Sporen en varen door Japan – een reisverslag

Donderdag 14 en vrijdag 15 oktober 2010 (Herman)

Het land van de rijzende zon.

Of rijzende mist. De luchthaven van Narita hangt immers vol nevelslierten. We staan meteen als eerste buitenlanders aan de paspoortcontrole waar een vriendelijke jongedame ons gelaat en onze vingerafdrukken vereeuwigt. Leave only fingerprints.

We vinden verrassend snel de Japan Railwaybalie en ruilen ons betalingsbewijs uit België om voor de enige en echte JR Railpass. En die gaan we meteen gebruiken om naar Kamakura te gaan. "De snelle of de trage variant ?", vraagt de loketbeambte. We gaan voor langzaam. Zien we nog iets van het landschap. We gaan op goed geluk een trap naar beneden en blijken nog juist te zitten ook.

Traag blijkt echter écht traag te zijn. Een metroachtig stel stopt om de haverklap aan plaatsen met onuitspreekbare namen. Maar het moet gezegd: de plaatsnamen staan geafficheerd in Japans en Engels, en worden ook in beide talen afgeroepen. Al klinkt de naam in het Japans wel nogal anders dan in het Engels (er worden een paar klinkers overgeslagen). De trein loopt goed vol. Bedienden in strakke maatpakken knikkebollen, winkelende vrouwen tateren, en rechtover ons verslindt een geisha haar stationsromannetje.

De rit lijkt eindeloos maar in Kita-Kamakura wordt onze eindbestemming aangekondigd: Kamakura. In de drukte vinden we een taxi die ons voor 1200 yen naar het Kamakura Park Hotel brengt. De kamer heeft een prima zicht op de oceaan. Op de wc staan 9 toetsen en talloze lichtjes. Ik probeer een knop en krijg een warme wc-bril. Die vervolgens heet wordt. De andere toetsen heb ik nog niet geprobeerd. Risico's moet je spreiden ...

In de dichte nabijheid vinden we niet meteen een eethuisje en we kiezen dan maar voor restaurant Pergola van het hotel. Pasta met een biertje, Japans zal voor morgen zijn.

We maken nog een moedige wandeling onder een lekker zonnetje langs de kustboulevard tussen fietsers en joggers. Maar eerst minutenlang wachten aan de lichten van het zebrapad om over te steken. Japanners hebben veel geduld. In de verte zien we het eiland van Enoshima liggen. Ook voor morgen. We kopen nog kramiek en drank in een supermarktje en kruipen om 5 uur onder de lakens ... en worden om middernacht terug wakker. Na het rozijnenbrood met koffie en thee valt verder slapen al heel wat moeilijker.

Zaterdag 16 oktober 2010 (Herman)

Jetlag en geen ontbijt in het hotel.

Met een knorrende maag gaan we op tempel- en broodjesjacht. Helaas voor ons hongergevoel komen de tempels er eerst aan. Stralend blauwe lucht, een zomertemperatuurtje. We lopen weg van de oceaan en komen in een wijk met keurige huizen terecht. In een zijstraat ligt de Hasedera-tempel. Er is nog niet veel volk. Pijltjes duiden de exacte looproute aan. In een fraaie Japanse tuin zwemmen grote kois in de vijvers. Bovenaan de trappen staan duizenden kleine beeldjes in witte steen en plastic haast militaristisch zij aan zij. Ze beelden Jizo bosatsu, de beschermer van de kinderen uit. Nog hoger vinden we verschillende pagodes. In de ene zien we een grote goudkleurige boeddha, in de andere een beeld van de elfhoofdige Kannon. Eén groot houten beeld met tien kleine kopjes bovenaan. Wel zeer goed bewaard voor een kunstwerk uit 721, en naar verluidt het grootste houten beeld in Japan. Wimpels en gebedsvlaggetjes zorgen voor een kleurrijk vertoon.

Nog geen broodjeszaken of misosoepverkopers te zien, en dus brengt de volgende wandelstop ons naar het hoogtepunt uit de streek: de grote Daibutsu. Een meer dan 11 meter hoog bronzen boeddhabeeld uit de dertiende eeuw. In 1495 brandde de houten hal af en sindsdien staat deze reus in de openlucht. Wel heel indrukwekkend. Achteraan heeft de boeddha twee doorkijkvenstertjes. Japanners staan in de rij om de trappen binnenin de boeddha te beklimmen. En bij de ingang gieten ze met een grote schep water op hun handen. Of drinken een slokje ... Boeddha is soepel.

Wij gaan op zoek naar voedsel. Aan het station van Hase zijn er misschien wat eethuisjes. Op basis van onze kaartobservatie slaan we een achterafstraatje in aan het kerkhof, maar - toepasselijk - die loopt dood. Een vrouw op krukken komt ter hulp en toont ons hoe we op een wandelweg naar Kita-Kamakura kunnen komen. Een steile trap op en dan inderdaad een bordje met een plan van de Daibutsu Hiking Course. Een prachtige wandeling door het bos, stevig op en af, met Ardennenallure. En populair. We zien zelfs joggers ondanks de steile stukken. De route is zeer goed bewegwijzerd met regelmatige afstandsaanduidingen. Na een half uur zien we een bordje van een café. Een steile afdaling brengt ons naar een heerlijk terrasje. Maar de vrouw wenkt ons dat we eerst onze keuze moeten maken. En houdt een bord omhoog met allemaal Japanse karakters. Oei, geen ondertiteling. Maar als ze begrijpt dat ons Japans nogal wat hiaten vertoont vertaalt ze ons lijn per lijn. Of duidt ze ons op foto's of met flessen aan wat er bedoeld wordt. En wat later zitten we heerlijk aan een tafeltje met vers geperst sinaasappelsap, koffie en een puntje appeltaart. Genoeg vitamines om de rest van de stevige staproute te ronden.

Onderweg bezoeken we de Zeniarai-benten, een shintoschrijn. Hier wordt geld ritueel gewassen. Een grote witwasoperatie zeg maar. Manden worden gevuld met muntstukken en bankbriefjes en in een grot wordt het geld dan in een goot afgespoeld. Daarna wordt het aan Boeddha geofferd, in een vast ritueel. Buigen, de klok luiden, geld gooien, twee maal in de handen klappen en nog eens buigen. En dan heb je veel kans om miljonair te worden. Misschien nog een nieuwe variant voor de Nationale Loterij ?

Een groepje joggers komt voorbij. Bonsoir, roepen ze in koor. Of was het konichiwa ? Op het einde wordt het wandelpad een straat en laten we een paar tempels links liggen. Tempelmoeheid, nu al. De route eindigt vlak bij het station van Kita-Kamakura. We stappen een eerste eethuisje binnen. Een half uur wachttijd. Bij een tweede moeten we slechts twintig minuten pauzeren, maar krijgen we meteen een biertje. De dagschotel, gefrituurde vis en varkensvlees, smaakt prima.

We nemen dan de trein van Kita-Kamakura naar Kamakura. Even onze zitplaatsen van morgen reserveren. Aan het eerste loket spreekt het meisje geen Engels maar maakt ons duidelijk dat we aan de andere kant van het station moeten zijn. En ook aan de JR-balie wordt het gebarentaal. Na een tijdje heeft ze toch door dat we morgen naar Hiroshima moeten. Twintig voor acht - nog enkel plaats in een rokerscoupé. Dan maar een uur later. En vandaag willen we naar Enoshima. Andere maatschappij, de andere kant van het station. Daar verwijst een dame ons naar de automaten, waar een subtiele doch voor ons belangrijke toets "English" ons leven vergemakkelijkt. Voor 250 yen per persoon mogen we achter een rij Japanners aansluiten. Pijlen en vakjes op de vloer geven precies aan waar er moet aangeschoven worden. Een oud treintje rijdt op een enkelspoor langs de oceaan. Het lijkt onze kusttram wel. In onze reisgids lezen we "twee stationnetjes verder". Blijkt niet te kloppen. Maar vele stationnetjes verder zien we op de zijkant van onze wagon plotseling de aanduiding dat we er reeds voorbij zijn ?! We stappen snel af en vragen hoe ver het nog stappen is naar het Enoshima-eiland. O, 3 minutes ...

Het worden er uiteindelijk 45 !

En we waren dus blijkbaar toch te vroeg afgestapt.

Op het kustpad moeten we constant uitwijken voor fietsers en joggers. Om de honderd meter vinden we verschillende drankautomaten naast elkaar. Op het strand wordt wat gesurft en gewandeld, maar de meesten zitten op de trappen aan het begin van het zand. Het strand maakt een bocht en dan loopt een brug naar het eiland. Om aan het voetgangersgedeelte te geraken moeten we onder de brug door ... op handen en voeten. Wat een drukte. Een lange mensenstroom gaat naar en van het eiland. Een klimmende winkelstraat met chocolade-, vis- en souvenirwinkels leidt tussen de mensenzee naar nog maar eens een tempel. Hoog, somber tussen de bomen. Een doorkijkje toont ons de oceaan en de omgeving. We volgen nog een minder drukke straat met allemaal viswinkels en -restaurants en keren dan op onze stappen terug. Nog even een koel drankje uit de automaat ... dat heet blijkt te zijn. Niets is wat het lijkt in Japan. De route naar het hotel overbruggen we met het treintje tot het Hase-station. Het is half zes en al pikkedonker.

Ons avondmaal nuttigen we op het terras van het restaurant Sunmeal, op een kwartiertje wandelen van ons hotel. Bij elke bestelling die we doorgeven horen we een krachtige "hai". Tonijn, viscarpaccio, eend en red snapper. Met chili uit Korea. En een glaasje wit. En het glas water wordt permanent bijgevuld. Het eten smaakt heerlijk. Handzame porties. En de smaken zijn helemaal zoals Mireille thuis Japans kookt. Die kookcursus in Kyoto kunnen we dan ook meteen schrappen :-)

Mireille vraagt als afsluiter green tea. Nooit van gehoord. De ober gaat er zelfs zijn hele computerschermpje voor raadplegen, maar vergeefs ...

