Reisverslag Bodensee

Donderdag 28 en vrijdag 29 mei 2009 (Herman)

- ‘Alles klar ?, vraagt de gastvrouw aan het ontbijt.

De Frühstück was inderdaad prima. Zelfs der Kommissar zou het geen misdaad gevonden hebben.

- ‘Zijn we klaar ?’, vraag Mireille. Bagagetassen stevig vastgesjord op onze fietsen, inhoud nog een laatste keer nauwgezet gecontroleerd, banden keihard opgepompt, uitstekende conditie en helderblauwe lucht. Dat moet de start van een fietsvakantie zijn.

Helemaal rond de Bodensee, inclusief de extra toertjes rond de Untersee en Überlingen See. Zes hotels via internet gereserveerd, op fietsbare afstand van elkaar. Van de eigenaars van ons overigens uitstekende hotel Iris am See in Radolfzell mogen we de wagen een week op hun parking laten staan. Op het einde van onze rondrit logeren we er nog een nachtje.

Het hotel ligt vlak aan het meer, op de rand van het Naturschutzgebiet Mettnau. Radolfzell zelf vonden we niet zo spectaculair, vrij modern met hier en daar enkele historische gebouwen. We streken er gisterenavond neer op een terras aan het water en de Bahnhof (restaurant Bandoleros) en zagen de grauwe lucht van overdag stilaan opentrekken. Burrito’s en fajita’s op ons bord. Hopelijk blijft de Mexicaanse griep uit …

Een heel batterij borden toont ons de weg naar Markelfingen. Een bospad langs de spoorweg met rechts een doorkijkje op het meer tussen het riet. En een zee van bloemen. We zijn nog geen 500 meter weg of Mireille ligt reeds op haar buik te experimenteren met de zoomfunctie van haar fototoestel.

Vele megapixels later stellen we vast dat de Deutsche Bahn ons nog een hele tijd gezelschap houdt. We moeten wel even wennen aan de bewegwijzering met kleine stickers. Een afbeelding van een fietser met een blauw achterwiel in de vorm van het meer. In Markelfingen mogen we aan een natuurgebied niet verder. Geen aanduidingen te vinden. De spoorweg over en wat verder zien we richtingbordjes staan. Een vrijliggende brede fietsboulevard naast een drukkere baan. Waarom kan zulks in België niet ?

In Allensbach fietsen we door een woonwijk en komen dan aan de rand van het meer waar Mireille zwanen op de gevoelige plaat vastlegt. In een mum van tijd staan we aan de langgerekte dam die ons 2 kilometer verder naar het eiland Reichenau leidt. We passeren de ruïne van een stadspoort en slaan aan de mooie Sankt Georgkerk rechts af naar het meer, dat hier blijkbaar de Gnadensee heet. We peddelen tussen kruidenvelden, groentekwekerijen en bloemenperken. Zelf bloemen afsnijden of zelf aardbeien plukken is hier de boodschap. Een dame neemt de betaling in ontvangst. We bezoeken een gerestaureerde middeleeuwse kruidentuin aan een klooster. Mireille zou wel wat scheuten willen want de meeste bezit ze nog niet in haar kruidenperkje thuis.

We vinden een bankje in de zon aan een aanlegsteiger voor plezierboten. Mireille snijdt tomaten en een stukje van haar vinger. In Duitsland moet er altijd vlees bij zijn …

Fietsers komen en gaan, een drukte van jewelste. Wat moet dat hier in het hoogseizoen zijn ? Een poes zoekt hogere oorden op, op zoek naar een mals vogeltje. Opdracht mislukt en ze is al blij als ze met veel moeite uit de kruin terug op de begane grond geraakt.

Via een heerlijk kustpad bereiken we het uiterste puntje van het eiland, aan de elfde-eeuwse Sankt Peter und Paul Kirche. Zalig in de zon, windvrij. En van hieruit kronkelen we over onverharde paden tussen de velden van Niederzell over Mittelzell naar Oberzell tot aan de dam. Nog eens goed doorvlammen en dan een drukke baan volgen – met afzonderlijk fietspad – tot Konstanz.

