
Reisverslag uit Canada
Dag 1 – 4 juli 2003 (Herman)
Canada is een land van aanschuiven. Files.
Het begint al bij de paspoortcontrole waar een ellenlange mensenrij op het verlossende stempeltje staat te wachten. De beambte kijkt wat nors, doch als hij hoort dat we naar Tofino gaan glimlacht hij : het is zijn geboortestreek.
Dan is het aanschuiven aan de douane : neen, ze moeten mijn T-shirts niet zien.
We willen nog een extra binnenvlucht boeken van Calgary naar Vancouver voor de terugtocht. We hebben in Schiphol immers noodgedwongen Calgary – Minneapolis – Amsterdam moeten vervangen door Vancouver – Amsterdam. Mijn paspoort is immers niet geldig in de USA, en dat heb je blijkbaar zelfs in de transitzone nodig. Enfin, aanschuiven maar weer. En het is middaguur, dus gaat er af en toe een beambte lunchen. Na een uur lukt het ons toch, en dan kunnen we in het rijtje gaan staan voor een Hertz-huurwagen. Het gaat hier ongelooflijk traag, slordig en onvriendelijk. We krijgen een pick-up truck toegewezen. Veel te groot en te lomp om mee te rijden, en bovendien is de bagage onbeschermd. Inruilen dan maar, voor een gele blitse sportwagen. Een Ford Mustang.
Het is wat zoeken in Vancouver om het Ramada Inn hotel terug te vinden, en zeker de parking. We gaan meteen op citytrip, naar Canada Place met de karakteristieke zeilen. Er komt stoom uit de klokkentoren ! Een buitenlift brengt ons in een mum van tijd op de Lookout, op de 40ste verdieping van de Harbour Centre Building. We lopen daarna even langs China Town en door het gezellige Gastown, en stappen dan stevig door naar Stanley Park. En daar ontdekken we een kustweg die pittoresk terugkronkelt naar Canada Place.
Dan op zoek naar een restaurant. Een jongedame duwt ons een menu in de handen. Italiaans (Al Porto). Precies wat we nodig hebben. Een pasta, een wijntje, en vele glazen ijswater. En dan dodo. Na meer dan 24 uur wakker te zijn geweest !
Dag 2 – 5 juli 2003 (Mireille)
Wekker om half vijf.
Edoch, 4 uur 's nachts : brandalarm. En geen elektriciteit meer. Op de tast en met een zaklamp die het ook ogenblikkelijk begeeft zoeken we onze spullen in het donker bij mekaar. We slepen alles naar de gang waar nog een noodverlichting brandt.
Aan de receptie horen we dat het probleem zich op de bovenverdieping situeert. Uitchecken … de computer crasht. Terwijl we een poging ondernemen om onze beide reiskoffers in de autokoffer te krijgen, zien we twee junkies die zich achter een afvalcontainer verstoppen om zich een nieuwe shot in te spuiten. Rare buurt hier. En net als we wegrijden komen politie en 2 brandweerwagens met loeiende sirenes toegespurt. En iedereen is ondertussen geëvacueerd. Het vervolg zullen we wel nooit weten.
Onze bestemming is Tofino in het Pacific Rim National Park. Via Highway 99 richting North rijden we naar Horseshoe Bay. Netjes queuen aan de ferry, maar doordat we vooraf gereserveerd hebben mogen we helemaal vooraan gaan postvatten. Met een beker (big) koffie in de hand staan we even later op het achterdek te wuiven naar Vancouver. Een stevige bries houdt ons weg van de boeg. Het lijkt wel een fjordentocht in Noorwegen.
Anderhalf uur later rijden we de boot weer af en vervolgen onze autorit over de Highway 1 en 4. Een picknick in de zon vlakbij een museum brengt er ons weer wat bovenop, en dan via bochtige wegen verder tot Cathedral Grove, de enige plaats waar nog een toefje oerbos is overgebleven. Al de rest is onder de vorm van kranten over de wereld verspreid. Aan de massa's brochures in Canada te zien kijken ze hier ook op geen boom. Een kort stukje wandelen in het oerbos en dan rijden we weer verder. Nog even inkopen doen in Alberni om dan via enkele grote meren de westkust te bereiken. 35 kilometer noordelijker rijden we de parkeerplaats van Tin Wis Resort op. De dame achter de receptie rammelt haar lesje af. Jammer genoeg is onze kamer pas om 15 uur vrij.
Even Tofino gaan verkennen – een nog mooiere kust dan waar wij verblijven. In het Jamie Whaling Station staat onze naam al netjes genoteerd voor de walvistocht van morgen. In het Tin Wis Resort is onze kamer ondertussen vrij : kamer 207 op de eerste verdieping, een ruime kamer met mooi terras en met een kleine koelkast erbij, perfect.
Een koffietje en dan vertrekken we voor een wandeling door het regenwoud op een boardwalk. The Shorepine Bog Trail, in het Frans een hele mondvol : Le Sentier de la Tourbière de Pins Tordus. Bij de start lezen we dat we een wolvengebied betreden. Via broccolibomen en diverse planten lopen we het parcours in snel tempo rond.
We hebben nog geen visitors pass (voor heel Canada) en die kopen we in het Wickaninish Center waar we ook een mooie film over de Pacific Rim meepikken. We lopen ook nog de South Beach Trail af, nog een vlonderpad met informatieborden. Aan het eindpunt van de wandeling ontdekken we een schitterend klein kiezelstrand met zwarte rotsen. Van op een rots turen we over de zee en staan na een kwartier met pijn in het hart op. Jammer, hier kan ik enkele uurtjes doorbrengen.
