
Reisverslag Gardameer
20 juni 2002
Mireille heeft nog wat extra vakantie kunnen lospeuteren van haar baas, en dus kunnen we onze autotocht naar het Gardameer nog onderbreken voor twee bijkomende overnachtingen aan een ander toeristisch plaatsje. En wij willen “meer” – keuze te over – het meer van Lugano, of het Vierwoudstedenmeer, of het Lago Maggiore, of het Comomeer.
Het hotel wordt door een alleraardigste familie gerund. Ze putten zich echt uit om het ons comfortabel te maken. Tien minuten later zitten we ook op het terras. Het is zwoel : 28°C om half tien 's avonds ! Gelukkig wordt er snel een Pinot Grigio ontkurkt. En dan rest er enkel nog de lastige taak om uit het overheerlijke menuaanbod te kiezen.
En dan toch nog even te weten komen waar we hier nu eigenlijk zitten. Sala Comacina. Om nooit te vergeten.
21 juni 2002
Iets van dolce en niente
Weinig activiteit vandaag. De temperatuur stijgt weer tot een stuk boven de 30°C. We maken enkel een airconditioned autotochtje naar Tremezzo en Menaggio, en kuieren er wat langs de havens, en “doen” een terrasje. Daarna slenteren we wat rond in de beschaduwde nauwe keienstraatjes van Sala Comacina, en belanden op enkele piazza's aan de rand van het water. Het is hier ongelooflijk rustig, ver weg van alle toeristische drukte. Enkele kinderen spelen in het water, een aantal lome vissers proberen hun avondmaal in orde te krijgen. Het wordt een luie namiddag met spannende detectives en dobberende bootjes.
Oei, trouwfeest in het hotel vanavond. Dan maar opteren voor het restaurant ernaast. Pasta en vlees OK, maar vis ... De hoteleigenaar beduidt met zijn handen dat het niet altijd even vers is. We worden er in elk geval ook in de watten gelegd, en dineren er heerlijk vanop een balkonnetje hoog boven het meer. En dan tot besluit een avondwandelingetje langs de smalle kadeweg aan het Comomeer.
We zullen zeker terug-Como.
22 juni 2002
Nog niet aan de wandel
We hebben er wel een hele tijd overgedaan om naar het Gardameer te rijden, en om het hotel te vinden waar we onze sleutel konden krijgen, zodat onze wandeling voor vandaag er bij inschiet. Maar bij 34°C zagen we dat toch niet zitten ...
Wat een tegenvaller : de funiculare naar het Monte Baldo-massief is buiten werking. Er wordt een nieuwe gebouwd, en die is pas volgende maand af. Dat wordt een moeilijke klus voor de wandelingen als we steeds uit het dal moeten vertrekken !
's Avonds wil de temperatuur maar niet zakken. 28°C om tien uur. Laat eten is de boodschap, en dus ook laat gaan slapen ... en vroeg de wekker zetten.
23 juni 2002
Bakken en braden
Het pad kronkelt even moeizaam als wij naar boven – of zo lijkt het toch. Na anderhalf uur beproeving sedert de laatste wegsplitsing komen we plotseling aan ... een wei. Of beter gezegd een alm. Geen koeien te zien, maar wel twee wegwijzers. De beschrijving in ons boek is niet duidelijk en dus proberen we ze allebei uit : geen van de twee klopt. We volgen dan maar de 112 links naar beneden, eerst door een bos waar een heerlijk windje waait (“ze hebben hier de deur opengezet”), daarna zeer steil over een glibberig pad met losse kiezel en aarde. De zichten op Limone en de rotskust zijn fenomenaal. Mireille daalt eens te meer voortreffelijk, en zo staan we na 5 uur en 20 minuten terug aan asfalt, waar we een waterkraantje ontdekken. Nadat we er een eeuwigheid hebben ondergehangen, ontdekken we dat we nog een heel eind verder moeten afdalen naar de haven van Limone. We passeren enkele mooi gelegen hotels, en zelfs een olijfolieperserij, en komen dan oververhit in de winkelstraatjes van Limone aan.
Een ijsje, een panini en een half vat bier later zijn we klaar voor de boottocht terug. Heerlijk hoe de wind ons vermoeide lichaam afkoelt. In Malcésine voelt het nog een paar graden meer aan, en dus plunderen we weer een terrasje. Gisteren nog een uitzending gezien waarin geklaagd werd over die aanhoudende hittegolf. Moeten ze maar allemaal in België komen wonen.
