Reisverslag Alentejo 2011

Dinsdag 17 mei 2011 (Herman)

Portugal in financiële crisis.

Europa biedt een noodfinanciering, wij een toeristische injectie.

Na twee opeenvolgende reisannuleringen zijn we nu dan toch eindelijk weggeraakt. Een vroege vlucht betekent 's nachts opstaan, maar in combinatie met een late terugvlucht betekent dat toch ook twee extra vakantiedagen.

De dikke wolkenmassa bij het landen voorspelt weinig goeds. En inderdaad: er volgt meteen een felle regenbui als welkomstgroet. Het is aanschuiven aan de balie van autoverhuurbedrijf Avis. Op de eerste verdieping wordt een Mazda 2 voorgereden. De reiskoffers kunnen er mits wat duwwerk nog net in ... ik bijna niet. Met mijn knieën tegen het stuur en mijn neus haast tegen de achteruitkijkspiegel manoeuvreer ik vlot Lissabon uit. Voorbij de meer dan tien kilometer lange brug over de Taag breekt zowaar de zon door het wolkendek.

Na 130 kilometer bereiken we de superdrukke ring rond Evora. We rijden van rotonde naar rotonde, speurend naar aanduidingen richting Convento do Espinheiro. De hotels staan met gekleurde bolletjes aangeduid maar de Convento ontbreekt. Tot we op een zoveelste rondpunt toch een bordje spotten. De Convento prijkt hagelwit boven de vlakte uit. Tot onze verrassing ligt het wel nog vrij ver van het centrum. 4,5 kilometer, wat ver om telkens heen en terug te wandelen.

In de Convento, een vijftiende-eeuws klooster, worden we heel hartelijk ontvangen. We krijgen een ruime kamer toegewezen in een zijvleugel, inclusief terras met tuin- en zwembadzicht.

Vijf sterren, daar moet je van genieten. Eerst een koel biertje aan de pool bar, dan een namiddag aan het ruime zwembad in de 8 hectare grote tuin. De zon brandt volop.

We verkennen de rest van het klooster. Een imposante kerk met azulejomozaïeken, een prachtige binnenkoer met oude gewelven, donkere binnenruimtes die nu dienst doen als bar, biljartruimte of bibliotheek.

We parkeren de auto halfweg de route naar Evora en bezoeken te voet het oude stadje. Een Romeinse tempel met Korinthische zuilen staat broederlijk naast nog een oud klooster, omgevormd tot pousada, de Convento dos Loios. Smalle keienstraatjes leiden naar telkens weer andere pleintjes, hoekjes en kerken. Daar krijg je dorst van. Op het centrale plein Praça do Giraldo genieten we bij een pintje van de laatste deugddoende zonnestralen. Een groot deel van het plein wordt door tentjes ingenomen. Jonge mensen in knalrode T-shirts delen folders uit. De socialisten ? Bij nader inzien blijkt het vandaag de dag van de hypertensie te zijn en kan je hier je bloeddruk laten meten. Die is volgens ons vandaag in orde en vervolgens pikken we in de toeristische dienst nog een wandelkaart en informatie over een fietsverhuurbureau op.

Het aperitiefje nemen we op een ander pittoresk plein met fonteintjes, de Praça do Sertorio, en na een grondige analyse van de aanwezige restaurants nemen we de avondhap in restaurant O Antao. De stuurs ogende uitbater komt ons te hulp bij de zoektocht naar een voorgerecht. Hij zet twee bordjes voor ons neer. Champignons met chorizo, en paprika's met tonijn. Of we nog kaas moeten hebben ? Lekker. Wat we van het hoofdgerecht, varkensvlees met schelpjes, en een gemengde grillschotel al veel minder kunnen zeggen. Nogal zware boerenkeuken. Gelukkig is de rekening licht ...

Woensdag 18 mei 2011 (Herman)

Een nacht vol muggen, donderslagen, regenvlagen en ... Proximus, die het nodig vindt om ons 's nachts te melden dat mijn voicemail gemakkelijk kan aangepast worden. Essentiële informatie als je lekker ligt te slapen.