Waar we recht op ons hotel uitkomen. Birger Ecke, een historisch gebouw op een hoek. Beneden een typische Stube. Fietsen door de hall en dan een precaire trap op om ze op een buitenterras te stallen. Het bejaarde publiek in de Stube blijft ons maar aanstaren. Tot onze opluchting merken we later dat we wel niet de enige fietsers in het hotel zijn.

We volgen een ANWB-wandeling door Konstanz, met een gezellig centrum vol historische gebouwen. We drinken een afschuwelijk biertje aan de Münsterkerk en stellen vast dat hier enorm veel kerken en bakkers zijn, al dan niet met Konditorei.

We maken nog een ommetje naar … Zwitserland. Kreuzlingen ligt wat verderop, voorbij een streng bewaakte douaneovergang. Voetgangers en fietsers (als ze afstappen) mogen onbekommerd door. Verboden voor vrachtwagens. En voor de personenwagens sluit het tussen 20 en 8.

In de ongezellige industriestad zoeken we een geldautomaat. Zwitserland is toch bezaaid met banken ? Vergeet het, we zijn al blij als we aan het station een automaat vinden waar we wat euro’s voor Zwitserse franken kunnen wisselen. Zakgeld voor op onze rondrit die deels op Zwitserse bodem zal verlopen.

En na de Mexicaan van gisterenavond gaan we voor … Indisch.

Duitse gut Bürgerliche Küche ? Nooit van gehoord …

Zaterdag 30 mei 2009 (Mireille)

’s Avonds misschien burgerkeuken, maar ’s morgens een koninklijk ontbijt met de koningin der groenten: de Spargel. De witte asperges zijn opgerold in een rondje ham. Verder doen we ons te goed aan opgevulde eieren, visrolletjes, een hele kaasschotel en spek met eieren (met die geur werd ik vanmorgen trouwens wakker).

Dan hijsen we de fietstassen op de fiets en rijden onder een stralend blauwe hemel Konstanz uit. Een strak windje zorgt voor wat frissere temperaturen, maar we klagen zeker niet. Vandaag staat de Überlinger See op het programma met Überlingen als eindpunt. Volgens Herman 54 kilometer, volgens de fietsbordjes 13 … Maar die spelen vals – ze nemen iets buiten Konstanz de veerboot.

Wij verkiezen de overlandtocht en rijden na zo’n zes kilometer langs een grote parking vol toerbussen en een overvolle fietsenstalling met bagagekluisjes. We bevinden ons immers aan de toegangsweg naar het eiland Mainau. Het bloemeneiland vol parken en tuinen werd aangelegd door Frederik I. Sinds het midden van de vorige eeuw is het opengesteld voor het publiek en nu ontvangt het zowat 2 miljoen bezoekers per jaar.

We staan een hele poos te twijfelen. 15 euro inkomprijs per persoon. Nogal duur. Bezoeken of doorfietsen ? Uiteindelijk kopen we toch kaartjes en volgen de overwegend Duitstalige toeristenstroom, eerst langs souvenirwinkels, cafeetjes en restaurants, maar daarna voorbij bloemenperken, serres, sfeervolle hoekjes, siervol gesnoeide buxusplanten, een kunstig gevormde pauw met bloemenstaart. Naar de rozentuin is het even zoeken, het rododendronhoekje vinden we heel toevallig. Ook de kaart van de Bodensee is in bloemformaties uitgebeeld terwijl vergeet-me-nietjes een herinneringstekst uitbeelden die enkel vanaf de kade kan gelezen worden.

Om 12 uur houden we de bloemen voor bekeken en fietsen verder, hoog boven het woelige meer. Een camping, boomgaarden, een dorpje. Even langs het water en dan zoeken we het weer hogerop. In een kleine superette vullen we de knapzak met semmelbroodjes, kruidenkaas en water. Geen minuut te vroeg want tien minuutjes later sluit de winkel haar deuren (zaterdagnamiddag sluiten de winkels in Duitsland).

