Broeders en zusters,

Zoals ieder jaar hebben we deze week Kerstmis gevierd.

Velen onder ons hebben samen met ouders, grootouders, kinderen of kleinkinderen gefeest.

Deze eindejaarsfeesten zijn immers bij uitstek familiefeesten.

In het kerstverhaal komt alles heel romantisch over: de kerststal, de herders, de engelen, straks de koningen.

We horen de mooie kerstmuziek nog in onze oren.

Een kerststal met het kerstekind is liefelijk.

We denken er nog niet aan hoe dit verhaal verder gaat en tenslotte naar het kruis leidt.

Het evangelie van vandaag is daarom een soort correctie. Het is niet allemaal koek en ei.

Zoals ieder jaar gaat Jezus bij het paasfeest met zijn ouders naar de tempel in Jeruzalem.

Maar dit jaar gaat het fout: drie dagen lang waren Jozef en Maria Jezus gewoon kwijt.

Nu weten we al lang dat de getallen in de bijbel er niet zijn om te tellen, wel om te vertellen.

Drie dagen is een ontzettend lange tijd om je kind kwijt te zijn, stel je maar eens voor!

De evangelist Lucas heeft zeker ook aan die andere drie dagen gedacht.

De drie dagen na de dood van Jezus, toen ze zijn lichaam kwijt waren.

Ze hadden wanhopig gezocht en enkel maar een leeg graf gevonden.

Nu waren Maria en Jozef wanhopig naar Jezus aan het zoeken.

Doch ze zochten op de foute plaatsen: bij vrienden en bekenden.

Maar daar was Hij niet - Hij was in het huis van zijn Vader.

Ook wij kunnen Jezus kwijt zijn - drie dagen en nog langer: wanneer iemand ons in de steek laat,

het niet goed gaat of misschien net te goed gaat op het werk, als onze kinderen een slechte weg op trekken,

als ons geloof in elkaar stort.

De geweldige boodschap van dit jeugdverhaal van Jezus is dat je Jezus altijd kan weervinden,

als je maar zoekt op de juiste plaats - in het huis van de Vader.

Het huis van de Vader is niet echt een plaats. Het gaat om een levenshouding waar Jezus zich bij thuis voelt.

In het huis van de Vader voelt iedereen zich verbonden met iedereen, als liefhebbende broeders en zusters van éénzelfde gezin.

Wanneer ze Jezus hebben teruggevonden zwijgt Jozef, Maria voert het woord: kind, hoe kun je ons zoiets aandoen!

Het gezin is ontregeld, er is een groot opvoedingsprobleem.

Dat betert er niet op als Jezus antwoordt: wisten jullie dan niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn!

Dit lijkt wel een generatieconflict, een puberale opstoot, een verwijt in plaats van een excuus.

De meeste ouders zouden hier heel kwaad over worden.

Maria en Jozef waren ook geschokt - verslagen - dat Jezus met de schriftgeleerden sprak.

Dat was helemaal niet hun stijl. Zij waren immers stille mensen, die hun mening voor zich hielden.

Volgens Jezus kon dat echter wel - Hij was immers twaalf en dus op de drempel van de joodse volwassenheid.

Zo'n jongen werd al in staat geacht om de Wet te kennen en te onderhouden.

Hij kon dus gerust met de schriftgeleerden over de Wet spreken.

Zijn ouders moesten dit maar begrijpen.

Zijn ouders begrepen het niet echt en zwegen. Soms is het inderdaad beter om als ouder je mond te houden.

Vooral ook als je zoon er verder geen punt van maakt, en de volgende 18 jaren gewoon in Nazareth leeft als gehoorzame zoon.

Pas later zal Maria aan het gebeurde terugdenken. Maria bewaarde het in haar hart.

Weet je nog toen die keer in Jeruzalem - t'was toch gene gewone.

Doch al die tijd voelde Jezus zich thuis bij de heilige familie, het gezin van Maria en Jozef.

Hoe zit dat nu bij ons? Zou Jezus in ons gezin, in onze familie, zich thuis voelen?

Wordt er nog gebeden? Of wordt er vooral gegeten?

Leven we voor of naast elkaar?

In hoeverre geven wij zelf het goede voorbeeld aan onze familieleden?

Eren we onze ouders? Luisteren we naar onze kinderen?

Gedragen we ons als liefhebbende broeders en zusters, of gaat het om diegene die het mooiste huis, de duurste auto, de mooiste vakantie heeft?

Komen de kinderen graag bij ons op bezoek, of komen ze enkel omdat het zo hoort?

Durven we met anderen praten over God, zoals Jezus deed met de schriftgeleerden in de tempel?

Zo kunnen we vele vragen stellen.

Vragen die allemaal gaan over de manier waarop we met anderen omgaan.

Vragen die nagaan in hoeverre ons gelovig zijn verder gaat dan hier in de kerk zitten.

Straks bidden we weer het onze Vader. Allemaal spreken we tot God als onze Vader.

Logischerwijze zijn we dan ook broeders en zusters van elkaar.

We naderen nu het nieuwe jaar.

Moge dit nieuwe jaar ons doen groeien in het besef dat we allemaal behoren tot één heilige familie,

waarbij iedereen werkt aan hetzelfde huis, een plaats waar Jezus zich thuis voelt.