Broeders en zusters,
Zonet hebben we geluisterd naar één van de kernteksten van ons geloof.
Het is een deel van de rede van Jezus tijdens het laatste avondmaal.
Hij weet dat zijn lijden en dood nabij is en tracht zijn leerlingen voor te bereiden op zijn dood.
De tekst die we vandaag hoorden komt eerst wat melig over: altijd maar weer over die liefde en dat liefhebben.

Deze tekst is ook niet gemakkelijk te begrijpen. Laten we er eens dieper op ingaan.
Waaraan denken we wanneer er iemand over de liefde begint?
Dikwijls denken we dan aan de liefde tussen man en vrouw, tussen een moeder en haar kinderen.
We kennen allerlei soorten liefde. Liefde van man en vrouw, liefde in vriendschappen, liefde voor je hobby's, voor je huis, voor je huisdier, liefde voor de wijsheid, voor een politieke partij, voor een zanger of zangeres, voor de eigen hof, voor de nieuwe auto.
We weten dat liefde voor een mens, de liefde voor je nieuwe auto, en liefde van God verschillende dingen zijn, doch helemaal duidelijk is dat niet.
De Bijbel gebruikt daarom drie woorden voor liefde:
- Eros: dat is de hartstocht, de lichamelijke liefde
- Philos: dat is de liefde in vriendschappen, liefde tussen echtgenoten, in familiebanden
- En tenslotte is er Agapè, de liefde die uit God komt, de edelmoedige liefde.
Wij gebruiken het woord liefde voor alledrie en dat maakt alles nogal verwarrend.
Jezus heeft het bij voorkeur maar over één soort liefde : agapè.
Waarom is Jezus mens geworden? Om ons de liefde, de agapè, te leren.
Om ons te leren dat er een goddelijke liefde is.
Waarom is Hij aan het kruis gestorven?
Om ons te laten zien dat deze liefde, zijn agapè, groter is dan alles.
De liefde die Jezus bedoeld is niet melig, week of zoeterig.
Het is niet alleen je bij elkaar goed voelen, en het prettig hebben samen.
De liefde die Jezus bedoeld is een opdracht, een gebod.
Elkaar liefhebben zoals Hij ons heeft liefgehad.
Een liefde die wordt beschreven als "zijn leven geven voor zijn vrienden".
Ineens lijkt die tekst niet melig meer, eer bedreigend, of zelfs een beetje gek.
Waarom is dat?
Van dat edelmoedig liefhebben merk je misschien niet zoveel in ons dagelijkse leven.
Christenen onderscheiden zich in gedrag dikwijls nauwelijks van andere mensen.
Is de ganse wereld al bekeerd en gedraagt iedereen zich reeds zoals Jezus het wil?
Dat is weinig waarschijnlijk, want egoïsme en machtswellust vieren nog steeds hoogtij.
Ofwel brengen wij christenen nog niet in de praktijk wat Jezus ons heeft voorgedaan.
Toch hoeft dat allemaal niet zo moeilijk te zijn. Met doodgewone dingen kan men agapè uitdrukken. En knipoog van verstandhouding of bemoediging, een stevige handdruk van verbondenheid, een pluimpje van waardering, helpen verdriet en leed dragen, bekommerd zijn om onze zieken, tranen van medeleven krijgen, of tranen van meevoelen, bij geluk.
Moeder Teresa zei over agapè: je moet liefhebben tot het je pijn doet.
Agapè is een edelmoedige liefde: een liefde zonder dat je er iets voor terug verwacht, zonder mensen uit te sluiten, geheel gericht op de andere.
Altijd denken wat je voor die andere kan betekenen, wat je voor die ander kan doen.
En daarbij je eigen wensen naar de achtergrond schuiven.
Je moet eenzaam van hart willen zijn om er - zoals Jezus - voor iedereen te willen zijn.
En in zekere zin verlies je - of beter - geef je dan je eigen leven aan je vrienden.
Gaat dat te ver? Jezus zelf ging nog verder. Hij gaf zijn leven aan zijn vijanden. Als hij stierf aan het kruis bidt Hij nog dat zijn Vader aan zijn beulen die zonde niet zou aanrekenen.
Goddelijke liefde gaat ver, veel verder nog dan dat wij ooit kunnen denken of begrijpen.
Daarom zou het al heel wat zijn als je iemand bezig ziet of beter nog: als iemand je bezig ziet en denkt - wat een fijn edelmoedig iemand is dat, dat is zeker een Christen.