Fietsen in Kefalonia

Dag 1 – Vertrek (Herman)

De dame achter de luchthavenbalie van Brussel-Nationaal bekijkt fronsend onze vliegtuigbiljetten.

- Na Athene vliegen jullie door naar – nog even goed kijken – Kefalonia. Waar ligt dat ergens ? Ook in Athene ?

Hopelijk weet de piloot waar naartoe …

***

Over de piloot gesproken.

We zitten al een tijdje opeengepropt in het piepkleine vliegtuigje als plotseling iemand nog komt binnengestormd. Sorry, we zijn vol. Oei, ’t is de piloot. Hij kijkt verwonderd rond – tiens veel volk. We zullen dan maar vertrekken zeker …

Dag 2 – Back in Greece (Herman)

Gisteren pas om 22 uur in Argostoli gearriveerd. Onrustig geslapen : scooters, auto’s, vrachtwagens, straatlawaai … en een hardnekkige mug.

In het ontbijt herkennen we terug Griekenland : nescafé en cake. Onze fietsen halen we een boogscheut verder af in een winkelstraat … bij de kampioen van Griekenland. Maar dat was vorig jaar, zegt hij, terwijl hij de foto’s toont. Hij organiseert ook de wielerronde van Kefalonia. Ik verzeker hem dat mijn naam niét Tom Boonen is. Ondertussen tovert hij pareltjes van mountainbikes tevoorschijn. Nu de designer-epo nog.

Vanuit het hotel plaatsen we meteen een demarrage tot 200 meter verder … een stortbui. We schuilen aan een kraampje en kopen bananen en brood.

Vanaf daar rijden we van bushokje naar boom naar struik. Regenen, druppelen, gieten.

Jammer want de uitzichten op de grillige groene kust zijn fraai. We volgen de niet zo drukke hoofdbaan die aan de overkant van de dam kronkelend en stijgend zijn weg zoekt tussen het groen en de cactussen. Aan een Y-splitsing kiezen we voor een nog rustigere weg door dorpen met melodieuze namen : Kontogorata, Riza, Kardakata en Perdikata.

En dan de zon. Blauwe lucht. Onverhoopt. We passeren 4 andere fietsers. Rotspartijen met prentbriefkaartzicht. Hop, daar gaan het stokbrood en de bananen.

Wat verder krijgen we uitzicht op wat tot het mooiste strand van heel Griekenland verkozen is : Mirtos Beach. Fraai, maar buiten Hellas heb ik er nog mooiere gezien. Ook de burcht van Asos – ruďnes na de aardbeving van 1953 ligt bekoorlijk op een toefje schiereiland. We spurten enkele gezellige restaurants en taverna’s voorbij, en als toetje krijgen we een zalige kilometerslange afdaling … waarbij Mireille net op tijd haar remmen toeknijpt aan de afslag naar de ferry van Fiskardo. Daar ligt ook ons pension Nicholas. We worden er zeer hartelijk verwelkomd in het “paradijs” door vader en zoon. Onze kamer heeft een balkon met arendsblik over Fiskardo. Waw.

Na anderhalf uur komen we terug in beweging. Het perfecte toeristische vissershaventje. Een tiental restaurants en wat winkels schouder aan schouder langs de kade. Mireille mist wel de wankele stoelen van pakweg 15 jaar geleden.

Maar een comfortabele stoel met een wit wijntje op 50 centimeter van het water is ook niet slecht.

Samenvatting van de dag (dixit Mireille) : ’s morgens zat ik nog in Noorwegen, nu in Topje.

Waar ligt Topje ?

Dag 3 – Kapitein Corelli (Mireille)

Lekker geslapen ondanks de sirtaki-klanken vanop het terras van het pension.

Een grijze wolkenmassa boven Fiskardo, een lekker onecht Grieks ontbijt op het terras compleet met spiegelei en spek, geroosterd brood, honing, jam en zoet gebak. Wanneer ons buikje vol zit komt de zon piepen, geen regen vandaag ! De ferryboot loopt de haven in en nog geen 10 minuten later zoekt hij alweer andere horizonten op.

Met de zon en de warme temperatuur gooien we de overtollige bagage aan warme kleding uit onze fietstassen. En dan peddelen we rustig langs de kade met zijn vele restaurantjes richting Sami. Ons roadbook belooft een pittige tocht met mooie zichten. We zien prachtig gelegen vakantiehuizen en appartementen aan intieme baaien. We klimmen ontspannen naar boven en komen door kleine dorpjes die over de zee uitkijken.