Na een goede douche en een apero van witte – zure – Canadese wijn, vlijen we ons neer in het Calm Water Dining Restaurant van ons hotel. Het buffet ziet er veel te Amerikaans uit en dus kiezen we van de kaart. De bruschetta smaakt meer naar pizza, dus lonken we reeds naar de "Traditional Salmon Tin Wis, Local Wild Coast Salmon, Carefully Smoked over Alder Wood and then Grilled, Served with Dill and Vermouth Cream Sauce". Helaas : een stuk afschuwelijk gepekelde vis met rode kool, gekookte bloemkool, ongare wortelen, verschrikkelijk bittere bessenmoes en gekookte saffraanrijst die naar rijstpap smaakt.
Zouden ze het ontbijt ook kunnen verknoeien (lees : kan je iets verkeerd doen met een eitje) ?
Nog een strandwandeling met 13 vuurtjes : BBQ-tijd.
Dag 3 – 6 juli 2003 (Herman)
We gaan de boot in vandaag.
Bij een grijze mistige hemel staan we reeds om acht uur aan de haven van Tofino. De Sharp Point ligt al netjes aangemeerd klaar. Plots stappen er een heleboel jongelui op, compleet met waterdichte pakken en reddingsvesten. Zitten we wel op de juiste boot ? Het blijkt dat ze halverwege gaan kajakken en een lift tot daar krijgen.
De boot vertrekt meteen full speed, krachtig tegen de golven opbeukend. We zitten in een overdekte ruimte, buiten hangt de nevel, en de ruiten zijn vuil en donker. Veel is er dus niet te zien.
Na anderhalf uur laveren tussen enkele eilandjes (toch 1 arend gezien) – onderweg hebben we de kajakkers van boord gezet zodat we slechts met 4 overblijven – worden we op een eilandje gedropt. Binnen 3 uur komen ze ons hier terug oppikken. Drie uur ! Het is koud, er is weinig te beleven op dit eiland, hoe gaan we ons hier zolang bezig houden. En wanneer krijgen we de walvissen te zien ?
Er blijkt 1 wandeling over knuppelpaden te zijn uitgestippeld, die naar hete poelen leiden. Een bord vertelt ons dat we in het Maquinna Provincial Marine Park zitten. We lopen de wandeling extra traag (drie uur vullen, weet je wel). Houten vlonders op en af, trappetjes, scherpe bochten. Dwars door gematigd regenwoud. Aan het einde wacht ons een zwavelgeur en de fameuze Hot Springs. We gaan op een rots een boek lezen, en af en toe leest het zonnetje mee. Een enerverende misthoorn werkt op onze zenuwen. De twee medepassagiers plonsen uitgebreid in de baden.
Na een goed uur drentelen we terug en gaan we de activiteiten aan de aanlegsteiger bekijken. Er worden nog toeristen afgezet ("three hours, what the hell am I supposed to do here for three hours !"). Er worden enkele pogingen tot vissen ondernomen, en een plaatselijke inwoner probeert een half uur lang zijn motorbootje aan de praat te krijgen. Met massaal applaus wanneer het eindelijk lukt.
Wij applaudisseren ook bijna als onze boot er eindelijk aankomt …
Bij helder weer rusht de boot nog een stuk rapper over het water. Telkens we een golf raken komt de boot met een harde plons op het wateroppervlak neer. En plots varen we op nog geen tien meter afstand van twee grijze walvissen. De bestuurder legt de motor stil. Nu dobberen we heel spectaculair van links naar rechts. We zien hoe de walvissen eerst water naar boven spuiten en dan een kijkje komen nemen. Wat een kolossen. Na een tijdje zien we dat ze verder van de boot wegzwemmen. Eén ervan toont nog eens zijn staart tot afscheid.
En dan varen we in hels tempo tot de haven van Tofino. De scherpe blik van Mireille heeft wel nog een papegaaienduiker opgemerkt. In Tofino gaan we languit in de zon (eindelijk !) zitten op het terras van The Coffee Pod (met een "d"). We bestellen er twee reuzencappuccino's en een gemberkoek. En daarna gaan we eens naar de prijs vragen van een trip met een watervliegtuigje.
169 dollar. Doen ? Doen.
Om vijf uur worden we vastgegespt. Mireille naast de piloot, ik achteraan. Eerst nog dobberen op het water, en dan meteen naar boven. Wat een spectaculaire zichten. Blauw doorschijnend water, groene eilandjes, een goudgele kustlijn. Zelfs het fototoestel is onder de indruk, want het hapert nu eens niet. De piloot wijst aan : twee walvissen, verder nog een, en nog een. Van hierboven zien ze er wel klein uit. Ik probeer zo veel mogelijk foto's uit, met de bergen op de achtergrond. Plotseling zwenkt de piloot scherp naar links, en dan naar rechts over een bosje. Daar : een toefje zwart in een groene oase. Een beer. En dan is het helaas tijd om terug te keren. De plons op het water valt mee, en bij het uitstappen vraagt de piloot enthousiast of we het goed vonden. Fantastic !
Na de nare eetervaring van gisterenavond stellen we zelf ons koude schotel samen in de Co-op, met een wijntje van de Wine and Beer Store. Lekker en goedkoop, in de zon op ons balkon. En na het dessert een strandwandeling, inclusief een prachtige zonsondergang.
We hebben Pacific Rim nu te voet, te water en in de lucht gezien. En zoals Mireille opmerkt : van op een terrasje.
Dag 4 – 7 juli 2003 (Mireille)
Het weerbericht voorspelt regen voor vandaag.
Tweede negatief bericht : de wandeling in Pachena Bay ligt ruim 200 kilometer van ons hotel.
Maar uitslapen en een lekker ontbijt met krentenbrood en yoghurt maken veel goed.
Het is ruim over elf als we met de wagen richting Radar Hill rijden. Een overblijfsel uit de koude oorlog, al blijft het beperkt tot een braaf pad en enkele uitzichtpunten.
Schooner Beach Trail is een vlonderpad van amper 1 kilometer lang door een regenwoud naar de uitlopers van Longbeach, een prachtig stuk. Het is eb en langs rotsen met zeewater en honderden kwallen krijgen we weer een ander beeld van het National Park. De zon komt kijken en we ruilen de lange broeken voor shorts.
