Reisverslag uit Kaapverdië

Dag 1 – 2 december 2004 (Mireille)

Op naar de kaap.

Kaapverdië.

Om vier uur uit de veren, brr, de kou in. Met de auto richting P langparkeren in Schiphol. Na enkele stroken met vertraagd verkeer bereiken we de luchthaven toch voor 8 uur. In het Color Café zoeken we een tafeltje uit met zicht op de incheckbalie 25 waar nog geen teken van leven te bespeuren valt. Bij de eerste beweging staan we onmiddellijk aan de balie. We hebben immers geen enkel bewijs ontvangen van onze vliegtuigbiljetten, zelfs niet elektronisch. Hé, ze liggen klaar … maar niet die van Amsterdam naar Sal.

Martine van de incheckbalie evenals de vertegenwoordigster van ACV zijn heel behulpzaam maar we moeten wachten tot 9 uur tot een of ander bureau opengaat. Na veel vijven en zessen komen er dan toch handgeschreven tickets die we kunnen omruilen voor de felbegeerde instapkaarten.

De Boeing 547 zit nog niet voor de helft vol, bijna allemaal Kaapverdiërs op terugtocht naar hun geboorteland, een allegaartje van melkkleurige tot diepzwarte huidtinten.

Ilho do Sal ziet er vanuit de lucht kurkdroog uit, desolaat tot en met. Plots verschijnt er toch een landingsbaan en wat huizen. De temperatuur is heerlijk warm met een stevige bries. Jammer genoeg kunnen we er weinig van genieten want met moeten in de luchthaven wachten op de aansluitende vlucht naar Sao Vicente.

Visum in Kaapverdië … gewoon checken of je naam op een lijst voorkomt.

De luchthaven van Sao Vicente in Mindelo is een klein stenen gebouw met een piepkleine bagageband. Snel zijn is dus de boodschap of de reiskoffers kletsen tegen de grond. We zijn in Sal geld vergeten te wisselen, en hier is behalve de bagageband niets te zien.

Een vriendelijke taxichauffeur brengt ons in tien minuten naar ons hotel … Onze kamer is klein, net en heet. En met enkel een venster op de trappenhal. Geld wisselen aan de receptie lukt niet omdat de patron er niet is. De banken zijn gesloten en dus trekken we meteen op zoek naar het enige viersterrenhotel dat Mindelo rijk is. We kunnen er maximum 270 euro wisselen, toch al een goede start. We merken ook dat het hotel kredietkaarten aanvaardt en installeren ons meteen aan een tafeltje op het overdekte terras. Bij het inlands Sagresbiertje versieren we twee pizza’s (meer kan niet omdat de keuken nog gesloten is. Na een wandeling langs de marina is het even terug zoeken naar het hotel, en daar kunnen we dan nog eens 100 euro wisselen.

Na een gevecht met de afstandsbediening van de airco jagen we de hitte buiten, zo goed zelfs dat we het ’s nachts koud krijgen.

Dag 2 – 3 december 2004 (Mireille)

De taxi naar de haven komt ons om half acht oppikken.

Het is tien na zeven en in de ontbijtzaal is nog geen leven (of eten) te bespeuren. Herman gaat alvast de reiskoffers halen. Tien minuten voor vertrek wordt het personeel actief en wordt het buffet klaargezet: broodjes, kaas, ham, muesli, koekjes, bananen en jam. Helaas, geen tijd, we maken nog snel een broodje klaar voor onderweg.

Aan de haven van Mindelo is het een drukte van jewelste. De reiskoffers worden aan boord getild. Herman gaat alvast een espresso drinken zodat we wisselgeld voor fooien hebben.

Na een rustige overtocht komen we in de bruisende haven van het zuidelijke Porto Novo op het eiland Santo Antao. Taxichauffeurs en aluguerbestuurders staan kriskras door elkaar, vrouwen met kleine koopwaar zitten langs de kant. Na een autorit van anderhalf uur over de bergen met spectaculaire beelden van ravijnen, met zeezichten en over geplaveide wegen staan we nog voor 11 uur aan hotel Blue Bell in Ponta do Sol, in het noorden van het eiland. Mooi, met een terrasje aan de kamer en kerstsfeer aan de receptie.

Het dorp is klein met rustige straatjes, pleinen en banken. Aan de haven wordt de vers gevangen vis net aan land gebracht. De grootste exemplaren worden in plastic emmers geladen die vrouwen op hun hoofd transporteren. De andere vissen worden in zee ontschubd, gewassen en versneden. En onmiddellijk verkocht. Telkens de buit verdeeld is keer de rust in de haven terug, maar wanneer er weer een kleurrijk bootje binnenloopt begint de drukte opnieuw. Een kleine jongen tracht ons van alles te vertellen. Vol belangstelling kijkt hij op het schermpje van ons fototoestel.

