Wandelen in de Dolomieten

Dag 1 - 26 augustus 2009 (Herman)

Wir bauen für Sie.

Fijn van die Duitsers. Alleen jammer dat ze al die wegenwerken tegelijkertijd starten. Resultaat: Stau, Stockende Verkehr, Baustellen. Het schiet voor geen meter op. En we zijn doodmoe.

We hebben slechts 450 kilometer op de teller na de eerste (weliswaar halve) dag. We deden anderhalf uur over een stuk van zes kilometer. Om zeven uur raadpleegt Mireille de hotellijst op de gps en vindt de reddende engel. Hotel Zum Engel. Prima kamer, lekkere maaltijd. Met frisse Pfifferlinge. In het vrij toeristische en bosrijke Mespelbrunnen. Maar we hadden er zelf nog nooit van gehoord.

Dag 2 - 27 augustus 2009 (Herman)

De volgende dag gaat het verkeer veel vlotter. Tot er een auto in brand schiet en we weer stapvoets in een uur twee kilometer overbruggen. Nog smalle wegen met ultradruk verkeer en dan de auto stallen naast de spoorweg aan het oubollige hotel Union (ja een beetje laat gereserveerd) in Dobbiaco/Toblach. Maar wel in Italië, en dus een verrukkelijke overgangenmaaltijd, na een aperitiefje in het verkeersvrije centrum.

Dag 3 - 28 augustus 2009 (Herman)

Wandeling Toblacher See - 9 km - 2 uur

Zonnig en warm (25°C). Opwarmen lijkt overbodig, maar we gaan toch voor een rondje Toblacher See. Een zeven kilometer brave wandeling naar en rond het nabije meer. Daarna koopt Mireille nog wat ultralichte kleding (weer wat grammetjes in de rugzak gewonnen) en rijden we 45 kilometer verder naar San Vigilio, het eindpunt van onze trektocht die morgen start. Veel groter dan verwacht. Hard zoeken naar het openbaar zwembad met parking zoals door SNP beschreven. Met meer geluk dan kunde gevonden. Pastaatje eten op een terras en dan op zoek naar ons eindhotel van de wandelweek. Ook even zoeken, maar we tikken een stadsplan op de kop aan het infobureau.

Het ‘hotel’ is helemaal in stijl: berghutformaat. Nog wat kleding switchen en dan komt een taxi achter een auto met Nederlandse nummerplaat de parking opgestoven. Killens ? Plätzwiese ? Alora, completo. En wij met het Hollandse echtpaar terug tot … bijna in Dobbiaco, en dan stevig omhoog naar Plätzwiese. Laatste stuk wisselend eenrichtingsverkeer, en boven zit veel volk aan de berghut. Warm ingeduffeld. OK, op 2000 meter hoogte, maar voor mij zijn dit nog steeds zwoele temperaturen. Dit is dus een van die comfortabele berghutten die SNP dit jaar in de kijker zet. Wij zetten meteen de bar aan het werk. De sint-bernardshond della casa ligt lui voor de voordeur. Tot iemand een vleesschotel bestelt en Bernard zich onmiddellijk naar de plaats van actie begeeft. En de wijn (per liter !) is goedkoop, en de desserten hausgemacht, en de wandelpijlen wijzen in alle richtingen. Nu nog de weergoden gunstig stemmen.

Om 10 uur is het huttenrust. Maar dan liggen wij reeds lang onder zeil.

Dag 4 - 29 augustus 2009 (Mireille)

Wandeling Plätzwiese - Strüdelkopf/Heimkehrerkreuz - 8,7 km - 3 uur - 350 meter stijgen en dalen

Wandeling Plätzwiese - Stollaplatz - 4,7 km - 1 uur 30' - 225 meter stijgen en dalen

Als laatste bij het ontbijt - oeps geplunderd. Maar we krijgen ons buikje wel gevuld.