Zondag 17 oktober 2010 (Mireille)

In een klein stationnetje, 's morgens in de vroegte!

Ook vandaag gaan we op stap zonder ontbijt. Het wordt een dagje treinen. Eerst het kleine oude treintje van Hase Kamakura naar Kamakura, dan de metroachtige trein richting Tokyo. In Shinagawa stappen we over op de exprestrein, de Shinkansentrein naar Shin-Osaka, om vervolgens verder te reizen met de Shinkansen naar Hiroshima. In het station is het een komen en gaan van Shinkansentreinen. Het lijkt wel of ze maar een minuut stil staan. De verantwoordelijke van ons rijtuig buigt telkenmale als de trein aankomt of vertrekt. Het geeft het gevoel om in een religieuze viering te zitten.

De plaatsen op de trein zijn breed, maar jammer genoeg is er geen extra ruimte voorzien voor de bagage. Deze ligt dus ongemakkelijk aan onze voeten.

De treinreis is het moment om het landschap gade te slaan. Huisjes, appartementen, alles kriskras door elkaar. Elektriciteitsleidingen bovengronds, televisieantennes op de daken, auto's netjes in achteruit geparkeerd, her en der een stukje bewerkt land midden deze chaos.

Ook op de trein is het interessant de mensen bezig te zien. Een stel bakvissen netjes in schooluniform. het is toch zondag, of gaan ze naar de breischool vandaag? Een jongetje in rugbyoutfit, maar ook nog heren strak in het pak.

Treinreizen betekent ook nog eten en drinken. Ofwel breng je iets mee, waar de eetstokjes steeds bijgeleverd zijn, ofwel koop je iets van het vriendelijk buigend dametje met haar eet- en drinkkarretje dat op regelmatige basis langs rijdt.

Intussen hebben wij een westers ontbijt op de kop kunnen tikken. In het station was er een klein terrasje met zoete en hartige koeken, met fruitsap en koffie. De crèmekoek smaakt lekker, de ronde sandwich is weer gevuld met een dikke ondefinieerbare brei.

Aan elke halte wordt omgeroepen: "We will make a brief stop at ...". Die korte stop is wel letterlijk te nemen, want veel af- en opstaptijd is er niet. Herman vond het ontbijt wat karig zodat we in het station van Shin-Osaka een bentobox gaan kopen. Het wordt een moeilijke keuze, zoveel soorten, kleuren en formaten. Nog een drankje uit de automaat halen. Wanneer we goed en wel op de trein zitten, openen we de box en staren vol verwondering naar de kleurig hapjes. Vier witte balkjes rijst versierd met kruimels in lavendelblauw, 3 balkjes paarse rijst. Bovenaan ligt er een verzameling groenten. Een kerstomaat, een stukje courgette en wortel zijn duidelijk herkenbaar, naar de rest hebben we het raden. We ontdekken nog een groente in tempura, een soort aardappelbolletje met tomatensmaak. Een stukje aubergine ligt netjes als een petit four verborgen, evenals een umeboshi. De meeste dingen peuzelen we vlot op, Een stuk groenige gelatine laten we toch maar liggen.

Intussen raast de Shinkansen verder naar Hiroshima, door tunnels en dichtbevolkte gebieden. In het station maken we al onze reservatie voor binnen enkele dagen. Buiten het station is het eventjes zoeken naar de juiste straat en kijken we verwonderd naar het pittoreske trammetje van lijn 3.

Hotel Active! - met uitroepteken - is gevestigd in een extrasmal maar hoog en diep gebouw. Er wacht ons een warm onthaal. De kamer is evenwel nog niet klaar en we moeten nog een klein uurtje wachten. Maar geen nood: een gezellig terrasje aan de rivier maakt het wachten meer dan draaglijk. Na het inchecken in de kleine kamer met een badkamerbox, gaan we richting Memorial Park. Een groen vredig park met de Dome Building, het symbool van de eerst gevallen atoombom. Eigenlijk blijft er van dit gebouw nog heel veel over, als men bedenkt dat de bom hier 160 meter vandaan en op een hoogte van 600 meter gegooid is. En dit op 6 augustus 1945 om 8u15. De temperatuur die daarbij vrij kwam lag rond de 4000 graden C°. We wandelen langs de Children Memorial, de cenotaaf en belanden tenslotte in het museum om geconfronteerd te met de gruwelen van de atoombom. De vele schoolkinderen in uniform worden er ook blijkbaar stil van. Wanneer we even later op een bankje van de laatste zonnestralen genieten worden we opgeschrikt door pseudoautobommetjes die in de lucht tot ontploffing gebracht worden.

Wanneer de zon aan haar nachtrust begint dwalen wij door de winkelstraten en overdekte galerijen. Het is zondagavond voorbij 18 uur en alle winkels zijn gewoon open. Intussen wordt het tijd om een restaurantje te gaan zoeken. De Lonely Planet helpt ons weinig of niet. Tapasbar, Duitse worst, Italiaans restaurant. Maar weinig Japans. Ook wij vinden heel weinig dingen naar onze smaak en komen tenslotte uit bij een Frans restaurant. Lekker, rustig en dingen die we kennen. De Japanners hebben het hier blijkbaar moeilijker...

Maandag 18 oktober 2010 (Mireille)

Oei, ons verslapen!

Dan maar niet naar Shikoku!

Het ontbijt hebben we intussen ook gemist, maar in een grootstad is er wel een ruime keuze aan coffee shops, die eveneens Danish pastries verkopen. De dametjes aan de toog roepen steeds in koor de geijkte welkomstwoorden "itashimashite", dat klinkt als "haseemasee".

Nu we een zee van tijd hebben gaan we eerst op zoek naar het kasteel van Hiroshima, gelegen in de voormalige legersite. Deze toren is al voor de derde maal opgebouwd. Een tijdelijke tentoonstelling, een zwaardencollectie en een uitbeelding van hoe de samoerais leefden, is hier allemaal te bezichtigen. Het hoogtepunt is het uitzicht van op de hoogste verdieping. De nabijgelegen zee is aan het oog ontrokken, maar de bestemming van morgen, het eiland Miyajima, is wel zichtbaar.

De middag brengen we door op een bankje aan de rivier in het zonnetje. De banken hebben hier allemaal houten scheidingen om individuele zitplaatsen te garanderen.

Rond 19 uur gaan we op zoek naar een eetgelegenheid en vinden een modern ogend teppanyakirestaurant. Alle tafeltjes over twee verdiepingen blijken evenwel bezet of gereserveerd. Gelukkig is er nog plaats aan de teppanyakitoog zelf. Fles wijn erbij, en genieten van het vakmanschap van de kok. En de schotels zijn heerlijk: ceasar’s salad op Japanse wijze, gegrilde gemengde groenten, gegrilde wagyubeef, okonomiyaki (een soort pannenkoek bereid op de grillplaat, met veel groentjes, ei, spek en sojasaus). De kok komt ons voortdurend vragen of dat erbij mag, en dit, en dat. Yep, doe maar volledig.

Een heerlijk avondje.

Dinsdag 19 oktober 2010 (Herman)

In de ontbijtzaal van hotel Active! vinden we één lange tafel in het midden met zaken-Japanners die nog zonder das maar wel al in strak pak van hun noedelsoep slurpen. Wij vinden nog plaats aan een zijtoog en ontdekken tussen de Japanse schotels gelukkig wat boter- en andere zoete koeken, eieren en fruitsap.

De zakenwereld crost reeds door Hiroshima als wij in het station voor de trein naar Miyajima-guchi kiezen. Telkens zien we de conducteur van de trein afstappen en op de volgende trein wachten. Acht stops, bevestigt hij ons. En dit keer plaats zat op de trein.

Een prima bewegwijzering lijdt ons ondergronds en dan over de kade naar de aanlegsteiger van de ferry naar Miyajima. Onze boot is pas om half tien, binnen veertig minuten en we denken dus nog even rustig te kunnen flaneren. Nu opstappen, zegt de man aan de ingang, en de boot vertrekt meteen. Blijken er veel meer afvaarten te zijn dan op mijn internettabel stond. Tien minuten later zijn we al aangemeerd en staan we al vol bewondering naar de grote rode torii van het Itsukushimaschrijn te kijken. De poort staat met de voeten in het water en lijkt wel over het water te zweven. Dit is een van de grootste bezienswaardigheden van Japan, en dikwijls op folders en promotiefilmpjes als symbool van Japan weergegeven. Langs de rand van het water staan pittoreske lantaarnmuurtjes. Overal lopen herten rond, bedelend voor voedsel. Die dieren zijn uit de bossen afgedaald onder invloed van de rommel die toeristen achterlaten, en eten zelfs plastic en papier. Ondanks de waarschuwingsborden zien we hoe een Japans meisje haar brochure opgegeten wordt door een hert. En dan maakt ze zelfs aanstalten om het terug uit de muil te gaan halen ...

Wij hebben vandaag voor een overnachting in een ryokan gekozen. We vinden Iwaso iets boven de haven. We worden er warm ontvangen. Even op een checklist aanstippen: avondmaal om 19.30, met fles rode wijn, ontbijt om half acht, een westers ontbijt (oeps, hij had bijna Japans aangevinkt ...). We mogen de rugzakken achterlaten tot de check-in vanaf 15 uur.

Er loopt een kabelbaan naar de top van de Mount Misen op 530 meter hoogte. Maar wij opteren voor het 2,5 kilometer lange wandelpad dat dwars door een bos loopt, met niet enkel herten maar ook apen (maar die hebben we niet gezien). Bijna duizend uit de rotsen uitgehouwen trappen naar boven bij een heerlijke herfsttemperatuur. We zien amper enkele andere moedige stappers. De rust en stilte overheerst. Om de 100 meter duidt een bord de gelopen en nog te lopen afstand aan. Het rotsige landschap doet aan het Luxemburgse Müllertal denken. Na het tussenstation wordt het steiler en zien we tussen de bomen reeds een glimp van de in nevelen gehulde Japanse Binnenzee. Afdalende Japanners groeten met konichiwa (goede namiddag). Aan de terminus van de ropeway wordt het vlakker en een eindtrappenreeks brengt ons voorbij enkele tempels op het bovenplateau. En inderdaad: een drankautomaat. Heel populair bij de uitgedroogde wandelaars. De blikjes Aquarius worden overvloedig geconsumeerd. Op de top staat een roestig uitkijkplatform met weidse zichten over de eilanden van de Japanse Binnenzee, Hiroshima en Shikoku. Spaans is hierboven de voertaal van de dag.

