Wandelen in Ierland: de Dingle Way

Dag 1 – zaterdag 28 augustus 2004 (Mireille)

Stipt op tijd leveren Jacques en Frieda ons af aan de ingang van Brussels South. Het inchecken verloop opvallend vlot; alleen zijn de veiligheidsmaatregelen heel streng. Ik ben zelfs verplicht om mijn piepende wandelschoenen uit te doen, die dan nog eens afzonderlijk gescand worden. Veiligheid voor alles. Na anderhalf uur vlucht zien we het groene Ierland onder ons verschijnen. Ook op de luchthaven van Shannon verloopt alles van een leien dakje. De bus naar Limerick komt er bijna onmiddellijk aan. De chauffeur is een oude knorpot. Hij bromt en zucht wanneer Herman het exacte bedrag niet kan neertellen. Door de vele stops schiet de tocht niet erg op, maar uiteindelijk rijden we onder begeleiding van traditional country music over de Shannonrivier en manoeuvreert de bus zich door de nauwe straten van Limerick. Aan het busstation springen we een broodjeszaak binnen en kiezen er een exemplaar met spicy chicken uit.

Onder een mild zonnetje kunnen we wat later queuen voor de bus naar Tralee, waar we op bus nummer drie overstappen richting Dingle. Intussen verandert het landschap in smalle bochtige wegjes die af en toe een heuvel opkruipen. In Dingle ligt het eindpunt aan de marina. Het oogt allemaal kleurrijk, gezellig en druk. We bestuderen het dorpsplan in de Tourist Information en gaan op zoek naar onze eerste B&B Ballinvounig dat een eindje buiten het dorp moet liggen. Het is ondertussen achttien uur. En daar is de regen. We worden hartelijk ontvangen door de huisvrouw en haar dochtertje van zowat drie. Het meisje is reeds de hele dag droevig omdat haar papa en 2 broers naar Dublin zijn voor de belangrijke halvefinalewedstrijd tussen Kerry en Dublin. We trakteren ons op koffie op onze ruime kamer en gaan dan naar de regatta kijken die op de rivier plaatsvindt. De Italiaan zit vol en dus gaan we heerlijk smullen in The Old Smoke House. En dan met de zaklamp in het donker in een half uurtje terug naar onze B&B.

Dag 2 – zondag 29 augustus 2004 (Herman)

’t Is zondag. Ontbijtkoeken ?

Neen, maar wel een fantastisch Iers ontbijt met alles erop en eraan, geserveerd door de nog steeds babbelgrage gastvrouw, en haar dochtertje dat zo verlegen is dat ze het broodmandje van op een meter afstand op de tafels mikt.

Met een overvolle maag en dito rugzak moeten we terug de 2 kilometer naar Dingle centrum overbruggen om op de gele pijltjesroute terecht te komen. Nog wat mondvoorraad inslaan (je weet maar nooit of we vandaag nog eens honger krijgen …) en een vergeefse zoektocht naar een adaptor (hebben we bij maar hij heeft het niet voor Ierse stopcontacten). Langs de kade lopen we voorbij veel B&B’s – steeds maar chiquer hoe verder van het dorp – tot aan een kruispunt waar we links een brug oversteken. Wat verder slaan we een klimmend asfaltpad in, met heggen (mooie rode en oranje bloemen) aan weerszijden die ons beschutten tegen de stevige wind. Vijf kilometer kuitenbijters verder komen we in Ventry, Ceann Tra in het Iers. Voorbij een winkel-postkantoor dalen we via een smal pad af naar het strand.

Wind in je haren, zout op je lippen … 2,5 kilometer fijn zandstrand, af en toe moeten we een stroompje doorwaden. Aan het eind moeten we drie ultrasmalle brugjes over waarop ik met mijn brede rugzak net niet klem kom te zitten. Voorbij een boerderij krijgen we een modderig pad onder de wandelschoenen, gevolgd door een overwoekerd pad. Aan de “bodemgesteldheid” te zien passeren hier ook wel eens koeien … Het pad wordt terug breder, en eens op het asfalt komen we aan een rots met een pijl. Er staat echter niet Dingle Way op, maar wel “bull”. Volgens de wandelgids is het dat wegje in. Na een koffiepauze op de rots nemen we een kijkje: afgesloten – gevaarlijke stier. Dan maar de kaart bestuderen: 2 kilometer asfalt om aan een andere zijweg uit te komen. Na een dik half uur vinden we de gele pijlen terug op een stevig klimmend pad. De uitzichten op de oceaan achter ons zijn adembenemend. Het pad blijft stijgen, naast een stenen omwalling, en we passeren enkele clochans.