Sombere wolken bij het ochtendgloren. Eerst nog even het ontbijt opzoeken. Gemakkelijker gezegd dan gedaan. Volgens de informatie op de kamer in zaal Claustro. Onvindbaar. Na drie keer het hele Convento te hebben afgelopen blijkt de ontbijtruimte gewoon in het restaurant Divinus te liggen. Een tafeltje naast een gigantische amfora, croissants tussen de eeuwenoude gewelven.

Ondanks de dreigende lucht gaan we vandaag voor de megalietentocht. Zonder gps in de wagen is de zoektocht naar startpunt Guadalupe geen sinecure. Richting Beja of richting Spanje ?

In Guadalupe volgen we een 4x4-track tussen de kurkeiken naar Valverde en stoppen aan een parkeerplaatsje. Een overwoekerd pad leidt naar een manshoge menhir. Helemaal Obelix.

Een "Portugese" kilometer verder ligt een heel woud van rotsen. 95 in totaal volgens onze reisgids. In hoefijzervorm. De dreigende lucht vormt een perfecte setting voor de mysterieuze cromlechs van Almendes. Snel een foto nemen want daar is de regenvlaag al.

Volgens de kaart kan je vanaf hier doorrijden naar Valverde maar op het terrein blijkt dit niet te kloppen. Het pad eindigt hier in alle richtingen. We rijden een heel eind terug en in Valverde gaan we na de picknick met stokbrood, kaas en tomaten voor een wandeling langs nog meer menhirs. Percursos de Monferrado. We volgen rode bolletjes die ons dan plotseling scherp naar rechts laten afslaan over een bospad. Die dan aan een viersprong abrupt stopt ... zonder enige verdere aanduiding. We verkennen de drie overige armen, dalen dan naar rechts af en worden weer op een stevige regenbui getrakteerd. We wandelen helemaal terug en merken dan onze fout. We moesten niet de rode verfplekken volgen maar wel onduidelijke houten borden, en die sturen ons rechtdoor. Verder dan de Castelo do Giraldo brengen we het niet meer, een hoop stenen overblijfselen van een middeleeuws kasteel.

Langs een precair smal pad met wieldiepe plassen rijden we naar Anta do Zambujeiro. Een Fransman stapt naast ons uit en vraagt ons waar die megaliet in 's hemelsnaam staat. In de omgeving staan alleen maar struiken en 1 geplaveid pad. Tien keer raden waar naartoe ...

Aan het einde van het pad vinden we een monument onder een afdak met zes meter hoge rotsblokken die tegen elkaar staan opgestapeld. En luid gsm'ende Portugezen.

Op de terugweg zien we een veld met honderden ooievaars. En dan vijfsterrengenieten. Ruim binnenzwembad, bubbelbad, tepidarium, sauna.

Aperitief nemen we noodgedwongen binnen. Tussen de taartjes. Ik bestel een karafje wijn en krijg een liter ... Toch eens dringend Portugees leren.

Donderdag 19 mei 2011 (Mireille)

Ondanks de wolkjes doet de zon haar uiterste best. De temperatuur komt al boven de 20°C uit. Het wordt dus hoog tijd om eens een ander deel van de Alentejo te bezoeken. Reeds van thuis stond het dorpje Monsaraz op ons todolijstje.

Het verlaten van Evora begint ons al duidelijker te worden: van rondpunt naar rondpunt. Deze keer moeten we richting Beja rijden. De straten zijn heel rustig. Af en toe valt er echter een spatje regen. Toch rijden we de afslag van Monsaraz voorbij, want we willen eerst het dorpje Mourao bezoeken. Het sobere kasteel torent imposant boven het kleine dorpje uit.

Weinig eetgelegenheid, schrijft een reisgids. Maar wat zien we bij het uitstappen, natuurlijk een restaurantje. Wel niet open, maar wat verder staan de stoelen al buiten bij een cafeetje.

