Reisverslag uit Corsica

Vrijdag 15 juni 2001 (Herman)

Al wakker vóór de haan van de overburen !

"Au petit matin" loopt alles vlotjes : de luchthaven van Rijsel zonder veel problemen gevonden, onze auto voor 14 dagen op "hotel", Air Littoral nog niet failliet, onze 45 kilo bagage (volledige kampeeruitrusting) mag zonder problemen mee, en een huurwagen die bij aankomst staat te wachten in Ajaccio.

De dame achter de balie is onvriendelijk, maar de auto valt reuze mee : een Peugeot Partner Ushuaïa, een volumewagen waar we al onze pakken en zakken in kwijt kunnen.

In een Géant kopen we mondvoorraad voor de volgende dagen en nog wat extra kampeerspullen. We zijn al meteen 1000 FFR lichter ; goedkoop is het hier zeker niet.

Via talloze haarspeldbochten rijden we door naar Bonifacio, waar we weer een onvriendelijke vrouw (typische Corsicaanse karaktertrek ?) treffen in camping Campo di Liccia. We mogen wel zelf ons plaatsje uitzoeken, en na wat wikken en wegen prikken we de tent vast naast een muurtje met losse stenen en onder de olijfbomen. Er staan nog wat tentjes en campers.

Het zonnetje brandt hevig. Het wordt een zwoel avondje met aperitief, meloen met ham, pastasalade en een Corsicaanse wijn.

't Is dat we moe zijn, anders bleven we hier nog een paar uur zitten …

Zaterdag 16 juni 2001 (Mireille)

Als de wekker om 8 uur afloopt, schijnt de zon al volop in de tent. Alle ontbijtspulletjes meteen op tafel, en croissants en couques au chocolat in het winkeltje gaan halen.

Als we even later met de auto naar het centrum van Bonifacio rijden, blijkt het daar heel druk te zijn. Na enkele keren rondtoeren vinden we dan toch plaats op een wat verder gelegen parkingweide. Snel trekken we onze wandelschoenen aan en volgen de bordjes richting "haute ville". Aangelegde voetpaden brengen ons naar de ingang van een versterkte burcht, maar als we onder de boog doorlopen merken we dat er zich een heel dorp achter verschuilt ! Een wirwar van nauwe steegjes en binnenpleintjes met restaurantjes en winkeltjes. Een gezellig plaatsje.

Maar toch gaan we eerst nog even stappen, via een kustpad in de richting van een vuurtoren. Links maquis, rechts maquis. Onder ons de beukende zee, en een woeste rotswand die loodrecht het water induikt. In de verte zien we zelfs Sardinië tussen de nevelslierten. Aan de vuurtoren houden we lunchstop, doch we moeten verhuizen wanneer een hardnekkige meeuw het op onze boterhammetjes gemunt heeft.

In Bonifacio laten we ons al snel verleiden door de terrasjes aan de pittoreske haven, en drinken een Corsicaans biertje : Pietra, een amberkleurig kastanjenat. 's Avonds kiezen we in restaurant l'Archivolto - op een terras onder de bogen - ons menu van een krijtbord : tarte tatin van tomaten, filet de rascasse (vis) en een auberginelasagne.

Zondag 17 juni 2001 (Herman)

In vergelijking met Bonifacio valt Porto Vecchio wat dunnetjes uit. De bovenstad ziet er iets te modern uit, de haven mist sfeer. We eten er een pannini in de middagzon, en gaan dan stevig luilakken aan het zwembad van onze "nieuwe" camping Arutoli. Wel hevige wind vandaag, misschien toch maar enkele extra haringen aanbrengen.

's Avonds barst de storm helemaal los. Voortdurende rukwinden gooien onze bekertjes en bestek van tafel. Slablaadjes vliegen in de lucht, de tomaten gaan de grond op, ik moet een paar keer een plastic kommetje achterna spurten. Het avondmaal lukt nog net, verscholen achter de wagen. En dan moeten we nog de canard roosteren.

Het laatste halfje wijn wordt voor alle zekerheid in de tent geserveerd …

Maandag 18 juni 2001 (Herman)

Een stralend zonnetje en haast geen wind meer. Dit lijkt er al beter op.

