- Les nr. 2 -


GELUIDSEFFECTEN

Aboriginals imiteren met hun didgeridoo onder andere geluiden uit de natuur.
In dit gedeelte zal je de dingo, de kookaburra,
de magpie bird en de kangoeroe leren imiteren.
Daarnaast leer je geluiden als de boemerang de tongtril,
growling, en de trompettoon.
We beginnen nu met het zingen door de didgeridoo en het subvocaliseren.
Bij alle diergeluiden is het aan te bevelen jezelf goed in de huid
van het na te bootsen dier te verplaatsen.


HET ZINGEN DOOR DE DIDGERIDOO

Terwijl je een basis- of boventoon maakt kun je tegelijkertijd je stem mee
laten zingen door de didgeridoo. Je kunt hierbij gebruik maken van je basisstem
of je kopstem (hoge stem).

Zoals je zal merken zijn veel van de effecten die je kan maken gebaseerd op
het gebruik van de stem door de didgeridoo.
Daarbij maken we nu alvast een belangrijke kanttekening.
De effecten die met de kopstem gemaakt worden zoals de dingo en de kookaburra
komen beter tot hun recht indien ze gemaakt worden met strakke wangen.
Daardoor komt het geluid van de kopstem beter naar buiten.


DINGO

De dingo is de Australische wilde hond.

De dingo imiteer je door een blaf geluid met de kopstem te maken
terwijl je een basis- of boventoon speelt (bij voorkeur een boventoon).
Waar je op moet letten is dat je bij het blaffen ademsteun vanuit je middenrif geeft.
Als je niet weet wat ademsteun is probeer dan eens met zoveel
mogelijk kracht HUH.... te zeggen.
Het is het makkelijkste om meteen vanaf het begin met je stem mee te zingen en van daaruit te blaffen.


- Einde Les 2 -

Klik hier voor de Introductie pagina
Klik hier voor Les 1
Klik hier voor Les 3
Klik hier voor Les 4
Klik hier voor Les 5
Zelf een 'Oefen-Didgeridoo' maken ? Klik hier