
Reisverslag uit Italië : Costiera Amalfitana
WWW.Yahoo.com is dan toch niet onfeilbaar.
Het weerbericht van de internet-zoekmachine voorspelde vandaag regen met "thunderstorms", doch als we het gordijn opentrekken valt meteen een royale portie Amalfitaanse zon vanuit een wolkenloze hemel de kamer binnen.
Hoera, cake bij het ontbijt ! Mireille kan ook meteen haar eerste basiszinnetjes Italiaans (les 1 van de cursus) met de huiseigenaar uitwisselen.
Na het ontbijt schuimen we een paar lokale winkeltjes af om onze rugzak vol met lekkers te stoppen. Een bolletje kaas intrigeert ons : hop, de rugzak in. Een paar grote, groene (!) tomaten ondergaan hetzelfde lot. Nog een stokbrood, wat appeltjes en 4 liter water erbij en we kunnen op pad.
Iets later zien de dorpsbewoners twee kromgebogen toeristen voorbijsloffen op zoek naar het startpunt van de wandeling …
Het wandelpad gaat meteen loodrecht de hoogte in. Een echt pad is het trouwens niet : middeleeuwse trappen, grotendeels afgesleten en overwoekerd. Het zweet barst ons uit, en we beginnen al te vrezen dat we een T-shirt of vijf te weinig meegebracht hebben. Voorbij een kruisbeeld trekken we door een loofbos, waar we door de macchia mediterranea moeten slalommen. We blijven stijgen, en ondanks de 28°C op ons zakthermometertje komen onze zweetporiën onder invloed van een zacht windje stilaan tot rust. Over de rotsen klauteren we vervolgens naar de top van de Monte Tre Calli, een puist van 1122 meter hoog.
Wat een oase van rust : langs de ene kant een bergkam waarop een groep berggeiten vervaarlijke kunstjes uithalen. Achter ons schreeuwen schitterende vergezichten om aandacht. Een klein haventje is nog net zichtbaar achter een rotswand. Het filmrolletje schiet haast vanzelf in actie. We blijven hier een tijdje rustig genieten en gaan dan op zoek naar gele verfklodders om het pad te vervolgen. En meteen staan we oog in oog met een weergaloos panorama. Diep onder ons zien we de kronkelende kustlijn van Amalfi, met op de voorgrond Positano dat haast achteloos tegen een imposante bergflank aanleunt, Sorrento en helemaal achteraan een toefje Capri. Idyllisch, hier komen we ooit ons buitenverblijf bouwen.
Het rotsige pad slingert nu verder in de richting van de hoogste berg van het schiereiland, de Monte Sant'Angelo a Tre Pizzi. Een betere naam voor een pizzeria zou je niet kunnen bedenken. We komen uit bij Capo Muro, waar een rots onder de vorm van een paddestoel fotogeniek staat te wezen. Na een eerste vruchteloze poging om het pad naar de top te vinden - het weggetje kronkelt na enige aarzeling resoluut naar beneden - maken we onze rugzakjes wat lichter en onze buiken wat voller. We moeten wel constant vliegen wegslaan die het op onze bokes gemikt hebben. De groene tomaatjes smaken overheerlijk, de kaas blijkt gevuld met ham en olijfjes.
Ook een tweede klimpoging moeten we net onder de top staken wegens geen pad en teveel maquis. Via rood-wit-gele tekens van de Italiaanse wandelvereniging
CAI dalen we vervolgens af naar een zandpad. Aan een beeld van de Madonna del Silenzio - enkel de bijen doorbreken de stilte - krijgen we nogmaals een adembenemend uitzicht op de kust met het eiland Capri ertegenaan geplakt. Verderop beklimmen we nog een top, doch de vergezichten van daarstraks zijn niet te evenaren.
Het dorpsplein van Bomerano is naar siëstamaatstaven nog vol actie als we er aankomen. Enkele kaarters trotseren de hitte, twee mannen spuiten ijverig hun druivenranken nat. Enkele ouderlingen staren van op hun schaduwrijk zitbankje naar de twee toeristen die nu met een schuimende lokale pint op een hotelterras hebben plaatsgenomen. Er zijn amper 4 stoelen, het zit hier dus nu halfvol.
Na deze verkwikkende drank besluiten we nog een deel van de befaamde Sentiero degli Dei aan te pakken, als voorproefje voor de komende dagen. Op de kaart duiden we aan dat we tot de Colle Serra willen lopen, en dan terug langs dezelfde weg. We lopen door een droog stroompje, en bezorgen iets verder wat schapen de schrik van hun leven. Het is een aangenaam paadje dat langs spectaculair overhangende rotsformaties slingert. Bij de terugkeer gaan plots de hemelsluizen open.
