terug

Broeders en zusters,

Aanstaande maandag eindigt de internationale week van gebed om de eenheid van christenen. Deze week waren er verschillende oecumenische vieringen. Misschien heeft u vorige zondag de viering op televisie gezien waar Anglikaanse, Protestantse, Orthodoxe en Katholieke gelovigen samen vierden in de kapel van Zaventem. Ondertussen gaan in alle katholieke kerken de vieringen gewoon door.

Zo bidden we dit weekend dus gescheiden in kerken om de eenheid der kerken.

Niet alleen daarom is het bidden om eenheid een wat vreemde zaak.

Theologen vragen zich wel eens af of Jezus wel de bedoeling had een kerk te stichten.

Maar in ieder geval weten we zeker dat het niet de bedoeling was honderden kerken te stichten. Dit hebben we klaar en duidelijk in het evangelie kunnen horen.

Om de blijde boodschap te brengen is Jezus niet naast ons maar onder ons gekomen.

Niemand kon de oude zieke boom redden, er moest een nieuwe gezonde en edele twijg aan geënt worden. Jezus is dus één van ons geworden, maar tegelijk ook meer: één met ons. Mij kwam om met ons één mystiek lichaam te zijn: Hij de Geest, het hoofd,  wij de handen.

Het besef van de verdeeldheid bestaat al lang, de oecumenische beweging daarentegen is iets van deze eeuw. Het doel van deze beweging was eerst om de volle eenheid tussen de kerken te herstellen. Hoopte men eerst op een terugkeer van de “anderen” naar de ene kerk, dan is dit nu vooral een zoeken naar een zusterlijk samen leven, naast elkaar en ook met elkaar. De kerken begrijpen steeds beter dat zij als christenen beter samen de problemen van deze wereld aanpakken. En we werken dan ook samen aan de acties voor gerechtigheid, vrede en behoud van de schepping. Of anders gezegd: acties tegen uitbuiting, zoals het kwijtschelden van de schulden aan de armste landen – een doel dat nog niet volledig is bereikt; acties tegen oorlog, honger en onrechtvaardigheid; acties voor het behoud van het milieu en tegen het vernielend consumeren; enzovoort. Er is zoveel te doen dat het echt weinig zin heeft om tijd en energie te verspillen aan welke van de kerken het theologische gelijk aan zijn kant heeft. Moeten we die verschillen niet eer als een sterkte zien? In de Gasthuisstraat kunnen verschillende kledingwinkels het goed naast elkaar vinden. Wanneer dit allemaal dezelfde winkels zouden zijn is dit veel minder interessant. Overigens zijn die verschillende winkels toch waarschijnlijk van dezelfde holding – dat verscheidenheid meer mensen aantrekt is heel bekend.

Het wordt echter een probleem als de ene denkt dat ie veel beter is dan de andere, als er één het altijd beter weet. Vandaar dat het onderwerp van de gebedsweek om de eenheid is: “bidden om verzoening”. Elkaar willen erkennen als waardevol, elkaar zien als aanvullend, geen concurrenten doch medechristenen. Door te bidden beseffen we dat we samen onder het kruis van dezelfde Heer staan, en dat we daarom niet gescheiden mogen zijn. Zo voelen we dat de muren van verdeeldheid niet tot aan de hemel reiken.

Telkens weer daagt het evangelie ons uit verder te kijken dan dat onze neus lang is.

Jezus stuurde zijn leerlingen twee aan twee op pad. Twee aan twee – want de een kan de ander aanvullen, en verscheidenheid in mensen is een sterk punt. Maar ze is er niet als doel op zichzelf, maar om de opdracht van de Heer te helpen uitvoeren.

En deze opdracht - daadwerkelijk werken aan gerechtigheid, vrede en behoud van de schepping – staat boven alle klein-menselijke gedachten en verschillen.