terug

Broeders en zusters, We hebben allemaal gehoord van het “I love you”virus dat enige weken geleden de computer netwerken aanviel. Wat was er aan de hand?

Iemand maakte een elektronische boodschap. Technisch gezien kan men echter op deze wijze geen virus in een computer brengen. Hiervoor moet men het virus meesturen als een aanhangsel van de boodschap. En wanneer dan de ontvanger dit aanhangsel wil lezen – dan kan het virus actief worden. Het komt er dus op aan te zorgen dat de ontvanger het aanhangsel wil lezen. En om hiervoor te zorgen kreeg het aanhangsel het uitzicht en de naam van een liefdesboodschap met de titel “I love you”. Het werkte. Iedereen was nieuwsgierig en opende het aanhangsel. Inderdaad – wie wordt er niet graag bemint? En het virus verspreidde zich razendsnel over de wereld.

Vandaag sprak ook het evangelie over de liefde. De tekst die we vandaag hebben gehoord is een van de kernteksten van de blijde boodschap. En vooral het deel: “dit is mijn gebod: dat gij elkaar liefhebt” maakt indruk. Zeker in deze tijd, waar zelfzucht, eigenwaan, eigenbelang, trots, bezit en genot wel eens het belangrijkste lijken. Het belang van deze lezing wordt nog groter als we bedenken wanneer Jezus deze boodschap gaf. Het was tijdens het laatste avondmaal, dus samen met voetwassing – de boodschap van nederigheid, en het invoeren van de eucharistie – het teken waardoor we Hem steeds zouden gedenken.

Het moet een speciale en moeilijke avond zijn geweest. Hij die wist dat zijn einde nabij was. De leerlingen die voelden en hoorden dat Hij hun ging verlaten.

Zo ook moeten we deze lezing interpreteren: Nu Jezus en de leerlingen door het kruis uit elkaar zullen worden gerukt, vindt Jezus het nodig te verkondigen dat hun verbondenheid er niet op achteruit zal gaan. Integendeel, door de eucharistie zullen Jezus en zijn leerlingen altijd verbonden blijven. Door de liefhebbende zorg voor elkaar zullen de leerlingen nog dichter bij elkaar staan.

Jezus verwijst naar hoe Hij lief heeft.

Dit maakt duidelijk wat er hier met liefde wordt bedoeld: Liefde is het gevoel dat zorgt dat men alles voor elkaar wil doen. Zo wil Jezus dat zijn volgelingen elkaar steunen, aandacht hebben voor elkanders noden, en actief goed doen.

Kijken we nu eens rond naar elkander in de kerk, terwijl we hier over nadenken.

Gedraagt de huidige kerk zich volgens deze wens?

Of worden we enkel gemobiliseerd na een ramp zoals de ontploffing in Enschede? Hebben we enkel aandacht voor miserie wanneer er weer eens van honger stervende kinderen met dikke buiken uit onze kijkkast komen rollen?

Zeggen we als het te laat is “och arme” wanneer een eenzame in de gazet staat omdat het twee weken duurde vooraleer iemand ontdekte dat hij of zij thuis dood lag?

Hoe blijf je in de liefde van God?

Door mooie gevoelens te hebben? Vrome gezangen te horen of te bidden?

Zeker. Ook het gevoel heeft immers een aandeel in de liefde.

Maar Jezus spreekt liever over het onderhouden van zijn geboden.

En wat zijn die geboden?

Ze worden samengevat zowel in het evangelie als in de eerste lezing.

In de eerste lezing luidt het: God vrezen en het goede doen.

In het evangelie lezen we enkele hoofdstukken vroeger in Johannes (3,22-24) En dit is zijn gebod: Van harte geloven in zijn zoon Jezus en elkaar liefhebben zoals Hij bevolen heeft. Ons geloof is dus eigenlijk heel eenvoudig te onthouden:

- geloven in God en dus zijn geboden onderhouden, en

- elkaar bijstaan, helpen, steunen met andere woorden zorgen voor de anderen.

Als we allemaal zorgen dat de anderen gelukkig worden zullen we uiteindelijk allemaal gelukkig zijn – vandaar dat we spreken van leven in de vreugde van de Heer. Terwijl in een egoïstische maatschappij, waar iedereen slechts aan zichzelf en eigen geluk denkt – uiteindelijk iedereen ongelukkig blijkt te zijn.

Misschien is het naief om te geloven dat allen als vrienden kunnen leven.

Martin Luther King zei in wat waarschijnlijk de meest bekende preek is van deze eeuw: I have a dream – “ik koester de droom dat de mensen op een dag zullen opstaan en zullen inzien dat ze geschapen zijn om als broeders te samen te leven. Ik koester de droom dat we met dit geloof in staat zullen zijn om de wanhoop te verdrijven en nieuw licht te brengen in de duistere kamers van het pessimisme. Met dit geloof zullen we de dag kunnen verhaasten waarop er vrede op aarde zal heersen en goede wil tegenover de mensen.”

Laten we verder werken aan die droom en zelf daadwerkelijk doen wat we belijden.

Dan zal de blijde boodschap, zoals het I love you virus, zich verspreiden over onze omgeving en wie weet – uiteindelijk de ganse wereld.