Van vis bekijken krijgen we honger, en we opteren voor een terrasje met zeezicht waar we de verse vissen van daarstraks geserveerd krijgen: een tonijn en een red snapper.

De geplaveide weg naar het vlakbije Ribeira Grande slingert langs de zee: op en af, bochtig, met steile wanden en hier en daar grote brokstukken die door de erosie losgekomen zijn. Onderweg zien we een erg armoedige woongemeenschap die haast letterlijk in de modder leven. Na een uurtje bereiken we Ribeira Grande, wat groter en minder gezellig dan Ponta do Sol. Onze speurdersinstincten komen boven, en dat is nodig, want de terrasjes zijn verstopt – wat een dorstig land. In een achterafstraatje vinden we tenslotte “Bar Tropical”.

Bij de terugkeer moeten we constant aluguers afwimpelen. Een jongetje loopt met ons mee, hij spreekt een beetje Frans. Hij trekt de bergen in met de geiten.

Dag 3 – 4 december 2004 (Herman)

Het vakantiegevoel.

Heerlijk uitgeslapen, een lekker ontbijt, een stevige wandeling en een terrasje zonder schuldgevoelens achteraf.

De wandelschoenen staan al te trappelen van ongeduld als we onze Dumont Aktiv openslaan en er een combo kust-bergpad naar Fontainhas uitpikken. De post langs, voorbij een kerkhofmuur en dan een steil geplaveid pad langs zwijnenstallen. Kinderen sleuren emmers blubber naar boven. Aan het aantal varkens te zien zal er nog heel wat kinderarbeid aan te pas komen om ze vet te kunnen mesten.

Het dreigende wolkendek (bij 24°C – “fris” voor de tijd van het jaar) dompelt de scherpe bergpieken in een grimmige sfeer. Het pad kronkelt gestaag naar boven. Wij ook. Net als enkele jeeps. Veel plaats is er nochtans niet tussen de bergwand en de afgrond. Na een paar uur zien we plots het dorp Fontainhas tegen een bergflank liggen: mooie pastelkleurige huizen zorgen voor een in te lijsten foto. Mireille gaat over de afgrond hangen om enkele felgekleurde bloemen van dichtbij te fotograferen. Een oud vrouwtje wijst ons de weg: een trap naar boven.

Om de concurrentie levendig te houden: 2 kruideniers naast mekaar. Via een smal pad klimmen we verder, tot aan een rotswand bestaande uit twee gigantische verticale muren. Van hier kronkelt het plaveisel immens steil naar beneden. Na ontelbare lussen komen we hoog boven de oceaan uit tot in het dorpje met de toepasselijke naam: Corvo. Er is zelfs een café, herkenbaar aan het opschrift “Sprite”. Enkele vrouwen doen de was. Met de stormwind van vandaag is snelle droog verzekerd. Een golvend parcours brengt ons vlak bij de oceaan, in Forminguinhas. Op een stemmig dorpsplein, aan een school, eten we onze toast met kaas op. Een meisje komt met een namenlijst aandraven: een donatie voor het kerstfeest van de school.

We dalen af tot aan de wild beukende oceaan en keren dan op onze schreden terug. Op de verschrikkelijk zware klim vanuit Corvo – de muur van Geraardsbergen in het kwadraat – komen we verscheidene schoolkinderen tegen. Die moeten een goede conditie hebben !

De varkens knorren van opwinding als wij er passeren, en wij knorren van genoegen op ons favoriet terrasje aan de haven van Ponta do Sol, een Super Bock binnen handbereik. De vissers rusten uit van hun harde dagtaak. Een plaatselijke vedette geeft een gratis serenade. En opvallend: er lopen meer toeristen rond dan gisteren (een stuk of tien).

In restaurant Nova Aurora merkt men niet eens dat we binnengekomen zijn. Buiten op het terras zit de plaatselijke voetbalploeg en er worden geanimeerde gesprekken gevoerd (of het al dan niet buitenspel was ?). De vis komt met frietjes of kool, de vinho verde moet nog even de koelkast in. Het wordt donker en de voetbalspelers zien hun pint niet meer staan ? Geen probleem, gewoon even het armatuur van de lamp binnen losvijzen en door het raam hangen … De Duitse scheper kijkt jaloers naar mijn pudim de coco – ik eet het toch maar lekker zelf op.

Buiten op het dorpsplein schaart de jeugd zich rond een coca cola-bar die dansmuziek door de luidsprekers jaagt. En de pastoor zal morgen een extra ronde met de schaal moeten organiseren: de schijnwerpers die op de kerk gericht staan gaan om de halve minuut aan en uit.