Aan een schooltje worden we luidkeels begroet door de spelende kinderen, ook een chauffeur zwaait ons vriendelijk toe. Hier en daar staan de ruďnes van huizen die totaal verwoest werden door de zware aardbeving van 1953. Verder passeren we olijfbomen en kleine wijngaarden.

We fietsen over een stukje weg van gisteren, maar nu in omgekeerde richting. In het kleine dorp Vasilikades met café, winkel en benzinestation gaan we van de hoofdweg af en rijden via een nieuw geasfalteerde baan – trouwens gefinancierd door de EU – dieper het binnenland in. Bergop – 370 meter klimmen over 4 kilometer. Het gaat verbazingwekkend vlot, ondanks het feit dat ik geen steek meer zie met al dat zweet in mijn ogen.

Het laatste stuk gaat minder steil en dus kunnen we de grote versnelling bovenhalen. Jammer genoeg zijn de zichten op het eiland Ithaka wat minder spectaculair door het nevelige weer. Aan het waterreservoir halen we de top op 650 meter hoogte. En dan krijgen onze benen rust en onze remmen werk. We stormen een kronkelende bergweg naar beneden tot aan de haven van Agia Efimia.

De Romeinse villa vinden we spijtig genoeg niet, kapitein Corelli echter wel. Hij serveert allerlei slaatjes en daar zeggen wij geen neen tegen.

Nog een glooiend stukje langs de kustweg en dan de eerste wegwijzer naar het Sami Beach hotel in Karavomilos volgen. Strand, zee en zwembad, dat moet vakantie zijn. We worden getrakteerd op een glas ouzo. Bah, ik hou niet van “kalissesap” (zoethout). Even later doet de Griekse eigenaar een hele uitleg over de bezienswaardigheden in de omgeving. Hij haalt er zelfs een groot bord met de kaart van Kefalonia bij. We zijn met de fiets, is het laconieke antwoord van Herman. Wat later krijgen 2 Nederlandse meisjes hetzelfde ritueel voorgeschoteld. We zijn te voet, is hun laconieke antwoord …

De fietskleding wordt geruild voor lichtere exemplaren en dan stappen we langs een kustwandelpad naar Sami, twee kilometer verder. Om een analyse te maken van de ferry’s en de restaurants voor vanavond. En witte wijn kopen voor op ons zonovergoten balkon.

Wanneer we ’s avonds richting Sami lopen biedt een kromgebogen oud vrouwtje mij versgeplukte takken met lekker geurende bloemen aan. Als ik even later omkijk is ze verdwenen.

Zou het de goede fee geweest zijn ? Met een gelukstakje ?

Odysseus er nog eens op nalezen.

Dag 4 – Arendsnest (Herman)

Een gedecimeerd muggenbestand. Dat is onze weerwraak op de nachtelijke prikacties van die kwelduivels.

Zon in het kwadraat, maar toch ontbijt met airco.

We kiezen voor een plaatselijke fietslus die ons reeds 1 kilometer verder aan een hoogtepunt brengt. Het meer van Melissani ligt in een grot waarvan het plafond 5000 jaar geleden is ingestort. De gondelier roeit ons enthousiast rond (“hier is het 12 meter diep, hier 5 meter, hier 8 meter …”) op het kleine meer in alle tinten van blauw, en neemt haast meer foto’s met ons toestel dan wij. Hij brengt ons ook in een niet-ingestort deel met druipsteenformaties waar hij zelfs een olifant in herkent.

Als we terug op onze mountainbikes klauteren komen de toerbussen toe …

Rustige asfaltwegen brengen ons via kleine dorpen naar nog een druipsteengrot – Drogkorati – die we helemaal aan het massatoerisme overlaten. Wij vatten de klim aan naar de akropolis van Kyantes, 230 meter hoger. Nijdige stukken naar boven, maar we zijn ondertussen getraind. Aan een wandelbordje naar de eerste heuvel (met de akropolis Megisto Toxo) ligt de weg bezaaid met sprinkhanen. Slalommen helpt niet, we moeten er gewoon over heen.

Op de tweede heuvel vinden we de akropolis van Kyantes terug, een cyclopenmuur en wat ruďnes met een kapel ernaast. Prachtig zicht op de baai beneden. Veel vliegen en dus zoeken naar een winderig plekje om het brood met de schapenkaas en tomaten op te peuzelen.

We laten de eenzame plek nog eenzamer achter en rijden in een rotvaart terug naar Sami. Waar een koele megapint aan de haven klaar staat. Daarna moeten we 3 verschillende kantoren binnenlopen om tickets vast te krijgen voor onze ferryovertocht naar Ithaka van morgen. De andere twee verkochten enkel cruises. Ons kaartje is wel goedkoop : 5 euro heen en terug, fietsen gratis.

