Australië : reisverslag Outback & South

Inleiding

Dan begint de vakantie pas écht.

Als je de brievenbus leegmaakt en daarin een dik pak documentatie van SNP terugvindt, met vouchers, routebeschrijvingen, prachtige kleurkaarten.

En waarschuwingen.

Er zijn vooreerst de slangen. Australië is de woonplaats van 9 van de 10 meest giftige slangen ter wereld. Gelukkig bijten slangen alleen wanneer ze in het nauw komen. Best even waarschuwen wanneer je er aankomt. Hoi, wij komen eraan, willen jullie eventjes allemaal een ander pad uitzoeken ?

En dan heb je ook de spinnen. Er komen 2 dodelijke spinnen voor in Australië. Tip van SNP : als je gebeten wordt, probeer de spin te vangen zonder opnieuw gebeten te worden … Er staat geen afbeelding bij hoe dat dan wel moet.

Dekking zoeken in het water lukt ook al niet. Daar zit de box jelly fish, kwallen die tot de dodelijkste wezens op aarde behoren. De dood kan binnen een paar uur optreden …

Als je die ontwijkt heb je nog de stonefish (enorm goed gecamoufleerd, en extreem gevaarlijk gif), de blue ringed octopus en vooral de zoutwaterkrokodillen, die hier liefkozend "salties" genoemd worden. "Check met de lokale bevolking voor u ook maar 1 teen in het water steekt".

En in het weinig waarschijnlijke geval dat je dit allemaal overleefd hebt, kom je volgens SNP … toch zeker van de dorst om.

Toch de verzekeringsdocumenten nog eens nalezen …

Dag 1 (Mireille)

Sydney, here we come.

Na zowat 27 uur vliegen komen we 's ochtends vroeg ongelooflijk fris op Australische bodem toe. Een onverwacht heerlijke vlucht : lekker gegeten, gedronken en geslapen. Alleen misten we in Bangkok bijna onze aansluitende vlucht omdat we de verkeerde kant opliepen.

In Australië gaat het allemaal vlotter : na een metrotreintje en een "light rail" (tram) staan we in een oogwenk op Darling Harbour. Via een overdekte winkelgalerij komen we op de kade. De oude havenbuurt is smaakvol gerenoveerd, al oogt het allemaal wel vrij toeristisch. Het Novotel waar wij verblijven ligt achter de Harbourside, bereikbaar via een brug. We kunnen al meteen gaan winkelen, want het scheerapparaat van Herman heeft de vlucht gemist.

We bezoeken het Aquarium. Een reuze meevaller. We zien er de meest kleurrijke alen, zeepaardjes, vogelbekdieren en exotische vissen. Het wordt helemaal spectaculair als we oog in oog staan met een haai (ba, wat een bloeddorstige blik). Door een tunnel met glazen wanden loop je als het ware op de bodem van de oceaan. Op een andere plaats kunnen we de seals onder water zien zwemmen : de meeste houden het bij rugslag ! Een groep schoolkinderen in gele en blauwe uniformpjes dartelen met ons mee en gillen het telkens uit van pret bij elke nieuwe ontdekking.

Via George Street - met de ene winkelgalerij naast de andere - wandelen we naar Circular Quay. Hier krijgen we een eerste blik op de 2 bekendste "landmarks" van Sydney : Harbour Bridge en het Opera House. De zware bewolking neemt wel iets van de betovering weg. Van ver lijkt het Opera House op een zeilschip, van dichtbij zien we dat het uit verschillende losstaande gedeelten bestaat die ondergronds verbonden zijn. Het oppervlak is bedekt met tegeltjes in 2 verschillende tinten. Het moet heel wat inspanning gekost hebben om het gedurfde ontwerp van de Deense architect Utzon in de praktijk om te zetten. We draaien ons nog in alle mogelijke bochten om dé foto te kunnen nemen, doch de jetlag en de honger beginnen toe te slaan en we besluiten om naar Darling Harbour terug te lopen.

Gelukkig staan er in Sydney geen uren op eten en we verslinden beiden om 5 uur een lasagne met een puike fles witte wijn. We hebben lucifers nodig om onze ogen te kunnen open houden - de rekening kan niet snel genoeg komen.

's Nachts dromen wij van kangoeroes. We hebben er nog steeds geen gezien …

Dag 2 (Herman)

Vandaag verwennen we ons met een luxe ontbijt. Ik heb van alles wel eens geproefd. Mireille vraagt zich af waar ik dat toch allemaal steek (antwoord : in mijn buikje).

Op het programma staat het bezoek aan het Olympisch Park in Homebush Bay. Met de trein. We besluiten naar het Central Station te wandelen. Via mooi aangelegde voetpaden door parkjes met waterpartijen. We krijgen zelfs een demonstratie te zien van 4x4 wagens. We lopen nog even langs in Paddy's Market (Haymarket) en stellen dan in het station vast dat er het hele weekend werken op de sporen zijn. Daardoor moeten we de trein naar Liverpool nemen en overstappen in Lidcombe.

Het Olympisch Park valt mij wat tegen. Wel mooie stadions : het Stadium Australia oogt futuristisch. De hele site geeft wel een wat rommelige en hier en daar onafgewerkte indruk. De Olympische sfeer is - mede door het weinige volk - ver te zoeken. Na het Olympische zwembad gaan we op zoek naar het Visitors Center, en belanden in het Bicentennial Park, met mooi aangelegde paden zodat we spijt hebben dat we geen fiets bij hebben.

Na veel draaien en keren vinden we ons startpunt terug - het is ondertussen stralend mooi weer geworden. Rap onze jeansbroek inruilen voor een bermuda en dan de ferryboot op naar Circular Quay. Ticketverkopers zijn nergens te bespeuren en Mireille krijgt al schrik om als zwartvaarder betrapt te worden. En wie weet, misschien gooien ze die wel voor de krokodillen …

We varen langs de Harbour Bridge en het Opera House die zich nu wel van hun beste zijde openbaren. Na zowat 15 foto's stappen we uit en kopen alsnog een kaartje aan een automaat. Oef, toch geen voer voor de krokodillen.