Dag 4 – 5 december 2004 (Herman)

Donkere wolken pakken zich samen als we in de aluguer op andere passagiers zitten te wachten. De chauffeur excuseert zich, maar het is zondag vandaag en dan zijn er weinig gegadigden. Daarnet hebben we het bijgebouw naast de kerk zien vollopen. De mensen staan zelfs tot buiten. Met de schaal rondgaan, paster !

Na twintig minuten vergeefs wachten bereiken we een compromis. Voor 300 escudo’s, of de prijs van zes passagiers, voert hij ons naar Ribeira Grande. Daar slaan we de kustweg in naar Paul. Een stormwind jaagt ons bijna van de kade. Na het gebruikelijke voetbalveld (veel talent, geen gras) en de varkensstallen (weinig ruimte, veel knor) klimmen we over een zwartgeblakerde kasseiweg naar een brug. Een blauwe pijl en een wandelfiguur wijzen ons de weg naar wandeling 10.

Een kronkelklim voert ons naar een – volgens onze wandelgids – huis in aanbouw. De aannemer heeft er zijn werk van gemaakt: het is af. Een prachtig wit herenhuis, enorm groot, op de top van de heuvel. En dan moeten we rechtdoor. Probleem: er is alleen links en rechts, geen rechtdoor. Rechts gaat naar de baan van daarstraks, links dan maar. Geen wandelaanduidingen meer, en de beschrijving klopt ook langs geen kanten.

We knopen een gesprek aan met een man aan een merceria. Hij spreekt keurig Frans, geleerd met een toeristencursus. Hij gidst af en toe, en hij hoopt nog meer Frans te kunnen leren. Zijn droom: een pocketwoordenboekje Frans – Portugees / Portugees – Frans, op het eiland niet te verkrijgen. Daar staan zeker wel 40.000 woorden in, mompelt hij bewonderend. Hij toont ons de weg die we nog voor de boeg hebben: die bergpieken die hij aanduidt zien er ver uit.

We trekken verder, overal worden we begroet met Bom Dia. Kinderen in de dorpen roepen: Bonjour. Comment tu t’appelles. En lachen dan hun tanden bloot. De kasseiweg wordt een gladde modderweg en stopt dan abrupt aan een steil veldwegje door terrassen. Het begint te gieten. Bof, de weg kwijt, terugkeren dan maar.

Aan een zijwegje staan twee meisjes. Riberao Grande ? Langs hier. We kunnen ternauwernood hun tempo bijhouden, en zij zijn op sandaaltjes. Vrolijk kwetterend leiden ze ons over precaire en glibberige veld- en klinkerwegjes, tot we in de gietende regen in een dorp terechtkomen. De stereo-installatie speelt voor de hele buurt. Het blijkt echter niet Riberao Grande te zijn, maar Josme de Baix …

Na wat vragen tonen ze ons het gezochte doel: dat ziet er een paar dagmarsen van hier uit. We doen nog een poging over de spekgladde paadjes in de aangeduide richting, maar geven het snel op. Het blijft regenen, en met veel gevoel voor (on)evenwicht keren we terug.

Alles is nat, maar een volledig gevuld aluguer (dus normale prijs van 100 escudo’s) brengt ons naar 1) droge kleren 2) warme douches 3) Sagres aan de haven.

Morgen zon ?

Dag 5 – 6 december 2007 (Mireille)

Door de wind, door de regen, door de mist …

We hebben ons (wandel)schoentje buiten gezet. Helaas, Sinterklaas heeft geen zon gebracht. Wel veel wind en grijze wolken. Veel vissersboten liggen nog aangemeerd. De enkele moedigen volgen het gebruikelijke ritueel: slippers op een vaste plaats rechts boven, emmers in het midden, heel veel touw en enkele zware keien. Met de grootste zorg wordt de motor bevestigd en gecontroleerd. En dan met man en macht het bootje het water induwen.

We nemen de aluguer naar Ribeira Grande, waar we een andere chauffeur zoeken en vinden die ons voor het officiële tarief (1500 escudo’s) naar Cova de Paul brengt.

De rit gaat onmiddellijk de bergen in, dus regen en even later zelfs mist. Na zo’n 45 minuten stopt de chauffeur en doet teken dat we er zijn. Er hangt een groot infobord met foto’s van de krater en wat uitleg. Maar waar de krater dan wel moet zijn is ons een raadsel, we zien geen hand voor onze ogen. Even de weg vragen in de bar. De geplaveide weg gaat naar beneden, hier en daar staan enorm grote waterplassen. Wat verder vragen we nogmaals de weg op een splitsing aan 2 aluguerchauffeurs die grote vaten en tanks met water vullen. Het pad klimt terug tot onze verbazing. Een ezel kijkt ons met argusogen aan. Na een scherpe bocht naar links zitten we weer helemaal in de mist en wordt het afdalen op de tast langs een muurtje over natte, glibberige stenen. 45 minuten verder krijgen we plotseling zicht op de vallei en de oceaan. Het is de vruchtbaarste plaats van heel het eiland en dat is goed zichtbaar: bananenbomen, suikerriet, koffie, mango’s, appelen, pompoenen, enzovoort. Ondanks de regen hangt op vele plaatsen de was te drogen (of eerder nat te worden).

