
Reisverslag uit de Hérault
- Ah, vous êtes le propriétaire ?
Twee bestofte VTT’ers duiken op van tussen de wijnranken en kijken bewonderend naar het pareltje van een gîte dat we voor een appel en een ei hebben kunnen – even dromen – kopen – nu realiteit – huren.
Neen jongens, terwijl ik de waterkraan aanwijs, helaas, wij hebben slechts 1 week dit paradijs te onzer beschikking.
Stel je voor: midden tussen de wijngaarden, kilometers in de omtrek niets dan druiven, olijven en bossen, een dubbele gîte, eigenlijk een gerestaureerde oude mas, een royaal terras met trapjes op naar de slaapkamer, trapjes naar beneden naar de andere gîte, andere trappen naar boven voor het zwembad … voor ons alleen want de andere gîte is niet bezet!
De départementale van Bédarieux naar Béziers, rechts afslaan, werken (slechts 1 vak berijdbaar, maar we zagen er nooit werklieden aan de slag), kronkelbaantje, links een brugje over (werd donderdag hersteld), door Lhentéric waar op de hoek de laatste nieuwtjes gesprokkeld worden, straf naar boven, rechtsaf “suivre les poteaux”, een steile klim, links “goudronné”, voorbij de boerderij.
Gisteren kwamen we na pakweg 1100 kilometer voor een precair ruw steenslagpad door de wijngaarden te staan. Net breed genoeg voor 1 wagen, dus toch maar even te voet checken of we op de juiste plaats zitten. En pas na een kleine kilometer vang ik een glimp op van een dakpunt boven de wijnranken …
Steenslag tussen de wijngaard, een smal brugje over, langs de ezel, de nieuwe aanplant van olijfbomen, een “verkeersremmer” in the middle of nowhere, een korte klim en links verschijnt de gîte.
De moeder van de eigenares vangt ons op en een paar dagen later maken we kennis met Anne en Philippe. Ze excuseren zich dat ze niet vroeger hebben kunnen kennismaken, maar het is “rentrée des classes”.
En bovendien: “on a commencé”. Commencé, oftewel de druivenpluk. De druiven zijn ruim een week vroeger rijp dan gewoonlijk. 50 hectares beslaat het landgoed Coudougno, vol met syrah (naast onze gîte), mourvèdre (niet op stokken), cinsault en grenache.
We krijgen een fles rosé van de coöperatieve van Faugères, waar hun wijn gebotteld wordt, als welkomstgeschenk. Vanaf dan wordt het onze huisaperitief, gevolgd door de rode van Coudougno.
Na de harde dagtaak komt Philippe ’s avonds ons zwembad uitkuisen. Op de meest radicale manier: er gewoon inspringen …
De eerste helft van de week is het bloedheet (35°C) en dus passen we de activiteiten aan dit superweertje aan. Zwemmen in een watertemperatuur van 25°C (maar bij deze hitte voelt dat koud aan), joggen in de avonduren (op en af tussen de wijnranken). Een bezoekje aan de markt van Bédarieux, kleiner en minder gevarieerd dan verwacht. Mireille gaat voor de pélardons en de zuiderse groenten. Ik schuim en route enkele wijnwinkels af.
We maken een lokale fietslus langs verstilde dorpen: Aigues-Vives, Cabrerolles, Caussignojouls (wie bedenkt zulke namen ?). Stevige kuitenbijters, schitterend landschappen.
De dag erna zoeken we ons te pletter naar de piste cyclable van het Canal du Midi. Die moet aan de 9 sluizen van Fonsérannes in Béziers beginnen, maar we vinden enkel fietsonvriendelijke paden. Op een bepaald moment zien we het Canal du Midi hoog boven ons op een viaduct liggen. Een steile trap naar boven (pff wat weegt die fiets zwaar), een ruw pad langs het Canal, waarna we pas veel verder het eigenlijk fietspad ontdekken … en ik lek rijdt.
Nieuwe binnenband erop en pang … ook kapot. Fietsenwinkel in Béziers … sluitingsdag. De Super U brengt redding, maar ik moet verschillende maten kopen want geen verstand van. En nog eens terugrijden: de enige maat die ik niet gekocht heb blijkt de juiste …
De andere piste cyclable, van Mons-la-Trivalle naar Saint-Pons (en nog verderop naar Courniou-les-Grottes) over een voormalige spoorwegbedding is ongelooflijk saai en bovendien constant over kiezels. Het weer is wat minder uitbundig – wel 25°C maar de zon raakt niet door het wolkendek. De croissants hebben we die ochtend ook aan onze neus zien voorbijgaan want de beloofde bakker kwam niet opdagen. Gelukkig vinden we een Marché U aan ons keerpunt in Saint-Pons, waar nog 5 andere Belgische fietsers even hongerig naar binnen stappen.