Sheep country: we moeten tussen de schapen slalommen. Enkele hebben weinig zien om hun middagdutje te onderbreken. Het grassig pad leidt naar nog fabelachtiger uitzichten. Hé, de Blasket Islands. De bewegwijzering is schaars, doch we kunnen niet veel andere kanten uit. Hevige rukwinden steken op. Daar gaat mijn petje, het muurtje over. Gerecupereerd na wat klimwerk. We lopen rond Mount Eagle, een stenig pad dat koppig omhoog blijft gaan. We steken een riviertje over, passeren een beehivehut, en dalen dan steil af tot de R559 … en dan begint het te regenen.

Langs het asfalt begint de rugzak stilaan door te wegen. Mireille krijgt een inzinking. We passeren Coumeenoole Bay, waar nogal druk gedaan wordt over een verfilming van Ryan’s Daughter in 1969. Kilometers klimmen, en dan afdalen via een zijweg naar een inham met keien. Weeral klimmen geblazen, en vooral niet kijken naar het lelijke betonnen gebouw van “The Great Blasket Centre”.

In Dunquin begint het terug te gieten, en we weten niet waar de B&B ligt. Even gsm’en, en dan krijg ik te horen: “Yes, we are expecting you …”.

Ja, hallo, in deze zondvloed zou ik gewoon waar even willen weten waar dat ding ligt.

Nog 1 kilometer afzien en dan duurt het nog ettelijke minuten eer de dame op ons gebel reageert. Expecting you ?

We schoppen de wandelschoenen uit in de gang, en krijgen dan een heerlijke thee met scones geserveerd door de wel zeer vriendelijke gastvrouw. Op tv zien we nog net de slotfase van de olympische marathon.

In het restaurant moeten we even naar de ingang zoeken. Niets is hier simpel. Er zijn maar een paar tafeltjes bezet. Een oude man komt met de menukaarten aangestrompeld en mompelt vanalles … niets van begrepen. Het eten is evenwel heerlijk, en daarna haasten we ons naar de Kruger’s pub waar live muziek te horen valt. Een zevenkoppige band speelt de pannen van het dak. En de Guiness uit het glas … Aanstekelijke muziek, en het halve dorp en alle toeristen swingen mee. Dat wordt een lang avondje !

Dag 3 – maandag 30 augustus 2004 (Mireille)

Ontbijt om 9 uur, dus kans om uit te slapen. En bij het ontwaken een mooie helderblauwe lucht te ontdekken.

Na een Iers ontbijt met spiegelei, bacon, sausage, zwarte pens en een uiengehaktkoekje met toast en de lekkere scones achteraf, moeten we er tegen kunnen zeker ? Al kraken de spieren en weegt de rugzak. Maar door het mooie weer, de prachtige uitzichten en het schitterende wandelpad vergeten we dit “leed” snel.

In An Drom, een fraai klein strand omgeven door kliffen zetten we ons een poosje neer. We worden er verwelkomd door een schapenhond. Even later lopen we over kliffen en door weiden, klimmen met een ladder een stenen muurtje over en komen tenslotte op de asfaltweg uit. Hier klopt de bewegwijzering niet met de kaart, maar de topogids leidt ons via een kortere weg naar het strand van Smerwick.

Na een korte rustpauze sjouwen we onze bagage verder naar een tweede strand. Nog wat genieten vlak bij de vloedlijn. Iets te kortbij, zo blijkt. Want als we terug rechtstaan kan Herman onze rugzakken nog net van de verdrinkingsdood redden …

In Ballydavid komen we aan de kleurrijke TP’s pub. Massa’s houten picknicktafels, daar kunnen we moeilijk aan weerstaan. Zonovergoten terras met zicht op de baai, een Guiness binnen handbereik. Wie had zoiets verwacht in Ierland.

Na deze pauze lopen we weer langs kliffen met adembenemende zichten. En dan is het tijd om onze B&B op te sporen. En het wordt een zoektocht. We moeten richting kerk, maar waar ligt die ? Een boer op een tractor geeft een wat verwarde uitleg, maar toch vinden we het godshuis relatief snel. Maar dan loopt het fout. Aan de kerk rechtsaf zegt de routebeschrijving van de B&B. Niets te vinden. Terug aan een andere boer vragen. Niet te beginnen, hij begrijpt onze uitspraak van B&B “An Dooneen” niet, en hij heeft zijn bril niet bij om het te lezen … We lopen terug naar de kerk, vragen het nog eens en vinden dan plotseling toch een aanduiding naar de B&B (we hebben ook onze bril niet bij …). Maar ’t was dus wel links van de kerk en niet rechts !

