Manneke Pis in de Brusselse tram 81
Het ontstaan van een microkosmopolitische stad
(fragmenten)

Johan Leman

Lange tijd, tot in 1964, vertegenwoordigden de vreemdelingen nog geen tien percent van de totale Brusselse bevolking. Het is pas in de jaren '70 en '80 dat er een enorme toename is gebeurd: in 1970 met 16 percent, in 1981 met 24en in 1991 met 28,5 percent. Van toen af, onder andere als gevolg van het in de jaren '90 gevoerde beleid (de naturalisaties) en de stadsvlucht ook, van niet-Brusselaars, is het totale aantal vreemdelingen rond de 30 percent blijven hangen.
Achter elk van de gemeenschappen van inwoners die geen Belg zijn schuilt een geschiedenis, die in dit artikel kort wordt beschreven. De meeste aandacht gaat echter naar de multi-etnische samenstelling van Brussel die er het gevolg van is. Dit artikel projecteert ze op de kaart van de Belgische metropool.


CIJFERS

Op 1 januari 1998 telde het Brusselse hoofdstedelijk gewest zes gemeenschappen van vreemde nationaliteit met meer dan 10.000 inwoners. Men mag er een zevende bijtellen die er net iets minder heeft. Vijf van die gemeenschappen bestaan uit burgers van een lidstaat van de Europese Unie:
Frankrijk (32.723),
Italië (29.646),
Spanje (22.588),
Portugal (15.862)
en Griekenland (9.989).
Daarnaast zijn er de Marokkanen (69.144)
en de Turken (19.615).
Informeel mag men daar twee gemeenschappen aan toevoegen die officieel veel kleiner zijn, maar in feite boven de 10.000 scoren: de Polen (1.414)
en burgers van de Democratische republiek Kongo (6.319).
Van die beide gemeenschappen vermoedt men dat er meer dan 10.000 burgers illegaal dan wel legaal op Brussels grondgebied verblijven.
Deze getallen betreffen de mensen die niet de Belgische nationaliteit bezitten. In de meeste van die gemeenschappen leven ook mensen die de Belgische nationaliteit hebben overgenomen, wellicht nog het minst bij de Fransen, de Turken en uiteraard bij diegenen die hier illegaal verblijven.
Er verblijven dan nog een aantal kleinere, niet onbelangrijke gemeenschappen, zoals de Britten (8.398), de Duitsers (6.613), de Nederlanders (5.141), de Japanners (2.530), de Tunesiërs (2.219) en de Algerijnen (2.182).

GESCHIEDENIS

(...)

BRUSSEL INGEKLEURD

(....).

DE ALLOCHTONE PLAATSEN VAN GODSDIENSTBELEVING

Een goed overzicht van de spreiding van de gemeenschappen wordt ook verkregen door de situering van de plaatsen van wat in het jargon 'allochtone eredienst' wordt genoemd. Verwonderlijk is het niet dat Schaarbeek het grootste aantal moskeeën telt (12), gevolgd door St.-Jans-Molenbeek (8), Anderlecht (7) en het centrum van de binnenstad (5). De Afrikaanse pinkstergemeenschappen (pentecostalisten) treft men vooral aan in het centrum van Brussel, Schaarbeek en Elsene. Het gaat om benedenverdiepingen van huizen, ateliers, garageruimten die tot plaatsen van eredienst zijn omgewerkt.
De ligging van de plaatsen van eredienst bevestigt het beeld van de spreiding van de gemeenschappen zoals die uit de cijfers van het NationaalInstituut voor de Statistiek blijkt. Schaarbeek, St.-Jans-Molenbeek, het centrum van Brussel-stad en St.-Joost-ten-Node zijn de gemeenten die veel islamitische medeburgers tellen. In Elsene is dit minder het geval, maar daar is dan wel een opvallende zwart-Afrikaanse gemeenschap aanwezig. St.-Gillis, vaak in één adem genoemd met de andere gemeenten, telt vooral een Europese aanwezigheid (Fransen, Italianen, Spanjaarden, enz.), wat natuurlijk de aanwezigheid van andere inwoners niet uitsluit. Etterbeek heeft een wat eigen inkleuring: Latijns-Amerikanen, christen Turken...
Daarnaast moet men eigenlijk ook nog wijken in het noorden van Evere en delen van de gemeenten Vorst en Jette tot dezelfde clusters van minder welgestelde allochtonen rekenen.
De meer welgestelde allochtonen zijn ook een realiteit in Brussel, ze hebben eveneens hun cultusplaatsen, maar die bevinden zich uiteraard elders, soms zelfs in de periferie (Tervuren, Kraainem), ook al wonen veel van die mensen eveneens in Brussel (Ukkel, de beide Woluwes).
De illegaal verblijvenden wonen meestal in de concentratiewijken samen met de armere allochtonen en bezoeken de katholieke kerken (bijvoorbeeld de Polen in St.-Gillis en Schaarbeek) of de Pentecostaalse gebedsplaatsen. De Filipijnse poetsvrouwen hebben hun eigen kerk en wonen in iets betere wijken. De Roma zigeuners uit Oost-Europa vormen aparte clusters, ze zijn wellicht diegenen die het meest armzalig gehuisvest leven en ze frequenteren meestal eigen pentecostaalse zigeunerkerken.
Een zeer recent onderzoek over de aanwezigheid van kinderen van illegalen in het Franstalig onderwijs in Brussel leert dat er 690 kinderen van leerplichtige leeftijd ingeschreven zijn. Ze zijn verdeeld over 272 scholen (veruit de meesten in het basisonderwijs, maar toch ook 110 in het secundair onderwijs), met concentraties in Schaarbeek en Anderlecht en in mindere mate in Brussel-stad.