We krijgen er een gratis klank- en lichtspel bij aangeboden. Geen nood, kan ik eindelijk mijn nieuwe regenjack showen. Een herder helpt ons langs de schapen die onrustig door mekaar hollen. Hij roept ons iets toe, doch het blijkt nog niet in de eerste lessen Italiaans van Mireille te staan. De bliksemflitsen worden feller, we moeten voortmaken.
Sentiero degli Dei in de regen. De weergoden zijn niet met ons. En Yahoo ook niet …
¢¢¢
Quiero un poco de agua minerale ? vraagt een bezorgde … Colombiaanse monnik als hij de twee oververhitte lijven voor de kloosterkerk ontwaart.
Het was dan ook een hele calvarietocht langs de kruisweg naar boven. De eerste twee kruisen zien we nergens, doch na nummer zes vraagt Mireille bezorgd hoeveel staties er eigenlijk in zo'n kruisweg zijn. We hopen maar dat het er geen vijfhonderd zijn. De Colombiaanse monniken wuiven ons enthousiast toe als we eindelijk boven geraken. Ze restaureren de kerk hier op eigen initiatief en kosten. In een nis bemerken we dat ze hun kerststalletje vergaten binnen te halen.
De monnik verdwijnt even geruisloos als hij verschenen is, zoals het een geestelijke betaamt.
Voorbij de kerk kruipen we door de omwalling, en slaan een precair - en stijgend - pad in dat zich al spoedig langs een bergflank slingert. Het blijft steeds klauteren over rotspaden, tot we aan het alomtegenwoordige Sentiero degli Dei aankomen. De bewegwijzering is zoals steeds schaars, doch het op-en-neergaande pad is vrij eenvoudig te volgen. In de diepte blijven Positano en Capri steeds bevallig in het vizier. De mediterrane geuren van tijm en rozemarijn brengen ons nog meer in de stemming. Het pad komt nogal bruusk in Nocello aan, een dorp waar wegens de smalle wegen geen autoverkeer mogelijk is. We doorkruisen het hele dorp, en zetten het dan op een spurt richting Montepertuso. Niet om de doorboorde rots te zien die hoog boven het dorp uittorent, doch wel om gebruik te maken van de gratis lunch die onze reisorganisator SNP ons aanbiedt in restaurant Il Ritrovo. Het blijkt zich onder een grote luifel te bevinden enkele meters boven de straat. We werden er blijkbaar verwacht : es - enne - pie ? We krijgen een copieuze buffetmaaltijd voorgeschoteld, met al het heerlijks wat de Zuid-Italiaanse keuken te bieden heeft : zucchini, met olijven en mozzarella opgevulde champignons, pepperoni's, parmigiani di melanzane, salami's bij de vleet, kaas als toetje. Twee Nederlanders die we bij aanvang in Bomerano reeds hebben ontmoet zitten hier toevallig ook. Zij hebben al twee wandelingen geschrapt, het Italiaanse ritme achterna.
Er wacht ons nog een halfuurtje zig-zag-afdaling naar Positano, wat gezien de fles rode wijn die we soldaat hebben gemaakt geen enkel probleem stelt. Positano heeft een haventje en een keienstrand, en nauwe, hellende straatjes met veel winkeltjes. Na een granita di limone en een birra alla spina zijn we weer toonbaar, en stappen we op de boot naar Amalfi.
¢¢¢
Wat een sukkeldag vandaag !
Onze wandeling start vanuit Scala, en om daar te geraken moeten we in Minori 2 bussen nemen. In de broeierige hitte zien we een eerste overvolle bus naar Amalfi aankomen - zelfs sardientjes zouden er niet op geraken. Een uur wachten dan maar. Ondertussen zien we hoe een overijverige parkeerwachter zijn job heel au sérieux neemt. Elke automobilist wordt aangemaand om zijn auto nog 3 millimeter vooruit te rijden, en wie even langs de kant wil stoppen om op de wegenkaart te kijken wordt ogenblikkelijk weggejaagd.
De volgende bus naar Amalfi geraken we met enige moeite wel nog op, maar nu missen we nipt de bus naar Scala. Een uur en een granita di limone later wringen we ons op de weer overvolle car en geraken er bijna niet af in Scala. Daar zoeken we ons vervolgens zowat twee uur te pletter naar het vertrekpunt van de wandeling. 
Na veel heen-en-weer-geloop geraken we pas om 3 uur in de namiddag - zowat vijf uur later dan gepland - aan de wandel. We houden er dan ook meteen een flinke tred in. Mireille denkt eerst dat het om een "braaf pad" gaat, doch enig rotsige klimmetjes verder moet ze haar mening herzien. Het gaat steeds op en af, over stenen en rotsen, met sublieme uitzichten over de beboste bergflank. We zitten hier in het natuurgebied van de Valle delle Ferriere. De paden zijn wel dikwijls overgroeid met varens en uit de kluiten gewassen onkruid. Veel wordt hier blijkbaar toch niet gewandeld. Uiteindelijk komen we uit in Riulo, waar een jongetje met een vuilniszakje op de schouder met ons mee wandelt. Hij vraagt uit welk land we komen, en vertrouwt me toe dat Italië met "due a uno" tegen Turkije gewonnen heeft.