We rijden na het ontbijt via een haarspeldweg naar L'Ospédale, een klein gehucht aan het Alta Rocca rotsmassief. We wandelen er een stuk van het Mare a Mare wandelpad. Eerst een halfuur door een naaldwoud, vervolgens klimt het over een rotsig pad naar de Foce Alta op 1.171 meter hoogte. Boven op het plateau stuiten we op een aantal koeien, maar ook op een flink gebouwde stier. Gelukkig trekken de beesten langzaam verder langs de Mare a Mare (en zonder wandelgids !), maar ondertussen zijn we wel de route kwijtgeraakt. We proberen onder meer nog een glibberige afdaling, doch we besluiten veiligheidshalve maar terug te keren. Maar ook nu stuiten we weer op koeien, en bovendien duurt het een hele tijd eer we de weg terugvinden tussen de maquis. Gelukkig maakt de heerlijke picknick op de rotsen (baguette met tomaten en tomme de brébis) veel goed. Op het laatste stuk van de terugweg horen we enkele donderslagen in de verte. We zetten meteen een spurt in. Maar meer dan wat druppels vallen er uiteindelijk niet.

En we zijn net op tijd terug op de camping voor de tea time - met koffie.

Dinsdag 19 juni 2001 (Herman)

Voorbij L'Ospédale kronkelt een smal bergwegje naar La Bavella, een puntige bergketen die majestueus boven de omgeving uitsteekt. De GR20 duikt hier meteen de diepte in, reden te over dus om de wandelschoenen uit de autokoffer te halen. De zon haalt een feilloze 27° C. Wij dalen meteen stevig af over rotsblokken langs de bergflank. Bij elke stop in de canyon wordt het zicht achter ons spectaculairder : wij worden omgeven door een hele cirque.

Onderweg zien we rotspunten in de meest bizarre vormen. Een indiaan, een kameel, ... ? Op een steil stuk (voor ons nog steeds dalend) vragen twee trekkers ons hoever het nog is naar boven. Nog een kwartier, het kan hen niet opbeuren. Een ouder echtpaar spreekt ons ook aan. Ze hebben de GR20 onderschat, ze zijn niet gewoon om over rotsen te lopen. Wat verderop trekken we een bos in, nu afwisselend klimmend en dalend. Langs de zijkant zien we mooie picknickplaatsen : rotsplaten die uitsteken over de canyon. Het is echter nog te vroeg voor een hongertje, en we stappen verder. Voorbij 2 "sources" komen we op een meer open vlakte waar we op een rotspunt het stokbrood en de fromage de brébis bovenhalen. En dan begint het te regenen … Als ook nog bliksemschichten aan de horizon verschijnen, besluiten we de lange retourklim naar boven terug aan te vatten. Het blijft nog een tijdje druppelen, terwijl de zee in de verte in de zon baadt !

Gelukkig kunnen we de regenjasjes uiteindelijk terug opbergen. De temperatuur is ondertussen wel tot 13°C gezakt, niet eens meer de helft van bij de start. De klim doen we uiteindelijk 10 minuten sneller dan de afdaling …

Op de rotsige parking heeft iedereen moeite om terug op het asfalt te geraken. Na veel manoeuvreren en slippen lukt het ons ook.

Le Tourisme - het klinkt nogal banaal voor een restaurant in Porto Vecchio. Hier serveert men nochtans gastronomische streekspecialiteiten van uitstekend niveau. Voor het eerst proeven we de brocciu, en het valt erg mee. Daarna opteer ik voor de gigotin d'agneau, Mireille ziet het eerder in de gamba's. De crême brûlée en een koffie, en nikske en een koffie voor Mireille, geven ons voldoende schwung om de 2 kilometer naar de camping terug te wandelen.

Woensdag 20 juni 2001 (Mireille)

"C'est l'été", zeggen ze op de radio. Geen vuiltje / wolkje meer aan de lucht. We breken onze tent af en kopen eerst nog een aantal streekproducten Chez l'Ornu : confituur met vijgen, peer en appel, honing van kastanje, confit au myrte, ham en worst. De keuze was moeilijk, jammer ook dat we geen kaas kunnen kopen, maar eerst moet de andere op.

