
Reisverslag uit Cyprus
Woensdag 6 oktober 1999 (Herman)
Putteke nacht opstaan (half vier) en ons toch nog moeten haasten ! Rap de trouwe auto onderstoppen in het "Car Hotel", en dan in het reeds bekende lange rijtje aanschuiven van Virgin.
Cyprus maakt niet direct een alles-overweldigende indruk bij haar eerste verschijning. Bij ons transport van de luchthaven van Paphos naar het bergdorp Agros (samen met 2 andere Belgen van Anders Reizen) zien we desolate droge vlakten, rommelige dorpjes en stoffige bomen.
Maar het hotel Rodon - mooie ruime kamers en een balkon waar je het hele dorp op de barbecue zou kunnen uitnodigen - en achteraf het overheerlijke buffet maken veel goed. En niet te vergeten het fantastische weertje, dat belooft voor de volgende dagen !
Uit een gesprek met een cafébaas blijkt dat hier enkel in het weekend wat toeristen komen. Eigenaardig : hij zag ons voor joden aan ...
Donderdag 7 oktober 1999 (Herman)
Na een verkwikkende nachtrust en een stevig ontbijt trekken we de stapschoenen aan voor een lokale rondwandeling langs enkele bergdorpjes. Onder een loden zon zweten we ons snel te pletter - enkel een groep hardnekkige vliegen zijn bij deze temperatuur nog actief. De weg is stoffig, en zelfs de bomen en bloemen geven een uitgebluste indruk. De wegbeschrijving van Anders Reizen is heel accuraat ; in het begin van de wandeling staan er trouwens overal pijlen. Maar na enkele kerkjes en de dorpjes Kato Mylos, Agios Ioannis en Agios Theodoros (allemaal even ingedommeld) is het van dat : een zijweg is totaal onvindbaar.
Enkele behulpzame Cyprioten tonen ons de weg naar Agros - helaas langs de asfaltbaan. Zij begrijpen immers niet dat wij liever langs veldwegels stappen dan de kortste weg naar het dorp te volgen. Net als we het willen opgeven merken we dat de zijweg eigenlijk een stuk verder ligt, maar nu liggen er ... tapijten in de weg. Een vrouw in zwarte klederdracht (zoals alle vrouwen hier) toont ons de monopadi (wandeling) ... weer langs het asfalt. We zijn echter koppig en schuifelen langs de tapijten verder, de verwensingen van de vrouw achter ons negerend. En inderdaad : de weg klopt.
Later hebben we nog een monumentale wegvergissing : iets voorbij een van die typische geribbelde betonwegen missen we een halfverscholen stenig paadje dat er praktisch volledig overwoekerd bijligt. Ook dit kost ons weer een half uur zoekwerk, zodat we pas na 5 uur "wandelen" (maar eigenlijk meer stilstaan en vliegen wegslaan) op een terrasje in Agros neerstrijken. Daar horen we de cafébaas tegen de twee andere Belgen vertellen dat hij gisteren twee Belgen gezien heeft die ook in hotel Rodon verblijven en morgen ook naar Spilia gaan ... Als hij iets later onze Keo-biertjes serveert merkt hij pas dat wij het zijn ...
Mireille waagt nog een ijskoude plas in het zwembad, en daarna is het tea time (met koffie) op ons reuzegroot balkon.
Vrijdag 8 oktober 1999 (Mireille)
Onze wekker laat het afweten. Volgens de bijhorende brochure zou hij altijd het correcte uur via radar uit de lucht moeten plukken, doch in Cyprus blijkt dat niet te lukken. Ik speel dan maar zelf voor wekker. Kukeleku.