De weg blijft klimmen. Het meer is uit het zicht verdwenen. Even slaat de twijfel toe. We rijden toch nog wel juist zeker ? Maar dan staan Bodsman en Überlingen aangeduid en in een klein dorpje krijgen we dan ook nog de mogelijkheid om een verkorting te nemen. Roetsj, een helling van 8% naar beneden. Herman vlamt een kraampje met asperges en aardbeien gewoon voorbij, maar beneden slaag ik er nog in om een bakje aardbeien als dessert voor vanmiddag te kopen.

We houden lunchpauze in Bodsman op een bankje aan het water. Windkracht 6, we krijgen het frisjes. De zeilboten slagen er nauwelijks in om niet te kapseizen. De kolvereendjes lijken zelfs zeeziek te worden.

Maar de laatste 15 kilometer gaan vlot, de stormwind gaat liggen, de Duitse spoorwegen blijven ons gezelschap houden en de Liegewiese langs het meer zijn overbevolkt. Over Überlingen had ik gelezen dat het toeristisch was, maar zo veel volk, neen dat had ik niet verwacht. Blankenberge op een zomerse zondag is er niets tegen.

Nog even zoeken naar het hotel (we lopen eerst de verkeerde richting uit), kleren wisselen en een zonovergoten terrasje aan het meer uitkiezen. En dan Dui … neen Grieks gaan eten.

Zondag 31 mei 2009 (Herman)

Mireille heeft gisterenavond haar leesbril vergeten bij de Griek. Even mijn Dativ en Akkusativ tegen elkaar plakken. Na enig speurwerk van de ontbijtdame vinden we de brillenkast met inhoud aan de zijkant van de bar.

Er staat veel volk in Überlingen op de ferry te wachten. Wij trekken ons fietsjasje aan en houden er meteen een flinke vaart op na. Er staat immers 70 kilometer op het programma.

Ondanks de bewolkte hemel zijn er veel fietsers en wandelaars vandaag, vooral dagjestoeristen en kampeerders. We verliezen het meer even uit het oog en komen dan op een vrijliggend fietspad langs een drukke baan. Superdruk tot aan de ferry van Meersburg en dan slalommen tussen de wagens. We parkeren de fietsen aan een chic hotel en verkennen de bovenstad. Prachtige vakwerkhuizen, fel versierde gevels en een Altes Schloss uit 1500. We klimmen tot een uitzichtsplatform waar nog de restanten van een groot feest staan. De Bodensee en Meersburg liggen aan onze voeten.

We kopen belegde broodjes in de benedenstad, fietsen nog even langs de oeverpromenade en komen dan op smalle grintpaden terecht. Tussen campings. Overvol. Voetgangers, fietsers, kinderwagens. Kilometerslang slalommen. Niet echt prettig.

Terug de grote baan op en voorbij Immenstaad en Fischbach houdt een zeppelin ons gezelschap. Friedrichshafen is een grote, drukke plaats maar aan een park aan het water vinden we een rustige plek om de pistoleekes op te puzzelen.

Dan zoeven we voorbij het Zeppelinmuseum en peddelen over grintwegen langs een oneindige serie kleine volkstuintje. Om dan in de drukke pinkstermarkt van Langenargen terecht te komen. Wat verder vindt Mireille een wat verborgen terrasje aan het water. Zo goed als verlaten. Tot wij er zitten, dan loopt het ineens helemaal vol. Wij gaan voor bier, bijna alle anderen voor een puntje aardbeientaart ‘mit Sahne’.

Omleiding, stoppen voor de spoorweg. Er vormt zich een lange file achter ons. Een ommetje en terug naar de grote baan. Slagbomen weer dicht. Het eiland Lindau in zicht, weer een trein die passeert. En dan aansluiten op een langgerekte rij fietsers op de dam naar Lindau. Waar we ons verslikken in het immens drukke verkeer aan het station. Maar het is de moeite dubbel en dik waard. Prentbriefkaartzicht op de haven. Maar wat een drukte, je kan er op de koppen lopen. We bezoeken ook nog de Altstadt en peddelen dan verder naar Bregenz. Voor Lochau sluipen we geruisloos Oostenrijk binnen. Enkel te merken aan de fietsbordjes die nu rood kleuren in plaats van blauw.