Dan is Ucluelet aan de beurt. Behalve de baai met Canadian de Princess Boat * is het er wel veel minder mooi. We rijden met onze blitse auto dan ook snel verder naar het Wild Pacific Trail waar de parking goed gevuld is. Lekker in de zon volgen we een kustpad van 2,7 kilometer met zicht op de Broken Group Islands. Picknick bovenhalen, en met de laatste kruimels verdwijnt ook de zon.
Via Combers Beach en een shoppingstop in Tofino keren we terug naar onze thuisbasis waar we voor de warme spa (40°C) en een relatief koude sauna opteren.
En de weerman was fout : het heeft niet geregend.
Dag 5 – 8 juli 2003 (Mireille)
Een druilerige ochtend met regen en mist.
Bah, tijd om te vertrekken. Bij Parkersville * beslissen we om terug via Nainano * naar Horseshoe Bay terug te varen. Wanneer we bij BC Ferries aankomen zien we net een ferryboat vertrekken. Gelukkig is er om 12.30 uur – binnen een uur – nog een ferry (want daarna is het wachten tot 15 uur).
In Horseshoe Bay is het ook grijs en grauw met zelfs af en toe druppels. Via de Sea to Sky Highway 99 zetten we onze autorit verder. Werken onderweg zorgen voor enige vertraging. Maar om 16 uur rijden we het resortdorp Whistler binnen. En dan begint de zoektocht. Ons stadsplan is superonduidelijk en de bewegwijzering verwarrend. Na een tijdje vinden we een Tourist Information. Even illegaal parkeren en hulp gaan vragen. Gewapend met een duidelijker plan spotten we het Crystal Inn Resort feilloos.
Bij de receptie krijgen we een warm onthaal en een efficiënte uitleg, een kaartje voor de parking en een wegbeschrijving. Het centrale deel van het dorp bestaat uit autovrije straten, op en top Amerikaans. Intussen hebben wij het al koud, alhoewel we sommigen nog in T-shirt zien rondlopen. Het zal wel aan ons liggen.
Een glaasje witte wijn op de kamer en dan het puike Mediteranean Restaurant * in het Deer Lodge Hotel. Nog even rondkuieren en dan naar bed want morgen staat er een wandeling op het programma.
Dag 6 – 9 juli 2003 (Herman)
De zon is er terug. En wij dus vroeg op.
Aan de start van de Rainbow Hike bestudeert Mireille uitgebreid het bord. Zitten hier nu beren of niet ? We zijn hier de enige wandelaars en ze heeft schrik om opgepeuzeld te worden. Een waterval maakt gigantisch lawaai : een beer zal ons hier nooit horen aankomen.
We starten langs een mountainbikepad, behoorlijk klimmend tussen berkenbomen. Een zijsprong brengt ons naar een mooie waterval. Voorbij een waterzuiveringsstation wordt het echt Canada : sparren. Na een goed half uur verzoekt een bord ons "om de fietsen te stallen". Vanaf hier wordt het een spectaculair pad – kwetsbaar gebied volgens een infobord. We klauteren door het struikgewas en komen dan op een meer open vlakte waar we zicht krijgen op de bergketens – met poedersuiker. Een rotsig pad blijft halsstarrig klimmen tussen de sparren. Meer en meer verschijnen er "hulpmiddelen" : wankele bruggetjes, versleten knuppelpaden, halve boomstammen die er als Zweedse banken uit de turnles uitzien. Aan een grote brug krijgen we een fraaie stroomversnelling in de rivier te bekijken. Het is een hele klus om de stroompjes ongehavend over te steken. De boomstammen vragen meer evenwichtskunst dan dat ze hulp bieden.
We moeten steil langs een modderige flank naar boven. En dan duikt de eerste sneeuw op. We ronden een paar keer een korte sneeuwpassage. Voorbij een ijzeren hangbrug volgt nog een modderig stuk met veel sneeuw, en dan het meer … bijna helemaal bevroren. Niets is wat het lijkt in Canada. Het is een mooi ovalen meer (nu dus vol ijs en sneeuw), met sparren errond, en de bergen als verre getuigen.
Op de terugtocht komen we tot onze verbazing toch 13 toeristen tegen. En 1 eekhoorn. Bijschrijven op de lijst. Na 5 uur komen we terug aan ons beginpunt waar ondertussen wegenwerken bezig zijn.
Dan gaan we met de kabelbaan naar boven, op 1800 meter. Op een tussenstation stapt Mireille bijna te vroeg uit. Er worden beren gesignaleerd aan pyloon 14. Helaas niets te zien. We bestuderen de skipistes : heel veel zwart. De mountainbikers laten zich als een schicht naar beneden vallen. Boven is het behoorlijk druk. Mooie sneeuwlandschappen, fraaie bergen, maar wel wat verstoord door de vele borden, chalets en pylonen. We lopen wat heen en weer (9 van de 10 wandelingen zijn gesloten wegens de sneeuw, en dat begin juli !) en laten het fototoestel wat werk leveren.
En dan gaat het terug naar beneden. Beren tussen pylonen 16 en 17. Weer niets. En dan draait Mireille zich om. Een beer. Op een skiterrein. Zwarte piste dan nog wel !
Daar moeten we een biertje op drinken. In Brasserie des Artistes. Welk bier ? Oh, whatever. De dienster komt aandraven met de specialiteit : Alexander Keiths. Niet slecht. Blijken ze zelfs Stella Artois te hebben. Imported from Belgium. Een groepje speelt bluegrass op een tegenoverliggend terras. Een meisje probeert ons terras te vereeuwigen met penselen en verf. De mountainbikers komen uitrusten. We bestellen nog een pintje. Kan nog net … de liquor law is streng. En straks nog een Chinees … als we die nog terugvinden.