We wandelen door de keurig aangelegde (echt Britse) Royal Botanical Gardens langs het water tot het uiterste puntje (McAcquirees Point). Joggers trotseren de hitte, exotische vogels dartelen in de bomen met moeilijke Latijnse namen, een vliegtuigje schrijft met krijt op de blauwe hemel. Aan het uiteinde van het park nestelen we ons op de rotsen. In de verte lijkt de brug het Opera House te omarmen als "good buddies". We zien kleine stipjes de Harbour Bridge beklimmen, niets voor Herman met zijn hoogtevrees. Liever hier een uurtje zonnen en de horizon met de verrekijker afspeuren naar boten. Ferryboten, cruiseboten, catamarans, boottaxi's en zeilboten, alles vaart hier voorbij. Een heel trouwgezelschap komt hier op fotosessie. De bruid heeft evenwichtsproblemen op de ruwe rotsen.

We keren terug langs The Rocks - ook al een gerestaureerde havenbuurt waar men nu naast gruwelijke kerkers toffe eethuisjes en heerlijke winkeltjes vindt, onder meer één met allemaal beertjes. Hier moeten we zeker nog eens terugkomen.

Darling Harbour bruist van leven als we er aankomen. Wat een massa volk, overal zijn er reeds files voor het avondmaal. We kiezen een Thai uit, waar we onder meer heerlijke spring rolls geserveerd krijgen. Het gaat allemaal wel wat snel, van daar allicht de naam "Thai Foon". Een ijsje - zeg maar ijs (een "regular") bij Anderson's mag ook niet ontbreken, en we likken het op langs de trappen van de haven. Voor het eerst vind ik hoogbouw niet lelijk. De flatgebouwen zijn in mooie pastelkleuren beschilderd en vormen een decoratieve achtergrond voor de levendige haven. Het is 22 uur en nog steeds heerst er een heerlijke temperatuur. We dromen weg langs het water - dit is zeker even mooi zoniet mooier dan San Francisco en Kaapstad. Met spijt rukken we ons los van deze gezellige omgeving en duiken ons bed in.

Maar kangoeroes, die hebben we nog nergens gezien. Of toch wel : in stukjes gesneden op een bord bij de Thai. Zien we ze morgen ?

Dag 3 (Mireille)

Eenvoudig.

Vandaag trekken we naar de Outback, dus moeten we met de trein naar het station Domestic, waar we een binnenlandse vlucht naar Alice Springs kunnen nemen.

Er is redelijk veel chaos in het treinstation, vermits men dit weekend heeft uitgekozen voor grootscheepse werken aan de sporen.

Platform 22 : Airport Line. Dat is duidelijk. Op het elektronisch bord staan heel wat andere aanduidingen, dus vragen we het even aan een officieel met een spoorboekje onder de arm. "No worries, mate. You can pop here on every train. They all go to the airport." De aanduidingen op het bord zijn fout, want defect. De omroepster bevestigt het nog eens "Train on platform 22 going to Domestic and International Airport". Wij in de trein en waar gaat die niet heen ? Inderdaad …

Na een zevental stations ontdekken we de fout en overtuigen we 2 andere reizigsters om af te stappen. De terugtocht naar Central Station lijkt eindeloos – de trein stopt voortdurend. Gelukkig geraken we daarna op de juiste trein en kunnen we nog op tijd in de kraaknette hal van Qantas aanschuiven. Nu nog het juiste vliegtuig nemen …

Bij de lunch (om 10 uur 's ochtends) zien we het landschap onder ons veranderen van blauw naar groen en later naar rood. Na een zachte landing op de enige start- en landingsbaan die Alice Springs rijk is, komen we in een heet maar droog klimaat aan. De witte wolkjes met de blauwe lucht, het dieprode van de aarde en het groen van de bomen en struiken geven er een heel speciaal karakter aan.

Het hotel ligt een behoorlijk stuk uit het centrum. Zoveel is wel duidelijk als we langs een stoffige baan de verzengende hitte trotseren. Het stadje zelf valt ons wat tegen. Een ongezellig dambordpatroon, met overal aboriginals die in meer of mindere staat van dronkenschap onder de verkoelende schaduw van bomen en huizenpartijen een plaatsje hebben ingenomen. Eerder toevallig komen we bij het gebouw van de Royal Flying Doctors uit. Een videofilm, een bezoek aan de radiokamer en een interessant museum leren ons over de pioniersjaren en de huidige efficiënte werking van de vliegende artsen.

Aan het zwembad van het hotel krijgt Herman het aan de stok met het plaatselijke vogelbestand. Eerst mikt een felgekleurd soort parkiet takjes op zijn hoofd. Daarna kiest een witgrijs exemplaar tot vier keer toe zijn kruin uit tot landingsplaats. Aanzag hij zijn petje als prooi ?

Deze bloedhete dag sluiten we af met een aperitiefje en uitgebreid avondmaal in het hotel.

Morgen kangoeroes ?

Dag 4 (Herman)

Louey. De Louis voor de vrienden.

Dat is de naam van onze Toyota Landcruiser die we vanaf vandaag voor een aantal dagen huren om door de Outback te trekken. Het dametje achter de balie pulkt zenuwachtig aan haar neus bij de berg administratie die haar te wachten staat vooraleer we op pad kunnen gaan. Ondertussen somt ze de vreselijkste dingen op die onze wagen zouden kunnen overkomen, en vooral welke extra betalingen daaraan vasthangen. Nog even het gehuurd kampeergerei overlopen – wat is in 's hemelsnaam een "esky" (antwoord : het blijkt om een koelbox te gaan) – en daar gaan we off road. Natuurlijk klopt de technische beschrijving van het dametje langs geen kanten, maar een blik op het instructieboekje van de auto maakt ons heel wat wijzer.