Vandaag ligt het in onze bedoeling om op tijd te vertrekken, want we zijn ervan overtuigd dat de vliegen vooral bij overtrokken weer aanwezig zijn. Na een uitgebreid ontbijt rekenen we af in het hotel en laten daar de bagage achter. De twee andere wandelaars blijken al vertrokken te zijn. Vroege vogels zijn dat. Hoewel we anders moeten lopen dan gisteren komen we toch op dezelfde straat uit. De weg "wisselt af" : eindeloos beton, asfalt, brede zandweg. Eentoniger kan niet. De vliegen zijn ook nog paraat. Ik vraag me met momenten af of dit nu vakantie is, want het landschap heeft me ook nog niet kunnen bekoren.
Hier en daar zien we mensen bezig met de druivenpluk. Mooie dikke blauwe druiven worden in plastic bakken verzameld. Gelukkig komt er in het pad verbetering van zodrag we op de Madaraiberg komen en daar het Nature Trail kunnen volgen. We gaan de richting uit van een "excellent view point", doch door de opkomende mist zullen we toch nog een keer moeten terugkomen.
Onderweg zien we bovenop een heuveltop een observatiehuisje voor bosbranden, waaruit op regelmatige tijdstippen een galmende stem voor ons onverstaanbare boodschappen de kloof instuurt.
Op het punt waar een tweede trail start komen we onze collega's wandelaars tegen, die juist de laatste restjes van hun picknick liquideren. Vanaf dan blijven ze in ons spoor. Natuurlijk kan het niet allemaal van een leien dakje blijven lopen en maken we weeral een ongewilde omweg van zowat een kilometer. Gelukkig zien we onze fout nog snel in en kunnen we bijsturen. Ondanks alles komen we voor 2 uur aan in het Marjay Inn Hotel, waar de eigenares ons verbaasd aankijkt en zegt dat normaal iedereen pas een stuk na de vieren toekomt.
In het dorp (even piepklein) is alles gesloten (zoals trouwens alle vorige dagen - wanneer openen die winkels eigenlijk ?). We lopen de enige straat die naam waardig wat op en neer, het is ondertussen frisser geworden en af en toe valt er een drupje regen.
We kopen broodringen en Mars in een aftands winkeltje (hé open) bij een even aftandse Cyprioot. Er wacht ons een lange, saaie namiddag die we proberen door te krijgen met koffie, cake, broodringen, Mars, lectuur. Tegen het eind van de middag heb ik reeds mijn hele garderobe aan ...
's Avonds serveert de gastvrouw ons een heerlijke kleftiko (stoofschotel) met een lokaal wijntje. Morgen sluit ze het restaurant : voor het eerst sinds enige tijd is het hele gezin herenigd. Tijd dus om een feestje te bouwen.
Zaterdag 9 oktober 1999 (Herman)
Ongelooflijjk hoe saai de wandelpaden in Cyprus kunnen zijn. 17 kilometer langs asfalt en brede grintwegen. Dat doe ik thuis nog niet, laat staan op vakantie. Hoogtepunten onderweg ? Een veld met moeflons. We zien er exact 4, een paar seconden blikken ze fier in de camera, even plotseling zijn ze verdwenen. Voor de rest vertelt de reisroute voortdurend dat we zijwegen moeten "negeren". We zouden liever eens wat zijwegen nemen ...
Onderweg worden we ook aangevallen door een grote zwerm bijen. Een imker is bezig met honing uit de korven te halen, en de beestjes zijn duidelijk woest. Al spurtend geraken we er net door. Onze eindbestemming Kakopetria valt gelukkig beter mee. Een stemmige hoofdstraat met oude gebouwen en enkele restaurantjes en souvenirwinkeltjes. Een wit wijntje op een binnenkoer brengt ons in de gepaste Griekse sfeer.