's Avonds krijgen we nog bezoek van de eigenares. Hebben we toch wel een verkeerd appartement gekregen zeker + te veel betaald. We vinden het echter prima hier en besluiten te blijven. En met het extra geld kopen we ijsjes (Herman) / olijfolie (Mireille).
24 juni 2002
Naar de Punto Telégrafo
Als alternatief voor de kabelbaan rijden we met de wagen via Garda de bergen in tot Rifugio Novezzina. Onderweg scharrelen we nog een picknick mee in het aardige bergdorpje Ferrara di Monte Baldo. We zitten nu op 1232 meter hoogte, en dat is te voelen want het is slechts ... 24°C. Het startpunt is niet makkelijk te vinden en dus wandel ik nog even heen en weer naar de wagen om wat extra kaartmateriaal te halen. En dan zien we plots dat de markering van ons pad 657 enkele meter verder op een steen staat geschilderd ...
Het hoogteverschil van 1000 meter wordt uiteindelijk sneller gerond dan verwacht, met een ultieme lus naar de Rifugio Telégrafo als orgelpunt. Daar ontvouwt zich een schitterend bergdecor, de Monte Baldo-bergketen in al zijn glorie. Van hieruit is het nog een steenworp naar de top, waar een metalen kruis uit 1950 een lelijk oriëntatiepunt vormt.
Ook nu klopt onze wegbeschrijving langs geen kanten, maar na veel zoeken vinden we het dalende pad 652 een heel stuk lager. Een sportieve afdaling met veel moeilijke passages over rotsen en glibberige aarde. Het is voor Mireille dan ook een beproeving om tot het asfalt te geraken, maar dan is het voor mij een helse tocht om 2,5 kilometer langs de asfaltbaan te sloffen. Daar krijg ik pas blaren van. Voorbij een rifugio en een skistation vinden we dan toch de trouwe auto aan de rifugio Novezzina terug.
25 juni 2002
Romeo en Julia
Vroeg opgestaan (6 uur) ... en dat voor niets. De bus naar Verona komt niet opdagen, en bovendien zijn én de biglietteria gesloten, én de tabacchi gesloten, én de biljettenautomaat buiten dienst.
We kopen dan maar stokbrood en rozijnenkoeken en zorgen voor een uitgebreid buffetontbijt op het terras van ons appartement. Als alternatief opteren we voor een boottocht naar Sirmione ... maar wat later zitten we toch op de bus naar Verona. Plotseling van gedacht veranderd. Teveel wolkjes vandaag, dus reserveren we de boottocht voor een stralende hemel.
We wandelen verder naar de Ponte Scaligeno, een schilderachtige brug over de Adige. We kuieren langs enkele kerken naar de Piazza del Duomo, met – typisch – weer die zebra(of pyjama)stijl. We slenteren door sfeervolle straatjes en komen dan op de fraaie Piazza del l'Erbe, het oude marktplein. De Lambertitoren steekt er fier bovenuit. Plotseling merken we dat het al na de vijven is, de tijd vliegt hier snel. Vlug nog een biertje op een terras, en dan merken we eensklaps dat we nog iets vergeten zijn. Het balkon van Romeo en Julia. Vlug ernaartoe. Op het balkon poseert de ene dame na de andere. De muur staat vol met graffiti, de rechterborst van het bronzen beeld van Julia blinkt want daar wrijven alle toeristen over (schijnt geluk te brengen).
Inderdaad, ik heb niet over de borst van Julia gestreken.
26 juni 2002
Te kort
Weer anderhalf uur omrijden wegens de gesloten kabelbaan, nu via het noordelijke Torbole naar het Monte Baldo-gebied. De bergwegen vallen goed mee : geasfalteerd en meestal niet te smal. Aan de Bocca di Navene vinden we geen parkeerplaats, en dus keren we een eindje terug tot de Rifugio Graziani. Hier zijn we ook niet de enigen die de wandelschoenen uit de kofferruimte halen. De klim van de Bocca del Creer (1617 meter) naar de Monte Altissimo di Nago (2079 meter) verloopt eerst via een breed kiezelpad, maar dan gaat het opeens erg steil over een rotsig paadje.