De eerste stop brengt ons aan het Desert Park, waar de fauna en flora van Centraal Australië aanschouwelijk voorgesteld worden. De kleurrijke vogels in de volières kunnen ons wel bekoren, de zielige emoes en kangoeroes die in een hoekje weggedoken zitten daarentegen niet.

Standley Chasm is een mooie kloof waarin hoge rotswanden aan een klein poeltje eindigen. Hier wordt wel 5 Australische dollar per persoon voor aangerekend, voor een half uurtje wandelen !

Aan Glen Helen Lodge versieren we een plaatsje op de ultrakleine kampeerweide. Onze gehuurde tent blijkt van povere kwaliteit te zijn : 1 niet te stabiele stok met een canvas errond gespannen duidelijk daterend van één van de vorige wereldoorlogen. En met een muffe stank omdat de vorige gebruikers de tent nat weggeborgen hebben.

Ook het gasvuur heeft betere dagen gekend. Het zwakke vuurtje waait steeds uit. Het enige positieve is dat de omringende vliegen … vallen als vliegen. Maar wij misschien ook …

Nochtans smaken de lamssneetjes 's avonds overheerlijk. We tellen de sterren (en sterrennevels !) bij de klanken van een would-be Neil Young die in het restaurant een groep toeristen probeert te vermaken. Het is nog steeds 25°C, en ons Barossa-wijntje is verrukkelijk.

Maar kangoeroes in het wild … nog niet gezien.

Dag 5 (Mireille)

Dingo's leven 's nachts.

Dat hebben we gemerkt aan de serenade die het beest ten beste gaf terwijl wij in onze belachelijke indianentent probeerden in te dutten.

Een Japanner stond gisteren een hele tijd naar het gedrocht te staren. Plotseling glimlachte hij ons toe : "Good camping" …

Ik onderneem als eerste de tocht naar de douches. Daar ben ik nochtans niet alleen : kruipend en vliegend gespuis in alle maten en gewichten. Als ik de warmwaterkraan opendraai springt er zelfs een reuzengrote spin weg vanachter het douchegordijn.

Hoewel het kookvuur en de gasfles er indrukwekkend uitzien doet Herman er meer dan 30 minuten over … om koffie te zetten. Na het ontbijt wordt snel orde in de Louis gemaakt en vertrekken we onder een loden zon richting Ormiston Gorge. Ook deze keer weer een pittoresk baantje dat al enkele foto's oplevert.

Het is smoorheet als we de Ormiston Pound Walk aanvatten. Aan het Visitors Center lezen we dat een volledige rondwandeling niet mogelijk is vermits de weg op 2 plaatsen overstroomd is. Er wordt lakoniek bij vermeld dat er geen "gevaarlijke" dieren in rondzwemmen. Toch niet aan ons besteed.

We gaan heen en terug naar een uitzichtpunt van waaruit we de roze bergruggen van ons zien wegkronkelen. Na twee uur en een kwart wandelen komen we oververhit terug aan het Visitors Center.

Maar na een appeltje en wat boterhammetjes met La Vache Qui Rit zijn we terug voldoende hersteld om een tweede wandeling aan te pakken : de Ormiston Gorge Trail. Deze duurt maar 10 minuten maar brengt ons in een irreële wereld van witte zandstrandjes, groene bush, hier en daar een gum tree, helder blauw water en rode rotsen. We blijven even sprakeloos zitten. Maar wandeling 3 wenkt, de Gum Tree Walk tot aan het uitzichtpunt. Op de rotspartijen zijn zelfs kettingen aangebracht. Ook hier blijven we even genieten van de arendsblik over de hele gorge.

's Avonds begint het te stormen en vrezen we voor ons wankel tentje. Morgen toch een ander tentje gaan kopen. En vroeg opstaan om op zoek te gaan naar rock wallabies.

We moeten toch eens kangoeroes gezien hebben …

Dag 6 (Herman)

Rock wallabies steken overdag geen poot uit.

Bijgevolg staan we met de zon op om de Glen Helen Gorge af te speuren met onze verrekijker. We wandelen de oever af tot op de plaats waar de rots in twee splitst om een zijarm van de Finke rivier door te laten. De beestjes laten zich echter niet zien, die liggen waarschijnlijk alweer te maffen.

We rijden naar Alice Springs terug waar we meteen een nieuw tentje gaan kopen (95 AUD). Omdat we ons nog wat wijntjes willen aanschaffen en de bottle shops pas op het middaguur opengaan, moeten we nog een uurtje pauzeren vooraleer we verder trekken naar Kings Canyon.

Eerst een stuk langs de Stuart Highway, vervolgens opteer ik voor de dirt road die een eindje voorbij Stuart Well begint (de Bacon Range, 103 kilometer lang). Recommended for four wheel drives. De Louis laat zich van zijn beste zijde zien, langs een zand- en grintweg vol kuilen en ruwe stukken. Het rijden gaat fantastisch, al worden onze wijntjes wel ruw dooreengeschud. Af en toe moeten we een overstroomd stuk weg oversteken, en onvermoed plassen toveren Louis stilaan om in een bruin-rode jeep.

Op aanraden van de Lonely Planet zetten we ons (nieuw) tentje neer in Kings Creek Homestead, nog 35 kilometer verwijderd van het Watarrka National Park (Kings Canyon). Men wijst ons een subliem geïsoleerd plekje aan op een klein stukje gras tussen de struiken. Mét zelfs een kampvuur. Spijtig dat we hier maar één nacht blijven.

Pech met onze tent: de ritssluiting van onze binnentent is stuk. En met al die slangen en ander ongedierte … Gelukkig is Mireille inventief : dichtmaken met 10 wasknijpers.

