
Reisverslag van een fietsvakantie in Cuba
26 november 2006 (Herman)
Strenge controles in luchthavens, dat zijn we gewoon.
Maar in Havana worden wij en de bagage aan een uitgebreide doorlichting onderworpen … bij het verlaten van de luchthaven.
El lider maximo leeft ondertussen gewoon verder en wij proberen de jetlag terug richting Europa te sturen. In de patio van ons fraai gerestaureerd achttiende-eeuws burgerhuis – koloniaal tot en met – krijgen we ei bij onze toast. Een felgekleurde papegaai komt meteen over de schouders van Mireille meekijken.
Een ochtendwandeling toont ons volmaakte rust op de vele pleinen van Havana Vieja. Er lopen alvast meer politieagenten en honden dan toeristen rond.
Wij hebben een individuele fietsvakantie in West-Cuba geboekt en hebben vanochtend een afspraak met onze lokale vertegenwoordigster, die ons ook nog eens twee uurtjes in de stad gaat rondgidsen. Consternatie als ze komt opdagen zonder fietsroutebeschrijving en zonder kaartmateriaal (“dat bestaat niet in Cuba”), dat wordt pas echt avontuur.
Ze vindt het koud. Een kleine 30°C in de winter, dat vinden wij doenbaar.
We steken de Plaza Vieja over. Schitterend restauratiewerk van de Unesco, dat het plein voor de conversie in een parkeergarage behoedde. De koloniale huizen rond het plein in pastelgeel en –blauw hebben hun vroegere charme teruggekregen, op 1 na. De inwoners willen niet verhuizen naar een appartement in de voorsteden. Er zal nog wat overredingskracht nodig zijn. Overigens mogen Cubanen geen huizen kopen of verkopen.
Vlak voor de Malecon wandelen we rond het San Franciscoklooster en lopen verder naar de weergaloze barokke kathedraal en de Plaza de Armas. De gids heeft het niet voor de huidige bewindvoerders. Een Cubaan verdient slechts 15 dollar per maand en krijgt verder alleen maar wat voedselbons om rijst, kip en andere basisvoedingsmiddelen te kunnen kopen in de bodega's. Ruim onvoldoende om van te overleven, meent ze. Een handeltje op zetten is strikt gereglementeerd en zwaar belast. Velen doen het illegaal. Als ze gesnapt worden kost het hen 4000 dollar. Koeien mogen door de landbouwers enkel gemolken worden voor eigen gebruik. Slachten is verboden. Als een koe in verdachte omstandigheden omkomt wordt een streng onderzoek ingesteld en gaat het grootste deel van het vlees naar de overheid. Toeristen krijgen bij omwisseling van buitenlandse deviezen andere (zogenaamde convertibele) peso's toegestopt waarmee ze toegang hebben tot luxewinkels en –producten. Geen wonder dat ook Cubanen via de toeristensector aan convertibele peso's trachten te geraken. Zoals de gids het zegt: zulke winkels zijn voor hen zoals musea, enkel om door de vitrine te kijken.
In de Bodegita del Medio is Hemingway ons jaren voorgegaan, en vele anderen ook aan de ontelbare handtekeningen op de muur te zien. Gezellig is het wel, inclusief Cubaans orkest, maar verder blijkt Hemingway toch geen grote culinaire kenner te zijn. Mireille is de bonen nu al beu, en de vakantie begint pas.
Uitwaaien op de Malecon, en dan de eerste mojito's in de schaduw van de kathedraal op het terras van El Patio. De Buena Vista Social Club – lookalikes spelen live op de achtergrond en de obers doen alle moeite om de op mojito's beluste toeristen straal te negeren.
Belangrijkste opdracht vanavond: een goed restaurant uitpikken.
Belangrijkste opdracht morgen: de weg terugvinden …
27 november 2006 (Mireille)
Wachten op warm water. Wachten op het ontbijt.
