Broeders en zusters, daarnet hebben we een van de meest bekende teksten uit het evangelie gehoord.

Het is een tekst waar al veel over te doen is geweest omdat het lijkt dat Jezus hier een extreem standpunt inneemt.
Als een rijke man vraagt hoe het eeuwige leven te verwerven zegt hij dat deze zijn bezittingen moet verkopen en de opbrengsten weggeven aan de armen.

Waarop de man teleurgesteld weggaat en Jezus vervolgt met de sterke uitspraak:

Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van de naald te kruipen dan voor een rijke in het koninkrijk Gods te komen.
Natuurlijk schokt deze uitspraak ons.
We weten immers dat we zeker op wereldschaal voor de rijke man kunnen doorgaan.

En daarenboven horen velen onder ons ook hier bij het rijkere deel van de bevolking.

Als we die uitspraak van Jezus op onszelf toepassen dan moeten we alles weggeven.
Als we dat niet doen en rijk blijven dan zijn we verloren. Wat een keuze!
Velen leggen de tekst uit zodat hij voor ons aannemelijk wordt:
Dat oog van de naald zou wijzen op sommige kleine poortjes in de muren van het Jeruzalem van die tijd. E

en kameel kon daar niet zo maar door.

Men moest die kameel geheel ontladen, en dan kon die gehurkt net door het poortje worden gesleept.

Dus het was mogelijk doch het kostte veel moeite.

En men moest blijkbaar de lading - dus al het overtollige - loslaten.

Want een rijke sleept altijd al dat bezit als een last achter zich aan.

Dus de rijke kan wel het eeuwige leven bereiken als hij niet bezeten is door wat hij bezit.
Daar kunnen we natuurlijk wel mee leven, we zijn dus toch niet verloren.
Maar wat wordt het als Jezus echt bedoelde wat Hij zei?
Waarschijnlijk bedoelde Hij niet dat men alles zomaar moest weggeven.
Om te beginnen zouden we dan allemaal onder het OCMW vallen en dat lijkt toch niet erg nuttig.

En Jezus zelf liep er niet als een bedelaar in lompen bij. Dus dat is het niet.
Bekijken we die tekst nog eens, maar nu helemaal.
Eerst antwoordt Jezus: waarom noemt ge Mij goed, niemand is goed dan God alleen.
Die verwijzing naar de goedheid van God is belangrijk.
Jezus zegt hier eigenlijk: waarom ben je bezorgd om dat eeuwig leven?
Je moet op de goedheid van God vertrouwen.
Daar raakt Jezus aan de kern van de zaak:
De rijke man zoekt eigenlijk zekerheid in het leven.
En - voor een deel - dient zijn rijkdom om die zekerheid te bestendigen.
Want als men rijk is, is men zeker van eten, slapen, verzorging enzovoort.
Daarom ook wil die rijke man zijn rijkdom niet opgeven.
Dus in plaats van te vertrouwen op God, vertrouwt die man eigenlijk op zijn rijkdom.
Jezus wil nu eens en voorgoed duidelijk maken dat dat niet de juiste weg is.
De grote drijfkracht van ons leven hoort niet het verwerven van rijkdom te zijn.
Want in dat geval zal men inderdaad niet het eeuwige leven verwerven.
De grote drijfkracht van ons leven - en dat zegt Jezus wel duizendmaal in het evangelie - hoort de liefde te zijn.

De liefde voor de naaste, de liefde voor de medemens.

Het is dus goed mogelijk dat deze tekst inderdaad zo extreem moet verstaan worden als hij geschreven is.
In dit evangelie spoort Jezus ons dus aan om een goed na te denken over onze manier van leven,

over onze prioriteiten, over onze manier van omgaan met elkaar, en vooral over onze afhankelijkheid van eigen bezit.

Leer rijkdom loslaten en zet je prioriteiten juist zegt Hij - anders zou het wel eens fout kunnen gaan.