's Avonds moeten we heel wat inspanning leveren om te vermijden dat ander vlees zich mengt tussen onze Engelse schotel. Het is hier pikdonker, en we genieten van een eens te meer schitterende sterrenhemel. Om de vijf seconden verschijnt er een bliksemschicht in de verte : slecht weer in Uluru ?

Al veel insecten gezien, maar kangoeroes, ho maar !

Dag 7 (Mireille)

Putteke ochtend.

Bij een draaglijk temperatuurtje met veel wind wandelen we door de Kings Canyon. Op en neer langs rotsformaties, door kloven en langs uitzichtpunten. De Kings Canyon Walk (6,6 kilometer) staat als "difficult" aangeduid en zou in principe 3 à 4 uur tijd vergen. We doen er rustig wandelend amper 2 uur over … Alles is relatief. De wandeling leidt ons over de rim van de canyon, met tussenin een afdaling naar de Garden of Eden, een heel aangename oase met bomen, struiken en een hagelwit strandje.

Tijdens de autorit naar Uluru begint het zowaar te regenen. Tijdens onze lunch (boterhammetjes met "The Laughing Cow" kaas) krijgen we voor het eerst op deze vakantie zelfs kou, zodat we daarna de airco in de wagen moeten uitschakelen.

Het Yuluru Resort oogt modern en heel toeristisch met hotels, lodges en kampeerplaatsen. De dame van de receptie somt de hele reglementering in een snel tempo op. Een echte waterval. En dan hebben we nog niet goed opgelet. Per vergissing komen we immers op de plaatsen voor de camper vans terecht. We zoeken vergeefs naar gras en zetten ons tentje dan maar neer op de rode aarde. Daarna vinden we dan toch de weide met de trekkerstentjes en organiseren we de verhuis. De plaatsen zijn duidelijk afgebakend en vooral … piepklein. De Ceasars Salad (on my way) en de sterrenhemel blijken ook vanavond toppers. De temperatuur is naar Belgische maatstaven zwoel.

De kangoeroes zullen verhuisd zijn naar koelere oorden …

Dag 8 (Herman)

1 oog open en het andere terug dicht.

Twintig over vijf en toch moeten we eruit want zonsopgang aan Ayers Rock. We spurten naar een uitzichtpunt op het domein waar we net op tijd toekomen. Mireille nestelt zich tussen zes andere meisjes op een rond stenen verhoog om de prille zon en de Uluru op de gevoelige plaat vast te leggen. Alhoewel om eerlijk te zijn het zicht op Kata Tjuta in zuidelijke richting veel imposanter is.

Daarna rijden we het Uluru – Kata Tjuta Nationaal Park binnen. We zien hoe kleine stipjes de Uluru opklimmen en afdalen. Met horden Japanners als tegenliggers beginnen we ook aan de klim. Vooral het begin is loodzwaar : 60%. We zien hoe sommigen in spurt beginnen maar tien meter verderop al uitgeput languit in de weg liggen. Voor anderen is de afdaling een beproeving : rugwaarts en zich krampachtig aan de ketting vastklampend. Dit kan nog uren duren.

Verderop wordt de helling genadiger maar wordt het lastig met de enorm felle windstoten die zich voordoen. Op de top zie ik een vuilnisbak ; bij nader toezien blijkt het om een panoramatafel te gaan. Mireille komt tien minuten na mij boven. Schrik gehad toen ze niet meer kon ademhalen van de wind, en een tijdje blijven zitten.

Boven waait mijn petje weg en ik moet een felle spurt inzetten om het nog net voor de afgrond te kunnen wegritsen.

De afdaling gaat verrassend vlot. Mireille moet maar een paar keer op haar zitvlak naar beneden. Aan het startpunt zitten maar een tiental mensen meer, alle toerbussen zijn weg.

De wandeling rond de rots laten we vallen wegens te saai. In het Visitors Center proberen we wat te begrijpen van de lokale Aboriginal cultuur, doch ik denk niet dat we door ons examen zullen geraken.

Nog even van op een afstand de monoliet vereeuwigen, en dan een hele namiddag in de schaduw boekjes lezen en koffie/thee drinken (hoera, met koekjes !). Ook een uitgelezen ogenblik om de was te doen.

Weer een zwoel avondje met ons vertrouwd recept. En geen vliegen te bespeuren.

Kangoeroes ook niet.

Dag 9 (Mireille)

Vele hoofden.

Kata Tjuta in de Aboriginal-taal. Al twee dagen kijkt ze ons lachend aan. Als we op de parking aankomen en we dat we blijkbaar niet de enige zijn de Valley of the Winds gaan aflopen. En wind is er … en lastige vliegen ook.

Een saai, weer eens aangelegd pad brengt ons tot een afdaling die al iets toffer is. Beneden is er een brugje, picknicktafels en vier richtingaanwijzers. Daarna slaan we rechts af en kronkelen tussen de bollen door. De paden tussen de Olga's vallen nog mee, de verbindingsstukken zijn echter oersaai. Het gaat allemaal zo snel dat we zelfs per vergissing een tweede keer aan het circuit beginnen als we terug aan de picknicktafels aankomen. Die Aussies stappen toch een stuk trager dan wij !

En dan is het tijd om de terugtocht aan te vatten naar Alice Springs. In totaal zowat 500 kilometer. Met om de 100 à 150 kilometer een "bebouwde kom", namelijk een farm met meestal een benzinestation annex winkeltje, een wei met kamelen en één keer ook kangoeroes. Herman hangt enkele tientallen kilometer achter een roadtrain – onmogelijk om het gevaarte van 50 meter lengte in te halen. Onderweg stoppen we ook nog eens bij een Viewing Dune Point. Dat is een uitzichtpunt die ook als wandeling staat aangeduid : 200 meter heen, 200 meter terug, 6 of 7 infoborden, duur … 30 minuten asjeblieft. Misschien op de wijze van de processie van Echternach ?