De papegaai ziet er nog heel slaperig uit. De fietsenverhuurders ook. Er worden 2 blitse mountainbikes tevoorschijn gehaald, maar zonder bagagedrager en drinkbushouder. We kijken uit naar andere fietsen maar die zien er allemaal afgeleefd uit. Dat wordt straks nog puzzelen. Herman krijgt tot afscheid ook nog een enorme aftandse en loodzware fietspomp in zijn handen geduwd.
Een tankwagen bezorgt water aan het hotel. Een typisch fenomeen in Havana. Onze chauffeur heeft ontelbaar gemanoeuvreer nodig om uit de nauwe straatjes te geraken. Via de chique wijk Miramar rijdt hij naar de autopista. Wegwijzers zijn er niet te bespeuren en hij moet 2 keer de weg vragen naar Mariel. Plots zet hij zich aan de kant, laadt de fietsen uit en vraagt ons nog een paar keer of we wel zeker zijn dat we met de fiets verder willen. Hoofdschuddend vertrekt hij.
Wij staan ondertussen al naar het kaartje en de beschrijving van Cycling in Cuba te staren. Een heel eind langs de autopista (een vierbaansvak waarop nauwelijks auto's rijden – fietsers worden verondersteld van op de pechstrook te rijden waar de weg moet gedeeld worden met ossenkarren) en dan de afslag vinden. Die vinden we niet en dus moeten we de hulp van de lokale bevolking – die op elke hoek op een bus of lift zitten te wachten – inschakelen. Ze zijn allemaal supervriendelijk, sommigen beginnen zelfs Frans met ons te praten.
Na 23 kilometer autopista komen de heuveltjes er aan en laten de fietsen hun zwakke versnellingen zien. Dat wordt afzien de volgende dagen. Voor we het goed beseffen rijden we het ecologische project Las Terrazas binnen en staan we voor het luxueuze Moka hotel.
Na een biertje op het terras maken we een wandeling door het dorp met een aaneenschakeling van communistische blokkendozen. We passeren een lagere school waar de leerlingen volop poetsen en de trap schilderen (!). Bij een kunstmatig meer met restaurant, picnictafels en een kromgetrokken volleybalnet houden we eventjes halt.
In het hotel maakt het meisje van de receptie luid reclame voor het zwembad. Als we er aan komen zien we … dat er geen druppel water in staat.
28 november 2006 (Herman)
Hay sol a menudo!
De taxichauffeur die onze bagage naar Villa Soroa moet brengen is nog in geen velden of wegen te bekennen en dus vallen we het ontbijt aan. Hoera, buffetontbijt – met pannenkoeken.
Een uurtje later duikt de chauffeur plotseling uit het niets op. We sleutelen nog wat aan de zadels en stellen vast dat de voorrem van Mireille het niet meer doet. En mijn versnellingen slaan paraplu.
Het is maar een kort ritje (19,5 kilometer) naar Villa Soroa, maar wel stevig op en af. Mijn fiets kreunt en puft, en Mireille tracht haar achterrem te sparen. De palmbomen houden ons constant gezelschap. Er staan volgens het roadbook twee stevige kuitenbijters van elk 700 meter geprogrammeerd. De eerste naar de slagboom van het natuurreservaat geraak ik met mijn veel te grote versnellingen nog bijna boven, de tweede muur is het duwen geblazen. Mireille peddelt ultraklein lustig naar boven, nota bene op de fiets die oorspronkelijk voor mij bestemd was. Tommetoch.
De roofvogels cirkelen driftig rond. Ze hopen misschien dat ik levenloos van mijn fiets zal vallen. Een heerlijke afdaling van 2,5 kilometer brengt ons spoorslags tot aan de okerrode cabañas van Villa Soroa. Een grote tuin vol palmbomen, een 60 meter lang zwembad met stenen brug, en een bar met biertjes en sandwiches (con jamon y queso).
Meteen zijn we weer opgefrist voor de namiddagwandel. Een bordje leidt ons naar een tafeltje waar we 6 CUC lichter worden (maar er is een drankje inbegrepen). Een eindeloze trappenreeks brengt ons tot een eerste uitzichtpunt boven de douche, en een steilere reeks tot beneden met prentbriefkaartuitzicht op het neerstortende water. Na de terugklim naar boven hebben we het gratis drankje meer dan nodig.
