Appeltaart


IngrediŰnten voor het deeg: 200 gr. Bloem, 150 gr. boter, 75 gr. suiker, mespunt zout, 2 eieren, scheutje koud water, boter en bloem voor de vorm.

Voor de vulling: ca. 1 kg. Appels, sap van Ż citroen, 100 gr. rozijnen, 75 gr. suiker, 1 theel. kaneel, 1 eetl. custardpoeder of ma´zena.

Bereiding: Doe de bloem, de in blokjes verdeelde koude boter, de suiker en het zout in een kom en wrijf met de vingertoppen tot een kruimelig mengsel. Kneed er een losgeklopt ei door en voeg zonodig een scheutje koud water toe om er een samenhangend deeg van te maken. Of maak het deeg in de foodprocessor. Laat de in plasticfolie verpakte deegbal minstens 30 min. in de koelkast rusten. Snijd de geschilde appels in blokjes. Laat de helft van de appelblokjes met het citroensap, de rozijnen, de suiker en de kaneel met een scheutje water kort tot moes koken en laat afkoelen. Verwarm de oven voor op 180 ║C. Bestrijk de vorm met boter en bestrooi met bloem. Bekleed de vorm met het uitgerolde deeg en maak een opstaande rand van ca. 4 cm. Rol de deegresten opnieuw uit en snijd ze in smalle reepjes. Schep de ongekookte appelblokjes met de aangeroerde custard of ma´zena door de appelmoes en vul daarmee de vorm. Dek de taart af met een ruitpatroon van deegreepjes. Bestrijk de bovenkant van de taart met losgeklopt ei en laat de appeltaart in ca. 50 min. in de voorverwarmde oven goudbruin bakken. Neem de taart uit de oven en laat afkoelen voor de rand van de vorm wordt verwijdert.