Dag 7 – 10 juli 2007 (Mireille)
We verlaten Whistler onder een helder blauwe lucht. Dat is fijn, want de voor vandaag geplande tocht staat in al onze boeken met stipnotering.
De Duffey Lake Road voert ons door een imposant landschap van bergen en besneeuwde toppen. Jammer genoeg staan er soms te veel bomen in de weg. "Look out for livestock". Inderdaad: er staan paarden op de weg. Hier begint het indianenreservaat. Voorbij Lilloet rijden we door een canyon. Af en toe gaat de highway over een houten brugje. Verkeersborden waarschuwen ons voor lawines. Bij een van de grote meren op de route zie ik nog net een bever wegspringen.
Lilloet valt tegen: een uitgestrekt dorp in een vallei met weinig spectaculaire uitzichten. Het komt erg troosteloos en armoedig over. Er wonen overigens veel indianen. Vanaf Lilloet nemen we de highway 40 richting Goldbridge in de Chilcotin Mountains. De weg wordt smaller en onverhard, maar we hebben in eerdere vakanties al slechtere stukken dirt road gehad. Bij de middagstop met de smosboterhammen wordt Herman constant lastig gevallen door een vervelende horsefly, een soort horzel.
We vervolgen onze route via steile bergwanden, vaak met rotsen en grint. Ik hoop uit de grond van mijn hart dat die boomstammen en grote rotsen nog even willen blijven liggen tot wanneer we gepasseerd zijn. Wat zijn wij klein in deze immense natuur.
Oeps, bijna vergeten af te slaan. Acht kilometer klimmen en we komen aan onze chalet. We zoeken onze naam op een bord en vinden vreemd genoeg alleen maar de naam "Maas F." O ja, de man van SNP die onze reservaties geregeld heeft. Ziet er comfortabel uit: 4 slaapkamers, 2 badkamers, groot salon, houtkachel, uitgeruste keuken met Amerikaanse koelkast, microgolfoven, elektrisch vuur en oven, vaatwasmachine. Voor het gedeelte ontspanning hebben we twee vislijnen, een hakbijl, een zaag, een roeiboot en twee kano's. Moet volstaan …
Geen restaurant in de onmiddellijke buurt, wel op een goede kilometer in het nabijgelegen resort, en op 12 kilometer afstand in Goldbridge. Dat laatste is een zakdoek groot, gelukkig inclusief een general store met de meest essentiële zaken, maar ook niet meer dan dat. We zullen onze plan wel trekken.
Vanop ons terras genieten we van het rustige landschap aan het Tyax Mountain Lake. Wanneer ik iets later een kippenpastei opwarm zie ik rimpelingen op het wateroppervlak. Een bever kauwt vol overgave aan een blad dat op het water drijft.
En ook in de slaapkamer beweegt er iets. We delen onze log cabin met zeker 1 muis.
Dag 8 – 11 juli 2003 (Herman)
Wat doe je in Canada midden in het woud aan een meer, met tientallen kilometers in de omtrek niets te beleven. Kanovaren dus.
We hebben 2 kano's en een roeiboot gratis ter beschikking. Het is bloedheet, en met de zwemvesten aan lijkt het nog een stuk heter.
Als beginnelingen doen we het zeker niet slecht. We moeten wel regelmatig bijsturen met de peddels. De kano's aan het nabijgelegen Tyax Mountain Lake Resort liggen nog aangemeerd: we zijn de enige sportievelingen.
We maken verscheidene tochten, en gaan dan ook eens wandelen tot aan het Resort. Een mooie naar het meer afhellende weide met middenin een lelijk volleybalterrein. De paarden zoeken schaduw … op het terras. De barbecuetafels staan kriskras door elkaar. We wandelen een stukje langs het Interpretative Trail, maar Mireille "ziet" overal beren en dus keren we maar terug.
De windstoten maken het kanovaren nu een stuk moeilijker. Het is op de tanden bijten om terug te geraken. Eén keer zit een hert ons aan te staren van op de oever.
's Avonds wordt de barbecue ontstoken en de lappen vlees geroosterd. Trekt dit geen beren aan ? De coyote huilt alvast in de verte.
Dag 9 – 12 juli 2003 (Mireille)
Bij het ochtendkrieken van de dag krijgen we bezoek. Aan ons raam staan vier paarden. Het is amper twintig voor vijf.
Bij het ontbijt onder een fantastische zon komt er een kolibri op 1 meter voor Herman in de lucht hangen. En bij het vertrek huilt de coyote ons na.
We keren terug langs dezelfde weg en rijden dan via Kamloops waar de weg terug twee rijvakken telt. Het is hier een dorre vlakte die we allesbehalve met Canada associëren.
Het landschap wordt al snel weer groener, maar ook veel toeristischer met veel hotels en compounds. In Little Fort stoppen we aan een grocery, niet om te winkelen maar om een foto te nemen. Het Visitors Center in Clearwater wordt overspoeld door een bus drukdoende Japanners – het zal voor een andere keer zijn.
De Helmcken Falls Lodge ligt 35 kilometer verder. Warm onthaal, een schat aan informatie. Room 4 op de eerste verdieping. Netjes, maar dit keer wel zonder koffiezet en koelkast. Bij de diavoorstelling over het provinciaal park horen we van een Zwitserse familie dat ze ook liever geen beren tegen het lijf lopen.
Buffet als avondmaal, om kwart voor zeven reeds grotendeels geplunderd. Een kolibrifamilie zorgt voor de afwisseling.
Dag 10 – 13 juli 2003 (Herman)
Er zijn 28 muggen minder in Canada.
We hebben die deze nacht vakkundig een voor een tegen de muur gekwakt. Maar ik heb er wel vaakoogjes aan overgehouden.
Het regent pijpenstelen. We zoeken een plaatsje binnen voor het ontbijt, in de donkere en nogal sombere eetruimte. Het volledige gamma: muesli, sunny side ups en pancakes. Alleen de hashbrown laten we links liggen.
