Kabeljauw Nicoise
4 personen

Ingredienten:
4 gelijke stukken kabeljauw van ca. 125 gram per stuk
1 ui
1 teentje knoflook
1 rood Spaans pepertje
100 gram groene of zwarte olijven zonder pit
1 groot blik witte bonen (ca. 800 gram)
2 eetlepels bloem
2 theelepels gedroogde Provencaalse kruiden
zout en versgemalen peper
1 ei
scheutje melk
3 eetlepels paneermeel
50 gram versgeraspte oude Goudse of parmezaanse kaas
4 eetlepels olijfolie
1 blikje tomaatblokjes (ca. 400 gram)
1 eetlepel citroensap of azijn
partjes citroen om te garneren

                    

Voorbereiden:
Laat de kabeljauw zonodig ontdooien. Snipper de ui en de knoflook. Snijd het schoongemaakte pepertje zonder de zaadjes fijn. Snijd de olijven in plakjes. Doe de witte boontjes in een vergiet, spoel ze af en laat ze uitlekken. Schep de bloem, de helft van de kruiden en wat zout en peper in een diep bord door elkaar. Klop in een tweede bord het ei los met een scheutje melk. Schep in een derde bord het paneermeel en de kaas door elkaar. Haal de stukken kabeljauw eerst door de gekruide bloem, dan door het ei en tenslotte door het kaasmengsel. Druk het paneerlaagje goed aan.

Bereiden:
Zet een koekenpan en een braadpan op het vuur en verdeel de olie over beide pannen. Fruit in de braadpan de ui en het gesnipperde pepertje glazig en laat de knoflook kort meefruiten. Schep er de blokjes tomaat met het vocht, de uitgelekte boontjes, de olijven en de resterende Provencaalse kruiden door. Breng op smaak met het citroensap of de azijn, af en toe omscheppend, goed doorwarmen. Bak intussen in de koekenpan de gepaneerde stukken kabeljauw in ca. 3 minuten per kant op middelhoog vuur gaar en goudbruin. Schep de boontjes op de borden en schep er de vis bovenop. Garneer met een partje citroen. Geef er desgewenst nog stokbrood en een rauwkostsalade bij.