Vanavond trakteren we onszelf op een diner in het Ainsleys Restaurant van het Vista Hotel. Het is er een drukte van jewelste. Allemaal piekfijn uitgedoste Australiërs met allerlei drankjes in de ene en toeters en bellen in de andere hand. De hele avond toeteren de toeters en knallen de crackers. Kerstfeestje van een firma. En ondertussen is het hele hotel ook in een kerstsfeer ondergedompeld.

De airco-kamer in Alice Springs is een heel verschil met de vorige bush-nachtjes.

Maar do-do gaat wel vanzelf.

Dag 10 (Herman)

Een wekker is een handig instrument …

als je het tenminste niet vergeet aan te zetten. En hier worden we niet automatisch wakker van de zon en de vogeltjes zoals op camping. Het ontbijt blijkt 5 AUD duurder dan de vorige keer, en is bovendien al volledig geplunderd door Duitse groepstoeristen.

We hebben geen geluk met onze gekochte spullen : het scheerapparaat functioneert ook al niet meer naar behoren. Ik zal er binnenkort als een echte Outbacker uitzien.

Vooraleer een vlucht te nemen naar Adelaide en afscheid te nemen van trouwe Louis (met airconditioning, CD-speler, massa's plaats, armsteunen met ingebouwde picknickruimte en –accessoires, volautomatische spiegels en antenne, enz. enz., 5 niveaus hoger dan wat we thuis in de garage hebben staan) bezoeken we nog Simpson's Gap (een mooie kloof waar naar het schijnt 20 rock wallabies moeten zitten – stonden er waarschijnlijk toch wel 20 rotsen in de weg zeker) en Telegraph Station. Hier vertelt een "halve" Aboriginal met enthousiasme over zijn jeugdjaren. Hoe hij verstoten werd omdat hij geboren werd uit een blanke vader en een Abo-dienstmeid. Hoe hij opgevangen werd in het tot schooltje omgebouwde telegraafstation. Over de eerste mannen die ieder gedurende 8 jaar (einde 19de begin 20 ste eeuw) het eenzame telegraafstation beheerden. Dit station was de eerste snelle communicatievorm tussen moederland Groot-Brittannië en Australië. Ooit lag hier de bakermat van Alice Springs. Na deze uitleg sloft de man weg ("Ik ga even kijken of ik geen rock wallaby zie") en neemt een slok water uit een recipiënt dat in een boom hangt. Puur natuur.

Wij hebben daarstraks ook nog even naar het hotel mogen terugspurten omdat we deze notities in de kamer vergeten waren.

Bijna was dit reisverslag voor de mensheid verloren …

Dag 11 (Mireille)

We worden er helemaal tureluurs van.

Bij aankomst in Sydney moesten we 10 uur tijdsverschil overbruggen – in de Outback was het dan weer anderhalf uur vroeger – en nu in South Australia moeten we de klok weer een uur vooruitzetten.

Gisterenavond hebben we in Adelaide vergeefs naar een café gezocht. De meeste waren om 10 uur al gesloten, en als er al eens één open was had die geen alcohollicentie. Vanmorgen werden we door de bus van Sealink netjes voor het hotel afgehaald. Aan Cape Jervis kijkt iedereen wat bezorgd als de bagage lang aan wal blijft staan, doch op het laatste nippertje worden de reiskoffers nog aan boord van de Sealion 2000 gehesen. Kangaroo Island ziet er dichtbij (50 minuten varen) en klein uit.

Bij aankomst in Penneshaw slagen we er niet in om de balie van Budget Rent-a-Car te vinden. Het is een piepklein plaatsje, met enkel maar een loket voor de boottickets. Na een tijdje komt er dan toch een vertegenwoordiger toe (enkele Japanners hadden, het wachten beu, ondertussen reeds ingebroken in een Budget-wagentje dat langs de kant stond …) en brengt ons naar een plaatsje iets verderop. Hij rijdt vervolgens onmiddellijk weer weg om de Japanners te gaan ophalen (voor ze nog meer stommiteiten uitsteken). Als we in het kantoor willen binnenstappen merken we tot onze verbazing dat het een "bottle shop" is. Allemaal wijntjes en sterke drank. Navraag leert dat ze ook in huurwagens doen …

Na de Louis van onze vorige tocht heeft deze auto een minder voor de hand liggende voornaam : AXS624.

Met de auto vol wijn trekken we naar onze vuurtorenaccommodatie. SNP Natuurreizen spreekt van een "minder comfortabele overnachting" – wij dus op het ergste voorbereid. Al spoedig doemt het rood-witte baken aan de horizon op : een prachtige vuurtoren met vlakbij 3 huisjes : voor de vuurtorenwachter en 2 helpers met familie. Wij zijn helper. Het zijn prachtig gerestaureerde woningen van zandsteen met een blauw leien dak. Binnen vallen we van de ene verbazing in de andere : een rustiek ingerichte keuken met alle comfort : oven, microgolf, warmwaterketel, gasfornuis, koelkast, diepvriezer. Pure luxe. Drie slaapkamers, een salon met open haard. Volledig ingerichte badkamer. Parket.

Eenvoudige accommodatie …

Aan Admiral's Arch (een doorboorde rots) zien we hoe de fur seals zich koesteren in de zon. Wel weer een aangelegd pad over houten staketsels. Een namiddagje in de zon wordt wel verknoeid door de massa's vliegen die het op ons gemunt hebben. Een vliegennetje brengt geen soelaas, dus vluchten we in de airco wagen om te gaan kijken naar de Remarkable Rocks (prachtig uitgesleten rotsfiguren) en om op zoek te gaan naar kangoeroes. En dit keer lukt het. Bij het Vistors Center aan Rocky River zien we een gebeeldhouwd exemplaar staan. Maar het blijkt te bewegen …

Verderop zien we nog meer van die dieren – wallabies en kangoeroes. De ene al wat meer schichtig dan de andere. Bij een avondwandeling bij zonsondergang valt Herman letterlijk bijna over een wallaby ? kangoeroe ?

