|
Opmerkingen? Fouten? Contacteer de webmaster |
Schaakklub Desperado Leuven vzwResultaten Nationale Interclubs 2001-2002[ 1 ] [ 2 ] [ 3 ] [ 4 ] [ 5 ] [ 6 ] [ 7 ] [ 8 ] [ 9 ] [ 10 ] [ 11 ] [ Stand ] Ronde 11 (10-03-2002)
Beste vrienden, Gaarne had ik jullie een verhaal gedaan van moed en doodsverachting, partijen op het scherp van de snede en geniale Despi-manoeuves die het tij onverwacht deden keren. De waarheid echter heeft zijn rechten en daarom zou ik dan over de eerste ploeg in alle toonaarden moeten zwijgen. Niets van dat alles bij deze jongens. Erger nog, na drie kwartier was het beklonken en waren we virtueel zeker van het behoud in tweede afdeling. Dat dit op zich een knap staaltje is hoeft geen betoog: we hebben quasi een heel seizoen met de rug tegen de muur gestaan. Vele spelers zouden onmogelijk kunnen gemist zijn en achteraf bleek elk punt van goud waarde. Bijna elke ronde speelde we op het maximum van ons kunnen en daarom, en alleen daarom hebben we ons gered. Helaas moet ik nu verslag doen van de laatste ronde en dat was een ontgoocheling van de eerste orde. Eisden had niets meer te winnen, wij alleen maar iets te verliezen en daarom kwamen er zo snel remisevoorstellen op alle borden. Echte vechters zouden dat moeten afgeketst hebben, maar in het zicht van een veilige haven de loods weigeren is gevaarlijk. Indien deze dapperen alsnog de winst zouden binnenhalen en alzo de ploeg van een degradatie redden wacht hun onvergankelijke roem. Indien echter (ook een reëele mogelijkheid) één van hen door een kemel in hoge tijdnood de partij en het eventuele behoud vergooit, wacht hem het hoongelach en spot zijner ploegmaats. Geconfronteerd met dit dilemma en een koude zaal zonder voldoende verlichting, kozen allen voor de lafhartige oplossing. Redding dus, zij het zonder glorie. Je kan niet alles hebben. Achteraf werd ik op het clubfeest hierover behoorlijk geïnterpelleerd en nu begrijp ik ook beter waarom. Iedere Despi-speler met het hart op de juiste plaats ziet GRAAG zijn club zo hoog mogelijk vertegenwoordigd, en tweede afdeling is niet mis. Maar iedereen ziet NIETS LIEVER dan een Despi die zich 100% (of 200%) geeft voor de goede zaak en of hij nu wint, dan wel zelf in vlammen opgaat is pas in tweede instantie van belang. Dit aspect heeft de eerste ploeg en bloc over het hoofd gezien. Hierbij bied ik uit naam van de eerste ploeg mijn excuses aan voor deze platte houding, een Despi onwaardig. Volgend jaar zal de rest van de ploeg beterschap beloven, maar kom dan ook niet zeuren als ze degraderen. Waar ik ook zeer terechte klachten over hoorde was betreffende het geluidsniveau dat we daarop produceerden. De opluchting was inderdaad nogal groot. Hiervoor eveneens mijn excuses. Wie hebben allemaal bijgedragen tot deze prestatie? Luuk Van Kooten liet een paar stevige remises optekenen en twee nederlagen, maar op het eerste bord is zulks te verwachten. Ook ging de verplaatsing hem bepaald niet in de kouwe kleren zitten. Geen overwinningen echter en dat stak hem. Hij kan beter en hij weet het. Volgend jaar revanche. Eddy Van Espen speelde een bijzonder goed seizoen. Vooral in het midden van het seizoen was hij een rots in de branding en wellicht springt hij over Luuk naar het eerste bord. Zijn taaiheid in verdediging en eindspel zijn legendarisch. Hij nam elke pion en verdedigde hem met grote hardnekkigheid, wie hem niet matzette had een zware pijp te roken in elk eindspel. Ook Raf Claes stond fraai te keepen. De Duitser van Eynatten bleek een te taaie brok, maar anderen hield hij vakkundig op remise (soms zat er zelf meer in) en toen de CREB-speler wat te enthousiast erin vloog werd hij terdege teruggewezen. Ikzelf (Koen Heynen) bakte er niet veel van. Vooral halverwege van de competitie kwamen de nullen zomaar aanwaaien. Eigenlijk zat ik iets te hoog (wat ik al vreesde voor we begonnen). Volgend jaar is dat opgelost. Koen Jans speelde 9 maal met wit en twee maal met zwart en kon dus met zijn geliefkoosde spelletje beginnen. De ijzeren vuist in de fluwelen handschoen, wie in slaap gewiegd werd door een ogenschijnlijk weinig ambitieuze opening en zelf iets riskeerde werd zuiver weggezet. Ook hier was de Pruis het enige station dat te ver op de lijn was. Maar er kwamen ook een behoorlijk aantal volle punten op zijn conto, ik geloof zelf dat hij de topscorer was. Ook Mark Weiler was onmisbaar. Negen maal verdedigde hij met verve de zwarte stelling en zijn partij tegen de Luikenaar (waar de man twee maal achtereen speelde zonder dat Mark dit zag) zal hij niet licht vergeten. Mark zorgde verder ook voor vreselijk belangrijke punten tegen Midden-Limburg en Namen, ploegen die we net achter ons lieten. Verder was zijn optreden als ploegkapitein onberispelijk. Hij schroomde niet zichzelf de zwarte stukken toe te kennen door een verstandig opstellingsbeleid. Dit siert de kapitein én de speler. De 2100+ gaat hij binnenkort zeker opnieuw halen. Zijn Achilleshiel is voorlopig dat hij weigert niet-klassieke zetten te overwegen. Wie het geweer maar vaak genoeg van schouder veranderd heeft goeie kansen tegen hem. Zijn mentaliteit en concentratie achter het bord waren een voorbeeld voor het team. De enige keer dat hij een wat langere wandeling deed was in Luik. Patje Delanoeije was weer zijn oude creatieve zelf, zo creatief soms dat hij alle gezond verstand overboord zette om toch maar in zijn geliefd soort stellingen te komen. Af en toe mislukte het ook wel, maar toch kon hij de punten waar ze nodig waren aantekenen. Zijn redding tegen CREB bv. was een staaltje verdedigen van de bovenste plank. Bart Van Praag stelde niet echt teleur, maar was hij in vorm geweest had hij nog veel beter gescoord. Zo halverwege het seizoen hebben we eens een avondje gefilosofeerd over het fenomeen vorm. De conclusie was dat gebrek aan vorm zich veelal manifesteert in één, hoogstens twee mindere zetten. Maar dat veranderde de uitslag helaas maar al te vaak. Tegen Waver bv. had hij moeten winnen maar verloor, tegen WTTC moeten winnen maar maakte remise en tegen Anderlecht was er normaal ook een punt ipv een nul uit de bus gekomen. En als je weet dat de vorm er niet is, speel je vanzelf wat minder overtuigend, durf wat minder en begin aan het eigen rekenwerk te twijfelen. Wat weeral resulteert in minder gewonnen partijen, daardoor minder zelfvertrouwen en ... U ziet zelf waar dit doemdenken uiteindelijk toe leidt. Ronald Doornbusch speelde scherp, soms te scherp en had ook te kampen met zijn vlag, die zich meer haastte dan hijzelf. Daarentegen scoorde hij wel volle punten in de super-belangrijke match tegen Midden-Limburg en tegen CREB. Enige openingstudie is hem toch wel aangeraden, iemand die na drie zetten in een Schotse partij het al niet meer weet is op dat niveau een vogel voor de kat. Steff Helsen was als eerste reserve een plezierige verrassing. Bijna niet om te krijgen en snel op de bal als de kans zich aanbood. Tactisch is ie bijzonder geslepen en ook positioneel zit het wel snor. Het enige punt van kritiek dat ik kan bedenken is dat hij soms nogal lichtvaardig de stelling het werk wil laat doen. Hij kan diep rekenen en verzuimde dit soms. Het idee dat de stelling zo goed is dat ze zonder rekenwerk kan is vragen voor problemen. Zo heeft hij er al een paar laten ontsnappen. In Bosvoorde bv. was het simpel gewonnen en speelde hij a tempo verder om tenslotte remise te maken. Het lijkt mij dat de hybride Weiler-Helsen een buitengewoon sterk schaker zou opleveren. Dit waren de geweldenaars die het dit jaar in tweede konden redden. Verdere speciale vermeldingen zijn er ook nog voor Robrecht Jacques die dit jaar slechts een remise weggaf. Stijn