Op een dorpspleintje in de regen eten we onze bananen met brood op. In een mum van tijd worden we omringd door vier honden. Naast ons spelen enkele meisjes met tafelvoetbal (al enkele keren tegengekomen op de wandelingen). De bevolking komt hier nogal koel en onvriendelijk over.

Wanneer we na ettelijke uren dalen op zeeniveau aankomen wacht ons een verrassing. Een buiten haar oevers getreden rivier verspert ons de weg en in het zog van schoolkinderen moeten we van steen tot steen naar de andere kant springen. Gevolg: kletsnatte voeten.

Dan nog met twee aluguers de rit naar Ponta do Sol overbruggen en genieten van de rust in het dorpje.

Wanneer we ’s avonds even langs de kerk lopen horen we kinderen kerstliederen inoefenen. Door onze aanwezigheid raken ze wel een beetje van streek (en uit de toon) en dus sluipen we maar snel weer verder om ons buikje te gaan vullen in ons hotel. Suggestie van de dag. Kreeft. Heerlijk, gewoon fantastisch. Herman die een hekel heeft aan prutsen houdt het bij de (allicht net op de oever gegooide) zwaardvis.

Dag 6 – 7 december 2004 (Mireille)

Met de aluguer naar Ribeira Grande aan de normale prijs en dan nog even onderhandelen voor een rit naar Cha de Ingreja. Van de oorspronkelijke 2000 escudo’s krijgen we er toch 400 af.

Het eerste deel van de rit volgt de uitgedroogde bedding van de ribeira. Als de weg terug omhoog gaat begint het weer te druppelen. De “weg” ligt enorm slecht en dat doet zich gevoelen aan het zitvlak. We zitten immers op houten bankjes in de open laadbak. Waarbij Herman zich regelmatig het hoofd stoot aan het metalen frame.

Verderop komen we in een andere droge rivierbedding met loodrechte wanden langs beide kanten. Indrukwekkend, alleen niet zo prettig met een volle blaas.

Het dorpje Cha de Ingreja oogt mooi, gezellig en pittoresk. Een witte kerk, een fraai pleintje met veel groen, Bokrijkachtige huizen, levendige straatbeelden. De wandeling gaat eerst door landbouwterrassen in de richting van de zee. We dalen zelfs af tot zeeniveau en dus steek ik mijn teen als thermometer in het water. En krijgt prompt een douche over mij. Gelukkig is er wind, komt de zon af en toe piepen en droogt alles snel op.

De wandeling zelf is schitterend, eerst door een duinenlandschap, over een voetbalveld en voortdurend langs de zee. Even later krijgen we de typische geplaveide weg omwald met stenen muren, echt kunstige paden. Wel is er soms een stuk muur omgevallen of is het pad omgetoverd in een puinhoop. Even mijmeren we weg bij een ruïne over hoe mooi dit zou te restaureren zijn, in the middle of nowhere met zicht op zee en de bergen.

En dan staan we plots weer in Forminguinhas. Waar de kinderen nog steeds geld inzamelen voor Kerstmis. Na Corvo mogen we weer eindeloos klimmen om bij de loodrechte rotsmuur uit te komen. Aan de varkensstallen worden nog steeds emmers met ondefinieerbare blubber naar boven gedragen.

Terug in het dorp snellen we naar onze vaste stek aan de haven en drinken er een biertje.

En na de lekkere vis met Daowijntje koffers pakken en dromen van Sao Nicolau …

… met zon ?

Dag 7 – 8 december 2004 (Herman)

Eilandhoppen vandaag.

Maar in Kaapverdië is dat niet van “hop, en ik ben er”. Eerst met chauffeur nummer 1 over de bonkige bergweg, een dik uur tot de ferryhaven van Porto Novo. Dan een woelige oceaan trotseren tot Sao Vicente, waar chauffeur nummer 2 ons voor twee uurtjes afzet in Mindelo. Geduldig aanschuiven in de file van het bankkantoor (nog wat escudo’s nodig om te kunnen overleven …) en dan gaan slenteren langs de haven en in de nauwe straatjes. Genieten van het heerlijke zonnige weer (27°C). Vis, mango’s, bananen, noem maar op of het zit in de emmers van de verkoopsters die door de straatjes zwermen. Maar telkens als er een politiewagen opduikt stuiven ze uit elkaar.