27° C, indommelen op ons balkon, Mireille 20 zwembadlengtes.

En dan begint het te stormen.

Oei oei, die boottocht van morgen …

***

Bij de zoektocht naar een supermarkt ontdekken we een alleraardigst restaurant vlak bij ons hotel. Authentieke Griekse keuken, supervriendelijke bediening, tafels en stoelen verspreid langs een meer, een waterrad, een terras met niveauverschillen, het strand …

Als de wind gaat liggen bestellen we na de maaltijd nog een karaf lokale rode wijn en degusteren die op het strand, samen met Janneke Maan. Het toetje en de koffie krijgen we gratis aangeboden, en we reserveren reeds een tafeltje voor morgen. Op het strand.

Jassou.

*** Een Duitse reisleidster laat een tv naar buiten slepen voor de voetbalfinale tussen Liverpool en Milaan. Een troebel beeld met veel haperingen, en als de match echt begint is iedereen reeds ribbedebie …

Dag 5 – Odysseus achterna (Herman)

Het weer heeft ochtendhumeur als we om half acht (“de vroege”) het ontbijt aanvallen, onze fietsen van onder de palmbomen halen en naar de ferry van half negen spurten. Het klassieke gemanoeuvreer van vrachtwagens, bussen en auto’s om op de boot te geraken, maar wij nemen niet veel plaats in met ons stalen ros.

Ithaka verschuilt zich nog even in de mist, maar na een half uur staan we in het onooglijke Piso Aetos. 1 drankstalletje, verder niets. En 1 enkele weg, immens steil naar boven. Mireille fietst nog even wat rondjes op de kade om de kleine versnellingen scherp te houden, en dan peddelen we in een onmerckxsiaans tempo naar een eerste kruin. Beneden staat er nog 1 echtpaar met reiskoffers eenzaam op een taxi te wachten. We bollen onze moeizaam overwonnen hoogte terug naar beneden, en voorbij een strand kunnen we er terug aan beginnen. Stevig op de trappers, voorbij een restaurant (da’s voor straks) naar Lefki, en dan afdalen tot Stavros. Een groter dorp met een stuurse kerk, restaurants (te vroeg) en een winkeltje waar ik nieuwe batterijen voor de gps op de kop kan tikken. En met een poes die absoluut in de fietszakken wil kruipen.

We volgen een wegwijzer steil naar beneden richting Frikes. Een alleraardigst kustplaatsje met rijen restaurants (nog steeds te vroeg), geprangd tussen hoge rotspartijen met ruďnes van windmolens. Zigeuners in aftandse auto’s zwermen rond de ferry. Een oudere dame legt het kusttafereel vast met penseel, Mireille in pixels.

We draaien onze fiets om, pompen onze longen vol lucht en klimmen in 1 ruk … 12 kilometer verder en 550 meter hoger. Wat een conditie ! In het kleine bergdorp Anogi stoppen we aan een kafeneion waar we Nederlanders ontmoeten die net het kerkje bezichtigd hebben. We vragen 2 café frappés en de sleutel aan de in het zwart geklede waardin en gaan op ontdekkingstocht. Prachtige fresco’s van heiligen op wanden en plafonds, een geheime tip, dit staat in geen enkel boek denk ik. De cafébazin brengt nog kussentjes voor op de wankele bank.

Voorbij Anogi kruisen andere berggeiten onze route. Prachtige bergwegen, en een arendsblik over de zee. Een hele reeks kleine eilanden, straks eens onze zesdelige atlas openslaan (of hebben we die thuis vergeten ?).

We laten dit bucolische tafereel achter ons en gooien ons met ware doodsverachting de diepte in. Scherp dalende lussen, even mijn zonnebril op en mijn petje af. Aan het eerste restaurant van daarstraks knijpen we onze remmen dicht (nodig bij meer dan 50 kilometer per uur). Half twee, perfecte timing voor een lunch in Griekenland. Vergeet het, de kok heeft er geen zin in en sluit snel de keuken als hij ons ziet aankomen.

Nog een 7%-klim voorbij de kust en dan in haarspeldbochten tot de aanlegsteiger. Een uur te vroeg, dus tijd voor de schapenkaas en tomaten. Ondertussen komen de eerste auto’s terug toe en parkeren zich schots en scheef op wat ze strategisch het beste plaatsje vinden om vlot op de ferry te geraken. Iets later zien we iedereen met een ijsje rondlopen (reporter incluis).