Terug beneden zien we dat bij eb de torii nu niet meer in het water staat. Rare ervaring: we kunnen ernaartoe waden over het zeewier. Tussen de houten muren zien we veel geldstukken steken. Het is hier nu ook enorm druk geworden. Aziatische groepstoeristen lopen achter dames met vlagjes aan en krijgen de hele geschiedenis over zich via megafoons. Wij gaan een restaurant binnen en vinden enkel plaats aan lage tafeltjes. Die zithouding houd ik geen tien minuten vol ! Gelukkig komt er een hoger tafeltje vrij. Daarna zien we verschillende andere toeristen in diverse even ongemakkelijke houdingen een poging doen om ervaren te lijken. En iedereen neemt hier sobanoedelsoep ...

We klimmen nog naar de pagode met vijf verdiepingen en bekijken het Itsukushimaschrijn dat bij de torii hoort, eigenlijk een reeks houten galerijen. We genieten van de zon op een bankje bij het zicht van de torii met droge voeten. Maar een half uur later is de torii alweer niet meer bereikbaar.

Een glaasje wijn in een café langs het water en dan onze ryokan opzoeken. We worden begeleid door een dame in kimono die ons in sappig Japans de kamer toont. Lage tafel en kussens op de vloer, een aparte zithoek achter schuifdeuren, een wc met nog meer knoppen en een ingebouwd waterbekken.

Na de avondfotografie met statief (waw) is het tijd voor de inwendige mens. Bij het avondmaal op de kamer krijgen we eerst wat tempura en enkele andere hapjes. Maar dan klopt de dame in kimono om de 5 minuten op onze deur, haseemasee, en kruipt op haar knieën onze kamer binnen met weer een schotel. We eten Japanse champignons, tonijn, paling, baracudavis, vreemde groenten. En Mireille kent de namen: umeboshi, nashi, ... En schitterend opgediend. Kunstig in prachtige kommetjes. Na een tiental gangen is onze eetlust helemaal over en is het tijd voor een afsluitende groene thee. En wordt onze tafel aan de kant geschoven en halen 2 dames onze futon uit de kast. Ze toveren in een mum van tijd onze eetkamer om in een slaapkamer.

En kunnen we na GRONDig te eten (hopelijk) GRONDig slapen.

Woensdag 20 oktober 2010 (Mireille)

Al hadden we gisteren het gevoel dat we de man achter de receptie teleurgesteld hadden door voor een westers ontbijt te kiezen, ontdekken we dat op een paar enkelingen na, iedereen voor het westers ontbijt gaat. Omelet, croissantje, stuk stokbrood.

De torii staat terug te glinsteren in het water, de groepstoeristen komen al massaal toe, Dit keer zijn er ook opvallend veel schoolkinderen bij.

Bootje op, bootje af, lopen voor de trein, spurten voor de Shinkansen. Maar veel vroeger dan verwacht stappen we hotel Kooraku binnen in Okayama.

. En even later spurten we alweer buiten op zoek naar een lokaal treintje richting Soja. Drie stationnetjes later huren we een slecht afgestelde fiets, maar van een o zo behulpzaam echtpaar. We krijgen nog een Japanse kaart in onze handen gedrukt. Het beginstuk wordt aangeduid en dan is het aan ons.

Over de spoorweg, onmiddellijk naar een tempelcomplex. Blijkbaar hangen er ook kaarten langs het traject maar natuurlijk allen in het Japans. We peddelen langs een irrigatiekanaal en door de rijstvelden. Er is duidelijk wat werk op de paddi's. Her en der is men aan het oogsten, op andere plaatsen worden de rijsthalmen kunstig rechtgezet, en op nog andere plaatsen wordt het veld afgebrand. Als gevolg zien we overal verspreid rookpluimen. Ondanks de goede bewegwijzering slagen we er tot tweemaal toe in om verkeerd te rijden. En dit voornamelijk door de gecompliceerde tekeningen die er van de route gemaakt worden. En ook in Soja gaat het fout, het treinstation ligt blijkbaar niet op de fietsroute. Even vragen aan een oudere Japanse man met ons afbeeldingenboekje. Ik duid "trein" aan. Eki (station) vraagt hij en stuurt ons in de juiste richting. Herman ziet op tijd ook de verkeersborden waar het station ook opstaat, leveren de fietsen netjes af en sporen via een andere treinlijn terug naar Okayama.

Per toeval ontdekken we het postkantoor vlak naast ons hotel. Iedereen springt recht, roept ons welkom toe en bij het verlaten van dit pand weerklinkt er weer in koor: "Arigato gozaimas" (dank u wel). En dat voor enkele postzegeltjes ...

En 's avonds gaan we weer smullen in een klein teppanyakirestaurant vlak bij het hotel. Grappig: in elk restaurant staat er naast een eetmenu ook telkens een "drinks menu" vermeld. En ook bij de kapper zagen we een menu: knippen en kleuren.

Donderdag 21 oktober 2010 (Herman)

De eerste regendruppels in Japan. Zakenlui op kousenvoeten bij het ontbijt. Zoeken naar croissants en rozijnenkoeken tussen de overvloedige Japanse potjes. En de general manager die ons persoonlijk komt begroeten.

Het eiland Shodoshima (eigenlijk Shodo want shima betekent eiland) ligt in de Japanse binnenzee en wordt onder meer bediend door een ferry van uit Okayama. We wandelen naar de halte van bus 8 aan het station en lezen dat de route naar Okayama-haven verplaatst is naar nummer 1. We kopen kaartjes en die blijken voor bus + ferry te gelden. Na 40 minuten zet de lijnbus ons keurig aan de grote ferryboot af. Weinig volk op zo'n grote veerboot en wij zitten dan nog als enige op het buitendek, lekker uit de wind. De 70 minuten vaartijd zijn zo voorbij. Jammer van de mistige aanblik van het bergachtige eiland. In Tonosho staat onverhoopt een busje van het Olivean Resort te wachten, en die brengt ons snel naar de andere kant van het eiland.

Prachtig resort 150 meter hoog boven de zee. Een sportcomplex met golfterreinen, zwembad, tenniscourts en ligzetels ... binnen. We worden er met de gebruikelijke Japanse vriendelijkheid ontvangen en worden naar een enorm grote kamer met zeer ruime zithoek en balkon geleid. Nog even een middaghapje in het voor het overige bijna volledig uitgestorven resort en dan lekker van het schaarse zonnetje genieten op ons terras. En afsluiten met een korte wandeling langs de golfterreinen, langs een steil weggetje met hemelse blik over de pittoreske zee.

In het winkeltje koopt Mireille een tangramdoos. Bij de betaling wordt onze kredietkaart geweigerd. Ongeldig, vertelt de hotelbeambte. En we hebben er daarnet nog mee betaald in het restaurant ? Hij belt meteen naar Master Card om alle gegevens te checken, en lijkt ons daarbij aan te kijken alsof we fraudeurs zijn. Blijkt hij zelf een verkeerde code in het toestel ingebracht te hebben. Maar ondertussen hebben we wel gelezen in de Lonely Planet dat kredietkaarten niet erg populair zijn in Japan. En dat op de meeste ATM's geen buitenlandse kredietkaarten aanvaard worden (daarom deed onze kredietkaart het allicht niet op de ATM in Okayama). Alleen Maestrokaarten zouden werken en dan nog enkel bij de post !

In de ongezellige ruimte van restaurant Le Ciel ontdekken we lekkere Japanse schotels aan het buffet. We maken kennis met een oudere Japanse dame die prima Engels praat. Door hartfalen moest ze haar reis naar Australië afzeggen en vervangen door een trip naar Shodoshima. Waar blijkbaar een kunstfestival plaatsvindt.

Raar: de meeste Japanse gasten lopen hier in pyjama rond. Het is wel even wennen ...

Vrijdag 22 oktober 2010 (Herman)

Nog nooit meegemaakt. Bij het betreden van de ontbijtruimte krijgen we een plattegrond van het buffet overhandigd ... Helaas in het Japans, anders hadden we de pistoleekes moeiteloos teruggevonden. En 2 is koffie, 8 is warm water voor de thee. En een eitje is "sanny said up" ...

We gaan vandaag voor actie. We willen gaan wandelen in de Kankakei gorge, op een slordige 4 kilometer afstand van ons hotel. En de zon is van de partij. Langs een rustige kronkelende asfaltweg klimmen we gestaag tot we na 3 kilometer ... apen tegenkomen. Hier kan je tegen betaling een apenreservaat bezoeken maar wij zien de beesten gratis en voor niks. En ze poseren nog gewillig ook. Vanaf hier klimt de weg steviger. 14%, 17%, zelfs 18% volgens borden langs de weg. Na 7 (!) kilometer asfaltvreten zien we eindelijk een aanduiding ... nog 3,5 kilometer. Allez jongens. Wel naar beneden. Nog een laatste klimmetje van 500 meter voorbij een uitzichtpunt over de kloof en de zee met verschillende toefjes eilanden om aan een parking met bussen en souvenirwinkels uit te komen.

De beoogde wandeling wordt geschrapt wegens overdaad (we moeten nog terug). We nemen de ropeway een kilometer door de kloof naar beneden ... tot aan een andere parking. Veel is hier niet te zien, behalve uitbundige Japanners. De herfstkleuren zijn voorzichtig begonnen maar in vergelijking met wat we op foto hebben gezien is het nog maar povertjes. We houden de kloof rap voor bekeken, nemen de eerste kabelbaan terug naar boven en strompelen dan 10,5 kilometer terug naar het resort.

21 kilometer asfalt, amai mijn voeten.