De avond brengen we in grandeur door met een wijntje bij het haardvuur. En we kiezen één van de drie slaapkamers uit tot ons domein. Ik houd het niet lang uit en opteert voor dromenland. Herman leest nog wat verhalen van de oude vuurtorenwachters.

En nu nog koala's zien.

Dag 12 (Mireille)

Heerlijk uitgeslapen.

Naar onze Australische normen staan we vandaag heel laat op. Als we op weg zijn naar Rocky River is het inmiddels over elven. We beginnen met een 3 kilometer lang wandelpad. Bij aanvang moeten we de onderzijde van onze schoenen afborstelen, dit om vermenging van de twee biotopen tegen te gaan. Moeten de kangoeroes dat dan ook doen ?

Na 100 meter staan er eucalyptusbomen. En daar vatten we onze speurtocht naar koala's aan. Na een hele tijd turen en ten koste van een stijve nek ontwaren we er uiteindelijk eentje niet te hoog in een boom. Slapend. Die beesten slapen 20 uur per dag. We proberen enkele foto's uit. Ik denk dat we een pijltje in het album zullen moeten zetten.

Als een ware Sherlock Holmes gaan we verderop op zoek naar platypussen (vogelbekdieren). Maar hier hebben we minder meeval. Bij een poel staren we voortdurend naar het water doch geen platypus te zien. Zoals zoveel andere dieren zijn ze actiever bij schemering, doch je kan op dat moment niet overal tegelijk zijn. Op de terugweg flaneren we tussen de Cape Barren-ganzen met fluogele bek, én kangoeroes.

Een onverharde weg brengt ons hotsend en botsend naar West Bay, een fantastische baai met sterk geërodeerde rotsen en een perfect zandstrand. En vooral volledig verlaten. Niet doorvertellen aan Club Med.

Na een paar uurtjes heerlijk relaxen keren we terug naar de lodge. Daar stel ik vast dat ik 1 sandaal mis. Wij terug naar het Visitors Center. Waar we ontdekken dat de ontbrekende sandaal gewoon achteraan in de wagen ligt. We zoeken troost bij een aperitiefje in de zon uit de wind aan onze "Karatta" lodge.

Avondwandeling. Plotseling een echidna gezien. Rustig aan een mierenmaaltijd bezig. Fototoestel niet bij. Herman spurt naar de lodge. Terug. Echidna ribbedebie.

En ondertussen heb ik toch maar lekker 2 kangoeroes voorsprong op Herman.

Dag 13 (Herman)

We doen het goed als vuurtorenwachter.

We verhuizen dan ook meteen maar naar een andere vuurtoren. Aan Cape Borda, langs de noordkust.

We kunnen het ons niet nalaten om nog eens naar de koala's te gaan zoeken. En ja hoor, Mireille vindt er eentje. Als we terugwandelen kruist een echidna ons pad. Snel neem ik enkele foto's.

's Middags trekken we naar Seal Bay waar we een rondleiding krijgen van een jonge vrouwelijke ranger. De zeeleeuwen liggen er op hoopjes bij elkaar, vooral vrouwtjes en onvolwassen dieren. De vrouwtjes rusten hier 3 dagen uit, waarna ze 3 dagen ononderbroken (!) op visvangst gaan. Een week na hun bevalling zijn ze alweer zwanger. Wat een leven !

De weg naar Cape Borda is een verschrikking. Onverhard, met zand en steentjes in lagen opeengehoopt. Tegen 20 per uur dokkeren we over de weg, terwijl de auto enorm dooreengeschud wordt. En 't is geen 4x4.

De vuurtoren van Cape Borda is eens te meer een fraai exemplaar, rechthoekig dit keer, én nog in werking. Ernaast staat een weerstation waar een ranger elke 3 uur de weersgegevens komt noteren. Wij logeren in één van de twee aanpalende lodges van de vroegere vuurtorenwachters. Weeral pure luxe : 3 slaapkamers, een volledig ingerichte keuken, een salon in oud-Engelse stijl. Met een gigantisch radiomeubel uit de sixties. Rondom de lodge dartelen kangoeroes rond. En vliegen.

We maken enkele uitstapjes naar fraaie uitzichtpunten : Harvey's Return en Scott's Cove. Harvey's Return is overigens een precair rotspad naar beneden, waar enkele andere toeristen onmiddellijk afhaken.

Een koffietje en een aperitiefje op het terras, lekker dineren in de gedistingeerde eetzaal, en dan nog een kille en dus korte avondwandeling. Aan het weerstation horen we voortdurend oproepen, moeten we die niet beantwoorden ?

's Avonds giert de wind door het huis - de zwaailichten van de vuurtoren verlichten met regelmatige tijdstippen onze kamer, en Mireille denkt 's nachts dat er kangoeroes rondhuppelen in huis.

O ja, kangoeroes.

Dag 14 (Mireille)

Kangoeroes in de hall ?

Een paar maal wakker geschoten vannacht door aanhoudend gebonk in de hall. Ik was er zelfs van overtuigd dat er een kangoeroe steeds heen en weer huppelde. Later denk ik zelfs aan een spook, of toch muizen ?

Als we naar de Ravine des Casoars rijden staat er parmantig een 26ste kangoeroe op de rijbaan naar ons te staren alvorens het bos in te hoppen. Wij zitten ook al op 4 echidna's en 3 koala's.

De wandeling belooft een stevige brok te worden : 5 uur rondwandeling (en nochtans maar 8 kilometer). Het begint met een zig-zag door een bos, waar bontgekleurde vogels voor de achtergrondmuziek zorgen. Er zijn geel-groen-rode, en zwarte met een fel rode buik. Daarna duiken we het ravijn in, waar nogal veel bomen tegen de vlakte liggen. Een zandpad langs een rivier brengt ons tenslotte aan een eens te meer idyllisch zandstrand met verweerde rotsen, waar men hier een patent lijkt op te hebben.