Dan gaan we vervolgens via de N193 richting noorden om dan even onder Bastia het eiland te doorkruisen. Ook aan de westkust is het uitzicht prachtig. Saint-Florent oogt supergezellig, doch we gaan eerst op zoek naar een camping (d'Olzo). Een soepje later staan we terug in Saint-Florent, aan de grote haven met restaurants, terrasjes, pleintjes bij de vleet. Très sympa. We lopen helemaal rond de haven, langs een omwalling. We zetten ons op de rotsen in de zon, met zicht op zee. En dan nippen we van een Cap Corse, en prikken in zwarte en groene olijven.

Wat kan het leven eenvoudig zijn. Dit is echt vakantie.

Donderdag 21 juni 2001 (Herman)

De zomer begint vandaag en de zon blijft trouw op post. Ideaal weer om het kustpad van Saint-Florent tot de vuurtoren van Martello te volgen. Eerst nog langs een monotone rotsige baan, waar zich zowaar zelfs enkele vermetele automobilisten op wagen. En dan daalt het pad dichter naar de kust toe, wordt het erg smal en leidt ons naar onovertroffen vergezichten op de kronkelige rotskust. We slalommen tussen de maquis. Hier en daar komen we langs een eenzaam strand, een pittoreske inham of een verlaten Genuese toren. Op de zee dobberen bootjes met ons mee. We moeten zelfs even door het water waden om aan de overkant het pad te kunnen vervolgen.

Na talloze foto's - een moedige poging om deze indrukken op papier vast te leggen - komen we bij een ruïne van een Genuese toren en, wat hoger, de vuurtoren van Martello. We klimmen langs een moeilijker rotspad nog wat verder om op een eenzaam plekje de bokes met kaas op te peuzelen.

Op de terugtocht missen we het goede pad en raken verstrikt in de maquis : schrammen als souvenir uit Corsica. Na ruim vier en een half uur puur genieten komen we terug bij de trouwe auto. En die brengt ons naar Cap Corse, verrassend bergachtig overigens. We stoppen in het mooie bergdorp Nonza, waar de oude huizen zich krampachtig vastklampen aan de bergflank, en waar een - zoveelste - Genuese toren boven uit"torent". We klimmen even naar boven en verstoppen ons dan op het terras onder de plataan van Café de la Tour. Temidden van een buslading drukdoende Hollandse toeristen.

Een zoektocht naar een Géant levert niets op, ondanks de beloften van een groot bord bij het buitenrijden van Saint-Florent. We vinden echter wel voldoende mondvoorraad in de lokale Spar, en doen ons dan te goed aan onze Cap Corse op ons terrasje van L'Ambada in Saint-Florent.

Met zicht op de gezellige haven en de wiebelende bootjes.

Willen we hier eigenlijk nog wel weg ?

Vrijdag 22 juni 2001 (Herman)

Tentje opgevouwen. Tentje terug opgezet. Nu in Calvi. Wel een behoorlijk drukke camping, we doen er een tijdje over om een geschikte plaats te vinden.

We verkennen Calvi, met de obligate burcht bovenaan, gezellige winkelstraatjes en dito haven. Vanop een terrasje zien we hoeveel werk die booteigenaars hebben om hun sloep netjes te houden. Niks voor ons ..

Daarna laat Mireille zich gaan Chez Anna, een traiteur met Corsicaanse specialiteiten. Volgeladen met involtini's (ham gevuld met zachte geitenkaas), gegratineerde aubergines, olijven, kaas en zo meer komen we terug aan de camping … waar we nu bijna helemaal ingesloten zijn.

We vinden troost in onze authentieke Corsicaanse hapjesmaaltijd met een Calvi-wijntje, onder het gehuil van de "kleine van de buren". Dan maar een avondwandeling langs het vlakbij gelegen strand, vanwaar we een fraai uitzicht over de citadel van Calvi krijgen aangeboden.

Zaterdag 23 juni 2001 (Mireille)

Vroeg uit de veren. Maar op de camping is toch al veel beweging. Na het ontbijt kopen we in de Libre Service nog een stokbrood, en pikken dan 20 kilometer verder (in Bonifatu) in op een GR20-variant. We volgen de veelvuldige gele verfstrepen. Het pad klimt constant maar blijft koppig tussen de bomen zodat mooie uitzichten schaars blijven. Halverwege hangt er een gammele "Nepalese" hangbrug. Hier poseert Herman wel vier maal voor de foto. Hopelijk is er toch 1 geslaagde foto bij.

