Broeders en zusters, gezegend is hij die op de Heer vertrouwt.

Dat was de kernboodschap van de eerste lezing van vandaag, een mooie, goed begrijpbare boodschap waar we alleen maar mee kunnen instemmen.

Dan ligt het evangelie heel wat moeilijker.

Daarin hoorden we hoe mensen die arm zijn, die huilen, die honger hebben, die vervolgd worden omwille van hun christen zijn, het koninkrijk van God zullen binnentreden. Rijken daarentegen moeten niet veel verwachten.

Jullie hebben je troost al binnen, zegt het evangelie.

Wel, het is duidelijk tot welke groep de meesten onder ons behoren.

We hebben het goed, we worden niet vervolgd, en op wereldschaal behoren we zeker tot de rijken. Dus hebben we onze troost al gehad.

Daar gaat ons vertrouwen. Is er dan geen hoop meer voor ons?

Sommigen vergulden de tekst en zeggen dat we dat toch niet allemaal zo letterlijk moeten nemen. Armen wordt verzacht tot armen van geest, honger wordt honger naar gerechtigheid. Anderen zeggen dan weer dat het maar een waarschuwing is – als je rijkdom niet deelt, dan ziet het er niet goed uit.

De waarheid ligt wellicht ergens in het midden.

Jezus predikt wel degelijk herverdeling van rijkdom, delen met de armen.

Dit is een steeds weerkerend thema in ons geloof.

De evangelist Lucas kiest voor zeer scherpe woorden, een duidelijke boodschap.

Hij gebruikt ook de tweede persoon:

Gelukkig die nu honger hebben, jullie zullen volop te eten hebben.

Hij spreekt dus de toehoorders direct aan.

Lucas laat Jezus in het begin van de zaligsprekingen ook afdalen in de vlakte.

Opnieuw een teken dat deze boodschap niet uit de hoogte komt, doch dicht bij de toehoorders staat. Als het ware laat Lucas Jezus in ons gezicht zeggen: Laten we hier niet moeilijk over doen – als je machtig en rijk bent en je ook zo gedraagt, dan is er geen plaats voor je in mijn plan, in mijn denkwijze over hoe deze wereld moet veranderen.

Wacht even, moeten we dan arm worden, honger hebben, verdrietig zijn?

Neen, want dat staat er ook niet. Het evangelie zegt niet: wordt arm, het zegt: zalig als je arm bent. En als je “niet arm” bent, ligt het allemaal wat moeilijker.

Dan komen de andere thema’s uit het evangelie aan bod:

Het werken aan gerechtigheid, barmhartigheid tonen, mensen die verdriet hebben troosten, jezelf wegcijferen om anderen te helpen.

Jaren geleden sprak ik met een aantal jongeren over het geloof en het naar de kerk gaan. Een meisje zei toen agressief;”Ik ga nooit naar de kerk!”. “Waarom niet” vroeg ik. Ze antwoordde:”In het weekend ga ik helpen bij Poverello in Brussel”.

Ik werd daar stil van en zei:”Je staat dichter bij het geloof dan velen, mezelf inbegrepen, die elke week naar de mis gaan.”

Als we het serieus menen met ons geloof, dan moeten we inderdaad plannen wat wij als “niet armen” allemaal kunnen en moeten doen om een kans te maken uiteindelijk dat koninkrijk van God binnen te gaan.

En dan moeten we inderdaad vertrouwen op de vergevingsgezindheid en het geduld van de Heer – Hij die zegt dat het nooit te laat is om de juiste weg te kiezen.