Het wordt even wat frisser en we moeten met Bregenz in zich tegen de wind in beuken. We fietsen parallel met het water en de spoorweg en klimmen dan via een spiraalbrug naar het station en vinden langs de andere kant alleen maar trappen. Gps inschakelen om het hotel Helvetia te vinden. Keine Problem, binnen de 5 minuten staan we aan de receptie.

- ‘Kommen Sie aus Belgien ?’ Fietsen in de berging stallen, eindeloze restauranttips voor vanavond in ontvangst nemen en ons dan neervlijen in een grote tent aan de oever van het meer. Ernaast wordt het immense decor opgebouwd van de Bregenzer Festspiele. Dit keer is Aida van Verdi aan de beurt. Met gigantische voeten. Het verband is ons niet meteen duidelijk.

Prachtige zonsondergang en een heerlijk Italiaans ijsje.

En dodo uit de duizend.

Maandag 1 juni 2009 (Mireille)

Weer de fietsen de trappen van het station op en af sleuren en onze weg vervolgen over de Bodensee Radfahrweg. Ook hier delen we het met bomen omzoomde pad met wandelaars, joggers en fietsers. Eerst langs de Bregenzeracher met een heuse stroomversnelling, wat later via de Neue Rhein. Even komt het Saargevoel weer boven, alleen de sluizen ontbreken nog. Op de achtergrond liggen de bergen van Vorarlberg met hier en daar een toefje sneeuw.

Als we even later door de onverharde wegen van de Rheindelta fietsen is het puur genieten. Af en toe een inham aan het meer, waar de pleziervaartuigen aangemeerd liggen. Heel anders dan in Duitsland. Veel dagjesfietsers, weinigen nog met bepakking. Op de grintwegen worden we wel voortdurend geconfronteerd met insectenzwermen.

In Gaissau is het pinkstervoetbaltornooi voor de jeugd bezig. We steken de Alte Rhein over en bevinden ons meteen in Zwitserland. Er staat ondertussen 25 kilometer op onze teller. Rorschach, het eerste stadje in Zwitserland van enige omvang stelt niet veel voor. Kermis, een station en een ferryboot. Zwitserland, een land van banken. Toch moet Herman de halve stad gaan ronddwalen om een bankautomaat te vinden … bij de post (het viel overigens niet steeds mee in de hotels om met een kredietkaart te betalen).

In Arbon nestelen we ons in de schaduw van een grote boom en bestellen een pizza en een lasagne. Het terras zit afgeladen vol. De pizza komt er vrij snel aan, de lasagne duurt meer dan een uur (‘big problems in the kitchen’, vertrouwt het meisje ons toe). Als de lasagne er eindelijk aankomt is Herman al ijverig het verslag van gisteren aan het neerpennen.

Een kort bezoek aan Arbon en dan verder over de rustige fietswegen. Vaak parallel met de spoorweg, af en toe van kant veranderend. We delen de weg met veel skeelers, een zo populaire sport dat ze hun eigen verkeersbordje hebben. We fietsen door Romanshorn en vanaf het station van Güttingen staat hotel Seemöwe reeds aangeduid. 600 meter wegklimmen van de route. De parking staat goed vol, het terras is flink bezet en de gasten staren ons allemaal aan. Nog nooit een fiets gezien ?

Na een wit Müller-Thurgau-streekwijntje als aperitief (we zitten in het kanton Thurgau) en een prima maaltijd op het terras gaan we nog even wandelen en spotten een vossenfamilie tussen de houtblokken van de boerderij aan de overkant.

Dinsdag 2 juni 2009 (Herman)

Hollandse invasie aan het ontbijt. Een beetje verrassend omdat we tot nu toe nauwelijks niet-Duitstalige toeristen zijn tegengekomen.

Schraal ontbijt, problemen bij de afrekening. Jammer, want het is voor de rest een prima hotel.

600 meter terug afdalen naar het kruispunt met de fietsroute en dan kaarsrecht de spoorweg volgen. Van station tot station, voorbij een paar campings en moestuinen. Het is ongelooflijk rustig. Wat een verschil met gisteren.