Bij de laatste nogal steile klim krijgen we het ergerlijke gezelschap van vliegen. Als we uiteindelijk de refuge de Carozzu bereiken komen we in de volle zon bij een heerlijk briesje, en dan geven die hardnekkige beesten het op. Hier zijn we helemaal omgeven door de rotspieken van de Cirque de Bonifatu. Nog even lopen we 10 minuten extra van de GR20 langs rotsplateau's met gezekerde kabels. Op de terugweg passeren ons nog een massa wandelaars : zowel GR'ers als strandgasten met summiere bepakking. Vlakbij de suspension bridge eten we stokbrood met aardbeien.

Nog voor 3 uur staan we terug aan de camping. Dan maken we tijd om even op het strand te gaan liggen en in de zee te zwemmen. Gevolgd door de klassiekers (bij een bloedhete temperatuur) : een terrasje aan de haven, Chez Anna plunderen, apero, en een authentieke Corsicaanse koude schotel overgoten met lokaal vocht.

Als die kleine van hiernaast nu maar zwijgt ...

Zondag 24 juni 2001 (Herman)

Van Calvi naar Porto is maar 70 kilometer, maar toch doen we er meer dan 2 uur over. Constant kronkelend, en af en toe slecht wegdek toe. We zijn dan ook doodmoe als we op het middaguur op de pittoreske camping van Porto aankomen. De kampeerplaatsen zijn in terrassen boven elkaar gesitueerd, midden een boomgaard. Wij opteren voor een plaats onderaan met veel ruimte, zodat we er de wagen kunnen bijzetten. We besluiten om de oorspronkelijk geplande namiddagwandeling te schrappen en Porto-haven te gaan verkennen. Weliswaar minder pittoresk dan Bonifacio of Saint-Florent – meer beton en moderne hotelbouw – brengen we er toch een zalige namiddag door. De enige fysieke activiteit beperkt zich tot het beklimmen van de toren, van waaruit we een subliem uitzicht hebben op de woeste rotskust van Porto. Als we op de camping terugkomen staan er een tentje en 2 motorfietsen tussen onze tent en onze auto ...

Gedaan met de privacy.

Maandag 25 juni 2001 (Herman)

We willen de prachtige rotskust van Porto eens vanuit een hoger perspectief bekijken. De trektocht vanuit Piana naar Capu d'Ortu lijkt ons dan ook een goed idee. Het is even zoeken naar het startpunt, en dan duiken we weer het bos in, dus geen uitzichten. Het parcours is wel lastig. We moeten steeds over grote losliggende keien klauteren. Na zowat een uur komen we aan een open zone waar een bord nog 1 uur "wandelen" aangeeft. Eerst gaat het nog zachtjes naar boven, vanaf een plateau wordt het echter heel steil. Op handen en voeten hijsen we ons omhoog langs grote rotsblokken. We komen uiteindelijk aan een plaats met een massa steenmannetjes, maar nog zijn we niet op het hoogste punt. We zien andere trekkers doorgaan, en dus volgen we hun voorbeeld. De beproeving duurt nog 20 minuten, en dan staan we aan de top. Aan onze voeten een zicht van 360° rond. De roze rotskust tekent zich majestueus af tegen de blauwe hemel. De météo voorspelt zonnig weer voor de rest van de week. Als dat klopt hebben wij hier 2 weken fantastisch weer gehad !

In het afdalen wordt Mireille steeds behendiger. Hier en daar moeten we weer de handen gebruiken, waarbij af en toe een groene hagedis spichtig wegduikt. In ons enthousiasme slaan we iets verderop een verkeerde bosweg in : een half uur extra aan ons been ! We komen oververhit beneden toe. Wat een plezier om eens gewoon op het asfalt te kunnen stoppen. En viva Napoleone III ! Dank zij hem kunnen we onze drinkflessen vullen met koel water van de dorpsfontein. Volgens een opschrift vloeit het water hier reeds sedert 1860. We zijn meteen terug fris genoeg om een sentier du coeur in te slaan om de befaamde calanques van Piana van dichterbij te bewonderen. We moeten daarvoor wel voorbij een winkeltje annex bar, doch de uitzichten op de grote orgelpijpen zijn voortreffelijk. We bekijken ook nog een waterval waar elke Noor eens hartelijk om zou lachen., en trekken dan door naar Porto waar het veel drukker is dan gisteren. En we trakteren onszelf op een heerlijk menu in La Tour Génoise.