Dan is de wandeltocht van Combes door de Caroux een stuk spectaculairder. Het rood-wit van de GR7 leidt ons langs een pad waar verschillende monumenten eer betuigen aan schrijvers die tijdens de Eerste Wereldoorlog voor het Franse volk gesneuveld zijn. In een tropische hitte trekken we door een bos, langs een fit-o-meter (met joggingparcours – nu even niet) en over een paar onbeschutte hellingen tot vlak voor de refuge van Fage, waar we de bokes, kaas en tomaten aan een kabbelend beekje verorberen.
Beestenboel: de 3 honden van de boerderij, de ezel die zich rot schrikt als ik voorbij jog, de huisgekko, een pad die zich verschuilt achter het met bloemen gedecoreerde wijnvat, nogal veel wespen (Philippe komt ze verdelgen), de krekels in de wijngaard, 2 geitjes, geniepige kleine muggen die hun sporen nalaten op de huid van Mireille, en … een waterrat in het zwembad (al kan dat ook Mireille geweest zijn).
Een typische dag in Le Rieutord. Half negen die sakkerse gsm-wekker proberen uit te schakelen, van de slaapkamer rechtstreeks het terras op om goedkeurend de uv-straling te meten, ontbijt sur la terrasse bij de geur van verse koffie, met muesli INCLUSIEF aalbessen, le pain quotidien (croissants bij hoge uitzondering), fruitsap en yoghurt. De eerste herfstbladeren uit het zwembad opvissen, en bij verzengende temperaturen toch nog moeizaam het zwembad in geraken. De wijngaarden “inspecteren”, een lokale fietslus uitstippelen (en de track bewaren), een krat rosé aanvoeren (de goedkoopste rode wijn kost hier 80 eurocent per liter ! – hoeveel kost water ?). ’s Avonds genieten van de absolute stilte, de krat rosé laten leeglopen, de muggenbeten tellen, de meloenschijfjes in wijnsaus oplepelen, en dan de culinaire hoogtepunten van Mireille bewonderen (en opeten).
Kortom, rondhangen. Wat wil je bij 34°C.
Maar we hadden ook actieve dagen.
Een tweede poging aan de sluizen van Béziers. Nu kennen we de weg. De toeristenboten schuiven geduldig aan de 9 sluizen aan. De ene zit op het dek met koffie en broodjes, de andere klinkt met roséwijn. Geen wonder dat sommigen zich van kant vergissen …
Wij kiezen wel de juiste zijde en peddelen langs het Canal du Midi onder de platanen. In het begin staan de kilometers nog keurig aangeduid, iets verderop al niet meer. In Portiragnes staat een groot infobord met lokale fietstochten. Wij vervolgen onze weg … die wegvalt. Mountainbiken zonder mountainbike. Lang zoeken naar de kust (allemaal afschuwelijke campings die in de weg staan – deprimerend). In Vias Plage zijn de meeste winkels dicht (les vacances sont terminées – zie ander reisverslag). Mosselen met frieten bij een pseudo-Mexicaan, dat moet mislopen. En inderdaad. We troosten ons met nog een karaf, en als we vertrekken sluiten ze opgelucht de deur achter ons … Wat een plakkers die Belgen.
Autignac. 3 keer per week een markt. Tous produits. Wij de fiets op, een sportieve tocht van 18 kilometer heen door de wijngaarden vol actie (“on a commencé”). Autignac, smalle straatjes, een groot kruisbeeld, een watertoren, pleintjes, en aha een markt … met 1 enkel kraampje (kaas).
De anderen zitten in de vendanges zeker ?
Een heerlijk kronkelend wegje tussen een fabuleus landschap. Montesquieu. La Ferme du Mas Roland staat er onmiddellijk onder. Nauwelijks parkeerplaats. Binnen nauwelijks plaats. En nauwelijks nog kaas. Een dame uit de Alpen koopt haar voorraad naar eigen zeggen zoals elk jaar. De pélardons. We proeven … en Mireille koopt de hele winkel leeg.
En daarna plunderen we de lokale wijncoöperatieve. De auto steekt vol. Wat moeten we nu achterlaten ? Phil Collins, de slippers van Mireille, onze huisgekko ?