We vertrekken dan ook goed doorvoed aan onze autotocht door het Wells Gray Provincial Park. Het regent niet meer en de zon doet zelfs af en toe schuchtere pogingen. We missen meteen al de afslag naar het Viewpoint (dat is dan voor straks) en zien … een zwarte beer. Die haast zich van de ene naar de andere zijde van de weg. Zijn de bessen roder aan de overkant ?
Op de parkeerplaats van de Dawson Falls begint het plots te stortregenen en moeten we weer de wagen induiken. Maar het duurt niet lang; de zon duwt al snel de donkere wolken opzij. Een pad van 10 minuten brengt ons naar de ronduit spectaculaire waterval: een gigantisch brede drietrappige stroomversnelling. Links een prachtig vertezicht, rechts staan we vlak naast de donderende waterval.
Het is moeilijk kiezen. Wells is onze favoriet. De Helmcken Falls zijn immers ook oogverblindend, maar helemaal verschillend. Een veel smallere waterval die van maar liefst 141 meter in een groene canyon neerstort.
We rijden enorm langzaam door het park op zoek naar meer beren, tot ergernis van een aantal toeristen die ons voorbij scheuren. We schakelen over op grintpad en stoppen aan Ray Farm, een overblijfsel van een pionierswoning. Die wordt "beschermd", maar het is zo bouwvallig dat het waarschijnlijk niet lang meer zal bestaan. Rare vorm van preservation. We proberen een stukje wandeling naar een minerale bron, met de poedel van andere toeristen achter ons aan. De naam ? Dog.
Na een kwartier rondlopen geven we het op, de hond niet …
Bailey's Chute is ook een waterversnelling in de rivier, waar de zalm in de herfst pogingen doet om tegen de stroom in te zwemmen. We komen uiteindelijk aan Clearwater Lake uit, waar we nog alleen bootfanaten zien.
Op de terugtocht passeren we een zwaarbepakte fietser. Die heeft nog een heel eind te gaan. We opteren nog voor een tweede kijkje op de Helmcken en Dawson Falls. Bij de Helmcken Falls staan jonge Japanners driftig keien naar beneden te gooien. Ze worden terechtgewezen door een fotograaf: "There's a path down there !" Hij heeft een enorme tas vol fotomateriaal waar Mireille met moeite kan van dromen. Het uitzichtpunt op een houten staketsel is weinig spectaculair: er staan te veel bomen in Canada.
Het avondeten op het balkon van het restaurant valt Mireille al een stuk beter mee. Vier Belgische dames tonen fier hun digitale filmopname van een moeder beer met kleintje. Samen met enkele Nederlanders en de eigenaar wordt er plezier gemaakt tot een stuk in de avond.
Op de kamer horen we toch nog 1 mug …
Dag 11 – 14 juli 2003 (Mireille)
Die ene mug wordt ook nog tegen het behang geplakt, nog twee andere laten we over aan de volgende gasten.
Even over zeven rijden we het domein af en zoeken vergeefs naar beren. In een grocery verzamelen we ons ontbijt dat we oppeuzelen in een mild zonnetje. Heerlijk.
Als we terug vertrekken klitten die dekselse wolkenmassa's echter al terug samen. Aan Mount Robson, de hoogste berg van de Rockies, bezoeken we het Visitors Center.
Net voorbij de provinciegrens tussen British Columbia en Alberta staan er tolhuisjes waar we fier onze pas van de Nationale Parken bovenhalen. Het eerste beeld van Jasper is de Whistler Mountain, zo genoemd naar de whistler of marmot. Op de top zien we een gebouw staan.
In Whistler vinden we snel en kosteloos parking voor de wagen. We wandelen even door en lopen zowaar zelfs 2 winkels binnen. In de Maligne Lodge krijgen we een kamer toegewezen die "smoking" blijkt te zijn. Wij terug naar de receptie waar we meteen een hele sleutelbos in de handen geduwd krijgen. We mogen onze kamer zelf uitzoeken. Na veel wikken en wegen opteren we uiteindelijk voor 213, met kitchenette en balkon, iets centraler gelegen.
Koffers uitpakken en daypack klaarmaken. Whistler Mountain, here we come ! We rijden zowat 3 kilometer verder naar de tramway waar we weeral kunnen queueën om aan een ticket te geraken. We hebben rit 48 van 16.10 uur. Pfff, zo lang nog wachten, zo goed is de shop nu ook weer niet. Maar plotseling horen we rit 47 reeds afroepen en dan valt Herman zijn Canadese dollar : er is 1 uur tijdsverschil tussen Alberta en British Columbia.
Voor we het goed beseffen staan we in de kabelbaan als Canadese sardientjes samengeperst voor een rit van 7 minuten en een half. We stappen uit op 2277 meter hoogte : joepie, boven de boomgrens. Heel uitzonderlijk in Canada. Via een steil pad stijgen we in een goede 20 minuten 265 meter. Het uitzicht is geweldig, 360° bergen in het rond, blauwgroene meren en een melkachtige kronkelende rivier. Subliem, dit is de bergwereld waar wij van houden. En zon, al worden we ook getrakteerd op een regenboog. Bij de terugtocht naar de tramway steekt er echter een frisse wind op, tijd om terug af te dalen.
Op een rots naast de ingang van de tramway ligt een marmot heerlijk te zonnen. Na een mooie close-up kijkt ze slaperig op en verhuist naar rustiger oorden. Groot gelijk.
Beneden in Jasper doen we onze inkopen in de supermarkt en brengen nog een blitzbezoek aan een liquor shop.
Van op ons terrasje met zicht op de Whistler Mountain genieten we van ons Zuid-Afrikaans wit wijntje.
Dag 12 – 15 juli 2003 (Herman)
Mireille kan geen boom meer zien ...