Zaterdag 23 oktober 2010 (Mireille)

Zaterdag in Japan en nauwelijks pyjama's aan tafel te zien. Wij zouden weeral de verkeerde dresscode gevolgd hebben.

Weer problemen met de kredietkaart aan de hotelbalie. Transfer met de hotelshuttle tot aan de ticketshop. De boottrip blijkt in de kamerprijs inbegrepen.

Bus op, nummertje trekken en ieder apart betalen. In het station van Okayama ontdekken we een stalletje met de naam "manneken" er worden blijkbaar Belgische wafels verkocht. Omdat we al uitgebreid ontbijt gehad hebben vinden we het zinloos om er onze yens aan te spenderen. Op de Shinkansen is het opvallend rustig, zelfs het drankenkarretje duikt maar 2 keer op. In Kyoto gaan we onmiddellijk de TIC binnen voor informatie over busvervoer (we kopen een metro- en buspas voor twee dagen), kaartmateriaal, de locatie van het postkantoor en nog enkele straten voor de volgende dagen.

Aan de ATM van het postkantoor slagen we er met onze kredietkaart slechts in om 50.000 yen cash af te halen. En dan de laconieke boodschap dat onze rekeningstand ontoereikend is. Maestrokaarten zouden normaal wel werken in de post maar onze beide kaarten worden geweigerd. Meteen een grote domper op onze reis: waar gaan we aan cash geld geraken ?

We nemen de bus naar de Kamarivier waar ons appartementje voor de volgende vier dagen ergens moet liggen. Aan het Demachiyanagi-station volgen we het plannetje van de eigenaar, volgen een heel eind de linkeroever van de rivier - fietsers, joggers - maar vinden de aanduidingen op de kaart en herkennen de foto's niet. We dwalen wat rond in de omringende straatjes en vragen dan aan enkele bewoners naar een school op ons plan. Er wordt verdere hulp ingeroepen en blijkbaar ligt de school aan een andere zijarm van de rivier. Nog enkele kilometers extra stappen, na lang zoeken toch het huis vinden met daarachter een hok dat ons appartement moet voorstellen. We vinden de sleutel op de binnenkant van het toegangshek ... en stellen vast dat het bezet is. Overal wandelschoenen, sokken, beslapen bed, badproducten, ... Wat nu ? Niemand thuis. De eigenaar opbellen kunnen we niet want onze gsm heeft geen ontvangst in Japan. Na wat overleg gaan we naar een politiekantoortje waar het een hele tijd duurt eer de agent van dienst doorheeft dat we willen bellen. Vier (!) verschillende telefoonnummers, en op geen enkele krijgt de agent antwoord. De agent belt nog een vijfde nummer op maar dan krijgen we een toerist aan de lijn in een ander huisje rond Kyoto die ons ook niet verder kan helpen.

Radeloos nemen we een taxi terug naar het station. De rit duurt eindeloos, van verkeerslicht naar verkeerslicht. Aan het station vragen we een kamer in het Tower Hotel, in een gebouw waar een grote uitzichttoren boven uitsteekt. Oef, de kredietkaart doet het nog. Prima kamer zodat we wat later voor nog 3 extra nachten slaapgelegenheid vragen. Het lukt echter slechts voor 1 bijkomende nacht, daarna is het volzet. Maar we vinden in de Lonely Planet nog goede referenties van het APA Hotel vlakbij en daar kunnen we de twee andere nachten boeken.

's Avonds gaan we op zoek naar een restaurantje, maar blijkbaar is dat niet zo evident op zaterdagavond. Alles zit tjokvol. We gaan ten einde raad naar het imposante architectonische station waarin ettelijke eethuisjes zijn. In een Italiaanse osteria moeten we maar enkele minuutjes wachten en zo is de keuze wel snel gemaakt.

Bof, wat een rotdag.

Zondag 24 oktober 2010 (Mireille)

Een ontbijt samenstellen in de Veloce. Cash afhalen lukt nog steeds niet.

Een weg zoeken tussen de massa's Japanners en dan queuing aan de bushalte. We maken vandaag voor de eerste maal gebruik van de buspas en zijn nog wat onwennig. Maar het wijst zichzelf uit. Kaartje in de machine steken bij het uitstappen en dan nog even vriendelijk naar de chauffeur buigen. Alle chauffeurs roepen de namen van de busstations af met een diepe, zangerige stem.

De bus is overvol. Wanneer we na zo'n klein halfuurtje geradbraakt zijn en er een groot deel van de bus afstapt doen wij hetzelfde. Nu kunnen we tenminste eens op onze plattegrond nagaan waar we ons bevinden en waar er een eerste bezienswaardigheid ligt. Het is het Heianschrijn (Heian-jingu) op wandelafstand. Prachtig gewoon! Verschillende vermiljoen geschilderde gebouwen met gifgroene daken. Tussen de gebouwen in ligt een groot plein met kiezels, een groot ongemak als je open schoenen draagt. In het hoofdgebouw vindt een ceremonie plaats. We kijken er eventjes naar maar begrijpen er geen jota van. Dan maar wat yens uitgeven om toegang te krijgen voor de tuin. Op het eerste zicht lijkt deze klein. Dat is echter bedrog, hoe verder we lopen, hoe groter de hoekjes worden. De eerst zeer ontsloten tuin wordt weidser, de waterpartijen worden groter en tenslotte staan er nog wat kleine gebouwen in. Wij verlaten tenslotte de tuin langs een heel andere kant dan waar we binnen zijn gegaan. Bij het veraten van het tempelcomplex zien we hier en daar kinderen in traditionele klederdracht. Papa neemt er foto's van. Het lijkt wel communiekleding.

Plotseling komen er enkele kinderen naar ons toe en tonen ons een papiertje. Het zijn kinderen die Engels leren en eventjes met ons willen converseren. Een voor een stelt een jongen een vraag, de lerares kijkt rustig toe en helpt waar nodig is. Bijvoorbeeld als de jongen met links een hand geeft. Ook sommige antwoorden zijn voor hen niet altijd even duidelijk. Als aandenken krijgen we twee prachtig gevouwen kraanvogels in origami. Waarschijnlijk gaan ze België niet heelhuids halen.

We puzzelen nog wat verder en vinden op de kaart de Ginkaku-ji, het zilveren paviljoen. Een ritje met de bus van een tiental minuten en dan de mensenmassa volgen. De weg naar de tempel loopt langs vele souvenirshops. Dit complex ligt volledig in een mostuin. Het is opmerkelijk kleiner dan het vorige. Voor het heiligdom ligt een hoop zand, maar dan wel heel kunstig en daarachter een mooie ronde afgeplatte kegel die de Mount Fuji voorstelt.

Het filosofenpad kan ons niet bekoren en dus keren we snel op onze passen terug.

We hebben een afspraak aan de trappen voor de kunstuniversiteit. We hebben van thuis uit via internet een Japanse kookles geboekt bij Emi Hirayama. Emi komt stipt om 14u30 op ons toegestapt. Samen met een Australisch echtpaar (Renée en Andrew) gaan we voor enkele uren koken.

De kookles vindt bij de dame thuis plaats. Schoenen uit bij het betreden van de piepkleine woning. Het wordt dus koken op kousenvoeten. In het huisje is het voor Herman een hele klus om de laaghangende lampen te omzeilen. We overlopen de ingrediënten en het menu met een glaasje koel water.

Een slaatje met sesamdressing

Gegrilde vis

Herfstrijst met kastanjes

Opgevulde rundvleesrolletjes met groenten

Shiitake’s gevuld met garnalen samen met lotuskoekjes in tempura

Emi heeft al een heel deel voorbereidend werk gedaan zodat we maar enkele groenten meer hoeven te snijden. Herman moet vis ontschubben met een vervaarlijk mes. De vleesrolletjes en de champignons worden door ons alle samen à la minute klaar gemaakt. We krijgen er superenthousiaste uitleg bij. Het echt garen doet Emi echter zelf, gelukkig want tempura frituren is niet mijn ding. We eten de gerechten een voor een op en krijgen als aperitief een zoete sake.

Bij het einde van de les staat de gootsteen vol afwas. Ik zie zelfs een pan onder een stoel staan en op de vuilnisbak een kom. De kooksessie wordt tenslotte afgesloten met een kopje groene thee. De middag is zo voorbij. De vriendelijke gastvrouw geeft ons nog een paraplu mee want ondertussen is het flink beginnen regenen en is de temperatuur stevig gezakt. Blijkbaar verwachten ze morgen ook nog regen, eerst zien.

We hebben niet echt veel honger meer 's avonds en houden het bij een koek. Van op onze kamer hebben we een bevoorrecht zicht op een waterspektakel. Een waterval met lichtkleuren die op de tonen van klassieke muziek kunstig en gevarieerd neer pletst op het dak van de stationsvoetgangerspassage.

Maandag 25 oktober 2010 (Herman)

Een hele opluchting.

We lazen in onze reisgids dat sommige kaarten om onduidelijke redenen wel in Seven Eleven-ATM's aanvaard worden. En het lukt nog ook met onze Maestrokaart. Nu hebben we terug voldoende contant geld in deze cashmaatschappij.

Ontbijten met echte versgebakken croissants. Mjam mjam.

We moeten vandaag van hotel veranderen (200 meter verder) maar laten de rugzakken nog even achter in het eerste hotel. De hotelboy heft zich haast een breuk aan mijn rugzak. We vouwen de buskaart open en puzzelen ons een busweg naar ons eerste doel van vandaag: de Kinkaju, of het Gouden Paviljoen. 1 lettertje verschil met de Ginkaju van gisteren, maar nu dus goud in plaats van zilver.