SEGREGATIE EN CULTUURMENGING

Studies over de segregatie-index in Brussel laten zien dat "niet minder dan 72% van de Turken en 59% van de Marokkanen te Brussel zou moeten veranderen van wijk (in de richting van niet-migrantenwijken), indien men tot een evenredige spreiding van alle inwoners van Brussel zou willen komen. Dit wijst op een bijzonder hoge segregatie in de huisvesting. Vooral echter als men dit koppelt aan de isolatie-index, waarbij rekening gehouden wordt met het aandeel van de betrokken groep in het geheel van de bevolking, wordt duidelijk hoe sterk in Brussel de gemeenschappen in isolement onder elkaar leven, als men dat tenminste vergelijkt met andere grootsteden in Europa. In bepaalde wijken hebben de allochtonen echt niet veel kans meer om een 'Belg van afkomst' te ontmoeten.
Wie dit naar Brussel in zijn geheel vertaalt, merkt hoe gevoelig het dus ligt om allochtonen in Brussel een 'minderheid' te noemen en over een 'minderhedenbeleid' te spreken waar het over allochtonen gaat." Maar dit neemt niet weg dat er evenzeer cultuurmenging tot stand komt. "Vormen van cultuurmenging en van homogeniserende groepsloyauteiten wisselen elkaar af." Wat wordt daarmee bedoeld? De Brusselse allochtoon deelt in de internationale, verwesterde modale cultuurvormen, hij participeert in zijn jeugd aan de transnationale jeugdcultuur en herkent in zich verschillende groepsloyauteiten tegelijk. Zelden of nooit zal hij zich 'Vlaming' of 'Franstalige Brusselaar' (in de zin van niet-Vlaming) noemen. Vaak zal hij zich 'Europeaan' noemen, tegelijk ook 'Belg', desgevallend 'moslim' en zeker ook wel 'Brusselaar'. De Vlaams-Franstalige polarisering sluit niet aan bij zijn levensverhaal.

