Broeders en zusters, dit weekeinde vieren we het hoogfeest van Pinksteren,

en bij een feest hoort natuurlijk een feestrede!

Alhoewel wij als gelovigen niet perse met een feestelijk gevoel in de kerk zitten.

Daarvoor maken we ons misschien te veel zorgen.

Misschien maken we ons wereldse zorgen over het geld dat we in de krisis verloren zijn,

over werkgelegenheid voor onszelf, onze kinderen of zelfs kleinkinderen,

over communiefeesten, vakanties, herstellingen aan auto of huis.

 

Of misschien zijn we te zeer begaan met persoonlijke zorgen:

over onze gezondheid en die van allen die ons na aan het hart liggen,

over de examens van onze kinderen en kleinkinderen,

over de veiligheid in het verkeer, de criminaliteit, misschien liggen we wakker over de moorden in families, het messentrekken op school, diefstallen in onze straat.

Misschien zijn we vooral bezorgd over de veranderingen in de natuur.

Wie heeft er in Turnhout al zo een onweer meegemaakt als dat van afgelopen week?

En is het weer niet té warm voor deze tijd van het jaar?

 

Of denken we vooral aan de zorgen van de kerk als we hier zijn?

Het tekort aan priesters, of zouden we eer zeggen het tekort aan gelovigen?

Deze week was er weeral teleurstellend nieuws.

Met een grote glimlach vertelde het nieuwsanker dat Europa vond dat Godslastering moet kunnen, want dat is een deel van vrije meningsuiting. Ja, we hebben dat gezien met dat bladje en die platte commercie met hosties. Of vandaag in de krant een kop over een zangeres die trots vertelt geen God nodig te hebben. Dat is echt zinvolle berichtgeving.

 

We kunnen ons dus over veel zorgen maken.

En toch, toch hebben we alle redenen om blij te zijn vandaag.

De apostelen en andere gelovigen zaten die eerste Pinksterdag te samen,

achter gesloten deuren, want ze hadden schrik.

Een beetje zoals wij hier dus, stil bij elkaar, als een groep uitgeslotenen, met zorgen over de toekomst. Misschien ook met schrik om voor het geloof uit te komen.

Ze hoorden een hevig gedruis alsof er een hevige wind was,

doch in plaats van hagelbollen zagen ze vurige tongen.

In de lezing horen we dat op dat ogenblik God's Geest over de gelovigen kwam.

Ze werden geestdriftig, verlieten die afgesloten ruimte en begonnen tegen anderen op straat vurig het woord van God te verkondigen.

De mensen op straat waren verbaasd dat ze allen konden begrijpen wat de gelovigen tegen hen zegden. Ze hoorden hen ieder in hun eigen taal.

Dit is meer dan een goocheltruuk, het toont aan dat de boodschap die de gelovigen vurig vertelden, voor iedereen bedoeld is, en voor iedereen makkelijk te begrijpen valt.

 

Laten we dus vrolijk en blij zijn.

Laten we echt getuigen dat die Geest nog steeds onder ons leeft.

Laten we iets van dat vuur meenemen naar huis en geestdriftig meedelen aan anderen.

Mogen wij Pinksteren beleven als het feest van een nieuwe dynamiek, van enthousiasme, van onderlinge eenheid en verbondenheid, hier en wereldwijd.

Want het alternatief, beste medegelovigen, vol zorgen en zelfmedelijden ons hier blijven verstoppen, dat kan nooit zinvol zijn.

 

Wij wensen u een mooi en enthousiast hoogfeest van Pinksteren!