Een oud vrouwtje opent de deur. You must be tired ! (Wat wil je met zo’n omweg). Veel tijd om te rusten krijgen we niet want de dochter des huizes staat erop om ons naar het restaurant te voeren dat ze zo vriendelijk was om voor ons te reserveren. Wat later razen we over de smalle wegen, eenmaal zelfs rakelings langs enkele fietsers. We zien het restaurant liggen, maar onze chauffeur negeert het volkomen en rijdt nog een heel eind verder … tot een B&B met restaurant. Straks moeten we nog een heel eind te voet terug. We krijgen een tafeltje middenin toegewezen, en stoelen die bij de minste beweging verschuiven op de spekgladde parketvloer. De karaf en de glazen sneuvelen nog net niet. Een lekkere vis, een wit wijntje, en de zon die onder de horizon kruipt om de rest van deze planeet te gaan beschijnen.

En een heerlijke avondwandeling als digestif.

Dag 4 – dinsdag 31 augustus 2004 (Herman)

De oma blijft ons maar handen schudden bij het afscheid ! Wat een gastvrijheid.

Zon en blauwe lucht, waar is Ierland nu plots heen ? We moeten eerst het hele stuk (2 kilometer) van gisteren teruglopen vooraleer we de gele wandelaanduidingen terugvinden. We lopen nu een flink eind over asfalt, door vredige boerenlandschappen. Na een klimmende kronkelweg door een piepklein dorpje komen we op een (lege) parking uit. Van hier start de beklimming van de Brandon Mountain. Een reeks paaltjes wijzen ons de weg. Loodrecht een wei omhoog. De grond is heel geërodeerd, zodat we constant heuveltjes op en af moeten stappen. Het zompige terrein maakt het dan nog wat zwaarder. Enkele schapen bekijken ons vol ongeloof. Honderd meter achter ons komen drie kakelende vrouwen naar boven geklauterd. De zichten op Ballydavid Head en de oceaan worden steeds imposanter. Na enkele hekkens buigt het “pad” af en wordt het nog steiler. Voetje voor voetje ploeteren we door de modder, tot we bovenaan een afsluiting over klauteren en oog in oog met een ogham-steen staan. De dames blijven maar tateren, zelfs als ze aan hun chicken sandwich beginnen. Geen middagmaal voor ons – met het Ierse ontbijt komen we een hele dag toe.

De daaropvolgende afdaling is precair: recht naar beneden over glibberige modderpartijen, zonder duidelijk pad. We glijden constant uit over de blubber. Een paar keer raak ik met mijn wandelschoen klem in het goedje. Het kost telkens heel wat moeite om die er terug uit te krijgen. Verderop wordt het wat minder steil, maar nu moeten we door hoog gras met, jawel, diepe blubber. We slaan hier geen modderfiguur, we zijn het …

Anderhalf uur later krijgen we eindelijk vaste grond onder de voeten: een steenslagwegje … omhoog. We worden gepasseerd door een tractor met een aanhangwagen vol vuilniszakken. Helaas, geen plaats meer vrij. De zon brandt fel. Onderaan zien we zwart, bovenaan rood …

De weg begint nu eindelijk toch te dalen, kilometerslang met vele lussen. We komen uitgeput aan op het asfalt, waar we erin slagen om een stuk van de Dingle Way af te snijden. Nog drie kilometer langs het water tot Cloghane, en dan onze rugzak neergooien op een tafeltje van de eerste pub op onze weg, Tig Tomsi’s. We kopen brood en boter in het winkeltje ernaast, en slaan een pint Heineken achterover. De zon kruipt achter de wolken, het wordt fris.

Ik had gisteren de volgende B&B opgebeld, en wat bleek: die ligt maar liefst vier kilometer af van de Dingle Way. Maar ik mocht haar altijd bellen als we moe waren. Daar maken we nu heel graag gebruik van.

