Reisverslag Les Alpilles

Un weekend.

Un weekend prolongé.

De brug van 1 mei biedt ons 5 dagen om de winter definitief van ons af te schudden. Wat internetgegoogel brengt ons via Toscane (wat ver) over Cap d’Agde (beperkte actieradius) naar de Provence.

Terriciaë. Een driesterrenhotel in lokale stijl (okerkleurige muren, Provençaalse dakpannen, groene luiken) gebouwd rond een groot ommuurd zwembad vlak bij het dorpje Mouriés. Wij hebben mijnheer duidelijk gestoord in zijn middagdutje, maar daarna overstelpt de eigenares ons met stapels brochures, kaarten, wandeltochtbeschrijvingen, olijfoliefolders en een uitgebreide restaurantlijst van de streek.

De stralende zon à la + 25°C houdt ons de volle 5 dagen gezelschap. Niet evident, want sedert half februari tot nu was het “degueulasse”.

Van op ons kamerbalkon hebben vue sur la piscine – met uitnodigende ligstoelen. Heerlijk om de lastige heentocht van ons te laten afglijden: de files, de wegenwerken, volle hotels onderweg (met nochtans lege parkings …), geen inkomcode terug te vinden op het betaalkaartje bijgevolg auto buiten het domein en fietsen op de kamer.

Maar dat was gisteren – vandaag is het pas echt vakantie.

We pikken een aperitiefje mee op het hotelterras en wandelen twee kilometer naar Mouriés waar 1 noemenswaardig restaurant onze aandacht trok: Le Vieux Four. Erg druk met lange wachttijden (en onvoldoende menukaarten …) en dus lange aperitiefsessies. We negeren het menu Frédéric (23 euro) en beginnen met terrines (stier voor mij en krab, verse artisjok en brickdeeg voor Mireille), gevolgd door lamsschenkels en maar liefst 4 (!) crèmes brûlées (miniversies welteverstaan).

Les clés de la chambre 31 ? Spoorloos, gekscheert de eigenaar, nu duidelijk wel uitgeslapen.

***

Petit déjeuner sur la terrasse. Even wat schuiven met tafel en stoelen om lekker in de zon te zitten. De Italianen en Spanjaarden zitten binnen …

Vlakbij lonken de Alpilles, een keten van kalkheuvels met toppen tot 400 meter hoog. Bij aankomst gisteren keken we al stikjaloers naar de vele wielertoeristen en wandelaars die het gebied doorkruisten.

We bestuderen de Topo Rando “boucle avec deux variantes” van de Conseil Général des Bouches-du-Rhône. We lopen tot in het hart van Mouriés en pikken daar de gele verfstrepen op. Het eerste stuk is vrij spectaculair door garrigue en over de rotsen. Daarna wacht vrij veel asfalt (met praktisch geen verkeer). We opteren voor de extra boucle maar de bewegwijzering laat ons in de steek. Veel paarden in de weiden (ja ja de Camargue ligt in de buurt). De lavendel staat nog niet in bloei. De olijfbomen staan in groepjes van 4 of 5 gezellig bij elkaar. Een doorsteek naar “les caisses de Jean-Jean” (de naam alleen al !) is wel heel fraai al stellen de Romeinse opgravingen niet veel voor.

Na 15 kilometer plonst Mireille als een volleerde ijsbeer in het zwembad (als allereerste in het hotel dit jaar !).

Bij het aperitief vraagt de patron naar ons kamernummer.

- J’ai oublié, zeg ik zonder verpinken.

Pas als ik daarna “numéro 25, plus ou moins” zeg heeft hij de grap beet en proest hij het uit van lachen.

Alleen al voor de aantrekkelijke naam gaan we naar La Fleur de Thym, vier-en-een-halve kilometer verder in Maussane-les-Alpilles. Veel volk op het marktplein, maar ons restaurant ligt nog een eindje verder. Een klein restaurant, gezellig en met een heel vriendelijke kok en echtgenote. Er komt een groep van tien eten en daarom worden vanavond niet alle tafels gedekt.

Na de filet dorade à la santons krijgen we succulente lamsnootjes en tarte tatin geserveerd (een kaasbordje als niet-zoet alternatief voor Mireille).

***

De dag erna testen we de streek op haar fietsgehalte: perfect. Smalle straatjes, nauwelijks verkeer. We peddelen tot Les Baux en stellen vast dat de middeleeuwse straatjes enorm veel drukker en toeristischer zijn geworden dan tijdens ons eerste bezoek 19 jaar geleden.

Boven worden demonstraties katapultschieten gehouden. Iedereen daar naartoe, zodat wij aan het gedrum kunnen ontsnappen en heerlijk rustig de burchtruïne met fraai zicht op de omgeving en op de Provençaalse daken van Les Baux kunnen verkennen. Als de massa zich terug verspreidt zitten wij al heerlijk achter een slaatje met bijpassende wijn.

Als ik de gastheer ’s avonds vraag of we nog een apérootje kunnen krijgen: Pourquoi pas, c’est quand-même le 25 qui paie …

L’Oustalou is een klein, sfeervol restaurant aan het marktplein van Maussane-les-Alpilles, met een topkok. We krijgen er nog altijd het water van in de mond: clafoutis van courgettes met chorizo, lamskoteletjes met heerlijke groenten, eendenborst met verse vijgen, crème caramel en een stukje kaas. Met een fles wijn van het naburige wijndomein Mas de Berthe (we dronken voordien ook Mas de Gourgonniers, ook al uit de streek).

***

Op zondag halen we weer de fietsen uit het berghok en trappen een royale 40 kilometer bij mekaar. Tot in Eygalières, waar de champagne ontkurkt wordt in het sterrenrestaurant Chez Bru. Helaas niet voor ons. Wij klimmen te voet tot aan de schitterende ruïnes van het dorp, het kasteel en de molen. En laten alle vrije plaatsen inpikken op het terras van een crêperie.

Met rammelende maag verder. De schaapjes poseren gewillig voor de camera. Ook in Aureilles vinden we geen terrasjes en dus moeten we wachten tot een plek onder de platanen van een dorpscafé in Mouriés, waar de plaatselijke bevolking zich klaarmaakt voor een belangrijke kampioenschapswedstrijd van l’Olympique de Marseille. En wat verder vinden we toch een crêperie … We moeten wel even aandringen om een pannenkoek op ons bord te krijgen (men serveert hier liever een volledig menu). Dat houden we evenwel voor onze afscheidsavond, dit keer zalig buiten op het terras van good old Le Vieux Four. Waar de bediening nog steeds traag gaat. Maar we hebben tijd, veel tijd.

Na enige aarzelingen kiezen we voor het menu terroir: terrine van artisjok met krab, een stoofpot van taureau en een indrukwekkende kaasplateau met meer dan 10 geitenkazen uit Les Alpilles. En uiteraard de 4 crèmes brûlées voor mezelf.

Nog even hilariteit als een Nederlander vraagt wat taureau betekent en de dienster met haar vingers als horens een stier imiteert … en dan uiteindelijk nog een afbeelding van een verkeersbord met het koebeest moet gaan halen voor verdere verduidelijking.

Even in de Camargue gaan kijken, man.

Wij moeten helaas morgen de andere richting uit. Naar België waar de zon gelukkig ook overvloedig van de partij is.