Zondag 10 oktober 1999
(Herman)
21 kilometer almaar klimmend bospad, met als enige bezienswaardigheden onderweg een Byzantijnse kerk die volledig met paaltjes aan het zicht is onttrokken, en enkele verlaten mijngebouwen. Halfweg is mijn T-shirt "klodder"nat, en kan ik in bloot bovenlijf de verdere toch aanvatten. Gelukkig zijn de zichten wel de moeite waard : de beboste bergflanken van de Troödosketen, en enkele verder afgelegen bergtoppen. De paden blijven evenwel onveranderlijk saai, met als afsluiter nog enkele kilometers langs het asfalt.
(Mireille)
Wat later brengt een wegverandering wat variatie in de saaiheid, we mogen namelijk uitkijken naar genummerde kegelvormige paaltjes ... We lopen het dorp van Kakopetria binnen. Ons hotel Hellas heeft net iets te veel van clichés : het lijkt op een bombastisch Grieks restaurant in België, maar men is er wel erg hulpvaardig en vriendelijk, en de kamer valt uiteindelijk reuze mee.
(Herman)
Mireille onderhandelt over het avondmaal, en we besluiten het erop te wagen. Vooral omdat de restaurantjes verderop in de kunstmatige plaats Troödos er allemaal groezelig uitzien. Het lijkt allemaal meer op een Vlaamse kermis : wat kraampjes met prullaria, wat kebab-eettenten, en voor de rest niks. Gezien in 5 minuten. Bovendien slaat de kou snel toe op deze hoogvlakte (1700 meter), zodat we om 6 uur verkleumd tegen de radiator aanschuiven op onze kamer.
(Mireille)
Om 20 uur zit er nog een grote groep van Explore te aperitieven, maar even later wordt iedereen verzocht plaats te nemen in de eetzaal. Wij zitten samen met de 2 andere wandelaars van Anders Reizen. Op tafel staan zeker 7 bordjes met allemaal lekkere hapjes en een kom sla. Om de zoveel tijd wordt er weer een nieuw schoteltje op onze tafel bijgezet. Uiteindelijk komen we op een totaal van 15 ... Na afloop voelen we ons allebei kleine reizigers. Onze tafelgenoten hebben namelijk al de halve wereld gezien.
Maandag 11 oktober 1999 (Herman)
Het verhaal begint eentonig te worden, maar ook vandaag starten we met kilometerslang asfalt, gevolgd door brede bospaden. Bovendien voelt het vrij fris aan, en mistflarden ontnemen ons een stuk van de vergezichten. Uiteindelijk komen we vlak voor Prodhromos - het hoogstgelegen dorp van Cyprus - aan een dam annex picknicksite.
Na de boterhammetjes wordt het pad plotseling een heel stuk spectaculairder : smalle wegjes en zelfs een "verzonken ezelspad", een sterk dalend keienpad met grote, losliggende stenen.
In het Christie's Hotel worden we vriendelijk begroet, en voor een hotel zonder sterren valt de kamer reuze mee. We hebben zelfs een klein balkonnetje met uitzicht over heel Pedhoulas, overgroeid met wijnranken. De blauwe druiventrossen zien er heel smakelijk uit. Alhoewel Pedhoulas zelf niet zo veel te bieden heeft - een kerk (smetteloos wit met mooie torentjes), een paar restaurants en souvenirshops - is het hier een komen en gaan van kusttoeristen op daguitstap. De bussen wringen zich door de hoofdstraat, onder het goedkeurend oog van aartsbisschop Makarios. Van zodra het begint te regenen (plus een felle mist die komt opzetten) vertrekken alle bussen in recordtempo. Gelukkig houden de wijnranken de meeste druppels tegen zodat ons koffietje niet aangelengd wordt.
Na onze rondwandeling door het dorp - dik gekleed - zien we de kok van het Two Flowers restaurant stoïcijns aardappelen jassen op de stoep. Aan de massa patatten te zien verwachten ze vanavond veel volk ...
Dinsdag 12 oktober 1999 (Herman)
Hoera, schitterend weer. Hoera, afwisselende wandelpaden.