Mireille koopt 4 heerlijke bananen aan dumpingprijzen. Hartige pannenkoekjes en bier vinden we op het gezellige open binnenterras van Club Nautica. En dan komt chauffeur nummer twee klokvast terug aanrijden. De luchthaven van Mindelo is nog zo goed als verlaten bij aankomst. Geen wonder: het duurt nog twee uur vooraleer we kunnen opstijgen. We checken onze bagage in en gaan dan buiten van de zon genieten. We vertrekken dan ook nog met een half uur vertraging, en in Sao Nicolau … is het terug somber weer.

Het duurt een half uur om de bagage uit te laden. Geen transportband meer, gewoon een gat in de muur. Chauffeur nummer drie voert ons naar Ribeira Brava, waar Pensao Jardim hoog boven de stad uittorent. Trapjes naar boven en daar wacht ons een mooi terras naast onze kamer. Perfect om onze huwelijkverjaardag te vieren. Snel een fles vinho verde gaan kopen !

Dag 8 – 9 december 2004 (Herman)

Gele bananen.

Waar vinden we gele bananen ? Alle winkels (en er zijn er nogal wat in Ribeira Brava) waar we ons hoofd binnensteken hebben enkel maar trossen groene bananen. En kuisproducten, en speelgoed, en emmers – iedereen verkoop vanalles, maar wel alleen niet-rijpe bananen. Dan maar zoeken naar een bakkerij. Het duurt een hele tijd eer de man aan wie we het vragen ons begrijpt (een restaurant ? – wat zouden toeristen anders zoeken ?) maar dan leidt hij ons in een binnenstraatje in een donker huis binnen: twee antieke ovens en gerief waar elke antiekzaak de nodige poen zou voor over hebben, maar geen broodjes. Ze rijzen nog in de bakvormen – straks terugkomen is de zaak. Idem dito in een andere bakkerszaak, ook al in een niet zelf te vinden achterafbuurt. Dan toch nog een tros halfgroene bananen gevonden, en vervolgens op weg voor “Die grosse Runde” uit onze wandelgids.

Eerst een meedogenloze klim over een breed kasseienpad (inderdaad) naar Calejao, voorbij enkele grote basaltrotsen, waarvan één met een kruis op. We komen uit aan een kapel, met een fotogenieke kloosterruïne erachter. Van hier gaat een smalle bergweg in kronkels naar de grauwe hemel. We arriveren buiten adem op een winderig, grassig plateau van waaruit we een holle weg naar beneden volgen. Aan een opvallend blauw geschilderde school trekken we dwars door een veld en klimmen dan naar een uitzichtpunt met een groot wit kruis. Mireille zorgt voor afwisseling in het middagmaal: 2 soorten bananen …

Van pure verbazing mis ik de afslag aan het washuis. Maar de fout is snel hersteld en als blijk van conditie klimmen we nog extra naar de kapel van – alsjeblieft – Nossera Senhora do Monte da Sentinha de Cachaça. Fraai met een drakenboom ervoor.

En dan aan een ezel – die stoot zich vast geen twee keer aan dezelfde kassei – in “serpentinen” naar beneden. Met oververhitte voetzolen passeren we aan het eind een hele nieuwe wijk met bouwwerven in diverse staten van afwerking. Maar een toegangspoortje hebben ze allemaal al !

In Ribeira Brava leidt de geur van versgebakken brood ons terug naar de bakkerij “van voor de oorlog”. Zoete en zoute broodjes – enorm lekker. Nu nog de bananen laten rijpen …

Het enige terrasje van de stad is helaas gesloten, dus flaneren we nog wat rond en kijken naar de drukte op het stadsplein. Aluguers komen aan en af. De rijschool komt telkens met een nieuwe leerling langs. Een Nederlander komt ons op de koffie uitnodigen in Tarrafal. Moeten we eerstdaags zeker eens langs gaan.

En dan laten we in een internet-cd-schoolwinkel de “helft” van de collectie muziek-cd’s opzetten. Probleempje is dat de cd-speler het begeeft. Maar toch vinden we ons pareltje, en blij trakteren we ons op 2 Sagresbiertjes op “ons” terras naast de kamer.

En nu nog wachten tot wanneer onze bananen geel worden.

Dag 9 – 10 december 2004 (Mireille)

Zon vandaag ? Yep, daar komt zij al loeren tussen de wolken. Ideaal voor een wandeling naar zee.