Maar dan volgt er nog veel steviger klimwerk over een ruw verweerd mountainbikeparcours. We laten de paarden rechts liggen en volgen hun keutels op de immens steile helling naar boven. We zijn eigenlijk op zoek naar de orchideeëntuin, de tweede grootste ter wereld. Om de 100 meter is er bananenbevoorrading. Na een half uur komen we boven aan een steile trap. Hijgend ronden we de top – geen orchideeën, alleen een eenzame kralenverkoper.
Het zicht van op deze belvedère is wel subliem: een arendsblik over de hele omgeving. De kralenman vertelt ons dat we ons op 380 meter hoogte bevinden.
Beneden op de parking zoeken we ons suf naar de orchideeëntuin. Na wat vragen vinden we de tuin toch, in een zijstraat. Discriminatie: buitenlanders moeten meer afdokken dan Cubanen. Ook een fototoestel of videocamera tikt extra aan. Een horde Belgen en Nederlanders loopt met de obligate gids mee. Ze rammelt de Latijnse namen en de Cubaanse omschrijving van alle planten af en op een halfuurtje staan we terug buiten.
Tijd om het hotelterras en het zwembad aan een nader onderzoek te onderwerpen …
29 november 2006 (Mireille)
Uitgebreid ontbijt. Genoeg vitamientjes, mineralen en krachtvoer voor de 59 kilometer lange tocht. Zelfs het brood en de sandwiches zijn lekker, enkel de jam ontbreekt nog.
Bij een uitbundig aanwezige zon fietsen we Soroa uit, hoofdzakelijk bergaf met af en toe een kleine helling. Voor ik het goed besef staan we bij de autopista. Geen enkele aanduiding of wegwijzer, het is enkel te herkennen aan de typische op- en afritten omzoomd met gras.
Het valt ons op dat we door een agrarisch gebied rijden. We zien op verschillende plaatsen rijst oogsten. Akkers worden geploegd met behulp van 2 ossen in een span. Ossen- en paardenkarren en fietsen en abominabele staat kruisen onze weg. We hebben wind in de zeilen en de kilometers schieten goed op. Fidel Castro zorgt overigens voor veel afwisseling door veelvuldige grote propagandaborden.
Aan kilometerpaal 90 verlaten we de autopista. Geen echte afslag, wel een weg vol putten en gaten net voor een brug waar veel Cubanen op een lift staan te wachten (die kunnen niet allemaal op onze fiets mee …). We passeren nette huisjes, allemaal voorzien van een tuintje en kippen. In een opslagplaats staan een reeks bussen zonder wielen. Opschrift: Torremolinos.
Onderweg vinden we geen bevoorrading maar plots rollen er 6 pomelo's voor onze wielen. De chauffeur van de dokkerende vrachtwagen heeft het niet eens gemerkt. Ik prop een van de pomelo's snel in mijn stuurtas.
Vanaf de Carretera Central krijgen we beter wegdek onder de wielen en ronden we een paar kleine klimmetjes tot San Diego de los Banos. Hotel Mirador oogt iets minder fris dan de vorige hotels maar de ontvangst is zeer vriendelijk. Onder een hels lawaai van Christina Aguilera-achtige deuntjes brengen we onze vochtbalans in evenwicht. Zwemmen kunnen we vergeten. Het zwembad is erg ondiep: 30 centimeter langs de rand tot middenin slechts maximum 1 meter 15.
Het dorp verkennen is een betere optie. Een wankele ijzeren brug over de San Diegorivier, een kerk, een schooltje. Een kraampje met pompoenen, courgettes en groene bakbananen. Bananen, een goed idee voor onze lunchplannen van morgen. De bakbananen zien we niet zitten, maar na uitgebreide research zien we op een vensterbank trossen gele bananen tussen de gedroogde zwarte bonen. Niemand te zien, dus moeten we de buurvrouw optrommelen om een deal te kunnen afsluiten. 1 peso (0,15 euro) voor een tiental bananen.