Bij een temperatuur van 15°C en een cocktail van zon en wolken verlaten we het berghotel richting Strüdelkopf (klinkt als een dessert). Op een brug moeten we enkele koeien overtuigen om ons door te laten. Meer dan een half metertje krijgen we niet. Een breed kiezelpad brengt ons naar de Dürrensteinhütte met een ruïne ernaast. Vanaf hier klimt de weg iets meer, maar het pad blijft gemakkelijk zodat ik de wandelstokken niet echt moet gebruiken. Plots zien we het Heimkehrerkreuz in de verte opdoemen. Het ligt uiteindelijk hoger (123 meter) en verder (500 meter) dan het op het eerste zicht lijkt. Net voor ons arriveert er een hele groep en aan het lawaai te horen moeten het wel Italianen zijn. Jawel, en eens boven is het om gek te worden van het luidruchtig getater. Wij zoeken onmiddellijk een plaatsje uit op veilige afstand van deze lawaaioverlast. Laaghangende wolken verhinderen het beloofde zicht op de Drei Zinnen. Nul Zinnen zeg maar.

De Italianen vertrekken naar een volgende heuvel … maar daar heffen ze dan oorverdovende Italiaanse cantates aan. Volgens mij zal het straks regenen ! Twee merels komen ons gezelschap houden in de hoop dat we onze broodjes te voorschijn halen. Een roofvogel glijdt door de lucht.

Als we de terugtocht aanvatten komt er veel volk naar boven, inclusief 4 moedige mountainbikers. Net boven het Plätzwiese Berghotel volgen we de Höhenweg 3 (door de vele koeien ook wel een (kakaroute) en halen we de broodjes boven. Na twee happen klinkt er een donderslag, na een half broodje begint het te regenen, steekt de mist op en moeten we wat zielig onder onze capes kruipen. Via het ondertussen glibberige pad haasten we ons naar ons berghotel waar het ondertussen volle bak is. Iedereen komt schuilen en eet schitterende charcuterieschotels en taart. Ook de grappa gaat vlot rond. En ondertussen hagelt het buiten.

We vervelen ons nog een tijdje maar om 16 uur klaart het op en wagen we ons aan een tweede rondwandeling. Deze gaat naar Stolla Platz en de Stolla Alm. Eerst een lange saaie afdaling over asfalt en dan straf naar beneden door een bos. Ik ga meteen op mijn buik in het natte gras liggen om een paddenstoel digitaal vast te leggen. Vandaar klimmen we naar een klaterend beekje en verder naar de Stolla Alm, waar een boerderij met gezellig terras reclame maakt voor melkproducten. Helaas gesloten (door het slechte weer ?). Wat later komt het berghotel in zicht en lap … het begint weer te regenen. Nog even twee tandjes bijsteken om deze keer toch droog de finish te halen. Kwart voor zes en de hotelthermometer geeft 9°C aan. Brr. Nu verdienen we toch een aperitiefje zeker. Maar deze keer wel binnen …

Dag 5 - 30 augustus 2009 (Herman)

Wandeling Plätzwiese - Rifugio Sennes - 17 km - 6 uur - 900 meter stijgen - 750 meter dalen

De sint-bernardshond kijkt nauwelijks op als we de rugzak op onze rug hijsen en de zware tocht naar de volgende rifugio (Sennes) aanvatten.

Zonnig, wat een verschil met gisteren. We dalen af over een grassig pad tot enkele houten hutjes. Wandelroute 18 leidt ons in een smalle kloof waar ons een glibberige afdaling over rotsen te wachten staat. We volgen even een rivier en klimmen dan door een bos ... naar een drukke straat. Even zoeken naar wegwijzers, maar een blik op de kaart leert ons dat we in dit gehucht Cimabanche (we zijn ondertussen 450 meter gedaald tot een hoogte van 1543 meter) een fietsgrintpad over meer dan een kilometer langs de straat moeten volgen. Aan een stalletje worden mountainbikes verhuurd. Bij enkele vervallen gebouwen steken we de straat over en klimmen we stevig over een breed bospad. Voorafgegaan door enkele supersportieve mountainbikers. Na 5 kilometer puffen en blazen komen we aan Forcola Lerosa, een lieflijk landschap met weiden vol stenen en panoramabergen op de achtergrond. Enkele borden herinneren aan de hevige gevechten tijdens de Eerste Wereldoorlog. Wij peuzelen de pistoleetjes op naast een kleine privéhut. We zien nog MT'ers gezwind naar boven peddelen.