Nog even in alle winkels binnengluren op zoek naar gele bananen, maar vergeefs. Het startgedeelte van de wandeling is zoals gisteren maar dan in omgekeerde richting. De Dumont-reisgids spreekt van een pad naar rechts duidelijk aangegeven met een pijl. Wij zien een telefooncel, een waterplaats en een ezel, maar een pijl ? Even vragen aan een oudere man. Heel enthousiast begint hij de weg in het Creools uit te leggen. We verstaan er geen woord van maar we volgen de richting van zijn wijsvinger. Het pad klimt steil en hier en daar passeren we een huisje, wat muildieren en zelfs enkele geiten.

Bijna op het einde van de klim komen we een vrouw tegen met een mand vol brandhout op haar hoofd. We knikken haar vriendelijk toe en meteen begint ze me ook in het Creools vanalles toe te vertrouwen. Toch eens een snelcursus volgen. In de afdaling kan ik het niet weerstaan om enkele foto’s te nemen van blauwe bloemetjes.

De beschrijving wordt weer eens onduidelijk: we moeten van vallei veranderen, maar hoe ? Het eerste pad dat we uitproberen loopt dood op een waterreservoir (waar ik wel een fantastisch mooie blauwe libelle zie rondfladderen). Dit keer gaat Herman alleen op onderzoek. En dan verschijnt er plots een oudere man met knaloranje T-shirt van tussen het riet. In mijn beste Portugees van achter ’t hoekske overleg ik met hem welke route we moeten nemen. En als Herman terugkomt weet ik er alles van.

Het pad komt uit op een levada die we even volgen tot aan de hoofdstraat van het dorp. De Dumont-reisgids blijft allemaal dingen beschrijven die we niet vinden. Louter op onze intuïtie vinden we twee kilometer buiten het dorp een pad naar de oceaan. Via een lavalandschap belanden we aan het water. Het schouwspel van de golven, het opspattend water en de zwarte lava heeft iets speciaals. We halen onze zoete en zoute broodjes boven en laten die zonder beleg (economische schaarste aan gele bananen) lekker smaken.

Een boekje lezen aan de verlaten oceaan, het heeft wel wat. Naast mij hoor ik af en toe een kuchend geluid, even op onderzoek uitgaan. Enkel zwarte krabben te zien. En dan word ik overspoeld door een grote golf.

We charteren een aluguer naar Ribeira Brava. In het smalle straatje vlak voor het centrale plein is het opstopping. File in Kaapverdië ! Oorzaak is een begrafenis in de kerk, met veel aluguers en veel volk op het plein. Café gesloten, dus naar ons privé-terras waar we zondigen met bier en chips.

Intussen blijven de toeristen in het hotel toestromen; straks hebben we geen plekje meer om te zitten.

Dag 10 – 11 december 2004 (Herman)

Ongelooflijk: stralende zon vandaag. In Ribeira Brava trekken de wolken nochtans snel samen, maar we hebben het lumineuze idee om naar Tarrafal te trekken waar de hemel diepblauw kleurt. De aluguer rijdt ons bovendien het halve eiland rond, en pikt onderweg een pak dorpelingen op, met bussels hout en zakken die allemaal op het dak vastgesjord worden. In Ribeira Brava vertrekt hij zelfs met een compleet bed op het dak !

Tarrafal ziet er nogal stofferig uit, met grote lege stranden. We wandelen een eind zuidwaarts, eerst tussen enkele steenkapplaatsen, en dan tussen een berg zwerfvuil, maar vervolgens wordt het steeds fraaier op een lava-4x4-track, met bergketens (omringd door wolken) op de achtergrond.

Aan een verlaten baai nestelen we ons voor een paar uurtjes in de zon. Helemaal alleen, enkel wat vissersbootjes varen voorbij, en twee kinderen komen ons even gezelschap houden.

Op de terugweg zien we net een visserssloep aanmeren. Liefst 35 tonijnen worden van boord gegooid onder het goedkeurend oog van het halve dorp. Joepie. Mireille vindt aan de kade gele bananen, die keurig met een handbascule afgewogen worden. Kinderen spelevaren op het water met een … isomoplaat. Na een pintje springen we op een aluguer die eerst een aantal toertjes door het dorp maakt tot hij voldoende vol zit om terug te keren.

En in Ribeira Brava is het weeral bewolkt …

Dag 11 – 12 december 2004 (Mireille)

Zondag, zondag.

In Kaapverdië betekent dat weinig aluguers, en de schaarse die er zijn veel te duur. We beslissen in de buurt van Ribeira Brava te blijven en gaan op zoek naar een pad dat naar de zee leidt. We vinden het breed spoor vol losse stenen kronkelend tussen de geitenweiden. We bereiken de zee met keien en zandstroken maar zien overal troep liggen. Een vervallen kiosk biedt ook weinig plaats om te zitten. Bof.

