
Reisverslag uit Les Ecrins en Tarn
Dag 1 – 3 september 2005 (Herman)
Les Ecrins. De bergwereld tegemoet.
In het toeristische Vallouise telt Mireille de bakkers, maar we moeten nog verder over een bergweg. Le Poët, Saint-Antoine. Enkele hotels, maar niet het onze. Een bos in, de weg versmalt. Stevig doorklimmen. Pra Chapel. Ailefroide, de weg stopt. Enkele drieduizenders versperren de weg. En links ligt hotel Ailefroide, een grote blokhut. Een moeizame zoektocht naar een parkeerplaats … en naar de receptie. Waar we twintig minuten staan te schilderen.
Maar we komen tot rust in de prachtige tuin, waar we bij een aperitiefje onze berg voor morgen uitkiezen. Het restaurant zit afgeladen vol – er zijn geen seizoenen meer …
Dag 2 – 4 september 2005 (Herman)
Voorbij het hotel slaan we een asfaltpad in tot aan een parking, en vandaar wijzen bordjes ons de weg naar de refuge du Sèle. De Torrent du Celse Niere, een stevige bergbeek, volgt de omgekeerde richting. Meteen de beuk erin, of beter de lork, naar het bos waar we zachtjes door klimmen. Een wandelpad steekt de rivier over naar Clapouse, maar wij blijven op de linkeroever. Voorbij de afslag naar de refuge du Pelvoux wordt het pad steiler en rotsiger. Aan een waterval gaat het steil omhoog. We trekken ons aan stalen kabels omhoog en stoppen bij een weergaloos uitzicht onder de refuge. Nog een lastige klettersteig naar beneden en dan een plaatsje tussen de rotsen aan de rivier uitzoeken. Sandwiches met biokaas en tomaten. En de zon die het stilaan wint van de wolken. Een marmot fluit ons achterna. Na 5 uur en 20 minuten strijken we neer op het hotelterras waar de 1664 al uitgeschonken staat. Onder een brandende zon. Du jamais vu dans les montagnes.
Dag 3 – 5 september 2005 (Mireille)
Bij een temperatuur van 10 graden rijden we naar de parking van Pré de Madame Carle, waar de zon reeds op ons wacht. De grote parking is druk bezet. Logisch, want de tocht naar de refuge du Glacier Blanc wordt jaarlijks door zo’n 150.000 mensen bezocht.
Aan het maison du Parc bekijken we eventjes de infoborden en leren dat er dagelijks navettes rijden tussen Vallouise en ons “madame”. De wandeling start op een breed grintpad met mooie vertezichten. Tien minuten verder zien we een tamme marmot die geen millimeter wijkt voor de toeristen. De klim biedt steeds fraaiere zichten op de imposante bergwereld.
Dan daalt het pad af en krijgen we de Glacier Blanc in het vizier met de berghut in het oosten. Bij een houten brugje over de Torrent spreekt een dame ons aan. Ze zoekt het pad. De ene weg is afgesloten, de andere glibberig en de derde klauterwerk. We opteren voor het klauterwerk en het zweet breekt mij al uit als ik aan de terugweg denk. Na een korte steile klim bereiken we een hoogvlakte met de oude berghut en een meertje. Zo’n honderd meter hoger zien we de nieuwe refuge liggen. Gelukkig valt die klim ook goed mee. Eenmaal boven zien we dikke grijze wolken rond de omliggende bergtoppen. We beslissen dan ook om snel terug af te dalen (wat vlotter gaat dan verwacht). Terug bij de Torrent zoeken we een leuk plaatsje uit om te picknicken. Blijkbaar ook de beste plaats, want zo’n vijf minuten later strijkt er een hele groep klimmers naast ons neer. Ze vallen bijna over onze voeten …
Intussen laat de zon het afweten en zakt de temperatuur tot zo’n 15 graden. De klimmers schakelen op pulls over. Wij dalen verder af en wie zit daar weer : de tamme marmot.
Dag 4 – 6 september 2005 (Herman)
Bof, een laaghangend wolkendek voorspelt weinig goeds. En een wesp komt mijn ochtend helemaal vergallen door een geniepige prik in mijn duim. Na enig EHBO de kaart openvouwen en een “lage” wandeling uitzoeken. We besluiten vanuit Vallouise te starten.