We rijden het binnenland in, en komen terecht op een fraai gelegen schapenboerderij. We worden meteen verwelkomd door haar drie honden, die meteen beste maatjes met Mireille zijn. We krijgen koffie, thee en cake aangeboden, en geraken in gesprek met de andere gasten, een Nederlands echtpaar dat al acht jaar vlak bij Londen woont. We eten nog brood en kaas op de kamer, en vallen in slaap nog voor Klaas Vaak zelfs nog maar aan zijn ronde begint.

Dag 5 – woensdag 1 september 2004 (Mireille)

Ontbijt bij Margaret die in 1991 en 1992 tot Housewife of the Year gekroond werd. Ze toont ons foto’s en vertelt ons dat dit een zeer belangrijke wedstrijd in Ierland is, waarbij het selectiecriterium het bereiden van een driegangenmaaltijd is. Het ontbijt is dan ook voortreffelijk: scrambled eggs met smoked salmon, met brown bread.

We worden terug 4 kilometer verder op de Dingle Way gedropt, aan het langste strand van Ierland. Onder een druilerige hemel en bij laag tij delen we het strand met de meeuwen, een toevallige wandelaar en wat ruiters.

Volgens onze topogids moeten we het strand verlaten via een gat in de duinen. We slaan evenwel iets vroeger af en staan binnen de kortste tijd in het kleine dorpje Fahamore. Enkel huizen, een pub met grote parking en voor de rest paarden en vissersboten. De Hog Islands liggen verspreid in de oceaan. We brengen nog even een bezoek aan een plaatselijk kerkhof, rustig naast de zee gelegen, met een kreunend hek dat niet zou misstaan in een spannende moordfilm.

En dan weer strandwandelen. Het ziet er wel anders uit, keien en kilometerslang vies zeewier. Enkele bontgekleurde koeien lopen over het strand. Die melk zal wel naar zeewier smaken. Aan de wandeling lijkt geen einde te komen – we worden het stilaan wel beu. Onder een nieuwe regenbui bereiken we het asfalt dat ons 2,5 kilometer verder in Castlegregory brengt. Vlak aan de ingang van het dorp vinden we het Castle House links van de weg. Na een verkwikkende hete douche worden we verwend met thee, koffie en lauwe abrikozenpie met verse room.

In het dorp liggen zo veel pubs dat men hier met gemak een uitgebreide kroegentocht kan organiseren.

Dag 6 – donderdag 2 september 2004 (Herman)

Een zalmontbijt (en alleen Mireille krijgt porridge …) en there we go voor de laatste stapdag.

Het dorp door en dan linksaf een rustige, mijlenlange asfaltweg. Het is mooi weer. De tv-omroeper had het gisteren dan ook vijf maal herhaald …

Een jager met hond waadt door een beek: schiet die op zalm ? Verderop stroomt een rivier over de weg, maar gelukkig kunnen we over een stenen brug links. We passeren een stenen kruis uit 1921, en enkele caravan parks. We komen uit op een grote verkeersader, maar mogen meteen weer een wegje in dat op het strand uitkomt. De Dingle Way-bewegwijzering gaat uit van hoog tij en stuurt de wandelaars langs belendende wegels. Geen probleem voor ons: het is eb en dus beginnen we weer aan een stevig potje beach walking. We moeten wel enkele keienstroken over, en ook het rottende zeewier is niet zo aangenaam, maar een stukje verder wordt het pittoresk: een zandstrand met grote rotsblokken. Een paar koeien flaneren hoog boven het strand, een ruiter traint op de draftechniek. Een man zwemt in het ijskoude water. Een riviertje verspert ons de weg. Mijn wandelschoenen zijn nog net hoog genoeg, maar Mireille moet er op blote voeten door.

We slaan iets te vroeg naar het asfalt af, en stellen vast dat de kerk uit onze beschrijving nog wat verder ligt. Een paar boerenwegen later staan we naast de kerktoren. Op de grote baan van Camp vraagt Mireille naar een bushokje. De vrouw wijst in de richting van een steile helling. En dan is het rondje compleet: de Dingle Way zit erop. Symbolisch zetten we onze rugzakken onder een bord “For sale”. Een kwartier later pikt de bus ons op naar Tralee, waar we twee uur kunnen zonnen vooraleer door te reizen naar Limerick. Onze kamer in het Sarsfield Bridge hotel biedt een fraai zicht op de middeleeuwse burcht.

Nog wat flaneren en dan naar de pub voor een wit wijntje.

Dag 7 – vrijdag 3 september 2004 (Herman)

De vakantie is gedaan. Het regent pijpenstelen en onze vlucht is “delayed”.

Maar wij hebben een bagage vol herinneringen …