Vanmorgen laat opgestaan (door het uur tijdsverschil met British Columbia). Ontbijt in de zon en dan 44 kilometer naar Maligne Lake. Enkele kilometer buiten Jasper staat een colonne wagens. Iets te zien ?
Een zwarte beer (nummer vier), weggedoken onder een struik. Weer te ver voor een foto.
Aan Maligne Lake is het heel druk. Voor onze geplande wandeling over de Opal Hills Trail kiezen we de verkeerde parking uit zodat we nog een hele tijd zoet zijn met het zoeken van een startpunt.
De zaak is meteen ernstig: 15% stijgingspercentage, met nauwelijks lussen van enige betekenis. Wel dwars door een bos, zodat Mireille er haast claustrofobie van krijgt. Onze (pas gekochte) berenbellen werken ons al op de zenuwen. Maar de klim is zo stevig dat we geen stem meer hebben om veel lawaai te maken. Enkel nog wat zuchten en puffen, maar schrikt dat een beer af ?
Opeens staan we oog in oog met een hert. Een foto, en hop ze is weer weg, onvindbaar in het struikgewas.
Na een half uur komen we aan een splitsing, het begin van een "loop". Twee meisjes die naar beneden komen vertellen ons dat ze van een gids vernamen dat er op het linkse pad een moeder-grizzly met jong zit. Mireille met knikkende knieën naar rechts.
We klimmen tot boven de boomgrens waar we een fraai uitzicht op de omliggende bergketens krijgen, en besluiten dan uit veiligheid terug te keren. De boodschap van de grizzly is blijkbaar al verspreid, want de "tegenliggers" vragen steevast of we "iets" gezien hebben.
Beneden zien we een meerkat op een rotsje, stokstijf. O, een tak, zegt Mireille, en ze neemt geen foto. Tot de tak beweegt … Er zit hier trouwens een hele familie.
Dan slaan we links af, naar het Mary Schäeffer Trail. Weeral bos. Mireille is dit beu, ze wil zichten. Misschien wordt ze nog houthakster. Gelukkig komen we na een tijdje terug aan Maligne Lake uit, waar we dé prentbriefkaartfoto's maken met het meer en de bergen en de bootjes. Aan het Boat House lopen heel wat toeristen rond. Enkelen wagen zich aan een kanotochtje. Sommigen zo onhandig dat de eigenaars alle moeite van de wereld hebben om hun kano's te kunnen recupereren.
We genieten nog van de zon en van de weergaloze zichten op Maligne Lake. Een fris windje drijft ons echter terug naar onze auto. Een fotostop aan Medicine Lake. Dat meer is heel speciaal … want het verdwijnt in oktober. Het wordt immers gevormd door smeltwater dat daarna wegsijpelt door gaten in de bodem. Een ondergronds natuurlijk gangenstelsel van 19 kilometer brengt het water veel verderop terug aan de oppervlakte.
Op bijna dezelfde plaats als de heentocht staat weer een karavaan auto's. Twee wapitiherten – "elk" in het Engels – "elk" langs een kant van de straat aan het grazen.
Nu nog een moose … !
Dag 13 – 16 juli 2003 (Mireille)
Zelfs als het regent schijnt hier de zon !
We worden gewekt door de vertrekkende auto's. Sedert we in Alberta rondtoeren raken we niet meer uit bed.
Grijs en grauw, geen wandelweer. Kaartjes posten, met een fikse regenbui over ons hoofd. Schuilen in winkels, maple sirop kopen.
En dan toch de auto instappen richting Maligne Canyon. We stallen de auto op de parking bij brug 6. Slechts 1 andere wagen: weeral een eenzame boswandeling ? De berenbelletjes hangen we toch maar aan de rugzak.
Het braaf bospad wordt even later toch mooier, kronkelend en lichtjes bergopwaarts. Een beetje zoals het Luxemburgse Müllertal. Vlak bij brug 5 zien we meer toeristen. Snel dat stomme berenbelletje terug opbergen. De tocht wordt steeds fraaier. We zien de ondergrondse rivier van Medicine Lake terug bovenkomen. 70 uur doet het water over de 19 kilometer lange route. Verder zien we stroomversnellingen, watervallen en een erg nauwe kloof. Het eindpunt is een restaurant met overvolle parking aan bridge 1.
We stappen snel terug naar de wagen want we horen donderslagen. Vanaf brug 5 worden we inderdaad nat, er vallen zelfs hagelbollen.
Na een frappuccino met te veel kaneel trekken we naar de Mount Edith Cavell. Die berg trekt al van gisteren onze aandacht. Een robuuste, rechthoekige berg met een laag poedersuiker. Er blijkt een weg naartoe te leiden. Via de Icefield Parkway (da's voor morgen) bereiken we de afslag. Een bochtige weg in slechte staat brengt ons naar boven tot op een grote parking met massa's auto's.
We starten de 45 minuten durende wandeling naar de gletsjer. Erg on-Canadees : een stenige berg met alleen langs de onderkant dennenbomen. Schitterend. Een geasfalteerd pad brengt ons naar een fotogeniek meertje met drijvende ijsschotsen. We blijven er zo'n 20 minuten zitten. Hier had ik liever mijn koffietje gedronken.
We besluiten de dag met 2 kleine meertjes net buiten het centrum van Jasper: Lake Pyramid en Lake Patricia.
Gaan we thuis al die meren nog uit elkaar kunnen houden ?
Dag 14 – 17 juli 2003 (Herman)
The Icefields Parkway.
De beroemde autobaan dwars door de Rocky Mountains. Het is nog koud als we vertrekken en de wolken zijn nog massaal aanwezig. Mireille volgt nauwgezet de weg op een schitterende (gratis) kaart van de Tourist Office, om zeker geen viewpoints en trails te missen.