Travaux, het hele centrum ligt open. We drentelen eerst wat rond in de regen (une baguette, un journal) – hier staan nochtans overal zonnewijzers ! – en zoeken dan de rood-witte strepen van de GR54 “Tour de l’Oisans”. Een brug wordt op tien minuten wandelafstand gemeld. En na enkele honderden meters nog eens. En nog eens. Een bewegende brug ? Uiteindelijk “halen we ze toch in.” Vandaar loopt het pad braaf van brug naar brug langs een klaterend watertje. Aan de Pont des Places wordt het zelfs helemaal asfalt.
Weer de wandelkaart bestuderen en een steil bospad naar Naveyroux volgen. Smal, nat en bolletjestrui-allures. Na anderhalf uur hijgen komen we op een meer open terrein met wat lorken. We hebben nu 600 meter geklommen. Aan de chapelle de Notre-Dame, vlak voor de huizen van het gehucht Naveyroux, installeren we ons voor de picknick … en het begint te gieten. Gelukkig heeft de pastoor een afdakje voorzien. Het is een nieuwe kapel met fresco’s, en in een boekje wordt de hele techniek uitgelegd. Bij 12°C trekken we alle beschikbare kledij aan. Het regent nog steeds als we een spekglad bospaadje afdalen naar Le Puy. Een prachtig, kronkelend pad langs watervalletjes en door mooie kloven. En het blijft maar regenen. De bergen zijn zelfs helemaal aan het zicht onttrokken (opgevouwen tot volgend jaar ?). In Le Puy zijn er ook werken en zo missen we een nieuw bospad verder naar beneden. Een herdershond toont ons aan Station 1400 de juiste weg. Het blijft glibberig, een via ferrata laten we links liggen. Nog een paar poortjes open en toe, en in een zondvloed vinden we de auto terug in Vallouise (na bijna vijf uur).
Het terrasje zal ook voor vandaag niet zijn …
Les vacances sont terminées …
Aan het huis van de berggidsen wordt het grote paneel uit de grond gelicht en worden alle borden van de muur verwijderd. De supermarkt aan het begin van het dorp is gesloten. Un journal ? De krantenwinkel is dicht. Aan een restaurant lezen we dat “la cuisinière est en vacances”. De baan uit Vallouise wordt eerstdaags helemaal afgesloten.
En de weerman geeft forfait. En de bergen zijn weg. Les vacances sont terminées …
Hela jongens, de onze begint pas !
Dag 5 – 7 september 2005 (Mireille)
Sinds gisterenmiddag is het nog nauwelijks gestopt met regenen. ’s Nachts word ik wakker van het gedruppel op de golfplaten. Bij het ontbijt blijft iedereen lang aan tafel zitten.
Wij besluiten eerst in de auto te kaart open te slaan … en dan komt de zon erdoor. Geen getreuzel meer, kaas en brood kopen en dan richting Lac de l’Eychauda. Het vertrekpunt van de wandeling ligt in Chanbran. We laten de auto achter aan een buvette. In een groene kale bergomgeving beginnen we aan een zeer geleidelijke klim, tot in het Parc National des Ecrins. We negeren de afslag van de GR54 naar de refuge de l’Eychauda. Af en toe steken we een smal stroompje over en wat later passeren we een cabane. Vervolgens gaat het pad in serpentines naar boven. Een graatmagere dame in flitsende joggingoutfit komt gezwind de bergweg afgelopen. We klauteren verder tot we gehinderd worden door een grote kudde geiten en schapen. Ze blijven een heel eind rinkelend voor ons uitlopen tot ze uiteindelijk toch een uitweg vinden. Op de top moeten we nog enkele rotsplaten over en dan krijgen we zicht op het melkwit-blauwig meer. Het is amper tien graden. We laten ons de warme koffie uit de thermos welgevallen.
Op de terugweg passeren we veel wandelaars. Overal zien en horen we marmotten. En de laatste honderden meters worden we nog nat geregend.
Dag 6 – 8 september 2005 (Herman)
Chocoladekoeken bij het ontbijt. En veel blauw in de lucht met een royale streep zon.