Wij dwalen door de smalle straatjes omhoog, langs huizen met pittoreske hoge witte schoorstenen, en komen zo bij het kasteel en de kerk. Borden geven meer uitleg over de bezienswaardigheden. De kasteelpoort staat wagenwijd open ondanks de vermelding dat het onder de middag gesloten is. Eigenlijk blijft er van de burcht maar weinig over, enkel de buitenmuren.

De kerk is wel gesloten voor de siësta. Behalve enkele bewoners en wat ooievaars in de lucht is er weinig activiteit in het dorpje. Toeristen zijn er al helemaal niet te zien.

We verlaten het dorpje dat op de westelijke rivieroever ligt, maar door de stuwdam nu een eiland geworden is. Onderweg zien we nog bomen diep in het water staan.

In Monsaraz zijn ze voorzien op meer toeristen. Op verschillende niveaus zijn er parkings aangelegd. Het dorpje zelf bestaat uit twee parallelle straten met witgeschilderde huisjes en een ook al hagelwitte kerk. Hier vinden we zelfs enkele souvenirshops en wat verwaalde toeristen. Bij het bezoek aan het kasteel met een arena voor stierengevechten zijn we helemaal alleen. Daarom verbaast het ons wat later dat er 3 politiemannen door de hoofdstraat patrouilleren. Wat moet een dag hier lang duren, nu ja ze gaan ook wel alle winkeltjes binnen. Uit verveling?

Bij gebrek aan brood eten we dan maar wat kaas en tomaten. Best wel lekker hoor.

Omdat we in deze uithoek bij de Spaanse grens geen andere noemenswaardige dorpjes meer tegen komen, beslissen we om naar Evora terug te rijden. Zwemkleding aantrekken en wat baantjes trekken in het koele water. Zelfs Herman heeft de smaak te pakken en duikt(?) ook in het water.

Jammer dat de zon nog niet altijd de overhand heeft. Is het daarom dat de poolbar niet open gaat vandaag en dat er maar 3 handdoeken bij het zwembad liggen ?

We zijn heel kieskeurig in de keuze van een restaurant, geen volk, te toeristisch en ga zo maar door. We willen nog even gaan kijken naar dat ene restaurantje waar we in de reisgids veel goeds over gelezen hebben. We hebben de goden met ons mee, want er is er nog precies 1 tafeltje vrij, helemaal in een hoekje gedrongen. Het restaurant is piepklein. We tellen amper 12 zitplaatsen. De menukaart is beperkt, de tapas moeten we niet kiezen en de gastheer, die perfect Frans spreekt, blaakt van enthousiasme. Ettelijke krantenartikels vermelden dat dit eethuisje tot de top honderd van Portugal behoort. Onze verwachtingen zijn dan ook hooggespannen. De tapas zijn alleszins heerlijk: kikkererwtensalade, gegrilde makreel, gegrilde kaas, opgevulde krab met krabsla, een soort kippensalade met koriander en gegrilde paprika's, alles druipend in de olijfolie. Mmmm, om de vingers af te likken. Ook de vis met rijst is overheerlijk. Een schitterend adresje.

Wanneer we Evora verlaten is het nog erg druk in de stad, een of andere partij hield een congres, dus zien we veel volk met oranje borden rondlopen. De oppositie zal gouden zaken doen.

Vrijdag 20 mei 2011 (Herman)

Beetje speurwerk. De Avenida dos Combatantes Grande Guerra ligt aan de overkant van Evora. De hangar van Solar Bike lijkt meer op een garage dan op een fietsenwinkel, maar binnen is een groot gamma aan moderne fietsen en toebehoren voorradig. Het verwondert ons dan ook niet dat de uitbater twee sprankelend nieuwe mountainbikes tevoorschijn tovert. We mogen er een halve dag mee rondcrossen voor 8 euro per persoon.