De terugweg verloopt vlot, en na goed 2 uur (in plaats van 5 !) staan we terug aan de car park. Begrijpe wie kan.

In de namiddag spreken we de knapzak aan, alvorens nog de pelikaan op ons lijstje toe te voegen, in Kingscote. Voor een hoofdstad (van het eiland) komt Kingscote maar heel kleinschalig over (amper 4000 inwoners).

En dan is het tijd voor het afscheid van Kangaroo Island. Als de ferry aanmeert in Cape Jervis (South Australia) zien we nog net hoe het laatste stukje zon achter KI verdwijnt.

Beter kunnen ze het in een film niet bedenken.

Dag 15 (Herman)

Merry Christmas.

Hotel Adelaide Riviera hangt vol kerstversiering. En het is vandaag 38° C. In de schaduw.

We nemen onze nieuwe huurwagen in ontvangst. Onze Toyota Camry GSI brengt ons vlotjes langs gemakkelijke baan tot in Wilpena Pound (al rijd ik bijna een schaap aan - die dieren lopen hier gewoon van de ene wei in de andere langs het asfalt). Daar krijgen we de sleutels overhandigd van onze chalet, weer met alles d'erop en d'eraan, en met een schitterend terrasje. Rondom ons zien we overal grazende emoes en kangoeroes. Zo moet vakantie zijn.

En vandaag is het feest : 10 jaar getrouwd. En daar klinken we uitgebreid op.

Maar deden we dat al niet alle dagen ?

Dag 16 (Herman)

Demanding.

Zo staat de wandeling omschreven naar St Mary's Peak.

Iets te laat vertrokken (7.45 uur) omdat de wekker op een ander uur afliep dan geprogrammeerd. Het beginstuk loopt parallel met de befaamde langeafstandwandeling "Heysen Trail". Daarna splitsen we af en lopen we een uur glooiiend door het bos. En dan begint het te klimmen, eerst nog rustig, maar dan flink omhoog tot aan de Tanderra Saddle. Van daar is het volgens een wegwijzer maar 800 meter meer, maar daar doen we nog bijna een uur over. Het is voortdurend zoeken naar de blauwe driehoekjes, en veel verkeerd klauteren moet jer hier niet doen want we lopen rakelings langs de afgrond. Na veel zwoegen halen we dan toch de top op 1100 meter hoogte, waar 2 kerels rustig liggen te zonnen.

De afdaling is zoals verwacht ook een stuk acrobatie, met regelmatig stukken van anderhalve meter hoogteverschil. Ik scheur mijn broek aan een weerbarstige tak, maar we komen heelhuids maar dorstig beneden, en dus duiken we het winkeltje van Wilpena Pound binnen op zoek naar een heerlijk koel biertje. De Victoria Bitter's zijn in een oogwenk leeg ...

Onze totaaltijd : 5 uur 10 minuten tegenover de voorgeschreven 6 uur. Dat valt nog mee.

's Avonds maken we nog een tweede wandleing naar een uitzichtpunt. En we zien veel kangoeroes.

Hop, hop, hop.

Dag 17 (Mireille)

38°C.

Dus weinig activiteit.

Als Herman onder de douche staat, sluit ik mezelf per vergissing buiten. Hier sta ik zonder lectuur of dagboek. Het is bloedheet en dat om halfnegen 's ochtends. Ik kan zelfs niet in de zon blijven zitten. Gelukkig is er al schaduw op het terras.

We gaan nog even kijken naar het solar system van Wilpena Pound, en trekken dan richting Mount Remarkable National Park. Daar zien we een echtpaar oververhit van een wandeling in Alligator Gorge terugkeren. De man doet er uren over om drinkwater te gaan halen aan het kraantje, terwijl zijn vrouw volledig uitgeteld naast onze picknicktafel zit.

Na onze smos dalen we ook de trappen af naar "The Terraces", weinig spectaculaire door de weerselementen uitgeschuurde terrassen. Dan trekken we door "The Narrows", waar de wanden van de rotsen op zowat twee meter van elkaar komen. Duizenden vlinders, vliegen en motten zorgen voor een sinister schouwspel : met de handen voor de ogen spurten we door de kloof. Plotseling komen de vogels ook tot leven. We horen de akelige lach van een kookaburra, en dan barst een gekrijs los die in een horrorfilm niet zou misstaan. Als slotstuk volgt nog een saai stuk door een gum tree woud, en dan staan we terug aan de wagen.

Beslissing : te heet om te wandelen. Met de airco op volle kracht stoppen we nog even in Melrose, 300 inwoners ... die volgens mij allemaal buiten staan aan te schuiven aan de parochiezaal. Het geroezemoes klinkt helemaal zoals in de kloof ...

Dan maar langs een kronkelende weg door een kloof (langs Port Jermain en Port August, door ons omgedoopt in Tante Germaine en Nonkel August) naar ons gezellige hotel in Port Pirie, waar ik meteen het zwembad induik. De lokale vogeltjes komen op hetzelfde idee (het water induiken), en als een storm opsteekt houd ik het voor bekeken.

Het avondeten verloopt in kerstsfeer : slingers en kerstmuziek.

"I'm dreaming of a white Christmas".

Ze kunnen zo nog lang dromen ...

Dag 18 (Herman)

Om 11 uur 's ochtends wijn proeven ?

Aan ons niet besteed. Bovendien valt de Barossa wijnstreek ons tegen : nogal kleinschalig en geen mooie streek. Bij de Orlando Wineries van Jacob's Creeek draaien we de auto en stomen door naar Adelaide, waar we voor de derde keer de sleutels in ontvangst nemen in het Adelaide Riviera Hotel.

Na een stadswandeling duiken we binnen in het Amalfi restaurant. Heel druk, vol geroezemoes, gelukkig hadden we gereserveerd. Uitstekende pizza's, en een heel gezellige avond.