De weg naar Puy Allaud is versperd en de alternatieve baan ziet er ultrasmal en bochtig uit. Dan maar naar Dormillouse, zo’n dertig kilometer voorbij Vallouise. We passeren enkele piepkleine dorpen, zoals Les Viollins, drie-vier huizen maar wel een grote kerk. Na enkele precaire stukken weg parkeren we de auto op een parking diep onder het bergdorp Dormillouse, het enige bewoonde dorp in Les Ecrins. Meteen begint het weer te druppelen. Enkele kleurrijke monniken klauteren voor ons naar boven. Bij nader toezien blijken het wandelaars met cape … Ik houd het nog een tijdje uit met T-shirt en petje, maar moet dan ook de regenjas uit de rugzak halen. Mireille zucht dat ze haar cape niet bij heeft … dan zou haar regenjas nu tenminste nog droog zijn.
Aan de brug naar Dormillouse klimt het pad gestadig door een bos. Ik ben drijfnat, niet door de regen maar door het zweet, en dus kan ik al meteen van T-shirt veranderen. Na 800 meter klimmen moeten we kiezen tussen twee meren, en we opteren voor Lac Faravel. Een rotsig pad loopt over een bergflank, en na wat klauteren over rotsen zien we het diepblauwe meer aan onze voeten liggen.
We halen de picknick boven, schenken de koffie uit … en het begint te gieten. Ijskoud, een stuk beneden tien graden. Stokbrood, kaas en appel snel naar binnen werken met “aangelengde” koffie, en rapido weer verder. Een heuvel opkruipen, en voortdurend bonjour zeggen tegen de karavaan capes die ons passeren. We dwarsen een gebied vol rotsplaten bezaaid met honderden steenhoopjes (cairns), de ene al kunstiger dan de andere. De omgeving lijkt wel Schotland, met groene heuvelflanken, rotsen, regen, krijsende vogels. Alleen de mist ontbreekt nog.
Ik vereeuwig enkele steenmannetjes digitaal. We zijn zo onder de indruk van dit bucolische tafereel dat we bijna de bocht richting het andere meer missen. Nog even wat klimmen en daar ligt het Lac Pallavel al te glinsteren, op 2472 meter hoogte.
Er wacht ons nu een afdaling van 1031 meter, eerst over glibberige rotsen en geërodeerde paden, daarna door de bosweg van daarstraks die nu toch wel immens steil blijkt te zijn.
En op de terugweg naar het hotel gaan de hemelsluizen helemaal open. Je houdt het niet voor mogelijk. Met een grassprietje in de mond naar de blauwe lucht staren, voor wanneer is dat ?
Dag 7 – 9 september 2005 (Mireille)
Ik val in herhaling maar het heeft weer de hele nacht geregend zonder ophouden. Bij het ontbijt zien we dat verschillende gasten hun reiskoffers al gepakt hebben om vervroegd te vertrekken.
Wij zetten echter door en zien na een tijdje terug bergen verschijnen. Dan maar een kleine wandeling voorzien. Wonder boven wonder kunnen de regenjassen in de rugzak blijven. We kiezen voor een wandeling naar de refuge Pré de Madame Carle. Onverwacht wordt het nog een mooie bergtocht. Golvend parcours over snel stromende riviertjes, over een grote steenmassa, door gletsjerpuin. Alleen de laatste kilometer is helemaal overstroomd zodat we overschakelen op de parallelle asfaltweg.
Petit creu bij de refuge, maar alles is potdicht. Via het asfalt terug naar Ailefroide maar ook daar is alles toe. Vallouise dan maar, ook niks. En ook de Shopi van Argentière is nog aan siësta toe.
Het wordt uiteindelijk McDonald’s. En dat in Frankrijk.
En dan zitten we bij 16°C buiten op het terras ! Apéro, en straks kaasfondue.
Dag 8 – 10 september 2005 (Herman)
Afscheid van Ailefroide. Het hotel sluit morgen. De meeste van de overige etablissementen in het dorp zijn overigens al gesloten. De eigenaar vertelt dat hij een week nodig heeft om alles op te ruimen, en dat hij tot Allerheiligen het hotel (dat hij nu zes jaar uitbaat) verder opknapt. En in de winter heeft hij zijn hotel in Serre-Chevalier.
550 kilometer verder liggen de Montagnes Noires, op de grens van de Tarn en de Hérault. Een schitterende zeventiende-eeuwse boerderij, te midden van de bossen, in een achterafstraatje, is onze ruime gîte voor een week. Het zoontje, de eigenares en de hond komen ons in die volgorde welkom heten. De zon zoekt zich moedig een kijkgaatje tussen de wolken. Voldoende voor ons om het aperitief in de tuin te serveren.