DE RIJKDOM VAN EEN MICROKOSMOPOOL

Trek gerust een dag uit, geachte lezer, voor een zeer democratisch bezoekje aan Brussel. Aan het Zuidstation neemt u tram 81 richting Noordstation, Laken, tot aan de Heizel. Op het ogenblik dat u daar in tram 81 stapt, heeft hij al Montgomery achter de rug, is hij door Etterbeek gereden (de Jacht), over de Louisalaan naar St.-Gillis (gemeentehuis), en dan afgezakt naar het Zuidstation. Er zijn al Arameeërs (Suryoye) uit Zuid-Oost-Turkije, Columbiaanse vrouwen, Nederlandstalige en Franstalige Belgen, Spanjaarden en Marokkanen in- en uitgestapt. Vanaf het Zuidstation rijdt u voor een stuk door en soms enigszins parallel met de wijken rond de kanaalzone die zonet beschreven werden, maar die kanaalzone doorloopt u wel onder de grond.
Aan het Zuidstation zelf bezoekt u op zondagmorgen de grote vreemdelingen-Zuidmarkt en wat verderop de Vlooienmarkt in de Marollen. (Wil u eenzelfde markt op kleinere schaal bezoeken, richt dan op donderdagmorgen uw schreden naar het St.-Jan-Baptist Voorplein en bewonder er tegelijk de kerk-architectuur in St.-Jans-Molenbeek). Helaas gaat u dus zoals gezegd een stuk ondergronds, anders zag u het Brussel aangelegd ten tijde van Leopold II (Beurs, Ancienne Belgique - met de Grande-Place wat opzij - , Munt, Métropole - met wat opzij, maar nu aan de andere kant: het Begijnhof, de Vismarkt-, en Astoria) en in de behuizing ietwat verwijderd van de grote lanen: de appartementen waar uiteraard weer veel allochtonen wonen. Maar u zou ook zien dat er enkele heel typische 'Vlaamse' straten (en cafés) tussen te vinden zijn. Nadien bevindt u zich onder de grond aan het Noordstation (waarbij u de prostitutiebuurt ontgaat boven de grond, maar ook de hopeloos ogende lege hoogbouwconstructies die aan de kaalslag van de Noordwijk uit de jaren '60-'70 herinneren).
U komt boven de grond aan de rand van Schaarbeek, richting Laken, op de 'koninklijke route', want als u nu niet in de tram zou zitten, zou u met de wagen doorrijden langs het koninklijk paleis op weg naar hetzij de nog steeds zeer 'autochtone' Mutsaard en verder naar Vilvoorde, Grimbergen..., ofwel de A12 richting Antwerpen. U zit echter in tram 81, rijdt dus door Laken voorbij het oude gemeentehuis om wat verderop af te buigen naar de Heizel en het Koning Boudewijnstadion en Kinepolis. U heeft ondertussen veel Marokkanen (centrum van Brussel-stad), Turken (ter hoogte van het Noordstation), zwart-Afrikanen, Belgen, enkele Vietnamezen en Italianen zien in- en uitstappen.
U zou in Laken aan het Bockstaelplein voor de terugweg tram 94 kunnen nemen die aan het kerkhof van Jette vertrokken is en die boven de grond blijft (Liedtsplein, de Aghia-Sophia-achtige St.-Mariakerk in Schaarbeek), rijdend nu langs prachtige herenhuizen en cafés, die echter meermaals nog veel mooier zijn binnenin dan hun voorgevel (de Ultieme Hallucinatie in de Koningsstraat natuurlijk, maar nog zovele andere). U kan ter hoogte van de Kruidtuin bij de jezuietenkerk uitstappen, voor de Turkse restaurants op de Haachtstesteenweg, maar ook doorrijden naar het Stefanieplein, de Louizalaan tot aan de U.L.B., Elsene. Ditmaal hebt u er ook de ministeries en administratieve gebouwen en een aantal grote winkels met de meer gegoede allochtonen en uitgaansbuurten opzitten, al liggen beide tramroutes erg dicht bijeen.

VERLIEFD...

Wie eenmaal een tijd in Brussel woont, raakt verliefd op zijn variatie. Er is teveel zwerfvuil, ongetwijfeld! In een aantal wijken moet je niets in je wagen zichtbaar achterlaten, absoluut! Niet iedereen zal je in het Nederlands kunnen te woord staan, klopt! Maar er is een ongelooflijk gevarieerd aanbod van winkeltjes, café's, restaurants, theaters, stilaan ook met de meest gevarieerde etnisch-culturele achtergrond (het Centro gallego in La Tentation, de KVS, de Ancienne Belgique, noem maar op, allemaal in het centrum van Brussel-stad). Er zijn echt voldoende groene ruimtes waar intercultureel 'gesport' en 'gepicknickt' wordt: het park tegenover het koninklijk paleis te Laken, of het park tussen het Schumann- en Montgomeryplein, waarin ook de grote moskee geborgen ligt: centrum van eensinds 1974 in België erkende godsdienst. En wie liever Britten, Scandinaviërs en andere Europeanen wandel wil ontmoeten, trekt gewoon naar Tervuren (al dan niet met de 'historische' tram).
Wie niet altijd dezelfde predikant aan het woord wil horen, heeft overigens al evenmin een probleem. Je bezoekt de zeer multi-etnisch afgestelde St.-Michielskathedraal, of de kerk op het St.-Jans-Voorplein in Molenbeek met zijn vele zwart-Afrikaanse gelovigen, of een van de typisch Vlaamse kerkdiensten gespreid over Brussel.
Soms hoor ik de bedenking dat zo'n veel minder homogeen is en minder geborgenheid biedt dan een dorp? Natuurlijk! Is het een samenleving die problemen kan geven, af en toe een rel, een provocatie die je minder snel kan plaatsen? Ongetwijfeld. In Brussel is het 'anders' en het vraagt enige tijd om eraan te wennen. Maar het is zonder meer verrijkend en emanciperend. En het biedt op zijn manier aan wie ervan houdt een kleur, een specifieke charme en sociale stimulansen die zelfs een dorp vandaag niet meer bieden kan.

terug naar november terug