Wat een verschil met de vorige dagen : slechts 16°C en bovendien bewolkt en mistig. Na een uur ronden we de bergkaap en staan we aan de Rifugio Damiano Chiesa, zo genoemd wegens een vlakbij gelegen kapelletje. De mistflarden ontnemen ons helaas het zicht op de omringende bergketens. Mireille heeft geen zin om de oorspronkelijke wandeling verder te zetten en vindt een andere lus op de kaart. Na 2 uur en 20 minuten staan we echter terug aan de wagen ... En dan nog wel langs een bergweide waar een grote groep Duitsers verschrikkelijk veel lawaai maken, en vervolgens via een braaf grintpad.
27 juni 2002 (Mireille)
Op de fiets - de berg op
Het opstaan valt weeral moeilijk. Fietsen vandaag. We huren in het dorp twee blitse mountainbikes. De uitleg erbij is ronduit summier : in deze tas zit alles om je te depanneren en hier vijs je het zadel los.
We trakteren ons op een avondje uit eten in restaurant La Pasce. Maar het komt ons allemaal veel te Duits-toeristisch over. Een antipasto en een primi verder, verwennen we ons met een gelato. Bij de laatste likjes begint het te druppelen. En begint het zowaar te donderen.
Regen en zon
Regen. Bof. Dan maar geen keiharde bergwandeling, maar een winkelsessie in Riva. Na een reiskoffer wijnen en olijfolies merken we dat de hemel begint op te klaren en rijden we de berg op naar de start van de wandeling. En dan wordt het inktzwart en worden de hemelsluizen geopend. Rechtsomkeer en de wagen snel op een parking gaan zetten. Middagmalen op ons appartement, en kijk ... daar is de zon.
En na nog een kleine krachtinspanning komen we aan Ristoro Prai Bar, wat we nog herinneren van vier jaar geleden. We zijn nu ruim 900 meter gestegen, en besluiten wegens tijdsgebrek terug te keren. De top zal voor de volgende keer zijn (vier jaar geleden hadden we een hele dag voor de wandeling).
Als we terug op het appartement komen begint het weer te druppelen, en daarna te gieten en te onweren.
29 juni 2002 (Mireille)
Een Zwitsers boerendorp ?
Onze vakantie in Italië zit erop. We stouwen de auto vol en rijden om kwart over negen het dorp uit. Wat is het rustig rijden. Ook op de autoweg Venetië – Milaan is het kalm. We gaan de grens over en halen onze picknick boven ergens in de buurt van Lugano, want het treintje met die bestemming rijdt er vlak naast. Even later horen we dat er tien kilometer file staat richting St-Gothard-tunnel. Waar zijn al die auto's dan ? Maar inderdaad, iets verder staan we stil. De auto's worden maar met mondjesmaat in de tunnel gelaten. Het wachten valt nog mee en alras staan we in Duitstalig Zwitserland. Voor de mensen in de andere richting ziet het er veel minder gunstig uit.
We besluiten naar het Vierwoudstedenmeer te trekken. Mij roept de naam Seelisberg de herinnering op van een toeristisch bergdorpje. Herman vindt het maar een boerendorp bij eerste aanblik. Na wat heen-en-weergerij belanden we tenslotte in Hotel Bellevue. Een mooie nette kamer met een groot balkon met prachtig uitzicht.
Het restaurant ziet er heel Zwitsers uit – wat wil je ? We krijgen een berg eten voorgeschoteld : broccolimousse met sla en vinaigrette (veel te veel azijn), koolrabisoep, kalfsvlees op de wijze van Zurich met courgette, champignons en noedels. En tenslotte tiramisu. Dat wordt morgen wandelen ! De wijn (een schitterende Barbera d'Alba) wordt met veel show en nogal clownesk ingeschonken, alles behalve volgens de regels van de kunst.
Om tien uur kruipen we onder het donsdeken. Ik lees mijn boek uit en val prompt in slaap.
30 juni 2002 (Herman)
Een Vierwoudwandeling
Bij het keurige Zwitserse ontbijt merken we dat het hier toch een stukje frisser is dan in Italië, ondanks de uitbundige zon.
Op de kaart omcirkelen we de klim naar Niderbauen-Chulm, op 1923 meter hoogte (1150 meter klimmen). We vinden het startpunt niet onmiddellijk (onze specialiteit). Aan het Seeli-meertje, waar vele tentjes op de camping staan, vinden we vele wandelpaden, maar niet het onze. We volgen dan maar een "Wanderweg" dwars door een wei, langs draaihekkens en over opstapjes, hop nog door een wei, de kakavliegen van ons afschuddend. Dan komen we op een grintweg, en wat verder vinden we dan toch de rood-witte aanduidingen van ons wandelpad. En dan gaat meteen bruusk omhoog, een echte muur. Het pad blijft afschuwelijk stijgen, eerst door een bos, daarna langs een kronkelend aarden pad, dan steil naar boven door een wei.