Na de kaas, ham en appel gaat het weer extra extra steil naar beneden (400 meter over een afstand van 2 kilometer) tot vlak bij de hut Ra Stua. Onze eindspurt houden we voor de 5 kilometer slotklim naar de rifugio Sennes (2126 meter), tussen de dagjestoeristen. Ik schakel een versnelling hoger en schud iedereen uit mijn spoor. Op het einde wacht ik even op Mireille zodat we samen van de 360° sublieme pracht rond de berghut kunnen genieten.

De hut zien we pas helemaal op het einde. En niet alleen de hut ... Wat een mensenmassa op de grasvlakte voor de hut, met daartussen fietsen en ... varkens. Boordevol terras, stampvol binnen. Een orkestje speelt luidruchtige Tiroolse dijenkletsmuziek. Een worsteling om tot aan de bar te geraken waar ik vruchteloos met onze voucher de aandacht probeer te trekken tussen de zware bier- en grappadrinkers. Na veel ellenbogenwerk lukt het toch, inclusief twee pintjes achteraf. We ontvluchten de Tiroolse kermis op een bankje vlakbij, lekker in de zon, maar wel met een wat killige wind.

Bij het aperitief en het avondmaal krijgen we gratis lokale hoempapamuziek geserveerd. Er vindt blijkbaar een feestje plaats. We zien veel lederen Hosen. De schnaps vloeit rijkelijk - de Tiroolse mutsjes beginnen scheef te staan. We wachten niet op de hit 'Anton aus Tirol' maar gaan slapen.

De Hütteruhe is vanavond allicht geschrapt ...

Dag 6 - 31 augustus 2009 (Mireille)

Rondwandeling Senneshut via de Munt de Sennes - 15 km - 500 meter stijgen en dalen

Haha, stralend blauwe lucht. Overvolle eetzaal, iedereen is vroeg uit de veren. Brood op tafel en kaas, ham, salami en jam wat verder op een tafel. En natuurlijk de gebruikelijke natuuryoghurt, vol en romig.

Op het programma staat een rondwandeling over het Sennesplateau, eventueel uit te breiden met een beklimming van de Muntejela. We starten over een breed grintpad tot aan een boerderij met een kleine hutuitbreiding. Vanaf daar lopen we gewoon door de weiden. Rustig, met af en toe het gefluit van een opgeschrikte marmot. Wat een contrast met de vorige dagen. Rode markeringen leiden ons probleemloos naar een hoogte. Eventjes een pauze om verschillende bloemen in megapixels om te zetten. En dan trekken we over een puinmassa, heel geconcentreerd. Herman mist plotseling de wegmarkering en wijkt af van het pad over grote rotsen. Een grote steen breekt af en stort de dieperik in. Herman krijgt meteen enorme hoogtevrees en kan ternauwernood terug in achteruit op het grintpad komen. Hij heeft er meteen genoeg van. Op dat moment zie ik ook de dieperik naast mij en maak ik ook rechtsomkeer. Schuifelend daal ik terug af. Herman staat wel 5 minuten op mij te wachten.

Eens terug beneden vervolgen we de rondwandeling. We lezen de beschrijving niet voldoende en dwalen op goed geluk uit door de groene weiden. Uiteindelijk moet de gps ons terug naar de heenroute leiden. Nog een klein ommetje en dan is het bokestijd. Salami met augurk en kaas met hetzelfde. En de gebruikelijke appel. Achter ons staat een kapelletje ter ere van een koe die 150 jaar geleden op wonderbaarlijke wijze genezen werd. Hallo ?