Keuze uit 2 restaurants: een parillada – dus vlees – en een gewoon restaurant. Een blik op de kaart bij een mojito: ook allemaal vlees. Bof. Gelukkig vind ik toch nog een spaghetti. Bericht uit de keuken: spaghetti op. Dan maar een pizza, maar dan wel een flauw afkooksel van wat de Italianen oorspronkelijk bedoelden. Er zijn slechts 2 tafels bezet. Veel licht, ongezellig en een overvloed aan personeel.
Toen we daarstraks de bananen betaalden met toeristenpeso's kregen we een heel pakket lokale muntjes terug.
Dus moeten we de komende dagen nog héél véél bananen kopen.
30 november 2006 (Herman)
Un jour sans.
Bij de eerste pedaalomwenteling voel ik het al: dat wordt niets vandaag. En dan met de koninginnenrit naar Vinales voor de boeg.
Kan het ook anders: een schaars ontbijt, zodat we zelfs 2 broodjes met kaas moeten bijkopen. Geen bevoorrading onderweg – leven op bananen en wat koekjes. Veel te weinig water mee (klein rugzakje en geen drinkbushouders). Zeer slechte weg, voortdurend klimmen. Versnellingen van voor de revolutie. Zadel veel te laag en stuur idem dito.
We hebben gisteren wat veldwerk gedaan en zijn tot de conclusie dat de ijzeren brug over de San Diegorivier te gevaarlijk is
om er met fietsen over te lopen. De brug is vernield tijdens een tropische storm en bestaat enkel uit wat losse planken met daaronder de dieperik. Verderop ligt een stenen brug, bewaakt door een hele horde gieren, en wat verderop vinden we de route terug. In het Parque Nacional La Guïra slaan we onder een imposante stenen poort naast een haciënda rechtsaf – een tot grint gedegradeerde asfaltweg vol grote gaten. Tweemaal de muur van Geraardsbergen over, en dan een vervaarlijke kronkelende afdaling slalommend tussen de gaten met nog 1 werkende rem. We passeren de plaats waar Che Guevara zich in het bos verschool in het begin van de jaren zestig.
We rijden het natuurgebied uit en volgen een golvende weg met verschrikkelijk slecht asfalt. Soms moeten we constant links van de weg fietsen om wat verpozing voor het zitvlak te zoeken. Op de kruispunten staan in het geel geklede officiëlen die de schaarse auto's en trucks tot staan brengen en verplichten om de vele lifters mee te nemen.
De hellingen blijven elkaar kort opvolgen, eentje ervan zelfs immens steil. Voorbij La Palma (neen, geen exotisch oord) stoppen we aan een school en peuzelen de bananen en koeken op. Een Cubaan komt ons in perfect Engels verwittigen dat we beter kunnen vertrekken. We staan hier aan een monument voor de Cubaanse helden en de politie zou wel eens moeilijk kunnen doen. Nog geen minuut later arriveert de politie … en wij ribbedebie. Een Nederlandse fietser met pak en zak fietst ons fluks voorbij. De zichten zijn prachtig: mojotes langs alle kanten.
De zon brandt (en water bijna op).
En plotseling worden we aangesproken door een man in een tuintje. Hij verkoopt bananen en ananassen. Hij snijdt de ananassen vakkundig in stukjes, serveert ze keurig op een bordje en nodigt ons uit om langs de rand van zijn tuin op een geïmproviseerde bank in de schaduw te komen zitten. Een buurvrouw brengt haar schoenen binnen – hij is dus ook schoenlapper. Van België heeft ze nog nooit gehoord, maar ja, zegt ze, ze is nog nooit buiten Cuba geweest.
We nemen afscheid van die supervriendelijke Cubanen en dokkeren verder over het verweerde asfalt, hellend, klimmend, stijgend. Als we Vinales bereiken wordt het verkeer veel drukker met vooral veel toerbussen. We passeren Villa Rancho San Vicente (een hotel) – wat een drukke bedoening. De laatste 7,5 kilometer naar Vinales zijn een hele beproeving: vals plat, eindeloos, met bussen en vrachtwagens rakelings langs ons heen.