De weerboeddha's zijn vandaag tegen ons want het weer ziet er maar druilerig uit. We nemen de paraplu van Emi mee en een regenjasje. Een busrit van pakweg 40 minuten mét zitplaats. Zeldzaam. Het grint op de toegangsweg tot de Kinkaju wordt netjes geharkt door het tempelpersoneel. Het bezorgt Mireille rillingen. Maar ze grijpt al snel het fototoestel als ze de gouden tempel aan de overkant van een vijver ziet staan. Met fotogenieke weerspiegeling in het water. Het paviljoen is met goudfolie bedekt en is bekroond met een feniks. Een reiger kijkt van op een eilandje roerloos naar de horden voornamelijk Japanse toeristen. We volgen in hun zog de weg door de tuin. Japanners gooien muntstukken naar beelden in de tuin. De bomen zien nog groen maar de herfstkleuren maken hier en daar hun eerste verschijning. Aan het einde is er een theehuis waar de Japanners niet onder maar op de tafels gaan zitten. Mireille is niet weg te krijgen uit de kommetjes- en stokjeswinkels.

Het is al over twaalf en we willen nu van de westkant naar de oostkant van Kyoto. Weer wat kaarten openslaan en een bus in de verkeerde richting opstappen. Geen probleem met de buspas. De straat oversteken (dat duurt in Japan wel heel lang) en terug de andere kant uit. We passeren nog enkele tempels met de bus, stappen uit en nemen nog een verkeerde bus. Aan een tankstation moeten we dan wel een hele tijd wachten en zo is het dan half twee als we in de regen over de Kyomizuzaka lopen, een hellend straatje dat naar het Kyomizu-deraheiligdom loopt. Het begingedeelte is relatief rustig, met veel gesloten winkeltjes. Van zodra we enkele riksja's passeren wordt het veel drukker. In een gezellig eethuisje met mooi uitzicht over de omgeving gaan wij eerst voor een udonsoepje met een plaatselijk Kyotobiertje, in 2 versies: licht en zwaar.

Elke tempel heeft zijn eigen charme en ook de Kyomizu-dera is weer uniek. De tempel heeft een groot houten platform met fraai uitzicht over een groene ravijn en verderop Kyoto en de omringende heuvels. Onderaan zien we Japanners onhandig jongleren met grote lepels om (heilig) water te scheppen. Verdere platforms bieden een mooie kijk op het hoofdgebouw (hondo). De naam van de tempel betekent ook "Helder water". We zien beeldjes met slabbetjes, en andere met mutsjes. Een zijweg leidt naar een reeks kraampjes waar geluk "te koop is". Mireille neemt veel foto's en plotseling vraagt een Japanner mij opzij te gaan voor zijn vriendin. Hoe, is hiernaast geen plaats genoeg ? Maar een bordje verderop maakt het ons duidelijk: je moet van het ene punt naar het andere met gesloten ogen rechtdoor kunnen stappen (haast onmogelijk met al die toeristen) en dan wacht je echtelijk geluk voor de rest van je leven. Heb ik nu een toekomstige echtscheiding veroorzaakt ? De Japanners blijven maar afdokken, om over een beeldje te wrijven, om een gelukshangertje te kopen, om aan een klok te gaan hangen, ... Boeddha brengt geld op.

En Mireille zich maar ergeren aan die Japanse vrouwen die steevast alle westerse wc's bezetten en enkel de Japanse hurkversies aan haar overlaten. Overigens lijken ze in restaurants ook de hogere tafeltjes boven de grondexemplaren te verkiezen.

Een zijweg van de Kyomizuzaka is prachtig: oude houten huisjes en een wegje over trappen. De Sannenzaka heeft ook weer veel winkeltjes en theehuizen. Mireille gaat in een kruidenwinkeltje aan alle potjes ruiken en ik moet dubbelchecken. Zodat ik tien minuten later nog steeds aan het niezen ben. Het levert ons wel een potje yuzu en een potje Japanse peper op. En dan zie ik Mireille verderop weeral een winkeltje binnenduiken. Oei, kan dat nog allemaal in de rugzak ?

Het Maruyamapark komt in zicht, nog met veel mooie tempels, maar 't zal voor morgen zijn. In 2 stampvolle bussen terug naar het station van Kyoto en dan verhuizen naar het APA-hotel waar we nog 2 nachten verblijven. Aan de ingang staat een speelautomaat. Allicht als opwarmertje voor de Pachinkospeelhallen die je in elke Japanse stad in overvloed aantreft.

Maar die resterende honderden tempels en schrijnen van Kyoto, dat gaat niet meer lukken ...

Dinsdag 26 oktober 2010 (Mireille)

De kerstboom in Kyoto station staat er bijna, de borden "Happy Christmas" hangen al te glimmen.

Wij opteren vandaag voor een bezoekje aan de wijdere omgeving van de stad. Gebruik makend van onze railpas gaan we eerst met de lokale JR-trein naar Inari om een bezoek te brengen aan de Fushimi Inari-Jinja.

Na twee stationnetjes stappen we uit. Het is er redelijk verlaten en dit om iets voor 10 uur. Er zijn eveneens enkele restauraties aan de gang. De tempelzone lopen we deze keer snel door, want we willen de kilometerslange zuilengalerij zien. Duizenden torii in vermiljoenrood staan hier schouder aan schouder langs een kronkelend pad over een helling. Her en der staat de heilige vos fier langs de kant, telkens met een knalrood slabbetje aan. Vroeger was dit heiligdom gewijd aan de rijst en de sake, intussen aan de god van de business. De torii van de eerste bogenrij staan op een afstand van zowat 30 centimeter van elkaar, maar daarna krijgen we er nog amper een vinger tussen. Regelmatig passeren we theehuisjes. Ook is het mogelijk om een kleine torii van bijvoorbeeld 38 centimeter te kopen aan de luttele prijs van 383000 yen, ofwel een slordige 3500 euro. Grotere formaten zijn echter ook mogelijk. Boeddha is toch een echte geldwolf, of is het hier een geldvos misschien.

Het eerste deel van de tocht gaat zachtjes bergopwaarts, maar wat later staan er eindeloze trappen te wachten. Mijn polartec verdwijnt al snel in de rugzak. Plots staan we op een viersprong. Herman oppert dat de weg links loopt, de trappen omhoog. De weg loopt evenwel dood op een heiligdom. We proberen het rechtdoor, maar dit pad gaat bergafwaarts. Tenslotte kiezen we voor het vierde pad. Ook hier beginnen we te twijfelen, want niet overal staan er nog torii. Wanneer we even later onze reisgidsen openslaan die ook geen soelaas brengen, zien we aan een winkeltje een vermelding in het Engels hangen. "JR station 10 minutes", en dit met een pijl in de richting die we lopen. Het blijkt dat we een lus gemaakt hebben, de top bereikt en terug op de viersprong uitkomen. Intussen is het in de klimmende richting al veel drukker geworden. Het uitgelezen moment om andere oorden op te zoeken.

Dit keer is onze bestemming Uji. Volgens de reisgidsen is hier in de beste theeplantages de mooiste tempel van heel Japan te vinden. Waar die theeplantages dan wel mogen liggen is mij niet duidelijk, maar theeshops zijn er in overvloed. Met thee en theederivaten. De Byodo-in vinden we gelukkig wel. Een grote prachtige tempel in de vorm van een opvliegende feniks, omringd door water en bereikbaar via een vermiljoen brugje. Doordat de schaarse zon langs de verkeerde kant zit is het voor ons wat over-en-weergeloop om de tempel digitaal vast te leggen. Opvallend zijn deze keer de 2 feniksen op het dak. In het kleine maar interessante museum zien we de originele beelden. Ook de Godin Indra en massa's bodhisattva's. Voor mij zijn dit cupidootjes op hun wolk. Eén exemplaar draagt trouwens pijl en boog.

Het bezoek aan de Amida Boeddha slaan we over. Jammer, maar het bezoek is alleen in groep mogelijk. Dan maar een eethuisje uitzoeken. We vinden er een op de derde verdieping langs de rivier. Schoenen in een rek zetten, over de tatamimatten lopen en op een iets lagere stoel plaatsnemen. De groene thee, theekopjes en theepot worden onmiddellijk op tafel gezet. Op de menukaart staan gelukkig afbeeldingen. Deze keer gaan we beiden voor iets anders. Herman kiest voor een udonsoepje met 3 sushi’s, ik ga voor een kom domburierijst met misosoep en groene theenoodles. Alles even lekker.

Thee is de specialiteit van de streek; dan moet ik zeker matcha vinden. Met dit groene theepoeder zie ik thuis in de keuken ettelijke mogelijkheden. In een winkel zien we de fijnmaalmachines. En er zijn zoveel soorten dat de keuze moeilijk is. De prijsverschillen zijn ook groot.

Intussen wordt het weer tijd om naar Kyoto terug te sporen, een buspas te kopen en naar de grootste tempel van de stad te gaan, de Giontempel, even wat zoeken om dan vast te stellen dat we aan tempelmoeheid lijden.

Plotseling worden we door 2 jonge Japanse dames aangesproken. Of we eventjes tijd hebben om een bijdrage te leveren aan hun graduaatsthesis. Voor ons is het geen enkele probleem en het enige wat van ons verwacht wordt is zeggen wat we van een geluid vinden: aangenaam of niet. Als dank krijgen alweer een origamikraanvogel.

Dan nog een blitzbezoek aan de Pontochowijk, waar het nog iets te vroeg is. De straat langs de rivier is bezaaid met dure restaurantjes, sfeervol 's avonds, maar niet om half zes.

Dan maar de juiste bus zoeken en nog een bezoek brengen aan de Isetantempel. Eh neen, een gekende winkelgalerij. Dertien verdiepingen, zowel langs binnen als langs buiten met roltrappen. Zeker indrukwekkend langs buiten. Wij gaan eerst naar boven langs de buitenroltrap tot aan het panorama-uitzichtpunt en dalen tenslotte af tot de ondergrondse verdiepingen waar de foodmarket ligt.

Wijn, pralines uit België van Godiva aan 4 euro per stuk. Wij krijgen er ook sake aangeboden, we proeven 2 soorten en dalen dan snel af naar de volgende verdieping. Hier zijn de stalletjes met de bereide gerechten gaande van sushi naar yakitori en andere Japanse specialiteiten.

Na een aperitiefje gaan we voor een lekker Japans samengesteld menu in een klein restaurantje in de Porta, de ondergrondse restaurantgang onder het trein- en busstation. Heel lekker maar te veel. En dan uitslapen. Heel zalig maar te weinig ...