Elk dorpje bedankt ons voor het bezoek en Auf Wiedersehen. In Kreuzlingen rijden we net niet de Zwitsers-Duitse grens over en vermijden we via rustige wegen het drukkere Konstanz. We volgen nu even de Rheinweg. Mireille stopt aan een groentehangar voor trostomaten en aardbeien. Zoals overal worden we er hartelijk begroet: ‘Grüezi miteinander’. Nu nog een bakker vinden. Na enig speurwerk ‘off route’ kan Mireille 4 verschillende broodjes op de kop tikken. Die we op een bankje aan het veer van Mannenbach oppeuzelen. Een passagiersboot gaat hier van Konstanz naar Schaffhausen, een kleinere naar Reichenau aan de overkant van de Untersee.

We vullen onze watervoorraad aan in Steckborn. Het is ondertussen erg zwoel geworden en we vrezen voor onweer. We blijven trouw de spoorweg volgen over heerlijk golvend terrein. Heuvelachtige omgeving en geklingel van koeienbellen – dit moet Zwitserland zijn.

Het meer blijft constant (‘Konstanz’) in ons blikveld. Nog wat grintpaden zodat de fietszakken nog stoffiger worden en zwermen kleine vliegjes trotseren tot we plotseling op de brug naar Stein am Rhein staan. Fantastisch zicht op de middeleeuwse stad. Op de Rathausplatz weten we niet waar eerst kijken. Fel beschilderde muren, vakwerkhuizen alom, een fraaie fontein, een burcht helemaal boven. En overal fietsers.

Hotel Chlosterhof ligt met zijn vier sterren gracieus aan de Rijn. Ruime kamer en balkon met zicht op het meer, daar moeten we van genieten. Vooral daar de zon voor de vijfde dag op rij de hoofdrol vervult.

Woensdag 3 juni 2009 (Mireille)

Draussen oder Drinnen ?

We twijfelen geen seconde en krijgen een tafeltje in de zon vlak aan het meer toegewezen.

Bij het uitchecken vraagt de dame aan Herman of de auto in de Tiefgarage staat. Tot ze onze fietskleding opmerkt. Fietsen stallen is gelukkig gratis.

De etappe van vandaag, van Stein am Rhein naar Radolfzell is iets te kort (25 kilometer) en daarom beslissen we om met een heen en terug naar de beroemde Rijnwatervallen van Schaffhausen te beginnen. Het Rheintal-langeafstandsfietspad loopt er helemaal langs. Gelukkig want de gps-kaart van deze regio staat thuis nog op de pc.

We volgen de Rijn stroomafwaarts maar moeten toch enkele serieuze klimmetjes verwerken. We rijden afwisselend door Zwitserland en Duitsland, en soms weten we helemaal niet meer in welk land we precies fietsen. Grint en asfalt wisselen elkaar af met een aantal stroken bos tussenin. In Schaffhausen staat de grootste Europese waterval prima aangeduid, alhoewel er steeds meer fietskilometers op de borden bijkomen. Twee nijdige 20%-hellingen door een bos tot aan een fietsenstalling. Een voetgangers- en spoorbrug biedt een vertezicht op de waterval. Spectaculair. We volgen een wandelpad met een trappenreeks tot aan de voet van de waterval. Beneden liggen twee eilandjes in de Rijn. Naar één ervan varen bootjes en klimmen de toeristen tot op de top van de rots. Natte kleren zullen wel in de prijs begrepen zijn.

In Schaffhausen haalt Herman belegde broodjes bij de bakker. Ondertussen heb ik de vertrekuren van de boot bestudeerd. Jammer, de volgende boot vertrekt pas om 15.30 uur en doet er twee uur over tot Stein am Rhein. Dat kunnen we met de fiets sneller.

In Stein am Rhein besteden we de laatste Zwitserse muntstukjes aan een terrasje, een ijsje en een … pak muesli. Ook de verdere tocht naar Radolfzell is vrij sportief. Na 72 kilometer staan we terug aan onze wagen op de parking van hotel Iris am See.

Hartelijke ontvangst en we krijgen weer ‘onze’ kamer 27 toegewezen.

En in restaurant Bandoleros herkennen ze ons ook meteen. En herinneren ze zich ook welke wijn we vorige keer besteld hebben.

Wij worden hier habitués aan de Bodensee ...