Vinales ziet er gezellig uit (da's voor morgen) maar we volgen de pijlen naar hotel Los Jazmines. Een ultieme klim van 3 kilometer, en met mijn tong tot op de grond stop ik tot voor het zwembad. Meteen helemaal leegdrinken?
Ik bedenk mij en koop in de bar 4 flessen water. We mogen de fietsen in de kamer stallen. Wat een uitzicht van op het terras: de groene vallei met palmbomen en daartussen de hoog oprijzende mogotes.
Ik kijk op mijn gps: 65 kilometer aan goed tien per uur. Nog zeker niet klaar voor de ronde van Cuba …
1 december 2006 (Mireille)
Rustdag in Vinales!
Uitslapen, lekker rustig ontbijten, en voor de eerste maal bruin brood op tafel. Formidabel.
Nadien zoeken we wat prentbriefkaarten uit en nestelen we ons aan het zwembad. Een boekje lezen en luieren, kan ook eens tof zijn.
Tegen het middaguur besluiten we tot iets meer actie over te gaan. We wandelen de 3 kilometer terug naar het centrum. Mooie koloniale huizen met de typische zuilengalerij ervoor.
Aan het kerkplein zowaar enkele toeristenstalletjes, maar niet echt interessant. Wat geld wisselen in de bank. Zwaar bewaakt. Met zakken vol CUC's een terrasje opzoeken.
2 december 2006 (Herman)
Feest in Cuba.
Het is exact 50 jaar geleden dat Fidel en Raul Castro samen met Che Guevara met een tachtigtal manschappen Cuba binnenvielen, een mislukte aanval die wel het begin van de revolutie inluidde en het aftreden 2 jaar later van dictator Batista.
Nog even verpozen aan het zwembad en dan een korte fietstocht van een goed uur over een golvend parcours naar Villa Aguas Claras, ongeveer 7 kilometer van Pinar del Rio.
De muziek schettert uit de luidsprekerboxen. In het zwembad zit het vol Zuid-Amerikaanse (of Cubaanse?) toeristen. Onze bungalow staat in een grote tuin. Het gras wordt gemaaid met een aftandse grasmaaier die allicht nog persoonlijk de inval van Fidel en Che heeft meegemaakt. Aan dit ritme duurt het nog een revolutie eer hij helemaal rond is. Een echtpaar deelt plakjes ham uit (waar is dat te vinden in Cuba ??). De tuinwerker krijgt rum aangeboden.
's Avonds worden we getrakteerd op een visschotel in een ruwhouten bungalow. Betalen is een probleem; zelfs op het allerkleinste biljet kunnen ze amper teruggeven.
Van het Cubaanse feest is hier niets te merken, enkel een jankende hond verstoort nog de rust.
3 december 2006 (Herman)
Ons volgend verblijf in Laguna Grande is niet meer toegankelijk voor westerse toeristen op instructie van de regering en dus opteren we voor een extra nacht in het badplaatsje Maria la Gorda. Omdat de fietsafstand te groot is hebben we een ochtendtransport met een minibus.
De chauffeur duikt plotseling op het einde van ons ontbijt op. We vragen hem om ons in Sandino af te zetten, 65 fietskilometers van Maria la Gorda. Hij slaakt een luide zucht als hij onze fietsen ziet – waar moet hij die nog gaan steken ? Vooral als blijkt dat 4 (rijke) Cubaanse gepensioneerden ook met het minibusje meewillen tot Pinar del Rio. Uiteindelijk zitten al die Cubanen 3 kwartier lang te worstelen met onze fietsen (die er vooraan ingestoken worden om er achteraan terug uit te komen) alvorens we op weg kunnen.
Aan een benzinestation in Sandino stappen we uit, waarna de chauffeur onze fietsen … en onze reiskoffers op de stoep zet. Grote verbazing als blijkt dat hij die naar Maria la Gorda moet brengen. Wat had hij gedacht: dat we die op onze rug gingen binden ? Maar ik keer van Maria la Gorda onmiddellijk terug hoor, is zijn respons. Entiendes?
