Makreel met appel


IngrediŽnten: 2 verse makrelen, sap van Ĺ citroen, 2 theel. mosterd, zout, peper, 1 Granny Smith, 1 ui, 2 eetl. olie, 1 glaasje appelsap.

Bereiding: Fileer de makrelen langs de buikzijde zodat alle graten eruit zijn en de beide helften aan de rugzijden aan elkaar vast blijven zitten. Kerf de schoongemaakte vissen aan beide kanten vier keer schuin in zonder ze door te snijden, zodat ze gelijkmatig gaar worden. Verwarm de oven voor op 220 ļC. Bedruppel de vissen aan de binnen en buitenkat met citroensap em wrijf dat er goed in. Bestrijk ze aan de binnenkant met mosterd en bestrooi ze met wat zout en peper.Snijd de appel met de schil in dunne plakjes, de ui in halve ringen en stop ze in de buikholte van de vissen. Leg de vissen in een dun met olie bestreken ovenschaal, giet er het appelsap over, bedruppel ze met wat olie en zet ze 15 minuten in de voorverwarmde oven. De juiste oventijd is afhankelijk van de dikte van de vis. Laat ze uit de oven afgedekt circa 10 minuten rusten. Lekker met friet en sla.

(Hoofdgerecht voor 2 personen)