De eerste twee bezienswaardigheden, de Athabasca en Sunwapta Falls roepen een déjà-vugevoel op: wilde stroomversnellingen en watervallen. Voor het eerst worden we met het massatoerisme geconfronteerd. Toerbussen spuien hun zenuwachtige passagiers uit (want weinig tijd want veel te zien). De grauwe wolken blijven nog even hangen, en ook de uitzichten zijn (misschien nét daarom) niet zo spectaculair als verwacht.
Aan elk uitzichtpunt zien we dezelfde auto's en mensen terug. Aan "Goats and Glaciers" zien we niet alleen berggeiten (vandaar de naam) maar ook de Brussels Mountain !
Van zodra we op het grondgebied van Banff National Park komen worden de zonpartijen breder en de zichten veel indrukwekkender. Gletsjers alom, met sneeuw bedekte bergpieken in overvloed.
Bij elke stop is het pull aan en eens in de auto terug uit. Aan het Icefield Center staan een enorm aantal wagens. We lopen er een uur rond: erg boeiend en interessant. Eindelijk eens een groot "Visitors Center". Maar het is hier wel bitter koud (het is het Icefield Center voor iets).
Na de middagboterhammen (met hete koffie !) gaan we aan de wandel: de Parker Ridge Trail. Eerst steil zigzaggen over geërodeerde paden, om dan in een weergaloos berglandschap terecht te komen. Bergpieken 360° alom, en de Saskatchewan Gletsjer als bekroning. Het is hier zeer druk. We zien zelfs een onervaren toerist op zijn sloffen naar beneden glijden. Een man gaat honderd meter verder in de sneeuw staan voor een foto: hij zal er thuis een pijltje moeten bij tekenen.
Na bijna anderhalf uur heerlijk wandelen (met zon maar koude wind) vallen we bijna in slaap in de warme auto. De weg blijft fraai laveren tussen de ruige bergen, maar dikwijls verhinderen sparrenbossen mooiere zichten. Aan Peyto Lake (hemelsblauw) pikken we een tweede wandeling mee. Adembenemend stijgen langs asfalt, en even adembenemend boven …
En dan is het full speed richting Lake Louise. Het dorp is piepklein en zijn we dus zo voorbij. Ons Deer Lodge Hotel ligt op een boogscheut van het meer. Het is een mooi gerestaureerd hotel uit de jaren 1920, heel sfeervol. Ook onze kamer (met terras) komt heel charmant over. We sleuren onze bagage naar boven (geen lift) en wandelen tot aan het meer. Zon in overvloed, hier blijven we een tijd zitten. De chique gasten van het Chateau Lake Louise flaneren voorbij, en ook de trekkers die van hun wandeling terugkomen. De laatste kano's varen binnen aan het boothuis.
Dag 15 – 18 juli 2003 (Mireille)
Laat uit bed (waar hebben we dat nog gehoord) ondanks aanhoudend hoorngeschal buiten. Na een chique ontbijtbuffet starten we de wandeling aan het schilderachtige Lake Louise. Aan een splitsing kiezen we het stijgende pad en we blijven heel lange tijd bespaard van bomen.
Eens in het bos komen we aan twee zitbanken met fraai uitzicht. We zien dat er al veel kano's op het meer varen. Na nog een steilere klim komen we op een plateau met onder ons Lake Agnes. Nu ontmoeten we veel meer wandelaars. Na nog een kleine klim bereiken we Beehive. Hier ligt heel Lake Louise inclusief dorp en omgeving aan onze voeten. Een mooi picknickplekje, jammer genoeg hebben we nog geen honger.
Dan maar terug afdalen en het pad richting Plain of Six Glaciers inslaan. Het eerste stuk is relatief rustig. Ik ruik zelfs de bloemetjes (allicht omdat hier geen beren zitten ?). Bij een splitsing wordt het veel drukker. Iedereen doet hier deze wandeling: jong, oud, Japanner, Canadees, zelfs Belgen. Op het laatste gedeelte tot het theehuis lopen we haast in de file. Vanaf hier is het uitzicht subliem. De bergen liggen rond het plateau, met de Victoriagletsjer als middelpunt met een dikke witte laag erop.
We lassen een korte stop in het theehuis in, nippend aan een "lemonade". Na een boke op een rots zijn we klaar voor de laatste klim van de dag: de belvedère van de Six Glaciers. Hier loopt wat minder volk. Het pad is dan ook steniger en smaller, enkel nog een richel en wat verder steengruis.
De gletsjer laat zich op zijn mooist zien. Volgens de reisboeken moeten we ons in het ijstijdperk wanen. We doen ons best – moeilijk hoor in T-shirt en topje !
Eenmaal terug aan het theehuis worden we getrakteerd op een viertal spectaculaire sneeuwlawines op de Victoriagletsjer, onder oorverdovend lawaai. Gelukkig lopen we nu niet op die richel.
In de afdaling steken we iedereen voorbij en bij het Chateau horen we nog steeds de Zwitserse alpenhorens …
In het Visitors Center horen we dat de trails rond Lake Moraine enkel voor groepen van minstens 6 wandelaars toegankelijk zijn. Er loopt immers een berenmannetje rond dat enkele wandelpaden tot zijn territorium geannexeerd heeft. En zes tegelijk heeft hij nog nooit aangevallen …
Na deze wetenschap stellen we vast dat de gisteren reeds klemmende kamerdeur nu helemaal geen medewerking meer biedt. Ook de passepartout van de vriendelijke jongen van de receptie biedt geen soelaas. 't Is wachten op een slotenmaker …
Dag 16 – 19 juli 2003 (Herman)
Het valt niet te ontkennen: Moraine Lake is een stuk blauwer dan Lake Louise. Weer een prachtig schouwspel: kleurrijke kano's op een diepblauw meer met de bergketens aan de horizon. Het is hier enorm druk, het was zoeken naar een plaatsje op de parking. We nemen het wandelpad erlangs voor een zijzicht en klimmen dan op een enorme hoop rotsblokken uit de oertijd voor een arendsblik. Twee piepkleine wolken zijn getuige van dit tafereel, voor de rest is de lucht zo blauw als het meer.