Boven zien we dat er ons nog een stevige lus staat te wachten. Er komen een aantal Zwitsers naar beneden, de kinderen vastgemaakt aan een touw. Enkele wandelaars wijzen ons op een steenbok, die hier op een tegenoverliggende rotswand ligt te zonnen. De lussen worden vlot gerond, en dan komen we uiteindelijk uit op een ... wei, met de typische fotogenieke Zwitserse koeien, met de klingelende koeienbellen.
Nog even een ruk naar de top, waar het allesbehalve “lonely” is. Het is zelfs drummen voor een picknickplaatsje. De smosbokes verdwijnen zienderogen, en dan is het tijd om de kaart te bestuderen. Hé, een kabelbaan enkele kilometers verder.
De téléphérique blijkt een nogal eenvoudig geval te zijn. We moeten zelfs eerst de “beneden” oproepen. We wagen eerst nog een poging om toch nog te voet downhill te gaan, doch de bewegwijzering wordt schaars en bovendien verspert een landbouwafsluiting ons de weg. Toch maar op de drukknop duwen en een Tahlfart aanvragen. We overleven de tocht en komen beneden midden Zwitserse jodelmuziek terecht.
Maar echt waar : de mooiste wandeling van onze vakantie aan het Gardameer was aan het Vierwoudstedenmeer ...
Na ontelbare tunnels in Zwitserland – daar gaat dus al het geld van het autowegenvignet naartoe – komen we vrij toevallig op aanduidingen naar het Comomeer terecht. OK, wij daarheen. Bij een eerste hotel in Cernebbio krijgen we te horen dat alles vol zit. Een jaarlijks festival ! Bij een volgende overnachtingsplaats raadt men ons aan om zowat 15 kilometer verderop te gaan zoeken. Langs smalle banen, waar die gekke Italianen even snel blijven op rondrazen, komen we na een kwartiertje plotseling langs een ruime parkeerplaats (wat hier een echte luxe is). Het blijkt een pittoresk driesterrenhotelletje vlak aan het meer te zijn. De mensen zitten er gezellig aan het water te avondmalen . We hebben wat moeite om de ingang te vinden, doch hoera : er is nog plaats ! En we krijgen bovendien nog korting ook ...
Malcésine aan het Gardameer. Nog steeds even bekoorlijk, met een trotse burcht en smalle, kronkelende straatjes. Maar het ziet er allemaal wat drukker uit dan 4 jaar geleden. Op de toegangsweg langs het meer staan massa's auto's aan de kant geparkeerd, kriskras tegen de rotsen, of met de rechterwielen in een diepe goot. Benieuwd of ze daar nog uitgeraken. Een man op een motorfiets gidst ons naar ons appartement. Waw, zicht op het Gardameer en op de haven en de oude dorpskern van Malcésine. Keurig balkonnetje en prima uitrusting. Dit moet kunnen voor een week.
We slaan mondvoorraad in. Bij het uitladen merk ik dat het vooral pasta en wijn is ... En water, massa's water.
Daar laten we al snel de toeristische slenteraars in de winkelstraatjes achter ons. Het asfaltpad klimt meedogenloos langs vakantiehuisjes en hotels, en na 100 meter is mijn zakdoek al doorweekt. 29°C en geen beschutting tegen de zon. En dan moeten we een steil keienpad opklauteren (pad 101), maar een slak zou ons met de vingers in de neusgaten kunnen volgen. Aan de uitgedroogde betonnen bedding van een waterloop slaan we pad 102 in, en we hielden het niet voor mogelijk : nog steiler. Eventjes in de schaduw van een groep naaldbomen, maar dan weer in die ongenadige zon. Ik voel met net Solo, Bakken en Braden.