En ondanks 3 pintjes nog dorst afzien 's nachts.

Dag 19 (Herman)

In het zakje blazen.

Na een tocht van meer dan 500 kilometer worden we op amper ... 10 meter van ons hotel staande gehouden door een politiepatrouille.

Weer een keurig hotelletje van Best Western, evenwel zonder terrasje zodat het avondmaal een binnenaangelegenheid wordt. Rondom doemen de pieken op van het Grampians National Park, bebost langs de ene kant, donkergrijze rotsen langs de andere kant.

De temperatuur is "gezakt" tot 28° C, en dus begint Mireille zelfs kou te krijgen.

Wat gaan wij in de Belgische winter doen ?

Dag 20 (Mireille)

Er lag reeds veel stof op de wandelschoenen.

En daar gaan we vandaag iets aan doen. We nemen eerst ons ontbijt in de kamer, en met de kaart onder de arm vertrekken we voor de wandeling naar de Pinnacle. Na enkele minuten valt onze Australische dollar : de wandeling vertrekt niet vanuit het centrum van Halls Gap, maar wel enkele kilometers verder vanaf het Wonderland carpark.

Met de auto er dus heen. Bij het vertrek staat een aankondigingsbord dat de Pinnacle niet toegankelijk is. Eerst lopen we door de Grand Canyon, aangelegde paden, relingen en trappen. Langs de kant zijn er rotsklimmers bezig, zoiets hebben wij aan St Mary's Peak zonder bevestiging, touwen en helm gedaan ...

Af en toe zien we een veelkleurige parkiet wegritsen. De Silent Street is een smalle gorge, net breed genoeg voor 1 persoon. Boven hoor ik opeens ... een grasmachine. Het blijkt evenwel een frees te zijn die een arbeider gebruikt om een nieuwe afrastering te plaatsen op Pinnacle Rock. Maar overal zien we gelijkaardige rotspunten, en overal zijn de uitzichten even verbluffend. Hall's Gap ligt aan onze voeten.

Een tweede korte wandeling brengt ons tot de Venus Baths. Venus zal hier dan toch wel tussen de Aboriginals gedoucht hebben, want blanken waren er toen nog niet. De smos wordt verorberd bij een klaterend stroompje, en we genieten nog na bij een biertje aan het zwembad.

We bereiden onze volgende (?) Australië-reis voor met een zonet gekochte gids over Caming & Tramping in Australia. En we kochten nog een tweede souvenir. Een boomerang.

Straks toch even proberen of die wel écht terugkeert.

Dag 21 (Herman)

De oceaan.

En daarnaast een "highway", de Great Ocean Road.

Het duurt nogal lang eer we de eerste oceaanzichten krijgen, de baan blijft immers nog een tijdje halsstarrig in het binnenland kronkelen. Maar dan komt het ene schitterende uitzichtpunt na het andere, steeds met een parkeerplaats zodat we bij elke stop steeds dezelfde toeristen te zien krijgen. De verweerde rotsen kregen hier allemaal een naam, zoals bijvoorbeeld de Tower Bridge. Tien jaar geleden moesten ze twee toeristen op die Tower Bridge met een helikopter ontzetten, toen het verbindingsstuk met het vasteland in zee stortte en de twee zich plotseling op een eiland bevonden. Het hoogtepunt komt onder de vorm van de Twelve Apostles, een ongelooflijk fotogeniek landschap met 12 rotspunten die uit de mooie blauwe zee uitsteken.

En dan is het zoeken naar een kampeerplaats, niet te ver van Melbourne, waar we morgenvroeg een aansluitende vlucht naar Sydney zullen nemen. Apollo Bay ziet er heel gezellig uit doch ligt helaas nog wat te ver van Melbourne. Anglesey is een dorpje van twee keer niks, en dus zetten we ons tentje op in Torquay, een brave badplaats van doenbaar formaat. We stappen een levensmiddelenwinkel binnen, en weer buiten bij gebrek aan voldoende keuze en verse producten. Gelukkig ontdekken we iets verder een Food Works grootwarenhuis, waar we wel een subliem "buffet" avondmaal kunnen samenstellen.

Sorry voor de middenstand van Torquay.

Dag 22 (Mireille)

Tentje inpakken en weggooien !

Met de kaart op mijn schoot moet ik Herman naar de luchthaven loodsen. Een klein foutje en we missen een eerste klaverblad, maar gelukkig komen we op de juiste ringweg terecht door de eerste afrit te nemen. Vanaf hier staat de luchthaven gelukkig aangegeven.

Op het vliegtuig krijgen we een belegd broodje en een zoetje en fruitsla. Maar dat vult onze maag niet. Bijgevolg gaan we in het bruisende China Town in Sydney op zoek naar een noodle shop. Even later zitten we tussen allemaal Chinezen, en de fried noodles smaken overheerlijk. Alleen zijn de schotels zo gigantisch groot (en dat voor amper 8 dollar) dat we na een tijdje moeten passen.

Daarna gaan we wat snuisteren in Haymarket (T-shirts met de typische road signs kopen) en nemen we de monorail die even boven de centrale straten rondcirkelt. Voor 3,50 dollar kan je zoveel toertjes maken als je wil, zolang je de rondrit maar niet onderbreekt.

Nadien slenteren we nog wat door de stad om uit te komen bij Darling Harbour waar het zonnetje eindelijk door de wolken geraakt, en wij ons langs de kade vleien voor dat extra laagje bruin.

Volhouden zonnetje tot morgenavond.

Dag 23 (Herman)

Een geheime tip van Mireille.

De Chinese Gardens zijn een oase van rust. Een meertje met talloze pagoden, verborgen hoekjes, watervalletjes, en veel groen. En stilte. En heerlijke geuren. Een aanrader.

En dan is het tijd voor afscheid. In het zonnetje. Op een terras bij een wit Barossa-wijntje. Plannen maken voor onze volgende Australië-reis ...