onzeker kunnen maken. Maria leert ons de weg van de toekomst te gaan.

Bij ieder van ons zal die weg er in ons eigen leven anders uit zien.

Maar naarmate we meer durven vertrouwen op die weg, naarmate we ons daar meer aan over durven te geven, in die mate zal het ook beter lukken om echt toekomst te vinden en te scheppen.

Geloof in een goede toekomst helpt om die goede toekomst waar te maken.

Mensen die vertrouwen op herstel na een zware operatie hebben meer kans om te herstellen, mensen die in vrede geloven hebben meer kans om haar te bewerken, mensen die in het duister op het licht blijven vertrouwen hebben meer kans om het ook daadwerkelijk te vinden.

De lezingen van vandaag houden ons voor dat God met ons telkens een nieuwe toekomst begint. Naarmate wij daar op durven vertrouwen, zal het ons gegeven worden om die toekomst waar te maken.