We trekken verder langs de weg in de hoop om een pad te vinden dat afbuigt naar een (hopelijk) properder strand. We komen op een punt waar twee smalle wegjes op uitkomen. We opteren voor het rechtse en even later lopen we in een boomlandschap dat plots overgaat in een dorre, stenige woestijn. Het pad loopt recht naar een klif met zicht op zee. Yes ! Enkele uurtjes leesplezier met een boek. Met zoete broodjes en (gele) banaan in de knapzak. En we blijven er tot de zon er de brui aan geeft.

Op de terugweg zien we een reuzengrote zwarte spin met rode strepen op haar poten. Haar web hangt tussen de bomen, op neushoogte van Herman … De hele terugweg hangt er trouwens vol van.

Café Esplanade is weer dicht in Ribeira Brava en zelfs onze hoteleigenaars zijn afwezig. We zien affiches hangen aan de kerk met de mededeling dat er feest is. Alle banken worden uit de kerk verwijderd en op aluguers geladen. Die dingen dienen voor alles, eerder op de dag zagen we een vol mekkerende geiten.

In ons pension dineren we voor de laatste keer. We hebben uiteraard terug voor de vis geopteerd, maar deze keer gegrild, met de gebruikelijke groenten (kool, aardappel en wortel). Wijn kiezen is elke avond simpel: kiezen uit de flessen die ons voorgezet worden.

Dessert ook: mango of pudim de coco (twijfel overbodig). Plots brengt de hoteleigenares ons nog een potje met lekkere bruine bonen. We verdelen die netjes op onze borden en ik vind dat ik nu mijn kool kan laten liggen.

Dag 12 – 13 december 2004 (Herman)

Een fraaie kustwandeling om het eilandbezoek af te ronden. Op het dorpsplein vinden we verschillende aluguers. Op onze vraag “Estancia Bras ?” knikt de bestuurder bevestigend. En weg zijn we ? Blijkbaar niet. Eerst moet het busje vol zitten, en dus rijdt de bestuurder enkele keren het plein rond, een straatje in en uit, slaat een babbeltje met Jan en alleman.

Ondertussen stappen er vrouwen in en uit (uit als ze weer een bekende zien lopen – en vermits ze zowat iedereen kennen …). Na drie kwartier (!) vertrekt de aluguer dan toch uiteindelijk, gehaast mag je hier niet zijn.

In Estancia Bras groeten de dorpsbewoners ons hartelijk. Bonjour mademoiselle. Comment ça va ? Kinderen roepen ons verlegen achterna. We laten het dorp achter ons en slalommen tussen de ezels en de kippen over een smal kasseienpad, de oceaan rechts diep onder ons. Onder een stralend blauwe hemel genieten we met volle teugen van het fraaie kustpad.

We klimmen tot aan een weergaloos uitzichtpunt met twee kruisen, en halen de gebruikelijke broodjes en bananen boven. Aan onze voeten ligt het dorpje Ribeira Funde. Grijze huisjes, het ziet er verlaten uit, net een spookdorp.

Enkele mannen klimmen de kronkelweg naar boven: groene bananen. De oceaan beukt op een verlaten strandje, hier zou een bouwpromotor een schitterend vakantieverblijf kunnen bouwen (dus zeker niet voortvertellen).

We keren terug naar de “grote” baan en wachten op een aluguer. Het is wel wat moeilijk instappen, trossen bananen in de weg.

Twee koele pintjes brengen onze oververhitte geesten net op tijd terug tot kamertemperatuur, en om iets over drieën komt onze chauffeur ons oppikken. We pakken ook de Nederlandse buren maar mee, hun gecharterde aluguer laat op zich wachten.

Bij aankomst blijkt het luchthavengebouw … nog gesloten. We zetten ons dan maar zoals iedereen op een muurtje. Maar van zodra de bar opengaat: allen daarheen.

Onze vlucht komt met 1 uur vertraging toe. Hoe zit het nu met de aansluitende vlucht naar Sal ? We vragen het aan een dame van het boordpersoneel in Sao Vicente. We moeten aanschuiven aan de balie. Het duurt ontzettend lang. We zien de passagiers al terug naar het vliegtuig gaan. Mireille gaat eens polsen bij dezelfde dame. Tuurlijk is dit de vlucht naar Sal; hoezo, hebben jullie geen boarding pass ?

We mogen “in het zwart” door en komen nog net voor het sluiten van de deuren aan het vliegtuig … Aan boord blijkt er zelfs iemand te zitten die helemaal niet naar Sal moest !