Dan nog wat shoppen in Lake Louise "Town", en een schitterende grizzlyberenfilm meepikken in het Visitors Center. Zelfs de Japanners worden er (bijna) stil van.
We rijden naar Banff via de parallelle A1-weg en niet via de Transcanadian Highway. Vlak voor Banff zien we een aantal mensen met een verrekijker turen. Het duurt even voor we het ook kunnen spotten: een moose. Nu alleen nog een grizzly, zegt Mireille. Maar niet op een wandeling …
Banff valt daarna wat tegen. De bergen zijn verder weg dan gedacht, en de straten hebben geen sfeer. Overal zijn er nog vacancies en er is al bij al niet zoveel volk. En zeker geen massa Japanners zoals in elke reisgids staat. Toch onder invloed van de SARS-epidemie ?
We drinken een ijskoffie in een shopping mall en rijden dan door naar Canmore. Het Chateau Canmore Hotel ziet er keurig uit, met een net gazon en rode daken. Mooie, ruime kamer met kitchenette, maar helaas geen terras. Aan de receptie vraagt men ons of we 2 kamers nodig hebben. Dat zijn 4 bedden. Neen, dank u. Alhoewel: misschien een idee. Dan hebben we zeker plaats genoeg om al onze spullen op te leggen.
Een avondmaal buiten in The Outpost, waar het leven langzaam verloopt, zeker voor de obers. En waar bij warme maaltijden koffie gedronken wordt …
Dag 17 – 20 juli 2003 (Mireille)
Aan het lawaai vannacht is het goed te merken dat we in geen nationaal park meer zitten. Vrachtwagens die piepend in achteruit de parking oprijden en hun vracht op- of uitladen, hotelgasten die op een nachtelijk uur "thuis"komen. Gevolg: we zijn weer eens late vogels.
Onderweg naar de volgende wandeling zien we een vijftal schurftige beesten lopen – het blijken bighorn sheeps te zijn (bergschapen). Sorry jongens, te vies, dus geen foto van jullie.
Het is bijna middag als we onze auto op de parking van het skigebied Norquay in Banff achterlaten. Oef, we zijn niet de enige wandelaars en er zijn ook geen berenwaarschuwingsborden.
Maar wel bomen, bomen, muggen en muggen. En stoeltjesliften en 27 smalle skipistes gescheiden door bomenrijen (niets voor mij). Het Cascade Amphiteatre-wandelpad daalt even en kiest voorbij een beekje hoogte. Na een doorkijkje door die stomme bomenmassa's besluiten we om terug te keren.
Herman herinnert zich iets van Yoho uit de reisgidsen. Zonder enige wegenkaart of beschrijving rijden we naar het nationaal park.
Aan een eerste stopplaats staan veel wagens en een hoop informatieborden. Ziet er hier ook niet echt spectaculair uit. Spiral Tunnel ligt beneden ons. Met een beetje geluk zie je een ellenlange trein van pakweg 100 containers de tunnel inrijden en wat lager terug uitkomen.
O'Hara Lake is niet voor ons: de lodge hebben we niet gereserveerd en het shuttlebusje evenmin. En de dertien kilometer lange tocht is afgesloten want grizzlyland. Brr.
De Meeting of the Waters is de plaats waar de Yoho en de Takkakaw River samenkomen. De Takkakaw is melkwit van het gletsjerwater, de Yoho blauwachtig. En weeral staan die onvermijdelijke bomen in de weg.
Herman herinnert zich uit dezelfde reisgids dat de Takkakaw Falls de moeite waard zijn. Via een smal bochtig wegje met aanduidingen "Switchback / Route en Lancets" bereiken we een parking met gigantisch veel auto's. De waterval is met haar 254 meter een van de hoogste ter wereld. We komen zo dichtbij dat we beneveld worden door het water. Net Evianspray. De omgeving is hier veel woester, de bergen hoger en de bomen schaarser. Yoho komt in onze topdrie van Canada.
We eindigen met stokjes bij de chinees.
Dag 18 – 21 juli 2003 (Herman)
Belgische nationale feestdag – en onze laatste vakantiedag. Dus eens zalig niksen.
We rijden terug naar Lake Louise en nestelen ons op een bankje in de zon, vlak aan de Chateau. Japanners defileren in groepen en kijken verbaasd dat ik mijn krant lees en niet naar Lake Louise en de gletsjer zit te turen. Bij een weldadige 25°C spreken we onze boterhammen aan. Alsof dit het afgesproken sein is zien we rond ons verschillende andere toeristen hetzelfde doen.
En dan komt helaas het ogenblik van afscheid. Nog even in het Visitors Center van Canmore een wegbeschrijving naar Calgary Airport meepikken. Gelukkig dat we ernaar vragen: er zijn wegenwerken en we moeten een alternatieve route volgen.
Dan Canmore nog even verkennen en wat kleding en zeepjes kopen. En een half uur wachten omdat de kassa het niet doet … !
In de supermarkt vraagt de kassierster ons of we een klantenkaart willen. Neen, want daar kunnen we weinig mee doen.
Fronsende blik van de verkoopster.
We komen uit België.
O, zegt ze, Belgium in Germany …
Op het terras van The Outpost worden we om het kwartier getrakteerd op treinlawaai. A salad to share: begrijpelijk want nogal groot uitgevallen. Nu blijft er nog een gaatje over voor een tenderloin van 8 oz (hopelijk niet van een gekke koe) met pepersaus (is me helemaal niet opgevallen), en een kip cordon bleu ("blue" zeggen ze hier).
En dan klinken we op de zwoele avond en onze terugkeer naar België en …
De rest gaat verloren in het treingeraas.
Dag 19 – 22 juli (Mireille) – epiloog
Die ochtend in het hotel bij het uitchecken … weeral computerpanne.
Er stonden bomen in de weg zeker …