Dinsdag 26 juni 2001 (Mireille)

We geraken minder goed op dreef vandaag. In Piana kopen we perziken, kaas, tomaten en brood en dan rijden we verder via een smal baantje richting Plage d'Arone. Halverwege parkeren we de auto om aan een kustwandeling naar een mooi gerestaureerde Genuese toren te beginnen. In het begin gaat het nogal veel bergafwaarts, maar op het einde wacht een pittige klim. Boven komen we helemaal bezweet toe. We beklimmen de toren via een stenen trap. Binnenin bevindt zich een volledig intacte schouw, boven aan de kantelen zijn de uitzichten eens te meer weergaloos. Na een goed uur eerst terug steil afdalen en dan een lang stuk terug klauteren komen we weeral nat in het zweet aan onze Partner aan. In Piana stoppen we weer aan Napoleone III om bij te tanken. Een wandeling door Piana zelf ("un des plus beaux villages de la France") kan ons niet bekoren. We kopen nog een Vlaamse krant en lezen die op een schaduwplekje van een terras.

Woensdag 27 juni 2001 (Herman)

En ter afsluiting van onze wandelsessie vandaag nog een "korteke". Een stuk van de Tra Mare y Monti. We laten de auto achter aan de Ponte Zaglia en trekken over een niet al te moeilijk rots- en steenparcours naar een Genuese brug (het hoeft niet altijd een toren te zijn). En zo kort hadden we het nu ook niet bedoeld : na nog geen half uur staan we reeds aan de brug ... We blijven nog wat rond het riviertje hangen en keren dan terug, nu constant gepasseerd door alle soorten wandelaars : gehaaide Mare y Monti-trekkers, familiewandelaars, dagjesstappers, strandfreaks op zoek naar een mooi zwemplekje. En allen zweten ze zich te pletter onder de loden zon.

Gelukkig lassen we in de namiddag nog een boottocht in naar de Réserve Naturelle de Scandola. En zelfs op de boot is er nauwelijks wind.

Donderdag 28 juni 2001 (Mireille)

Omdat de confituur op is eten we vanaf vandaag 's morgens boterkoeken en chocoladekoeken. Eens het buikje vol trekken we terug richting Piana, over de smalle bochtige weg. Het is wel nogal somber en grijs vandaag. Af en toe doet de zon schuchtere pogingen maar daar blijft het bij. We besluiten om onze vakantie te beëindigen in Bonifacio. Ook hier is het zwaar bewolkt. Een camping dichter bij het centrum wijzen we af omdat de auto niet bij onze tent kan staan (en vermits we morgen moeten pakken). Dan maar terug naar Campo di Liccia, waar we een heel rustig plaatsje vinden tussen de bomen. En dan kiezen we richting stad. We flaneren door de Ville Basse en Ville Haute, doen nog een terrasje en reserveren een tafeltje bij Cantina Doria. We lopen nog een stukje langs het aangelegde kustpad en genieten van het zicht op Bonifacio, met de dreigende wolkenhemel als achtergrond. De zee is vrij woelig.

La Cantina Doria lijkt echt op een cantine, met allerlei oude voorwerpen tegen de wand en aan het plafond (slagersmessen, koffiepotten, oude foto's, ...). Er is flink veel geroezemoes, de obers spurten in het rond. De kaart is eerder beperkt. Bij onze bestelling van een voor- en hoofdgerecht krijgen we de verrassende reactie dat het "beaucoup" is. Vooral mijn salade Cantina is nogal ruim bemeten, maar wel lekker (sla, tomaten, komkommer en plaatselijke charcuterie en kaas). Herman neemt de charcuterieschotel met augurken en olijven. Als hoofdgerecht opteert hij voor omelet met bruccio (wat eentonig) en ik kies voor de gevulde aubergines op de wijze van Bonifacio (met kaas en blé noir, overgoten met een tomatensaus). En deux petits cafés sluiten het officiële deel van onze vakantie af.

Vrijdag 29 juni 2001 (Herman)

Geen telefoontje van onze werkgevers om ons nog een maandje extra te gunnen. Terugkeren dan maar. Eerst nog wat extra ballast weggooien (een tent !) en dan met veel moeite afscheid nemen van Bonifacio.

En van Corsica.

Tot ziens !