In het fietsgidsje Fietsen in Zuid-Portugal - Algarve en Alentejo is er sprake van een Ecovia, een afgescheiden fietsweg over een voormalig spoortraject dat over 10 kilometer van Evora naar Nossa Senhora da Graça do Divor loopt. Verdere stukken zouden nog in aanleg zijn. Wij vinden geen Ecovia maar een Ecopista en volgen die een eindje. Een geasfalteerd smal fietsbaantje dat verscheidene keren een drukke straat kruist. Maar dan wordt het onverhard en is het heerlijk fietsen tussen de gele en paarse bloemenvelden. In het landbouwgebied met koeien en paarden liggen fraaie quinta's en hier en daar een ruïne. Borden duiden onderweg bezienswaardigheden aan die we echter niet meteen kunnen lokaliseren. Aan het vervallen treinstationnetje van Graça zien we een bord staan naar Arraiolos, 7 kilometer. En de Ecopista loopt door.

Vanaf hier is het fietspad op twee plaatsen over enkele honderden meters wel in slechtere staat, met veel putten, geërodeerde stukken en losliggende aarde. Na ruim 20 kilometer staat Arraiolos aangeduid op een bord, maar we moeten de gps bovenhalen om het dorp te kunnen lokaliseren. Aan het station van Arraiolos moeten we eerst een hele kudde koeien laten oversteken (hoe zijn die voorrangsregels hier ?) en nemen dan een zijweg en vervolgens een fikse klim langs een drukke baan tot het witte dorp. We zien een winkeltje, en verderop zowaar een terrasje. Twee biertjes, twee flessen water en op aanraden van de café-uitbater twee kippenpasteitjes. We hebben nog honger en ik vraag in het Frans en vervolgens in het Spaans naar broodjes met kaas. De vrouw begrijpt er niets van en roept haar man ter hulp. “Met mantequilla ?”, vraagt hij.

We maken onze fietsen vast en verkennen te voet het veertiende-eeuwse kasteel met de nog mooi intacte kanteelmuren en de twee eeuwen jongere Igreja do Salvador die er middenin staat.

Op de heentocht zagen we niemand, op de terugweg komen we meerdere fietsers, joggers, wandelaars en ruiters tegen. Wind in de rug, en meermaals licht bergaf. We bereiken Evora sneller dan verwacht. We volgen de Ecopista helemaal tot het einde, en na 57,5 kilometer kunnen we de fietsen om zes uur terug netjes afleveren. Helemaal in de ban van die fraaie fietstocht.

We hebben dorst maar moeten in de supermarkt met onze koele drankjes geduldig aanschuiven aan de kassa. En daarna duikt Mireille onmiddellijk het zwembad in - wat een conditie. Gevolgd door nog een hoogtepunt van de dag : de douche. En nog een : apero. En dan : avondmaal in de Convento (lekkere gastronomische maaltijd). En vervolgens : uitslapen.

Zaterdag 21 mei 2010 (Mireille)

Laatste dag in de Convento en schitterend weer, dus geen te lange autotocht. Drie dorpjes staan op onze verlanglijst.

Maar bij het uitrijden van het hotel zien we moeder ooievaar haar twee jongen voeden, even een korte stop dan maar om dit schouwspel gade te slaan.

Het eerste dorpje Ingrajinha stond in de fietsgids als absolute aanrader, dus nu het bijna op onze route ligt kunnen we er evengoed even langs rijden. Een smalle lange weg waar maar geen eind leek te komen, brengt ons in een redelijk nieuw dorpje met geschilderde banden onderaan de huizen. Blauw en geel zijn alom vertegenwoordigd. We houden het op een fotostop. Maar uitstappen of rondwandelen doen we niet.

Dan maar verder naar Estremoz. Vol belangstelling kijken we naar het hogerop gelegen kasteel van Evoramonte. Antiekmarkt en gewone markt, veel auto's op het centrale plein. Dit alles belemmert het zicht op de omliggende gebouwen, dan maar op zoek gaan naar de castello. Die we uiteraard op de heuvel moeten gaan zoeken. Het is hier het hart van de marmerstreek en dat is dan ook heel goed zichtbaar. De voetpaden en de dorpels zijn allemaal uit marmer. ook de trappen hogerop zijn er uit gemaakt.