We slaan de wandelkaart terug open en gaan voor wandeling 6. Eerst klimmend en dan door een golvend landschap, op en af. Echt een Tiroler spekje naar ons bekje. We zien een massa schapen blatend in alle toonaarden. Een bernersenner kijkt kwispelend toe. We zien de Seekofelhütte in de verte liggen. Nog een kleine kilometer klimmen en dan een koel pintje op het terras. De hut is opmerkelijk kleiner dan de Sennes Hütte. De cake en de apfelstrüdel zien er heerlijk uit maar wij passen. Er wacht ons straks nog een uitgebreid driegangenmenu.

De terugtocht verloopt probleemloos, in het zog van twee kwebbelende Italianen die behalve hun rugzakken ook nog verschillende supermarktzakjes dragen. Waar is de Spar hier ?

Panzotti ai spinachi i ricotta, goulash met röstiaardappelen en koolsalade, poire belle Hélène - het eten in die Italiaanse hutten is bijlange zo slecht nog niet.

Dag 7 - 1 september 2009 (Herman)

Van Rifugio Sennes naar Rifugio Fanes via Lago de Foses - 17,5 km - 7 uur - 850 meter stijgen - 900 meter dalen

Thuis worden we wakker met het gekwetter van de vogels, hier met de koeienbellen.

O verrassing, een appel bij de picknick ! Binnenkort kunnen we een appelstalletje beginnen.

Er wacht ons een uitdagende wandeling vandaag naar de rifugio Fanes. Blauwe lucht. Snel de wandelschoenen aantrekken (en de zware rugzak sjouwen). We volgen een hele tijd de sublieme Dolomiten Höhenweg. Schitterende vergezichten. Voorbij een herdershut met een klein meer (Lago de Foses) gaan we recht de dieperik in. Zigzag over steile trappen, glibberige boomwortels en losliggende steentjes. We zitten onder de boomgrens. Sparren alom.

Beneden aan de hut Ciampo de Cros (1768 meter) zien we welke gigantische rotsmassa we afgeklauterd zijn. Hier lopen we even 600 meter verkeerd. Een bordje richting Malga Ra Stua brengt ons in verwarring. We moeten immers nog eerst een eindje verder langs een grintpad en dan richting Malga Ra Stua. Een potige klim naar de Fodara Vedlahut. Tien kilometer op de teller, tijd voor wat boterhammetjes en - hoera - apfelstrüdel mit vanillesauce.

Vanaf hier gaat het weer 440 meter kaarsrecht naar beneden over een aangelegd breed kiezelpad. Chapeau voor alle MTB'ers die hier naar boven peddelen, al moeten de meesten wel afstappen. Beneden ligt de Pederühut tussen hoge rotsen. En wij weer steil naar boven. Over rotspartijen en gravel. Af en toe kruisen we een bredere grintweg. Volledig buiten adem, jus uit de benen, maar de andere klimmers gaan nog een stuk trager en zien er nog meer 'dood' uit. Het is bloedheet. De watervoorraad slinkt. Nog een klein stukje naar beneden en dan de slotklim naar onze hut.

Een beetje kapot maar tevreden komen we na zeven stapuren (18,1 kilometer) aan de Faneshut aan. Weer een weergaloze omgeving. Watervalletjes, meertjes, en alle paden in de omgeving gaan naar boven. De pintjes kunnen niet snel genoeg getapt worden. Het terras zit overvol maar Mireille slaagt er nog in om een zonovergoten plekje te bemachtigen.

Kleine kamer en geen handdoeken. Zelf uit te zoeken in de badkamer ... Mireille vindt het allemaal al zo comfortabel niet meer.

Dag 8 - 2 september 2009 (Mireille)

Rondwandeling vanuit Rifugio Fanes richting Ju dla Crusc - 7 km - 3 uur - 300 meter stijgen en dalen

Slapen koeien dan nooit ? Belgeklingel de hele nacht !