Na 8 kilometer slaan we af in La Fé, en krijgen meteen een ongenadige tegenwind te verduren. Overal in de straat zien we slogans: Viva Fidel, Volveran (eis voor terugkeer van 5 in de USA gevangengenomen Cubaanse spionnen), strijdkreten rond de revolutie. Zelfs de strak witgekalkte schooltjes staan vol propaganda. Een borstbeeld van Marti kijkt nauwgezet toe.
Het is bloedheet (31°C) en de weg saai en steeds maar rechtdoor. Vanaf de toegang tot het nationale park van Guanacahabibes valt het verkeer helemaal weg en zitten we middenin lage begroeiing. Er staan veel paarden langs de kant. We krijgen het psychisch moeilijk: altijd maar rechtdoor, altijd maar trappen. Het ecologische station komt als een zegen. We zien op de kaart een cafeetje of restaurant staan. Navraag bij een Cubaan leert ons dat deze … 14 kilometer verder in Maria la Gorda te vinden is.
We persen de laatste druppel uit onze drinkfles en wippen weer de fiets op, nu langs het zandstrand over scherpe steentjes.
Einddoel: een perfect idyllisch witzandstrand met palmbomen. Maar het eerste uur verlaten we de bar niet meer …
4 december 2006 (Mireille)
Wakker worden met het geluid van het cartoonmannetje van La Linea! Even later besef ik dat het een of andere lokale vogel is.
Ontbijt buiten met zicht op zee. We hebben het al slechter getroffen. Een stralend blauwe hemel, nauwelijks wind en +30°C. Dus zoeken we een ligstoel uit met bijbehorende palmbomen. De grootste activiteit beperkt zich tot het voortdurend verslepen van de ligstoelen, richting zon voor mij, richting schaduw voor Herman.
Om 13 uur trakteren we ons op een bocadillo met queso y jamon. Het biertje erbij maakt ons zo loom dat we terug op zoek gaan naar een plekje in de schaduw. Wanneer de zandvliegjes ons het leven zuur maken, kramen we onze hele santenboetiek op en vestigen we een persoonlijk record 4 kilometer hardlopen in Cuba. In de energiebar vieren we dit met een mojito …
5 december 2006 (Mireille)
Doorlopen naar het uiterste punt van de kaap lukt niet vanwege “doorgang verboden”. Dan maar via de andere kant over het strand lopen. De zon, de wind en de blauwe lucht is een goede cocktail om ons het gevoel van een bountyeiland te geven. Het witte ongepolijste strand ligt vol schatten – prachtige stukken koraal in de fraaiste vormen. Twee uur later staan we met onze handen vol moois terug aan onze kamer.
De rest van de middag brengen we op het terras door, nog een laatste plons in het immense “zwembad”, vanwaar ik goed zicht heb op het oogsten van de kokosnoten (met een lange stok met een haak aan het uiteinde).
Een goed gesprek met de Noorse buren, en dan tijdig een tafeltje op het terras buiten inpalmen, de laatste Italiaanse fles meepikken (na mij de zondvloed) en een groot bord uitzoeken om naar het buffet te gaan.
Life is simple.
6 december 2006 (Herman)
Maar niet voor de Cubanen zelf. Onze terugreischauffeur krijgt onze fietsen helemaal niet meer in zijn busje en verzoekt ons om ze volledig te demonteren. Ik bedank voor de eer (ik heb het huurcontract nog niet helemaal doorgenomen maar ik zie zo al schadeclaims op mij afkomen) waarna hij zelf de Engelse sleutel hanteert en er pikzwarte handen aan overhoudt.
Zes uur rijden tot Havana met enkel een korte stop aan een benzinestation. In het ons bekende hotel krijgen we een luxekamer toegewezen. De papegaai ziet er nog steeds overwerkt uit.
Geen volk in het restaurant, van de overvolle kaart hebben ze bijna niets in voorraad. Zelfs geen mojitos.
Tijd om te vertrekken …