De Pousada, de campanile en het museum blinken in de zon. De stadsomwalling ligt iets later en valt op, want deze is in gewone steen. Isabelle staat stijf en recht met haar rug naar het mooie uitzicht. Het restaurantje ziet er gezellig uit, maar het is nog te vroeg en trouwens hebben we nog geen honger.

We vervolgen dan maar onze reisweg nar Vila Viciosa. Ook hier is het een en al marmer. Eerst passeren we de hoge steenhopen van marmer, raar beeld, eerst dacht ik aan hopen vuilnis. Het Palazzo Ducale, weer die Hertogen, ziet er indrukwekkend uit. Zo'n 105 meter lang, volledig in marmer. raar is wel dat het gebouw er heel smal uit ziet. Ook hier nemen we wat foto's en vertrekken we snel naar Evora terug. Langs bordjes met de vermelding "Rota dos vinhos" en "Rota dos Sabores".

Maar wij verkiezen blauw water.

Nog nooit zo veel volk aan het zwembad gezien. Veel mensen hangen wat rond in het zwembad, maar gelukkig is het groot genoeg om baantjes te trekken.

Zondag 22 mei 2011 (Herman)

We nemen met wat spijt afscheid van het Convento do Espinheiro en rijden vlotjes 130 kilometer richting westkust. Een stukje autostrade tot Montemor-o-novo en dan golvende en rustige wegen tot Alcacer do Sal. Ons einddoel ligt helemaal bovenaan. Een middeleeuwse burcht die nu geconverteerd is tot pousada. Indrukwekkende locatie maar de ontvangst is wat koeltjes. De kamers zijn nog niet klaar, binnen drie kwartier terugkomen. We zoeken het zwembad op maar daar is het even schrikken: een drukte van jewelste. Alle strandstoelen bezet, lawaai. We zoeken de bar op, verlaten. Bof.

Pal om twee uur staan we terug aan de receptie, maar we moeten nog twintig minuten achter een Amerikaanse meute aanschuiven. Gisteren was het hier een trouwfeest en iedereen checkt hier uit. Lees: checkt uit na veel blabla, zoektocht naar een verloren vest enz. En echt efficiënt verloopt het niet achter de balie. Het is eindelijk onze beurt ... en we krijgen zowaar twee kamers toegewezen. Met eentje zijn we al tevreden, vooral als we merken wat een prachtig uitzicht we van op ons balkon hebben: de oever van de Sado, de oude kerkdaken, het dorp en enkele nesten met ooievaarsfamilies. De pousada-burcht is opgebouwd rondom een binnenkoer met zuilengalerij. Met tafeltjes en een bar in de omgeving. Tot daar alles OK. Maar hoe geraken we aan die drankjes ? Ik moet het personeel tot in het restaurant stalken om iets nats te kunnen krijgen. Dit wordt vermoeiend ...

We maken een wandeling langs nauwe straatjes naar beneden. Een prachtig middeleeuws dorpscentrum dat een beetje aan Griekenland doet denken. Oude huisjes staan wankel zij aan zij. De was wappert in de wind. Beneden vinden we verschillende eethuisjes en cafés langs de oevers van de Sado, die met bruggen met elkaar zijn verbonden. Een oude vrouw spreekt ons aan. Uit België ? Ze schiet hartelijk in een lach. Oei, hebben wij al zo een reputatie ? Aan de oever zien we een groep mannen voer in het water gooien. Om morgen te kunnen vissen ? Voor ons is het bij 28°C te heet voor veel actie en dus wordt het een zwembadnamiddag. Nu haast verlaten.