Het blijft bloedheet, en het dorpsfonteintje op het plein van Pogerola wordt dan ook meteen bestormd. Van hieruit is het gelukkig maar een lange trappenreeks (ha, trappen !) afdalen naar Amalfi. Na ongeveer honderd miljoen trappen (bij benadering) komen we op de Piazza del Duomo aan en rukken meteen twee biertjes uit de handen van een slome ober.
¢¢¢
De kustweg van Amalfi naar Positano is smal en erg kronkelend. Heel pittoresk, doch voor de bussen is het geen sinecure om zich door de nauwe bochten te wringen. Luid toeterend trachten ze aan elke draai voorrang af te dwingen, zodat we telkens een hele rij auto's achteruit zien manoeuvreren.
Steeds millimeterwerk, op de rand van de afgrond of rakelings langs - en ook wel eens tegen - de rotsen. De meeste auto's staan dan ook vol schrammen. En vandaag gebeurt het dan : bij een van die manoeuvres wordt een auto door onze bus met een doffe knal tegen de reling gekwakt. De wagen zit helemaal geblokkeerd, en het duurt dan ook een hele tijd eer de onfortuinlijke man kan ontzet worden. Woedend stormt hij naar de buschauffeur, waarop een typisch Italiaanse scheldpartij volgt. Een carabiniere die toevallig voor de bus uitreed komt er doodgemoedereerd bijstaan en laat beide heren uitrazen. Papiertje invullen, de bureaucratie doet wel de rest, lijkt hij te denken.
¢¢¢
De kade van Positano is nog haast verlaten als we ons in een bar nestelen en croissants en cappuccino bestellen. Langzaam aan zien we de buurt tot leven komen. Venters beginnen hun waren uit te stallen, tafels en stoelen worden op hun plek gezet, de eerste toeristengroepen komen toe.
Vandaag hebben we een boottocht naar Capri geboekt. Vreselijk duur, jawel, maar we willen toch eens Capri zien. Onze boot blijkt een klein geval te zijn, waar ze toch tien mensen op de gammele bankjes bijeen wurmen. Een overjaarse Brit kan zijn handen niet afhouden van zijn zoveel decennia jongere vriendin. Er zitten 2 Australiërs naast ons, en één van die Aussies zit maar de hele tijd te tateren, en ik maar pogingen doen om niet zeeziek te worden.
Capri schuift steeds dichterbij, echt een ruwe rotsklomp die uit zee oprijst. We varen rond het eiland, en belanden tenslotte bij de ingang van de alom geprezen Blauwe Grot. Het krioelt hier van grote boten en roeibootjes, een file die de ring van Brussel tot een faits divers herleidt.
Na lang wachten op ons wiegend bootje (nee niet zeeziek worden), kunnen we overstappen (nee niet in het water vallen) op een minuscuul roeibootje. Eerst handje contantje, en dan plat op de buik door de verschrikkelijk lage rotsopening. En dan ontvouwt zich het wonder : het is pikdonker doch het blauwe heldere schijnsel van het water zorgt voor een feeërieke sfeer. De roeier heft een aria aan. Kan nooit kwaad om de toeristen in de juiste stemming te brengen … voor de fooi. Na een minuutje varen we terug buiten ; wonderen zijn kort.
In Capri hangen we "de toerist" uit. Een terrasje, een middagmaal, een ijsje. In de namiddag besluiten we toch nog tot enige actie en nemen de bus naar de bovenstad. De busjes zijn echter propvol, het is duwen om erbij te geraken. Op de Piazzetta boven is het heel gezellig : winkeltjes, restaurantjes, terrasjes, en een mooi uitzicht op de Marina Grande. We hadden misschien dan toch wat vroeger naar hier moeten komen. Een wandeltocht langs de kronkelende lanen naar beneden is heel aangenaam, een heerlijk windje tempert de hitte.
Op de boottocht terug heb ik zin om te neuriën. Capri, c'est fini.
¢¢¢
Stel je voor. Een zoveelste-eeuwse kerk. Met een geplaveid pleintje ervoor. De geur van rozemarijn overheerst. Kinderen ravotten luidkeels op het plein tussen moeders met kinderwagens in. Hoog erboven een gezellig terras. De kerkklokken galmen om het kwartier dat de avond nog jong is. De Chianti wordt lauw geserveerd, zoals het hoort in Italië. De fusilli is al dente, de crespelli om in te bijten (wat we dan ook doen). Het is reeds ruim over negen, en nog zowat 25°. De Amalfitaanse kustlijn lonkt in de verte, Capri lijkt al een verre herinnering. En dan doezel je weg. En je vraagt om in je arm te knijpen.
En het was geen droom.
Bonus : twee foto's uit Pompeï