Een zigeunerfamilie heeft knoflooktrossen uitgestald op de rotsen. Hun hele hebben en houden (wat pannen, borden en een stoel) steekt bovenaan in hun gedeukte wagen. Hij heeft een Nutella-T-shirt aan. Ondertussen is ook de zon nieuwsgierig komen piepen. Een bestelwagen parkeert zich alvast in achteruit.

En dan komt plots een wagen van de havenpolitie aangereden. Twee norse agenten stappen uit en kijken meteen argwanend naar onze fietsen die op een super-strategische positie staan – namelijk helemaal vooraan.

- Your bikes ?

- Mm.

- Sami ?

- Yep.

Hij aarzelt nog even of de fietsen wel helemaal exact op de plaats staan die hij in gedachten had, maar dan wordt zijn aandacht getrokken door de chaos achter de fietsen.

Nutella mag meteen al zijn knoflook inladen en zijn wagen verplaatsen. De bestelwagen moet weer met de snuit naar voor, en iedereen moet gemillimeterd in het rijtje gaan staan. Orde in het kippenhok. De vrachtwagens en bussen blijven maar de steile helling afrijden, en de 2 mannen maar druk aanwijzingen geven.

In Karavomilos wandelen we langs de kust terug naar Sami, en worden van een terrasje gewaaid en nat geregend op onze terugtocht.

Zwemmen zal niet voor vandaag zijn.

Dag 6 – Griekse gastvrijheid (Mireille)

Iedereen heeft vandaag vroeg ontbeten omwille van het mooie weer. Wij zitten in de eetzaal met enkele andere langslapers. Wanneer we uitchecken krijgen we een cadeau in onze handen geduwd en 3 kussen erbovenop.

Op het programma staat een tocht van 27 kilometer naar Poros met 500 meter klimmen en dalen. Eerst alles naar boven en dan terug de zwaartekrachtwetten respecteren. Het alles naar boven wisselt wel : soms steil klimmen, dan weer geleidelijk. De laatste 5 kilometer staan de afstanden tot de top op de grond gekalkt – is dat nog van de ronde van Kefalonia ?

Op de top is er een rustpunt met bron, heerlijk koel water. De gedenksteen staat er al van 1939. Wel onduidelijk of het water al dan niet drinkbaar is. Even later zoeven we de weg naar beneden tot in Agios Nikolaos. We bezoeken er het Avithosmeer, volgens de legende een eindeloos diep meer vanwaar men toegang tot de onderwereld had. In werkelijkheid een kleine blauwe plas van 10 meter diep met hoog riet en onkruid erbovenop, volledig omsloten door een hoog hek. We klauteren door het struikgewas omhoog tot op een dak om een beter beeld te krijgen.

De volgende halte is vlak voor Poros, de Myceense tombe. Een graf uit 1350 voor Christus, trouwens de grootste tolos in Noordwest-Griekenland. Aan de ingang bevindt zich een kleine parking en een kiosk. Twee Griekse dames kletsen er maar op los. From Belgium – English or German brochure ? Herman haalt zijn geldzakje boven maar neen, het is gratis.

Een derde stop is bij de haven van Poros. Een lichte lunch met een half litertje wijn, lekker dicht bij de zee en in de schaduw op het heetst van de dag. Heerlijk ! En we krijgen er nog een fruitsla extra bij.

In hotel Odysseus krijgen we geen kamer maar een heel appartement met een keuken en … 2 balkons. Een wandeling brengt ons tot bij de haven waar net een grote ferryboot binnenvaart. Een heel spektakel van uit- en inschepen, en wanneer de ferry terug afmeert keert de rust aan de haven terug.

Nog een heel grooooooot ijsje voor Herman en een café frappé (keuze uit tientallen varianten) voor mij en deze dag kan niet meer stuk.

Zeker niet als we ’s avonds tussen de Griekse families dineren en weer een ijscoupe aangeboden krijgen. De Griekse gastvrijheid op en top.

Dag 7 – En de 7de dag ... (Herman)

Nog half slaperig dalen we de trappen van ons appartementshotel af, op zoek naar ontbijt. Geen geur van versgebakken croissants ? Neen, een café waar de tv regeert – een tekenfilm vol decibels – en een half dorp in het zwart geklede oude mannetjes die kaarten of van hun koffie slurpen.

En het wonder geschiedt : koffie, thee, fruitsap en geroosterd brood.

Maar wel nog honger achteraf. En de bakker om de hoek heeft zoete koeken … allen daarheen.