Eerst trekken we langs een soort "levada's" door een groene canyon, vervolgens maken we een wijde lus rond Pedhoulas - met zicht op zee ! - om uiteindelijk bovenop een heuveltop aan een mooi Byzantijns kerkje aan te komen. Van daaruit zien we het pottenbakkersdorp Moutoullas liggen, waar we enkele kronkels later in de nauwe straatjes verzeild raken. En hier missen we iets van de wegbeschrijving, wat net als de 2 andere Belgen draaien we de hoofdbaan in de verkeerde richting op zodat we de afslag naar het kerkje Panagia tou Moutoulla niet vinden. De vergissing kost ons ruim 2 kilometer extra bij de reeds ruim bemeten portie van 22 kilometer. Onze reisgenoten besluiten dan ook niet naar het kerkje te klimmen. De mooie zadeldakkerk (de oudste van Cyprus) is nochtans de moeite waard, en na een appeltje vatten we de laatste klim richting Pedhoulas aan. En wat voor een klim : 4 kilometer constant een hoog stijgingspercentage, een keer zelfs een regelrechte "muur" met losliggende stenen. Puffend komen we in het dorp aan waar een biertje onder de stilaan wegzinkende zon onze vermoedheid wegspoelt.
(Mireille)
's Avonds ontbreekt de moed om buiten het hotel te gaan eten, zodat we terug aan ons zelfde tafeltje gaan zitten. Hoewel we à la carte eten, staan de spaghetti en kleftiko binnen de 5 minuten aan tafel. Intussen zitten oma en opa hotel in de knusse zetels vol spanning naar TV te kijken.
Woensdag 13 oktober 1999
(Mireille)
(Herman)
Donderdag 14 oktober 1999 (Herman)
Nochtans waren we op onze hoede want gisteren waren 2 andere trekkers van Anders Reizen hopeloos de weg kwijt geraakt, zodat ze moesten liften om op hun bestemming te geraken.
Na een slalom door Droushia komen meteen weer de befaamde zandwegen tevoorschijn. Op de achtergrond zien we reeds de zee als binnen handbereik, doch er wachten ons in totaal 18 kilometer voor we er effectief zullen geraken. We passeren een militair domein, dus best even wachten met foto's. De zandweg kronkelt lustig naar beneden, en we komen in de zo goed als verlaten dorpjes Phasli en Androlikou. Na de Turkse bezetting van Noord-Cyrpus in 1974 werd ter vergelding de Turkse bevolking uit hun huizen in het zuidelijke deel gezet. Androlikou geeft de indruk een spookdorp te zijn : overal verwoeste en verlaten huizen, daartussen krioelen geiten op balkons en in verlaten ruïnes. Net een Palestijnse nederzetting. Langs de kant zitten een groep Nederlandse visueel gehandicapten die ook de tocht maken.
In het dorp Neokhorio zijn we dubbel alert omdat hier blijkbaar een wegvergissing mogelijk is. De wegbeschrijving blijft evenwel kloppen, en via pittoreske rotsachtige wegen komen we wat klimmend en dalend aan het Adonispad met een schitterend uitzicht op de baai. De collega's van Anders Reizen zitten hier op een bankje te picknicken, ook zij hebben het einddoel zonder problemen gehaald. Onder een niet aflatende zon nestelen we ons op enkele rotsblokken aan een mooi strandje en maken de bokes soldaat.
Daarna nemen we nog even het Aphrodite Nature Trail om naar haar "baden" te gaan kijken : een vieze poel in een donkere hoek onder een rots. Geloven die Cyprioten nu echt dat die jongedame haar ongetwijfeld welgevallig lichaam in zulk troebel watertje liet glijden ?
Na een heerlijke namiddag in de zon komt de chauffeur ons oppikken voor de terugrit. Hij verwachtte 5 mensen - zou het wel de juiste chauffeur zijn ? Onderweg toont hij ons de Magic Hill : in vrijstand en met de motor af rijdt de wagen de helling achteruit omhoog ... Hebben we dan toch te lang in de zon gelopen ?