Dag 9 – 11 september 2005 (Herman)
Hoeraaaaaaaaaaaaaaaaaa !
Zonnig weer. Eindelijk. We installeren ons meteen in de ruime tuin.
Rond het middaguur besluiten we om de trouwe vierwieler van tussen de netels te halen en naar het middeleeuwse dorpje Minerve te rijden. Un des plus beaux villages de la France. Eerst een plaatsje vinden op de kleine betaalparking, en dan te voet de Grand Port over. Gezellige nauwe straatjes, en vooral restaurants en wijnhandelaren. We drinken er geen Minervois meer maar een witteke van Hoegaarden, en bestellen een broodje. Het blijkt een heel brood te zijn, een pan bagnat. Een kathaarse specialiteit ? Daarna moet ik Mireille nog een snuisterijwinkeltje “buitensleuren”, want we moeten verder. Naar Olargues … un des plus beaux villages de la France (haast verlaten en heel mooi), naar Salvetat-sur-Agout … un des plus beaux villages de la France (een stuk minder pittoresk, of krijgen we stilaan een indigestie ?). En ook nog twee meren : lac …. waar de Fransen op het strand hun zondag doorbrengen, en het lac …. dat er meer als een rivier dan als een meer uitziet. En tussendoor kronkelende op-en-afwegen, met haast geen verkeer, door bossen, over cols, langs glooiende landschappen. Dikwijls een zoektocht op de kaart, maar steeds vinden we terug wat we zoeken. En de hele dag beau temps.
Net te laat terug aan het zwembad (is van 16 tot 18 uur) – en bovendien heeft Mireille haar badhanddoek vergeten – maar prachtig op tijd voor het aperitief dans le jardin.
Dag 10 – 12 september 2005 (Mireille)
Frans ontbijt met croissants, stokbrood, muesli en yoghurt, op het terras maar wel met natte voeten (grassige ondergrond). De zon speelt wel wat verstoppertje, maar gelukkig zijn de wolken vandaag de grote verliezer.
Na het bezoek van de eigenaar van de gîte (met half Belgische roots) vertrekken we voor een korte uitstap naar de katharenkastelen van Lastours. Via Mazamet komen we op de kronkelende D101. Werken in Mas-Cabardes, en bovendien geen duidelijke bewegwijzering, zodat het in totaal twee uur duurt om Lastours te bereiken. De ingang van het domein ligt in een oude fabriek die mooi gerenoveerd is. De vier kastelen – Cabaret, Curdespine, Quertinheux en Tour de Regine ogen allemaal anders, ze zijn ook niet uit dezelfde periode. Weinig bezoekers zodat we rustig de burchten kunnen verkennen. Heerlijk.
Na het bezoek rijden we nog even naar de belvédère voor een overzichtsfoto van de vier kastelen. En dan pijlsnel terug naar ons terrasje waar het biertje lekker smaakt, met op de achtergrond het geklingel van de grazende schapen in de wei naast de gîte.
Dag 11 – 13 september 2005 (Herman)
Donkere wolken ’s ochtends. Met het stokbrood en Le Figaro onder de arm stap ik het kilometertje terug naar de gîte, begroet door een aantal dorpelingen.
Mireille heeft op een lijst van plaatselijke neringdoeners een artisanale bakker ontdekt “vlakbij”. We lopen de weg naast de gîte verder, door een bos, langs piepkleine gehuchten, maar de bakker vinden we niet in de wijk La Place. We lopen nog door, een heel golvende weg en keren dan via de grote baan terug. Een heerlijke lus van tien kilometer.
Knoflook dan maar. Lautrec staat bekend voor zijn knoflookteelt. Wij gaan op de geur af en ontdekken een fraai dorpje met vakwerkhuizen. En slechts enkele knoflookwinkels. Mireille keert triomfantelijk met haar trofee gîtewaarts.
De zon is ondertussen paraat en ik besluit te gaan joggen. Tot schrik van de koeien en de boerinnen die zoiets duidelijk niet gewoon zijn.