Woensdag 27 oktober 2010 (Herman)

Brr, het lijkt wel koud winterweer. Gelukkig wel met blauwe hemel.

De JR Nara-trein overbrugt de afstand van Kyoto naar Nara in drie kwartier. De aanblik van Nara is veel rustiger dan die van grootstad Kyoto. We pikken een map op bij de toeristeninformatie. Buiten halen rijen Japanners een brochure op waarin ze bij elke tempel stempels kunnen halen.

Onze zoektocht naar ryokan Tsubakiso brengt ons naar een achterafstraatje waar we inderdaad een klein gebouwtje aantreffen. Maar wel gesloten. En is dit wel de ingang? Waar moeten we nu onze rugzakken achterlaten ? Wij de halve kilometer terug naar de TIC in het station. O, from Belgium. Northern or southern part ? But we don't have a Flemish map ... De dame blijkt kennissen in Waterloo en Antwerpen te hebben. Ze belt Tsubakiso op en kondigt onze komst aan.

In de ryokan worden we in een piepkleine ruimte enthousiast ontvangen door onze gastvrouw. Onze kamer is net klaar en we krijgen een thee met lokale koekjes aangeboden. Het is een veel eenvoudiger ryokan dan vorige keer maar eveneens met private douche en wc. Ze drukt ons op het hart dat we vandaag moeten gaan wandelen want dat het morgen gaat regenen. En dat de plotselinge kou wel erg uitzonderlijk is voor deze tijd van het jaar.

We trekken meteen op wandel en wat is er te zien in Nara ? Juist, tempels. We beginnen onze wandeling voorbij een overdekte winkelstraat, aan het tweede treinstation (Kintetsu). De Kofuku-ji vinden we moeiteloos terug, gewoon naar de menigte toestappen. De grote pagode met 5 verdiepingen is het symbool van de stad. We lopen langs het grote park waar herten een beschermde status genieten. Een stapje verder komen we aan de Isuientuin. We aarzelen even maar de foto's aan de ingang overtuigen ons. En het is de moeite. Een fraaie landschapstuin met 2 vijvers en mooie herfstkleuren, stapstenen over waterloopjes, twee theehuizen en een waterrad. De zon schijnt fel en nu lijkt het toch wat minder koud.

Aan de Todai-ji staat weer een immense massa, voornamelijk groepen schoolkinderen, al dan niet met gele hoedjes en petjes. Aan de ingang kijkt een lelijk kijkende godheid toe, binnen vinden we de Daibutsu, de Grote Boeddha, in glinsterend goud. De grootste van Japan. Maar zijn hoofd is al een paar keer in een brand gesmolten, en dat is te zien. Achteraan kunnen kinderen - en enkele slanke volwassenen - door een kleine opening kruipen, en dat brengt dan weer geluk. Nog 1 jaar magere Japanse voeding en het lukt wel. Enkele schoolkinderen vragen of ze hun Engels mogen oefenen. Standaardvraagjes: what is your name, where are you from (Belgium, nooit van gehoord blijkbaar), what do you do in your free time (bicycle, ze knikken enthousiast ja), what food do you like (Japans natuurlijk), can we make a picture ? Tot Mireille aan hen doorvraagt: where are YOU from (Japan), yes but where precisely. Ze maken zich rap uit de voeten om aan verdere tests te ontsnappen ...

De zijhallen met nog een reeks beelden worden gerestaureerd tot december 2010 en kunnen niet bezichtigd worden. We volgen een rij toeristenkraampjes, zonnen wat op een bankje en vinden dan een kleine specialiteitenmarkt met ... een pizzabakker. Italiaanse biertjes en een pizza voor twee, dat moet ook eens kunnen in Japan. We krijgen stilaan wel kou en installeren ons in onze zithoek van onze ryokankamer.

Om stipt zes uur wordt ons avondmaal opgediend door de dochter in een afzonderlijk gebouw. Weer even oefenen met het zitten aan een lage tafel. Aperitieven met een sake met opgelegde pruimen. En dan een festijn. Een kaiseki-maaltijd met alles erop en eraan. Sashimi, rijst, een sardientje, vis, brochetjes, diverse koude groentjes, een borrelende schotel met groenten en tofu (specialiteit van Nara), en nog veel andere bekende en minder bekende schotels. Op aanraden van moeder maken we nog een avondwandeling naar de verlichte Kofuku-ji. En bij terugkeer vinden we een fruitdessertje op onze kamer bij de thee en is onze futon op de grond uitgerold.

En zoals Mireille zegt: met drie laagjes en een jas aan valt de temperatuur nog mee ...

Mja.

Donderdag 28 oktober 2010 (Herman)

Heerlijk geslapen op de tatami. We worden werkelijk verwend door de gastvrouwen want ze gaan voor ons 's morgens in de regen zelfs een Engelse krant halen.

Bof, regen dus. Tijd voor wat binnenwerk. Aan de Kofuku-ji kopen we kaartjes voor een tijdelijke openstelling van de stoepa met 5 verdiepingen en de oostelijke gouden hal. Kofuki-ji viert immers zijn 1300ste verjaardag. Maar we gaan eerst netjes in een lange rij staan voor de toegang tot het museum in de National Treasure Hall (nog eens apart te betalen). We worden mondjesmaat binnengelaten. De Kyotonormen zijn duidelijk nog niet doorgedrongen in Kyoto, want de Japanners steken hun paraplu allemaal bij de ingang in plastic zakjes die bij de uitgang in de vuilnisbak verdwijnen ! Eens binnen staan we in bewondering voor rijen grote beelden wachters en heiligen, en een enorm groot beeld van Boeddha, evenals klokken en lantaarns. We spenderen er anderhalf uur, ondertussen door verschillende toergroepen voorbijgestoken.

Daarna gebruiken we ons kaartje. Een eerste hoekje sneuvelt bij het bezoek van de vijfverdiepingenpagode. Het lijkt wel een watermolen binnenin, behalve de boeddhistische en hindoeïstische beelden. Nog twee hoekjes te gaan, de eerste bij het betreden van de oostelijke gouden hal, met nog een beeld van Boeddha. En het laatste hoekje dan ? Niet te geloven, de achterzijde van Boeddha ... Maar er staat ook nog een beeld, het zal dat wel zijn.

Het druppelt nog steeds en we besluiten de wandeling van gisteren voort te zetten. We volgen een bospad met herten die nu braaf grazen in plaats van koekjes en plastic te eten. Langs het grintpad staan kriskras stenen lantaarns van anderhalf tot twee meter hoog, met mos bekleed. Een herfstig zicht. Een ree poseert gewillig. Het lantaarnpad leidt naar de Kasuga-jinja waar honderden bronzen lantaarns hangen.

We trekken nog een eind verder naar de oude Naramachiwijk maar in de regen kan die ons minder bekoren. Onder een overdekte galerij in de omgeving van het Kintetsu-treinstation gaan we voor een udonbar. We zien hoe de noedels vers klaargemaakt worden. We wandelen daarna naar het JR-treinstation en lopen door een dvd-cd-boekenwinkel. En vinden er onverhoopt een Engelstalig exemplaar van de Lonely Planet van Japan. Gisteren zijn we ons exemplaar kwijtgeraakt en dus schaffen we ons een nieuwe aan.

In de ryokan genieten we nog na van een koffietje en sinaasappelsap als op onze deur wordt geklopt. De gastvrouw overstelpt ons met geschenken "because you came to my house". Zakdoekjes, prentbriefkaarten (met onder meer een afbeelding van de Grote Boeddha die met Nieuwjaar eenmalig door een vensterluikje mag kijken), een bordje fruit, een zakje groene thee, en ondefinieerbare zakjes.

We regelen nog een extra vroeg ontbijt (7.20 uur) voor morgen - een dagje sporen. En naar verluidt is het in Nikko pas écht koud.

Onze restaurantzoektocht mondt uit in een trendy etablissement met afgescheiden lage tafeltjes maar met een uitsparing in de vloer zodat we comfortabel kunnen zitten. En met een drukknop met bel op elke tafel om bestellingen door te geven. We kiezen stapsgewijs op basis van foto's maar toch is het nog telkens een verrassing wat we geserveerd krijgen. Rundscarpaccio met avocado's, een slaatje met gefrituurde vis, gyoza's, sneetjes rauw rundvlees en tenslotte een mix van zeven tempura's,

Japan is een festijn voor de foodie !

Vrijdag 29 oktober 2010 (Mireille)

Gastvrouw Noriko blijft ons uitwuiven tot we 300 meter verder uit het zicht verdwenen zijn. Er staat ons een lange treindag met vier trajecten te wachten, maar het valt allemaal reuze mee. Het zijn dan ook nog allemaal JR-verbindingen zodat het ons met onze JR-railpas geen yen extra kost. Om half negen sporen we in een uurtje van Nara naar Kyoto en stappen dan over op de Shinkansen naar Tokyo. Tijd om het reisverslag wat bij te werken. Dan volgt er nog vijftig minuten Shinkansen (een dubbeldekker) naar de ons onbekende stad Utsunomiya waar we een bekertje koffie en koffiekoeken kopen als middagmaal. De Nikko Express staat al van ver aangeduid, met veel publiciteit voor de tempels en de onsenbaden van Nikko. En het landschap verandert drastisch: geen uitgesproken hoogbouw meer en enkele haltes voor Nikko komen we in een sparrenlandschap terecht.

Om kwart na drie eindigt onze treindag in het JR-treinstation van Nikko, op ongeveer 550 meter hoogte. We hadden het hier heel koud verwacht maar de temperatuur valt nog relatief mee. We oriënteren ons even en lopen dan via het andere station van Nikko (200 meter verder) over een brug over de rivier. Een klimmende passage en dan een klein straatje naar rechts en dan weer links. Hoog boven de weg tussen de bomen zien we een Canadese chalet. "Logetter Sainbois" vermeldt een bordje. De eigenaar heeft zijn inspiratie gehaald tijdens een vakantie in Quebec. Behalve de hond die diep in zijn hok weggedoken zit is er niemand te zien. Na wat hallo's duikt mevrouw toch op, verwelkomt ons en kijkt er nauwgezet op toe dat we het officiële papiertje helemaal van begin tot einde invullen.