We moeten meteen loodrecht naar boven door een wei vol met gele en blauwe bloemen. En zweten maar. Daarna wordt de klim geleidelijker over een pad met steenslag. Eerst vallen we nog de picknick aan, en dan kronkelen we het ultieme stuk naar boven, naar de Punta Telégrafo. Mireille ziet een gems voor haar voeten wegspringen, wat later zien we er nog een. We halen het floragedeelte van onze gids erbij om de velen bloemen te kunnen herkennen, met de fauna hebben we minder problemen : lastige vliegen, zweetvliegen, plakvliegen, bromvliegen, steekvliegen, ...
's Nachts krijgen we een kletterend onweer met slagregen op ons dak. Maar het blijft zwoel ...
Na een uur en vijfenveertig minuten zet de buschauffeur ons af op een plein in Verona, waar we meteen ons minuscuul stadsplan bovenhalen om ons te oriënteren. Het is nu 13 uur, en dus gaan we eerst een stukje eten. We kiezen voor een terrasje in de schaduw van de Arena, waar enkele Italianen uitgebreid zitten te tafelen. De risotto is zo uitgebreid dat we de steak achteraf maar gedeeltelijk meer aankunnen. Tijd dan ook om tot actie over te gaan. De Arena oogt binnenin minder fraai dan de imposante buitenkant. De rode plastic zeteltjes die men er heeft geïnstalleerd vloeken immers met de eeuwenoude steen. Bovendien heeft men grote beelden van ridders op het podium geplaatst. Buiten liggen reeds gigantische sfinxen en andere Egyptische attributen klaar voor de voorstelling van Aida van Verdi volgend weekend.
Bij onze terugkeer in Malcésine moeten we een onweer en wolkbreuk trotseren. De straten hebben hier geen afvoer of goot en dus komen we met natte voeten aan het appartement.
Dit lijkt nergens op : we hebben vandaag meer in de auto gezeten dan gewandeld. En de temperatuur was nochtans ideaal voor wandelexploten.
We gaan te voet naar de grote weg en prutsen het zadel op de juiste hoogte. En dan slaan we via ons appartement bergopwaarts langs een blauw of geel gemarkeerd parcours. Het gaat schitterend : met grote halen ga ik naar boven. Herman heeft het lastiger : hij ligt al snel enkele bochten achter. Boven ploft hij zich neer aan een bushokje. Ook een andere mountainbiker komt uitgeput boven. Maar een andere gaat met veel flair een immens steile helling op. We proberen het twee maal maar we vallen gewoon van de fiets. Dan maar bergafwaarts naar de grote weg ; nu moet ik lossen. In de tunnels krijg ik het benauwd – ik zie geen steek. We maken een stop in Torbole om een lekkere pizza op te peuzelen. We aanschouwen de surfers : wat zijn er prutsers bij. Via een apart fiets- en wandelpad (naast de tunnel) rijden we Riva binnen. Gezellig, maar wij opteren voor de boot naar Malcesine.
Heel even bijkomen en genieten van een verkoelend biertje. Eenmaal in Malcesine rijden we richting Garda, stoppen in Porto (waar we een Bittburger binnenslaan) en rijden tenslotte naar Casteletto. Hier draaien we onze fiets terug in de andere richting. Moeilijk moment : mijn fiets terug inleveren. Een pareltje !
28 juni 2002 (Herman)
Wij trekken onze stoute (wandel) schoenen aan en klimmen naar het middenstation van San Michele. Even hoopvol kijken of de kabelbaan toch niet werkt, maar nee hoor. Dan een smal muilezelpad naar boven. Enkele geiten versperren de weg. “Vooruit met de geit” roept Mireille, doch de beesten verstaan enkel Italiaans. Vanaf hier gaat het loodrecht naar boven, via een pad dat in het midden uit grote keien bestaat en langs de zijkant enigszins verhard is. Een muilezelsledepad volgens onze reisgids. We passeren een overkapping met kapel, en vervolgens komen we aan een rustbank met verbluffende kustzichten.
En dan een afscheidsmaal op ons terrasje ...
We kopen een wandel (en fiets) kaart aan de Seilbahn en krijgen er van de vriendelijke beambte nog een pak documentatie bovenop. Misschien toch nog een week verlengen ?
Aan de hoeve van Weid wordt het even wat milder, en daarna kronkelen we langs de bergflank over een rotsig pad. Regelmatig moeten we nog over afrasteringen (mét opstapje) kruipen. Bij het laatste stuk moeten we even naar adem happen : recht een stenige bergwand omhoog, tot we uiteindelijk aan een gezekerde passage uitkomen. We klimmen enkele ladders omhoog, de laatste zelfs in een kille, donkere holte.