Rustig ontbijten en dan op een bankje in het (flauwere) zonnetje de wandelkaart openslaan. Het mag vandaag wat rustiger, zoals bijvoorbeeld wandeling 12 / 7, L'Ciaval via Ju della Crusc. Zo ver als we zin hebben. Eerst lopen we door het fotogenieke dal met stroompjes en meren, tot aan de Rifugio Lavarella. Nadien begint de klim door een bos waar we concurrentie krijgen van lenige koeien. Wat later klimmen we over hoge rotsen. De omgeving lijkt alsmaar meer op een maanoppervlak. We zien een grijze steenmassa onder de grijze wolken en met opkomende mist. We hebben al in een lieflijker omgeving gelopen deze week.

Wanneer het pad terug begint te dalen loopt Herman nog een eindje door zonder rugzak en probeer ik een aantal bloemetjes in het fototoestel te stoppen. We besluiten vanaf hier terug te keren. De afdaling blijkt uiteindelijk toch minder moeilijk te zijn dan ik had gevreesd. We houden halt bij een kleine ronde kapel naast de Lavarellahut. Werklieden werken het interieur af. Het lijkt een hele opdracht om het wijwatervat op de juiste plaats te bevestigen. Wel eigenaardig dat dit kapelletje er al staat sinds 2002 en nu pas het interieur afgewerkt wordt. Altijd moeilijk om vrije stielmannen te vinden ...

We verorberen onze 2 semmelenbroodjes (1 met kaas en 1 met worst) op een bankje naast de kapel. We zien tussen twee happen een klimmend wandelpad in de verte en dus zijn we even later terug op pad. Een marmot steelt de show. Hopelijk is er toch 1 foto van geslaagd. Een wandelaar maakt ons attent op een steenarend. We wandelen dan naar de overkant waar een kruis en een bank staan maar dan gaan de hemelsluizen open. Even schuilen aan een overdekt reclamepaneel en dan in volle spurt naar de Faneshut en troost zoeken bij een glaasje wijn.

Dag 9 - 3 september 2009 (Herman)

Van Rifugio Fanes naar San Vigilio - 18 km - 8 uur - 600 meter stijgen - 1450 meter dalen

Onze dagwandeling gaat de mist in. Letterlijk.

Een laag wolkendek, nevelslierten alom, de bergen verdwenen. Even powpow, en dan besluiten we maar om vandaag reeds (een dag vroeger dan voorzien) naar San Vigilio af te dalen en daar een hotel te zoeken. Een comfortabel hotel, want de Fanes Hütte valt - behalve het eten - minder mee. Slechts 2 wc's voor een hele verdieping, douches zonder privacy en propere handdoeken haast onvindbaar.

Voorbij de rifugio Lavarela (met authentieke Finse sauna) en de pittoreske ronde kapel gaan we meteen stevig aan de klim richting Ju de Sant Antone. Mijn rugzak weegt loodzwaar. Volgende keer toch maar wat minder meenemen. Drie kilometer en 400 hoogtemeters verder bereiken we op de top van een puinhelling in de mist een hutje met een beeld van Sint-Antonius. Die van de verloren voorwerpen. Conditie bijvoorbeeld.

Er hangen foto's en namen van mensen die hier het leven lieten ... en dus gaat Mireille met knikkende knieën de andere kant van de puinhelling terug naar beneden. In de dichte mist, scherp naar omlaag, over losliggende steentjes. Bij elke stap glijden we weg. Ik zigzag vlot naar beneden maar Mireille doet er krampachtig een uur langer over. Verderop wordt de hellingsgraad milder. Maar dan moeten we weer klimmen. Een zompig pad in een bos, en dan onaangekondigd nog een hele pas over. Om kwart voor een vinden we een bank aan een hut in de zon. Tijd voor de broodjes.