We krijgen een kamer toegewezen en stel tot mijn verbazing vast dat het bed ontbreekt. Oei, hadden wij geen westerse kamer gevraagd (mijn rug doet zeer) ? Mevrouw duikt in haar paperassen en inderdaad, foutje. Kamer "Rêve" is de onze. Geen luxe, behangpapier dat aan vernieuwing toe is, een badkamerbox. We krijgen nog een tweede sleutel mee, voor de ofuro, het Japanse bad. Wij zijn "familie nummer 2".

Maar eerst gaan we nog enkele kilometers stappen, tot aan de tempelzone. Nikko National Park. Glibberige trappen leiden naar een eerste tempel zonder westerse naamvermelding. Maar wel verlicht. Na wat zoekwerk komen we aan de lange grintlaan naar het Tosho-gu-schrijn, met rechts de Rinno-ji-tempel in restauratie. Alles gesloten, morgen terugkomen.

En dan de ofuro. Geen gescheiden baden hier, maar familie per familie. We hangen ons nummer aan de ingang en zetten onze slippers voor de deur. Het is de bedoeling dat we ons eerst uitgebreid schrobben en eens proper het rotsbad induiken, met zicht op de groene, bosrijke omgeving. We beperken de schrobbeurt tot een minimum en gaan snel voor het bad. Niet echt heet zoals ze in alle reisgidsen vermelden.

Het avondmaal is weer om in te lijsten. Alleen de plaatselijke yuba, een derivaat van tofu, vinden we niet echt fantastisch. Ondertussen horen we Charlie Brown, de beagle, klaaglijk janken van de honger. En het Japanse echtpaar smakken van genot. Een koekoeksklok vormt een anachronisme met de Japanse weefgetouwen en kaders.

En voor morgen wordt er een tyfoon voorspeld boven de zuidelijke eilanden van Japan. En hier dus een hele dag regen.

Dat wordt afzien.

Zaterdag 30 oktober 2010 (Herman)

Het staat hier overal op grote publiciteitsborden. Nikko is Nippon.

Nikko is noppes zou ik er willen van maken.

En dat ligt niet aan Nikko. Maar sedert deze morgen regent het onophoudelijk pijpenstelen. Troosteloos. En dan krijgen we nog een Japans ontbijt voorgeschoteld. Japan vinden we fantastisch, maar aan hun ontbijt hebben we een hekel. Ik zie me 's morgens geen vis eten. Het misosoepje en een klein stukje ei, verder breng ik het niet.

Tussen 10 en 17 uur mogen we in principe niet op de kamer (begrijpe wie kan). Gezien de hevige regenval schrappen we de geplande uitstap naar Chuzenji-ko, het hooglandgebied met een meer met wandelmogelijkheden. We nemen daarentegen de trein terug naar Utsunomiya, lekker warm. Eerst nog een verlaat ontbijt met koffiekoeken, en daarna struinen in de winkelgalerijen. Een mooie parapluafdeling, een kimonozaak, een koekjeswinkel (prachtige verpakking met heel weinig koekjes).

Eens terug in Nikko kopen we een buspas voor 1 dag en gaan voor een hernieuwd bezoek aan Tosho-gu. Bushalteplaats 2C, de World Heritage Bus. Bij aankomst de stroom rode paraplu's volgen. Een zondvloed, niet te doen. Nochtans een heel mooi tempelcomplex, goudgelakte gebouwen, met prachtige beelden van shogun Tokugawa, van leeuwen en draken, en van drie aapjes "hoor geen kwaad, zie geen kwaad, spreek geen kwaad". Naast een heilige bewaarhal van paardenkoetsen zien we een hal met whiskyvaten. Pure malt ...

Het is een groot complex en Mireille neemt veel foto's ondanks de verzopen toestand. Het water wordt van de bovenverdiepingen van de tempels naar beneden gebracht via buizen, zodat we af en toe nog extra water toegediend krijgen. We passen voor een zicht met extra betaling en gaan terug op zoek naar de bus, schuilend voor de stortregen aan een telefooncel.

Nog een koffietje in een luxueus ogend hotel rechtover het JR-station, en dan terug de regen trotseren tot aan ons hotel. Waar we nu nummer 3 toegewezen krijgen. Ons afspoelen zal al niet meer nodig zijn ...

Zondag 31 oktober 2010 (Mireille)

Western style breakfast in Japan heeft een andere betekenis dan in West-Europa. Het betekent westers eten op Japanse wijze. We starten de dag met een half kopje maissoep, gevolgd door een roerei met komkommer, tomaat, aardappelsalade, 4 kleine hapjes ham en lookbrood, en gelukkig ook een glaasje fruitsap en koffie.

Vandaag staat er een lange treinrit op het programma, we gaan van het noorden van Tokyo, over Tokyo naar het westen van Tokyo. Dus vertrekken we eerst met de Niko line naar Utsunomiya, hier stappen we over op de sneltrein naar Tokyo, vervolgens sporen we door de grootstad door naar het drukste treinstation te wereld: Shinjuku. Hier is er weinig houvast en dus gaan we raad vragen in het informatiecentrum. Spoor 10 krijgen we te horen en dat lijkt nog juist te zijn. We hebben nog eventjes tijd om wat voor de lunch te kopen . En zo staan we even later met de gebruikelijke plastieken zakjes, zoals alle Japanners aan de trein aan te schuiven. Eenmaal op de trein storten we ons op de gemengde salade met kip en de bij gekochte sandwiches. Lekker en westers op westerse wijze.

Ook deze treinrit vliegt voorbij. In Otsuki is het overstappen op een lokale boemel van een andere treinmaatschappij. Het station ziet er oud uit en is heel onpraktisch, gelukkig zorgt de stationschef er voor dat iedereen netjes aanschuift voor het kopen van een ticket.

Hoewel de omgeving groener en landelijk is, staan de huisjes er onverzorgd bij. ook het mistroostige weer maakt het er niet beter op. In een van de stationnetjes komt de Matterhorn-Gothard Bahn binnen gereden. Waar die vandaan komt en naar toe gaat is ons een raadsel.

Wat later is het onze beurt om af te stappen en dit in Kawaguchi-ko. Eventjes het informatiebureau binnenstappen en een plannetje vragen, plus de kortste weg naar het Lake View Hotel. Het hotel is een verademing na de voorbije dagen, groot luxueus. de ontvangst is uiterst vriendelijk en efficiënt. Eenmaal op de kamer moet ik mijn maat opgeven voor de yukata en tegelijkertijd brengt ze voor Herman grote slippers mee.

Op de kamer sporen we naar de Fuji, maar deze blijkt foetsie te zijn. Naar de onsen gaan we vandaag maar niet, wel naar de bar waar we een gratis drankje aan geboden krijgen. welk wijntje we drinken is ons niet duidelijk maar het heeft een sherryachtig aroma. Benieuw hoe het in het restaurant zal zijn. Want ook hier heb ik soms het gevoel om in een stripverhaal beland te zijn met al die pyjama's hier.

Wanneer we in het restaurant naar onze tafel geleid worden zie ik al een overvolle tafel klaarstaan. de maaltijd is weer een festijn voor oog en smaakpapillen. Een glaasje pruimenlikeur als apero vergezeld door een hapje lijkende op haringreepjes. Dan een geglazuurde box van 2 verdiepingen met koude hapjes zoals een scampi, gerookte paling en een ander soort vis, daaronder volgens mij nog rauwe inktvis of aanverwante. Het eerste gerecht is nog niet op of de shashimi wacht om opgegeten te worden. En nog krijgen we geen respijt want een westers smakend stootpotje staat al klaar. Het volgende gerecht moeten we zelf klaarmaken: 3 dunne sneetjes varkensvlees moeten garen in een poje warme sojamelk; dit gerechtje smaakt echter flauw, maar waarschijnlijk zijn we een of ander sausje vergeten bij te doen, want er staat nog van alle potjes en keteltjes ongebruikt op de tafel. dan maar aan de groentenrijst beginnen, vergeten we toch wel de bouillon er over te scheppen zeker. Dan maar het misosoepje uitslurpen en de overgebleven bordjes oppeuzelen.

Met het dessert van ondefinieerbare cake en naar hout smakende groene thee kunnen hopelijk niets verkeerd doen.

Wanneer we het restaurant verlaten worden we hoogst persoonlijk door een ober naar de lift begeleid. Oef denkt die, ze zijn eindelijk weg, 't is ook voor mij zondag.

Als we met de lift op de tweede verdieping aankomen breekt de hel los. Grote verbouwingswerken, denkt Herman. Ik denk eerder aan een aardbeving (gezien de instructies in onze kamer). Neen, het is oerwoudgeroffel van de plaatselijke zondagavonddrumband. En allemaal yukata's die toekijken, of eerder toehoren. En twee westerlingen in onbehoorlijke, lees gewone, outfit. Als dan ook nog de bingokaartjes uitgedeeld worden houden we het voor bekeken, of beter voor gehoord ...

Maandag 1 november 2010 (Mireille)

Wat hebben we nu weer vergeten of verkeerd gedaan, Aan het ontbijt worden we tegen gehouden, er wordt ons naar een groene kaart gevraagd, of dat maken we er tenminste van. we opperen ook eens credit card maar dat is het helemaal niet. Het blijkt over een formulier te gaan waar je op aanduidt hoe laat de kamer gedaan mag worden.

Ettelijke croissants en sandwiches verder zoeken we onze kamer af, maar vinden in de verste verte niets wat er ook enigszins op lijkt. Dan maar een trekkingbroek en jas aan en nog snel een paraplu buiten wegritsen. Je weet maar nooit want heel de nacht heeft het gegoten. Opvallend is het wel dat de temperatuur terug in stijgende lijn is.