En ’s avonds : eindelijk dineren op het terras. Bij het aperitieven komt de huishond mee aan de hapjes aanschuiven …
Météo belooft voor morgen 30°C. Eerst zien …
Dag 12 – 14 september 2005 (Mireille)
Mist, grijze lucht en kil. Welke zender was dat ?
Woensdag, marktdag in Pons-sur-Thomières. De eerste indruk is klein en weinig aanbod en variatie, maar om de hoek ontdekken we een veel groter marktgedeelte. Eerst rondkijken en dan pas kopen. Vis, groenten, kaas, vlees, saucissons. Hier moet iets te vinden zijn voor vanavond. De biologische geitenkaasjes ogen heerlijk en belanden dus in onze mand. Een andere kaasboer zit te hele tijd te tateren waardoor ik niet meer luister en plotseling komt hij mij twee kussen geven zodat ik rood word tot achter mijn oren.
Daarna wenden we de steven naar Valras-sur-Plage, 80 kilometer verder. Hoe dichter bij de kust, hoe warmer. De temperatuur stijgt van 19 tot 29 graden. We installeren ons op een muurtje op de pier en genieten van de zon en de zeewind. Herman kiest drie bollen ijs uit een aanbod van 75 – sommige met afschuwelijke kleuren (smurfblauw !). Ik houd het bij een citroengranita.
En dan rijden we terug naar onze wolken …
Dag 13 – 15 september 2005 (Mireille)
Zon, zon, zon ! Hoe is het mogelijk.
De plannen voor vandaag worden onmiddellijk aangepast. Carcassonne en omgeving verhuizen naar morgen. Vandaag gaan we van de zon genieten.
We peuzelen ons ontbijt met muesli, fruitsap, verse baguette en abrikozentaart op aan het terrasmuurtje in de zon. Pas om 13 uur schieten we terug in actie en vertrekken we richting Hérault. Een klein uurtje later parkeren we de auto in het gezellige wijndorp Chinian. De markt is al opgeruimd maar de visgeur is blijven hangen. De restaurants zien er aantrekkelijk uit. Wij gaan echter op zoek naar de Cave des Vignerons, een coöperatieve uit de streek waar zo’n 200 wijnboeren aan leveren. De geur van geperste druiven komt ons tegemoet. De druiven worden aangevoerd in kleine containers voortgetrokken door tractoren. De oogst wordt dan op een laadbrug gewogen en daarna onmiddellijk in een andere container geperst. Het is een drukke bedoening. Ook in de winkelruimte loopt heel wat volk rond. Een oudere man laat zijn kruikflessen vullen, anderen (voor het overgrote deel Belgen) proeven de verschillende wijnen.
Wij keren met een volle koffer terug.
Ik duik in het zwembad en droom van een roséwijntje in de zon. En mijn wens wordt werkelijkheid …
Dag 14 – 16 september 2005 (Herman)
We krijgen nog niet genoeg van de katharenkastelen en trekken naar het majestueuze Peyrepertuse. Het is wel een heel eind rijden en dus komen we pas rond 13 uur aan. Het is even zoeken naar de ingang, die door een bouwwerf aan het zicht is onttrokken. Schitterend weer, heerlijk om door de ruïnes te struinen, wel moeilijk voor de foto’s (veel schaduwen). Een stevige klim brengt ons naar het bovenkasteel dat ons een prachtig zicht geeft over de hele site.
Vandaar trekken we naar die andere klassieker : Carcassonne. Veel volk in de middeleeuwse straten, al kan het blijkbaar nog veel drukker gezien de vele lege plaatsen op de gigantische parking. We blijven maar een uurtje, voldoende om vast te stellen dat toch wel veel winkels gesloten zijn. We zijn ook niet super onder de indruk van de stad, maar ja we hebben ook al zo veel vergelijkbare voorgangers gezien.
Helaas laat terug in de gîte en dus binnen eten.
Dag 15 – 17 september 2005 (Herman)
Regen ! 12°C !
We nemen afscheid … en ontdekken 50 kilometer verder stralende zon en 20°C.
1150 kilometer in één ruk en om half een ’s nachts in onze eigen “gîte” in Opwijk. En dan nog eten, in sneltempo door Mireille klaargemaakt. Met een goed wijntje, zoals God in België.
Les vacances sont (vraiment) terminées, vivent les nouvelles vacances (maar wel nog eventjes wachten).