Vanaf hier wordt het landschap veel lieflijker. Bloemetjes, glooiende weiden, veel hutten. Openhutdag, want in verschillende kunnen we binnenkijken. We dalen een breder bospad af en moeten dan scherp rechts een smalle weg nemen. Modder en glibberige keien. Spekglad. Niet te doen. Ik ga twee keer tegen de vlakte. Tweehonderd meter slipping and sliding tot aan een beek en een schuur, en dan zompig plitsplets tot een breed grintpad. Dat we vanaf hier kilometerslang moeten afdalen tot onze eindbestemming San Vigilio. En dan begint het te regenen. Jas en cape bovenhalen. Bof.

Vaststelling daarstraks: de boomgrens ligt op 2100 meter. Nieuw ijkpunt: de pizzagrens ligt op 1200 ... Aan pizzeria Arnold's volgen we nog een fit-o-meterparcours, gedeeltelijk versperd door de aanleg van een nieuwe straat. Voor bij Villa La Bercia (de voorziene slotovernachting, die we dus negeren), en dan door de straten van San Vigilio tot aan een zwembadparking waar onze auto trouw op ons staat te wachten.

Ligt er aan de overkant geen hotel ? Viersterren ? OK dan maar.

De prijs valt mee (60 euro per persoon) en de vriendelijke oude dame overtuigt ons om ook nog het avondmaal voor amper 10 euro per persoon bij te boeken. Driegangenkeuzemenu (telkens keuze uit 4 mogelijkheden). Waar kan je voor die prijs hier in de omgeving eten ? Schitterende ruime kamer. Balkon met zicht op de bergen (als er geen mist zou zijn ...).

's Avonds beslissen we om nog een nachtje bij te boeken. De eigenaar omhelst ons bijna.

Luide knallen 's nachts. Neen, geen vuurwerk van het volksfestival in het centrum maar wel zwaar bergonweer.

Dag 10 - 4 september 2009 (Herman)

Rustdag. Helaas koud en druilerig weer.

Stadswandeling, Konditorei, pasta kopen, krantje lezen, boerenmarkt.

Apero. Italiaanse grillavond. Een heerlijke rode streekwijn (Amistar).

En lekker uitslapen.

Dag 11 - 5 september 2009 (Herman)

Verplaatsing naar het Zwarte Woud. We doen er wel bijna een hele dag over. Om iets na 5 uur parkeren we de wagen in Sulz-Glatt aan het vooraf gereserveerde hotel Kaiser. Zoeken naar de receptie. In het restaurant vinden ze onze naam op een prutspapiertje terug. Erg vriendelijk is de ontvangst niet. Onze kamer is tweehoog in een apart gebouw. Groot en netjes met een ruim balkon. Beneden Hallenbad en fitness.

Glatt is een piepklein dorp met wat boerderijen, vakwerkhuizen en een mooi waterslot. Een lange zoektocht naar een terrasje wordt uiteindelijk succesvol afgerond. Aan hotel-restaurant-café Züfle langs de grote baan ligt een zonovergoten terrasje.

In het restaurant van hotel Kaiser blijkt onze gereserveerde tafel ... niet gereserveerd te zijn. Gelukkig is er toch nog een plaats vrij. Er zitten nog drie andere Vlaamse echtparen. De schotels komen in ruime porties. Ik krijg er nog niet de helft van op. Morgen terug actie !

Dag 12 - 6 september 2009 (Mireille)

Fietstocht Glatt - Horb via de Neckar - 37 km - 3 uur

Ontbijt in hetzelfde hoekje als gisterenavond. Met een uitgebreid ontbijtbuffet, inclusief een biohoek met yoghurt en talrijke soorten bessen, en ook nog een rijk assortiment broodjes, kaas en vleeswaren. Te veel om allemaal te proberen.