Op de ontelbare plannetjes zien we dat er een wandelpad van 19,95 km langs het meer loopt. Een goed idee voor zo'n druilerige dag. Maar we zijn amper op weg of Herman steekt zijn jas al in de rugzak. Oei de weer-Boeddha niet uitdagen hé!

We hebben de hele dag tijd voor de tocht dus doen we het rustig aan, en zo kan ik eens wat tijd uittrekken voor wat natuurfotografie. Wanneer we vlak langs het meer lopen en de weg dus boven ons loopt, zie we hotelpersoneel netjes op een rij staan. ze wuiven minuten lang een gele toerbus na. Misschien denken ze wel bij zichzelf oef die zijn ook weer weg.

Wanneer we langs een eerste botanische tuin lopen, komen we voor het eerst wat andere toeristen tegen. Langs een kanaaltje staan kraampjes netjes op een rij. Bij een ervan staan vissen op stokjes te roken. We lopen er bewust naartoe om een foto te nemen, maar de uitbater van het eetstalletje interpreteert dit anders en komt onmiddellijk aangesneld. Haseemasee!

Intussen komt er alsmaar meer blauw in de lucht en plots kunnen we een vage glimp van de Fuji ontdekken. We installeren ons dan maar op een aanlegsteiger en wachten met het fototoestel in aanslag geduldig op betere zichten van de heilige berg. En ja hoor ons geduld wordt ruimschoots beloond. De wolken lossen een na een op en wij zien de berg die meer niet dan wel te zien is in al zijn glorie. We wandelen dan maar verder, ritsen de pijpen van onze broek en genieten van het mooie warme weer langs het meer in herfsttooi. De kersenbomen en de esdoorns kleuren op dit moment prachtig rood.

Plots kunnen we niet meer verder langs het meer en moeten we over de weg verder. Gelukkig worden we gespaard van de tunnels, hier is er altijd een wandelpad beschikbaar. Intussen begint onze maag te knorren, maar buiten wat vervallen hotels komen we niets tegen.

Na een stukje evenwichtskunst beoefend te hebben (wandelpad en rijbaan overstroomd door de overvloedige regen van de laatste 48 uur) kunnen we op de smalle scheiding tussenin onze weg verder zetten).

Gelukkig komen we een kleine drankenautomaat tegen waar er blikjes Aquarius inzitten en wanneer we juist denken dat we toch niets meer tegen komen om een hapje te eten staan we oog in oog met een restaurantje 'Yesterday'. Een noedlessoepje zal het vandaag niet worden, maar en pasta van de dag voor Herman en een lekker slaatje voor mij, smaakt ook voortreffelijk.

Na dit korte oponthoud stappen we nog flink door in het zonnetje en krijgen de Fujiberg terug in het vizier.

Op de kamer genieten we nog volop van het zicht op de berg, totdat de zon onder is. Zien we hem morgen terug?

Dinsdag 2 november 2010 (Herman)

En hoe ! Er is geen wolkje meer te zien.

We haasten ons na de ochtenddouche dan ook naar het Fuji-uitzichtpunt op het dak van ons hotel. Met de kijker kunnen we zelfs duidelijk een deel van het pad en de overnachtingshutten onderscheiden.

Een ander uitzichtpunt op de heilige berg bevindt zich op de Mount Kachi-kachi langs het meer. Er leidt een ropeway van 460 meter naartoe tot op een hoogte van 1075 meter. Maar zo zitten we niet in mekaar. We lezen ook iets over een hiking trail maar met het rudimentaire kaartje is het startpunt niet zo eenvoudig terug te vinden. We spotten het boven een steile klim achter een hotel. Daar staat ook een bord dat waarschuwt voor ... beren. Op tv hebben we inderdaad gezien hoe een beer (of meerdere?) hier in het merengebied rondzwerft en tuintjes plundert. Oei en we hebben onze Canadese berenbellen niet bij.

Een aarden pad loopt over met hout verstevigde staptreden. De trappen gaan met royale niveauverschillen langs een pad vol hortensia's, en voorbij een uitzichtpunt (ha, de Fuji) over een omgeploegde akker kronkelen we door een bos. We komen na een half uur aan het bovenstation van de kabelbaan, met een uitkijkplatform in twee niveaus. Typische Japanse fotoshoots: iedereen neemt foto's van iedereen met exact dezelfde achtergrond, en allemaal vormen ze het V-teken. Maar wel ook het uitgelezen moment om ook eens een fotootje samen met vriend Fuji te laten nemen. Rondom staan kinderspeeltuigen en een klok met touw ingewerkt in een hartvorm. We klimmen nog wat verder door het bos want boven moet er nog een schrijn staan. We vinden er inderdaad een heiligdom maar tot onze verrassing ... in miniatuurformaat. Niets is wat het lijkt in Japan.

Bij het afdalen kruisen we Japanners die wel met geklingel naar boven komen. Beneden aan het meer zoeken we een plaatsje in de zon met onbelemmerd zicht op de Fuji maar moeten daarvoor eerst drie-en-een-halve kilometer aan de wandel (en daarna nog terug). Het is wel kouder dan gisteren en er hangt een nevelsluier. We krijgen honger en zoeken wat restaurants af tot we een terrasje ontdekken met victoriaanse tafels en stoelen. De perfecte setting voor een Britse tea time, maar wij houden het op pasta (op Japanse wijze) en lasagne met een te groot uitgevallen fles Asahibier voor ieder.

Als we opstappen is het een stuk frisser geworden. We gaan terug naar het hotel waar het nog steeds rustig is ondanks de feestdag van morgen. Ik krijg er niet genoeg van en ga nog 5 kilometer joggen. In Japan. Langs een meer. Met zicht op de Fuji. Daar krijgt een mens vleugels van.

Woensdag 3 tot vrijdag 5 november 2010 (Herman)

Onze vakantie zit erop. Of toch bijna. Er is eerst nog wel Tokyo, maar wij zijn zo geen fanaten van grootsteden. En Tokyo is wel degelijk een van de allergrootste en -drukste steden ter wereld. Een gigantisch aaneengesloten gebied van hoogbouw waar 35 miljoen Japanners hun dagelijks bestaan doorbrengen.

Wij komen per trein aan in Shinjuku, een enorm groot station met uitgangen in alle richtingen waar maatpakken en schooluniformen zich als mieren een weg door banen. En waar wij hopeloos verloren kaarten bestuderen en zelfs met het geprinte kaartje van ons hotel geen flauw idee hebben in welke richting we moeten lopen. We krijgen snel hulp van een straatverkoopster en vervolgens van een Japanse toerist die na het bestuderen van onze kaart tot de conclusie komt dat zijn hotel in dezelfde buurt ligt. Hij troont ons ernaartoe en loopt nog even mee tot het eerstvolgende kruispunt. Hier moet het ergens liggen zegt hij vooraleer hij afscheid neemt. Euh, grote gebouwen, een luxe hotel maar niet het onze, een plan van de wijk waarop we geen enkele straat van ons hotelkaartje op terugvinden. We vragen even raad aan enkele hoteljongens. Een van hen diept een kaart op en toont ons dat we helemaal aan de andere kant van het station moeten zijn. Die Japanse toerist kende er ook niks van ...

Ook aan de oostkant van het station is het nog zoekwerk naar ons Best Western Shinjuku Astina-hotel. Tokyo kent immers geen straatnamen en deelt alles in op basis van wijk- en huizenbloknummers, bovendien ook nog eens niet logisch in volgorde genummerd. En dan lopen we ons hotel zelfs nog bijna voorbij ... want de incheckbalie ligt op de derde verdieping. In Japan moet je nogal veel omhoogkijken.

We lopen alle verdiepingen af van twee supermarkten op zoek naar nog wat souvenirs zoals bijvoorbeeld een yukata maar vinden niets interessants. Veel bezienswaardigheden liggen langs de Yamanotelijn, een trein die een lus maakt rond het centrale gedeelte van Tokyo. En bovendien JR, zodat we met onze pas nog steeds zonder extra betaling kunnen op- en afstappen. In Harajuku gaat Mireille op zoek naar een tangram in een Kiddy's-winkel die verhuisd blijkt te zijn. Hier lijkt het wel Amsterdam met bruggetjes, laagbouw en westers aandoende winkels en snackbars. Een enorm overaanbod aan personeel in de winkel zoals overal in Japan. En overal een hels lawaai, maar geen tangram. Mireille heeft haar hoop gevestigd op de Oriental Bazaar, maar die is dan weer op donderdag gesloten.

We bezoeken vervolgens de oude Yanakawijk, de enige wijk die tijdens de Tweede Wereldoorlog niet gebombardeerd werd en nog een vleugje van het oude Tokyo biedt. Verkeersvrij straatje, enkele vis- en souvenirswinkels. En de zon die er eindelijk doorbreekt, bij een schrale 17 graden. Na bijna 3 weken onze eerste sushibar in Japan, met een ingenieus buizensysteem met kraantjes om zelf thee te tappen. Ueno is de museumwijk, maar ook met een groot park met - hoera - schrijnen, zoals die van Toshogu (helaas in restauratie). Op een trapje genieten van de laatste zonnestralen (de zon gaat hier onder om 17 uur). Nog even zoeken naar een vijver, volledig aan het oog onttrokken doordat ze vol staat met grote planten.

En nog twee avondjes lekker eten. Een teppanyakirestaurant, waar de kok ons uitvraagt over Italië waar hij eens wil naartoe gaan, en hoever Brussel van Parijs ligt. En een verdieping hoger nog eens een staalkaart van de Japanse keuken, met tempura en sashimi.

De laatste dag nemen we 's ochtends vroeg de zogeheten limousinebus, een shuttlebus van en naar de luchthaven. In terminal 2 van de Naritaluchthaven vindt Mireille onverhoopt nog een yukata. En dan ga ik de laatste yens omruilen voor euro's. Heeft u toevallig nog muntjes over ? 123 yen graag dan kan ik de euro's afronden en moet ik u niet een heleboel yenmuntstukken teruggeven. Mireille opent haar portemonnee ... met nog exact 124 yen.

Nog 1 yen over (= 1 eurocent) !

In Japan klopt alles als een bus.