Van Noten had tot de laatste ronde het maximum der punten toen hij iets te bruut te keer ging en verloor. Werner Taelemans speelde een geweldig seizoen en is kandidaat eerste ploeg (tenzij hij liever zijn ploeg van dit jaar naar de titel voert). Nu is er volgend jaar een extra plaats vrij in de eerste ploeg, want hoogstvermoedelijk ben ik er volgend jaar niet meer bij. De discussies over de aanwezigheid op vrijdagavond zitten me tot hier (de hr. Heynen wijst op zijn boordknopje, nvdr). Nooit ofte nimmer heb ik een plaats OPGEEIST, maar als de eventuele kandidatuur zelf verboden gaat worden omdat je op vrijdag niet komt is het hek van de dam. Volgens sommigen zou de top-zes van de Elo-lijst ter wille van dit heilig principe moeten sneuvelen. Het krasse van de zaak is dat met een rating van zo'n 1000 punten minder er vermoedelijk in het geheel geen probleem zou geweest zijn. Een dossier van alle schimpscheuten en beledigingen heb ik nog niet aangelegd, maar het zou stuitende lectuur zijn. Schaken heb ik altijd voor mijn plezier gedaan tot nu en ik ben niet van plan daar verandering in te brengen. Wie hierop kritiek, commentaar en/of aanmerkingen heeft, kan mij altijd bereiken via email: Kheynen39@hotmail.com. Koen Heynen
Afsluiting interclubs 2001-2002Vooraf wil ik 5 dingen zeggen: ten eerste schrijf ik dit artikel niet om onze talentrijke huisschrijver Koen Heynen van zijn troon te stoten want die zit daar, terecht, stevig op; ten tweede is dit idee er gekomen na een ongetwijfeld interessant gesprek tussen Koen en mij in de uitloop van het clubfeest; ten derde zegt mijn tante Julia altijd dat g'u aan uw beloften moet houden en ten vierde is `t nu tijd om eraan te beginnen. Ten vijfde ben ik vergeten maar ik vind dat dat ook moet kunnen. Zondag 10 maart en ongeveer zestien voor twee. Een zeer zalig zonnetje stuurt sterke stralen naar o.m. de aarde; vier vinkjes vliegen vlug voorbij een, voorlopig iets minder, krolse kater die meesmuilend mijmert over de weer woelige kattenjacht van de voorbije nacht en zoekt naar verse kracht. De buitentemperatuur is reeds zeer aangenaam, maar toch nog iets te fris om de voornamelijk mannelijke liefhebbers van natuurlijk schoon echt waar voor hun geld te geven en op StuBru vertelt Stefanski, of een andere echt goeie grapjas met een verpoolste naam, een sketchke dat zo goed is dat ik nog even in de auto blijf zitten om het einde ervan te kunnen horen. (Het ging vooral over een kennis van hem die dopte en daar zo goed in was en die, ..., nog vanalles, en alhoewel ook ik er van overtuigd ben dat het overbodige zeer belangrijk is, zou dit ons toch, ten eerste, te ver leiden en ten tweede ben ik er al veel van vergeten maar, zoals reeds gezegd, vind ik dat dat ook moet kunnen.) De laatste ronde van het huidige interclubkampioenschap kondigt zich dus veelbelovend aan. Weer spelen alle ploegen thuis, voor de gelegenheid in de grote zaal. Ploeg 5 kan zich verzekeren van de titel indien alle 4 partijen gewonnen worden en de eerste ploeg kan met een score van ongeveer 4 op 8 zo goed als zeker in tweede afdeling blijven, wat toch zeker gezien mag worden om het met de woorden van Van Rossem over Brigitta Callens te zeggen. Bovendien is er het fantastische vooruitzicht op het afsluitende clubfeest dat door Ida georganiseerd wordt. Om ongeveer twee voor twee betreden de spelers als strijdvaardige gladiatoren de voor de gelegenheid door ploeg 5 tot in de puntjes geprepareerde arena. Sommigen zijn er van overtuigd dat ze hun tegenstrever zullen afslachten en anderen zijn toch op zijn minst van plan hun vel van de beer zo duur mogelijk te verkopen tot ze geschoten worden. Boni en Bert (toeval?) kunnen bijna onmiddellijk in het café van wal steken (met een onderlinge partij). Na minder dan een uur ontstaat er opeens veel rumoer in de