Homilie 7de paaszondag

 

Beste medegelovigen, de zondagsmis brengt steeds wat rust in ons leven. We kunnen met onze gedachten even ver weg zijn van de wereld. Een wereld die zelf ver weg is van wat Jezus hoopte te bereiken. Je kan het dagblad niet openslaan, of daar heb je het weer: de misdaad; de onverdraagzaamheid; de cultuur van het eigen ik; de onveilige wereld, de slechte wereld.

En toch gaan we het hebben over bidden, over zachtheid, over een wereld van hoop.

Het gebed van Jezus dat we hoorden in het evangelie staat aan het einde van het evangelie van Johannes. Om precies te zijn vlak voor Jezus’ gevangenneming in de Hof van Olijven.

Het zijn de laatste woorden van Jezus tijdens de maaltijd met zijn leerlingen.

Jezus weet wat er komen gaat de volgende dag.

Hij zal gevangen genomen worden en na een vals proces ter dood worden gebracht.

Jezus maakt zich zorgen om de toekomst van zijn leerlingen.

Zullen ze bij elkaar blijven en zijn wijze van geloven doorgeven?

Of zullen ze uit angst Hem vergeten, uit elkaar gaan en hun oude leven weer oppakken?

In deze situatie bidt Jezus woorden als: “Vader, ik bid voor hen die door het woord van mijn leerlingen in Mij geloven, opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij de Vader in Mij en Ik in U.”

Op het eerste gezicht bidt Jezus hier voor de eenheid onder de Christenen.

Doch wanneer wij eens verder zoeken vinden we hier een veel diepere betekenis.

Jezus vraagt dat wie in Hem geloven, met Hem en onder elkaar één zijn, zoals Hijzelf met de Vader.

Wat wil dat eigenlijk zeggen?

De Heer bidt dat we bewuster opgaan in zijn leefwereld, zijn verlangens tot de onze maken, zijn vreugde vinden en genieten van zijn Geest. Zoals Hij alle gevoelens, gedachten en daden deelde met zijn Vader.

Het gaat hier dus niet enkel over eenheid der kerken, of het vermijden van ruzie tussen ons.

Het gaat hier over denken, willen en handelen uit een gemeenschappelijk gevoel voor vrede, werkend aan een wereld die de Heer wil.

Sommige woorden uit de Bijbel lijken niets met het leven van alledag te maken te hebben.

Want de wereld van God waar Jezus in zijn evangelie over spreekt lijkt helemaal niet op de wereld waarin wij leven. In onze wereld regeert het onrecht. De sterken worden sterker, en de zwakken zwakker. Onverschilligheid en egoïsme lijken de belangrijkste eigenschappen van de hedendaagse mens. En machtigen doen wat ze willen. Zij geloven in het recht van de sterkste.

Het is die wereld waarvan Jezus zegt:” Rechtvaardige Vader, al heeft de wereld U niet erkend, ik heb U erkend.”

Maar Hij gaat verder met: ”Uw naam heb Ik hun geopenbaard en Ik zal dit blijven doen, opdat de liefde waarmee Gij Mij hebt liefgehad in hen moge zijn en Ik in hen.”

In duidelijke taal wordt dit: In Jezus’ leven is duidelijk geworden hoe Gods wereld eruit zou moeten zien. In Gods wereld regeert de liefde met zachtheid. In die wereld komen zwakken vóór de sterken. In die wereld wordt recht gedaan aan allen zonder onderscheid. In die wereld komen anderen vóór het eigen ik. Dat heeft Jezus ons geleerd, dat heeft Hij van de Vader geleerd.

Wat is de rol van het gebed in dit alles?

Bij het verhaal over Stefanus is alles samengevat: Stefanus ziet de heerlijkheid van de Heer, doch de wereld weigert dit te aanvaarden. Als één man stormen ze op hem af en stenigen hem. Stefanus verzet zich niet, hij kiest de weg van de zachtheid. Hij bidt voor sterkte en steun: ”Heer Jezus, ontvang mijn geest”. En zelfs in dit moment bidt hij voor de anderen: “Heer, reken hun deze zonde niet aan”.

Ook Jezus zoekt sterkte en steun in het gebed. Want Hij weet wat Hem te wachten staat. Doch ook Jezus bidt hier vooral voor de anderen: zijn leerlingen en hun leerlingen.

De wereld veranderen gaat traag, is moeilijk en zelfs gevaarlijk. Het moet met zachtheid gebeuren.

Samen als gezin, met onze vrienden, met onze parochiegemeenschap, met andere gelovigen, kunnen wij iets doen. Geen schokkende dingen: doch aandacht voor de anderen, aanklagen van onrecht, aandacht voor het behoud van de natuur, kan in vele kleine dingen - thuis, in de opvoeding van onze kinderen, op straat, op het werk, in de vereniging. En wanneer nodig kunnen we sterkte, steun en inspiratie vragen in het gebed. En laten we dan vooral bidden voor wat de anderen nodig hebben.