Navraag leert ons dat we voor fietsenverhuur bij Helmut Degen aan de Schlozplatze 9 moeten zijn. En vooral 'klingelen'. Blijkbaar een B&B. Vooraan geen bel te bespeuren, alle deuren potdicht. We lopen naar achteren en zien een oud vrouwtje. Haar echtgenoot opent de garage die volgestouwd blijkt te zijn met allerlei soorten fietsen. Niet meteen ultranieuw sportmateriaal. Ik probeer enkele fietsen uit om een correcte zadelhoogte te verkrijgen zodat mijn knie gespaard wordt. Herman neemt de enige herenfiets van zijn formaat. Het zijn wel meer fietsen om boodschappen te doen dan om olympische sportprestaties af te leveren. En wij hadden op mountainbikes gehoopt. De prijs is navenant: slechts 6 euro per fiets voor een hele dag. Nog even onze naam op een papiertje krabbelen, fietskleding gaan aantrekken en wij op zoek naar de Neckar. Oei, bomen en hellingen in de weg. En onverharde boswegen. Na een stevige klim komen we bijna op een mountainbikeparcours terecht. De gps leidt ons via een lange afdaling naar Sulz am Neckar tot aan een brug over de rivier. Onderweg zien we pompoenstalletjes. We beslissen om vanaf hier stroomafwaarts richting Horb te peddelen. Het fietspad - half onverhard half geasfalteerd - volgt de dartele jonge Neckar, afwisselend langs beide oevers, met een spoorlijn in de onmiddellijke omgeving. Een eekhoorn toont ons zijn kunstjes. In Horb verlaten we het fietspad, rijden over een voetgangersbrug en duwen onze fiets langs een loodrechte helling naar boven tot op het markplein. Een druk beschilderd Rathaus en een eenvoudige witte kerk. De bakker gaat net open en er komt veel volk taart kopen. Achteraan bevindt zich een grote Konditorei en een iets kleiner zonnig terrasje met Talblick. Hé tof, ze hebben lekkere belegde stokbroden. Wij bakken niet op zondag, vermaant de vrouw ons. Maar ze heeft nog wel pistoleetjes over, en kaas. En daarna trakteren we onszelf op de enige echte Schwärzwalder Kirschtorte, met wel te veel Sahne naar mijn smaak.

We fietsen langs dezelfde weg terug. Veel fietsers op de baan, en allemaal met een veel beter rijwiel. We nemen een klimmend bospad richting Glatz, dat ons in amper 2 kilometer terug naar ons hotel brengt. Inmiddels is het gigantisch druk geworden in het dorp. Er is een voetbalmatch met veel toeschouwers bezig en aan het minigolfterrein is het aanschuiven. En bij het waterslot is geen parkeerplaats meer vrij.

Op ons zonovergoten terras relaxen we nog de rest van de namiddag en daarna sluiten we sportief af: Herman gaat joggen in de steile straten en ik ga baantjes trekken in het zwoele Hallenbad.

En dan gaan we eens kijken wat de pot schaft in restaurant Züfle. Forel uit de nabije kwekerijvijvers en frische Pfifferlinge met pasta. En Herman loert reeds naar de ijsjes ...

Dag 13 - 7 september 2009

Laatste vakantiedag. Zon, zon, zon. En alleen nog Belgen in het hotel. Die allemaal een hele dag blijven 'plakken'. Wij maken eerst nog een stevige wandeling van 10 kilometer naar de naburige hoofdgemeente Sulz. Eerst het steile bospad (mijn joggingparcours) en dan stukken van 25% door een woonwijk naar het centrum van Sulz aan de Neckar. Klein marktplein, wat winkels. Maar geen (we citeren) krantenwinkel, cd-winkel, kookboekenwinkel, supermarkt. Wel veel Schleckers (evenknie van het Kruidvat bij ons). We moeten ons uit noodzaak wenden tot een Lidl voor mondvoorraad en een krant (Schwarzwälder Bote). Wel voor een spotprijs.

Puf puf terug, en dan uitgebreid zonnen, Stieg Larsson lezen, een nieuw persoonlijk joggingrecord op de 6 kilometer berglopen in Glatt vestigen en dan samen een half uur zwemmen. En een wit wijntje (jaja van de Lidl) in de ... vuilnisemmer koelen.

Het leven kan eenvoudig zijn.