zaal. Blijkt dat de partijen van de eerste ploeg allemaal afgelopen zijn en op remise eindigden. Ogenschijnlijk beleven de spelers hier zo veel genot aan dat dit het ontbreken van enig schaakplezier op deze dag ruimschoots compenseert. Na enige tijd keert de rust in de zaal weer en de andere spelers kunnen zich dan volop op hun eigen partij concentreren. Onze potentiële kampioenenploeg (5) heeft reeds 1 punt binnen want ook de tegenstrever van Gunther komt niet opdagen. Bart en Robrecht winnen hun partij ook zodat het wachten is op Stijn. Deze heeft met een zeer krachtige koningsaanval met alle zware stukken en een paard zijn tegenstrever volledig vastgezet en het ziet er dus zeer goed uit. Temeer omdat Stijn tot nu toe al zijn interclubpartijen van dit seizoen gewonnen heeft! Stijn besluit tot een loperoffer op f4 om de stelling helemaal binnen te kunnen dringen. Dit blijkt echter niet helemaal (of beter: helemaal niet) correct te zijn en zijn tegenstrever kan zich nog net verdedigen. Stijn verliest. Enige troost: als beste tweede zal Desperado 5 waarschijnlijk toch nog promoveren. In ploeg 4 wint Tony heel snel, Dries speelt iets langzamer remise en Thomas en Johan verliezen nog eens. (Merk op dat door het verleggen van de intonatie, de laatste drie woorden een enigszins andere betekenis kunnen krijgen.) Ploeg 3 wint voor de derde keer na mekaar met het maximum van de punten. Ploeg 2 wint met 3,5 op 4. Romain is de eerste die zijn punt binnenhaalt. Steff wint met een mooie aanval na enkele `pionoffers' en het weigeren van remise in een mindere stelling wat blijk geeft van de echte, meer gewenste desperadogeest. Werner wint `op techniek' na 2 pionnen voor te zijn gekomen en Paul staat in een pionneneindspel 1 pion voor en legt zich neer bij remise. Na de partij laat Werner met `nen truuk van de foor' zien hoe Paul toch nog had kunnen winnen maar ik denk dat we dit nog wel eens te zien zullen krijgen op één van de volgende schaaklessen op zondag. Dus: drie ploegen eindigen op de tweede plaats, één op de derde en de eerste ploeg handhaaft zich toch weer prachtig in de tweede afdeling . Al bij al zeer mooie resultaten en op naar het clubfeest ! We worden onthaald op lekkere warme en koude, droge en hete, door Ida en Lisette klaargemaakte hapjes; Bart is DJ met dienst, die hierin even gedreven is als Fredje Deburghraeve bij het behalen van zijn olympische medaille, en na een deskundige ingreep van Boni maakt ook de goudgele bierstroom menig ouder wordende man stikjaloers. Gast is gustspreker en gaat terug tot bij de oprichting van Desperado. Twee van de oorspronkelijke leden, Peter Beckers en Armand Michoel, horen mee hoe enkele van de oorspronkelijke clubvoorschriften worden aangehaald. Hieruit blijkt nogmaals dat de Leuvense SchaakDesperado's (LSD) toch wel een apart volkje zijn. Wat mij betreft mogen een aantal van de door Gust geciteerde artikels opnieuw in de statuten worden opgenomen! Gust vertolkt dan nog in `t echt Brussels een sketch van een muisje dat cognac leert kennen en welke diepzinnige gedachten hieraan ontspruiten. Als ere-voorzitter ontvangt Boni dan een mooi beeld van het Leuvens Fonske en hij is hierdoor zichtbaar even fel gepakt als Karel Pinxten ten tijde van de dioxinecrisis. Dit gaat zelfs zover dat hij belooft zich ook in de toekomst te zullen blijven inzetten voor de club. Hiermee wordt het officiële gedeelte afgesloten doch nog niet het feest want nog menige uurtjes zal er geschaakt, gediscussieerd en gedronken worden omdat je `als je vreugde wil vermenigvuldigen, je haar moet delen!'. Ik vond het in ieder geval plezant en ik denk dat de banden binnen de club weer wat hechter aangehaald zijn. Van de vroege uurtjes ben ik al heel wat vergeten, maar ja, ik vind dat dat ook moet kunnen. Ergo Bibamus! Lowie |
| Laatste wijziging: 15-03-2002 |