In Sal worden we naar hotel Sobrado gebracht, in het zuidelijke toeristendorpje Santa Maria. Een modderpaadje op, het eerste hotelletje dat we tegenkomen. Alles goed afgrendelen zegt de Belgische balie-employé, hier wordt veel gestolen. Welkom in toeristenland !

Het restaurant is gesloten, dus trekken we op goed geluk uit op zoektocht in de omgeving. Vasco da Gama, het ziet er ontzettend chic uit, en het is dan ook dubbel zo duur als de voorbije dagen. Was Vasco da Gama een Italiaan ? De wijnkaart is alvast uitsluitend Italiaans …

Op de kamer moeten we eerst 20 muggen naar de eeuwige jachtvelden sturen. Pats. Boem. En dan gaan slapen. Snikheet. En eigenlijk mag de vensterdeur niet open (diefstalbeveiliging). Pff, warm. Licht uit. Zzz, weer een mug. Het wordt een slapeloze nacht. Gelukkig kunnen we morgen relaxen.

Maar Kaapverdië – dat ligt achter ons.

Dag 13 – 14 december 2004 (Mireille)

Zon, zee en strand.

Gigantisch ontbijtbuffet. We doen een poging om het te plunderen, maar vergeefs.

En dan op zoek naar het strand en de zee. We volgen twee hotelgasten op een afstand, maar na een tijd blijken zij het ook niet meer te weten. Wij dwalen verder langs souvenirswinkels en restaurants en worden naar onze zin veel te veel aangeklampt. En dan zien we in een straat een luxehotel liggen en langs daar bereiken we ten slotte het witte strand met de blauwe zee. Een hond begeleidt ons tot aan een wankele houten pier. Vis in zicht. Langs de zee loopt een mooi aangelegde wandelpromenade met een reeks laagbouwhotels op blikafstand, de ene wat luxueuzer dan de andere.

We verleggen onze gemiste nachtrust naar het strand en opteren wat later voor de (amai) gratis strandstoelen met parasol. Wanneer de wind te hevig begint te waaien verlaten we het strand voor een “stevige stadswandeling”. Te veel Afrikaanse kunst en te weinig lokale dingen.

Lekkere en grote pizza. Veel energie om vannacht weer op muggenjacht te gaan …

Dag 14 – 15 december 2004 (Herman)

Wat doe je op een desolate zandklomp als je geen strandfreak bent ?

Fietsen dus.

De gehuurde mountainbikes vallen wat klein uit – mijn knieën komen aardig in de buurt van mijn oorlellen – maar kom, voor wat actie doen we niet moeilijk. De oriëntatie is niet moeilijk op Sal. Er is 1 grote viervaksbaan naar Espargos en naar de luchthaven, en dan een afslag links en rechts naar 2 kustdorpen.

Straalblauwe hemel bij vertrek, maar na enkele kilometers toch een paar regendruppels. Wind op kop (en bergop zo zou later blijken), dus het vordert moeizaam. Het eiland is inderdaad heel desolaat en stoffig; voor de luchthaven passeren we alleen nog een vakantiedomein. Maar op een zandvlakte zien we een kudde koeien (zand grazen ?).

In Espargos sturen we de fietsen eerst naar links en komen in het vissersdorp Palmeira. In de bloedhete zon (39°C) liggen massaal veel kleine vissen op de sloepen te drogen, terwijl andere vissen gewassen en gekuist worden.

Aan een Coca-Cola-stand bemachtigen we 2 ijskoude Sagresbiertjes. Weer zo’n beeld om in te lijsten: prachtig weer, wat vissersbootjes, een tiental vissers, een fraai kapelletje, wij met ons pintje en een overwerkt fototoestel.

We rijden na een tijdje de 4 kilometer terug tot aan het kruispunt en gaan dan voor de 6,5 kilometer naar de zoutvlakten van Pedra de Lume. Het is even zoeken naar het zout, maar achter een schitterende kerk leidt een zoutweg naar boven. Via een doorgang door de rotsen komen we aan de pittoreske zoutpannen.

De terugtocht naar het kruispunt wordt een martelgang voor mij: alles doet zeer, de slechte houding op de fiets zorgt voor problemen. Vanaf Espargas krijgen we wind in de rug en … bergaf. Het gaat dan ook in een rotvaart naar beneden, tot we terug een helling krijgen en mijn ketting eraf springt. En vanaf dan heb ik alleen nog een piepkleine versnelling, pijnlijke spieren en vuile handen.

Het biertje aan het strand doet wonderen, al ontbreekt de massage. Na een korte souvenirjacht opteren we voor een plaatselijk restaurantje (Compad *) waar we soep, zwaardvis, banane flambée, kaas, water en een liter wijn voor twee voor 23 euro geserveerd krijgen !

Zo krijg ik mijn escudo’s nooit op !!!