Geen handdoeken aan het zwembad. Geduldig wachten aan de receptie tot wanneer iemand zin heeft om het woord tot mij te richten. En handdoeken graag straks teruggeven. Ja hoor, druipend, denk ik. En ook op de kamer zijn er geen. Zullen ze brengen. Dorst ? Weer de halve pousada doorzoeken om het verstopte personeel terug te vinden. Nog steeds geen handdoeken op de kamer, weer naar de receptie. Aperitief ? The bar is empty. Een Duits echtpaar wordt zenuwachtig omdat er niemand in het restaurant ook maar enig teken van leven geeft. Waarschijnlijk the day after na het trouwfeest.

Maar het is vakantie. De wijn smaakt, de ooievaars klepperen enthousiast en de avond is zwoel.

Maandag 23 mei (Mireille)

Snikheet op ons terras, uit de wind in de vlakke zon.

We gaan op zoek naar de ontbijtruimte, lopen heel de pousada af en vinden niets. dan maar over naar "help". De vriendelijke jongen van gisteren loodst ons naar de sala do Sado, een grote eetzaal met centraal een leeg opgezet buffet. Maar 2 kamers bezet, dus zal hij alles aan tafel brengen. Eieren ? vraagt hij verwachtingsvol.

Morgen zal er alvast meer volk overnachten in het hotel.

Als je zo dicht bij de kust zit, moeten we er toch eens naar toe. Dus verlaten we de pousada, rijden over de metaalachtige constructie richting Comporta. Een smalle weg door een heidelandschap. Door het Estuarium van de Sado (een natuurpark). Kurkeiken in de heide, die mooi in bloei staat. Plotseling is de weg afgesloten, gelukkig is er een omleiding voorzien. Zo zien we het dorpje Comporta ook eens. Witgepleisterde huisjes en boerderijtjes, soms met strooien daken. Hier en daar een ooievaar.

De weg naar Troia is maar een smalle strook. Plots zien we de afslag naar de ferry voor Setubal. Sneller dan verwacht komen we aan het tickethuisje. Zestien euro. Ja maar wij willen zonder auto gaan, dan is het maar 5 euro. Waar we de wagen moeten parkeren is helemaal niet duidelijk. Parkeerverbod langs de weg en de parking met nog een plaatsje vrij, is privado. Toch opteert Herman voor dit laatste.

De felgroene ferry komt net aan. Boven op het dek brengt het windje verkoeling. Na 20 minuten varen meren we aan in Sebutal. Volgens de reisgids met een gezellige oude stad. Afgeblakerde huizen, geheel met azulejo's bekleed en veel kleine, smalle steegjes. Kerkjes in overvloed en bloeiende jacaranda's. Her en der wat terrasjes. Anders dan aan de haven waar de obers je wat agressief proberen te overtuigen bij hen gegrilde choco te komen eten.

Na een uurtje hebben we de stad gezien en besluiten wegens gebrek aan honger, de boot terug te nemen.

In Comporta stoppen we aan de afslag naar de oceaan, en stellen tot verbazing vast dat de parking volledig overdekt is met houten schrootjes. Het strand hagelwit, de zee prachtig blauw. Een terrasje doet ons honger krijgen. Twee duur betaalde slaatjes en wat lauw bier, maar het zicht is subliem. Nog een korte strandwandeling, voor mij in en langs het water. Voeten proper spoelen aan de voorziene waterkraantjes en dan richting zwembad rijden. Wat baantjes trekken en op tijd gaan douchen voor een stevig onweer losbarst.

Dinsdag 24 mei 2011 (Herman)

35. Vijfendertig. In de schaduw.

En een verlaten pousada. We annexeren het zwembad als onze privé-eigendom voor 1 dag en zoeken verkoeling in het water.

Tot 15 uur – dan zit onze vakantie erop.

We leveren de handdoeken en 100 kilometer verder de wagen in, eten een hapje in de luchthaven en zien tot onze verbazing op de tv-schermen dat er weer een IJslandse vulkaan is uitgebarsten. En inderdaad: onze vlucht wordt verlaat.

Om half drie ’s nachts komen we thuis. Fris zullen we straks niet op het werk verschijnen. Dringend aan vakantie toe …