Vrijdag 15 oktober 1999 (Mireille)
Op het eerste deel van de wandeling worden we weer geplaagd door vliegen, weliswaar veel minder dan in Agros. Weten of ruiken die onderkruipertjes dat ik de magische antimuggenspray uit mijn rugzak gehaald heb ? Na het oversteken van een asfaltbaan komen we twee andere wandelaars tegen. De man maakt uitgebreid reclame voor een of andere nabijgelegen catacombe. Hij vertelt dat hij van deze streek afkomstig is, doch reeds 20 jaar in de Verenigde Staten woont. Zijn vrouw is een echte Amerikaanse, die de meest stupide vragen stelt. Zijn jullie niet te moe ? Hebben jullie veel gezwommen ? Waarom draag je geen petje ?
De weg blijft afwisselend, wel geen lange hellingen, maar vaak korte steile stukjes. Even moeten we weer goed uit onze doppen kijken wanneer we een kerkhof passeren, want hier is zelfs de nieuwe beschrijving verwarrend. Gelukkig is Sherlock Holmes vandaag in vorm. Bij de laatste klim steekt de wind weer feller op en komen er meer wolken aan de hemel. Toch kom ik nat bezweet aan het hotel toe. En 5 minuten later ben ik weer nat, maar nu in het zwembad ...
Zaterdag 16 oktober 1999 (Herman)
Iets verder presteren we het weer om verkeerd te lopen : we slaan een driesprong te vroeg af en zoeken ons in een wirwar van veldwegels te pletter naar een huis met een houten poort. Eens de vergissing rechtgezet dalen we af in de weergaloze Koufon-kloof. Hoge geërodeerde kalkstenen berghellingen lijken naar mekaar toe te kruipen ; overal nestelen luid krijsende vogels. Dit is eindelijk een kolfje naar ons hand : een bergomgeving met stevige hellingen. Op de top krijgen we een mooi uitzicht op de zee, ons einddoel Ayios Yioryios, het eilandje Yeronisos en het Lara-schiereiland. We zien de meest verscheidene tinten van diepblauw die we ons maar kunnen voorstellen.
Via enkele herdershutten bereiken we de Avagas-kloof. We hadden hier busladingen toeristen verwacht, doch het is hier ongelooflijk rustig : enkel een paar huurautootjes wachten aan de ingang. Het is snikheet, nog geaccentueerd door het zand en de rotsachtige bodem. Over glibberige stenen en klauterend over rotsen en riviertjes wagen we ons verder in de kloof. De twee hoge wanden laten op het smalste punt slechts een doorgang van een tweetal meter. Als we door het steeds dichter wordende struikgewas op een rotspunt in de zon picknicken, vliegen hoog boven ons massa's vogels in cirkels rond. Plotseling horen we een gil van een Duitse toeriste : ze staat oog in oog met een geraamte van een onfortuinlijke berggeit. Als we terugkeren vinden we nog een lijk van een pas verongelukte geit. Vandaar de "aasgieren" boven ons : ze hadden het dus toch niet op onze boterhammetjes met kaas gemunt.
Ons eindpunt Ayios Yioryios valt wat magertjes uit : een kerk, enkele cafeetjes en hotelletjes en een kleine haven. Naast een kapel zien we een heilige boom vol met - volgens de gids - doekjes. Volgens ons hangen hier alleen maar vieze vodden aan. Deze boom wordt aanbeden voor het terugvinden van verloren voorwerpen. En het helpt : ik raakte de reisbeschrijving en wandelkaart kwijt, en iets later, na een vruchteloze zoektocht, interventie van bovenaf : onze wandelcollega's komen met het gezochte voorwerp voor de dag.
De zon op de rotsen van het haventje voelt weldadig aan. Dit zullen we zeker missen in België.