SNP biedt weer twee mooie fietsroutes naar Argostoli. Ze maken het ons graag moeilijk. We kiezen dit keer eens voor de “gemakkelijke” kustroute, maar dat gemakkelijk moeten we snel herzien. Scherp op en af, langs en boven fraaie keienstranden. Hordes wielertoeristen kruisen ons pad, ze zien er nogal vermoeid uit. De zon en de blauwe lucht kijken nieuwsgierig toe.

Na een tiental kilometer pompen en niet verzuipen passeren we de langgerekte strip luxehotels van Skala, smakeloos neergepoot tegenover de weergaloze kust. We stoppen even aan de kleine witgekalkte Agios Georgioskerk geflankeerd door Dorische zuilen (overblijfselen van een antieke tempel).

In Skala wijzen 2 pijlen “Roman villa” elk een verschillende richting uit. We kiezen de linkse en lopen vast op een strand met grote rotsen. Afgeleefde en puffende toeristen lopen steeds voor de lens van Mireille, dus geen rotsen op de foto. Rechts lukt de villa wel, indrukwekkende mozaďeken (gratis !) midden in het veld.

En na 18 kilometer, voorbij Ratzakli, pff … lekke band. Vlak aan een kerkhof met waterpunt. Terwijl ik de band vervang komen twee Engelse toeristen even het kerkhof (van de aardbeving van 1953) bezoeken, en komen zich dan parmantig neerzetten vlak waar ik mijn vuile-handenarbeid uitvoer. Waarschijnlijk hun hoogtepunt van de dag …

300 meter verder heb ik weer prijs ! Blijkt de buitenband beschadigd te zijn. Mijn laatste binnenband erop, terugwandelen naar het kerkhofwater, en dan de tomaatjes, brood en schapenkaas oppeuzelen (zo hebben we overigens ook lichtere fietszakken).

En route. Pang, weer lek. Om moedeloos van te worden. De fietsverhuurder opbellen. De ene diepe zucht na de andere. Om 16 uur, nee 17, maybe … Daar wachten we niet op. Mireille gooit zich voor enkele pick-ups, maar die stoppen niet. En dus hobbel ik maar met mijn lekke band verder. Steil bergop. Na een tijdje begint die band een vreselijk snerpend geluid te maken, zodat hele dorpen en het complete hondenbestand uit hun siësta gehaald worden.

Twintig kilometer verder komt verhuurder Pantelis dan toch opdagen. Ondertussen zijn mijn spieren ook bijna lek. Veel Griekse toestanden, zenuwachtig, verongelijkt. Hij duwt mij zijn gsm in de handen. Blijkt er een Hollandse dame van Prescott Travel in Athene (Griekse organisator van deze reis in samenwerking met SNP) aan de andere kant van de lijn te hangen. Veel blablabla, heb ik nu even geen behoefte aan.

Nieuwe fiets – iedereen tevreden. En 4 reservebanden. Met het nieuwe vehikel en de lekke spieren haal ik toch moeiteloos de kruin van het Kastro, de oude hoofdstad van het eiland. Nu nog een burcht met wat restaurants en cafés errond. En gesloten.

De eindspurt bergaf brengt ons terug in het drukke Argostoli. Uitgedroogd, daar kan alleen een Mythos-biertje verandering in brengen.

De aanlegsteiger van de ferry naar Lixouri. Een bordje: ferry om het half uur. Morgen is het wel zondag … het zal ons benieuwen.

Dag 8 – “Moving rock” – de rots beweegt echt, hij is zelfs weg … (Mireille)

De Grieken nooit onderschatten – ferry’s bij de vleet.

Zwoel warm weer, dus is onze beslissing snel genomen : een klein rondje fietsen rond Lixouri. Vlot met de fiets op de veerboot, tickets op de boot. 5 kilometer en 25 minuten verder meren we aan. Aan de haven lokken de terrasjes uitnodigend maar dat is voor straks.

Ons roadbook geeft ons 2 mogelijkheden en enkele bijkomende bezienswaardigheden. De bewegende rots – dat klinkt goed – en bijgevolg slaan we in Mantzavinata een zijweg in, door een golvend landschap doorsneden met rotsformaties, slapende honden volgens de plaatselijke bevolking. Wanneer we na anderhalve kilometer aan de zee staan wordt Herman zijn vermoeden bevestigd – geen rotsen, laat staan bewegende. Dan maar terug naar de kerk van Mantzavinata en nu vinden we wel de borden naar Kounopetra. We slagen er nog eens in om een verkeerde afslag in te rijden (omdat er Moving Rock Village op stond – mooie vakantiehuizen met eigen zwembad en terras, maar geen bewegende rots). Derde keer, goede keer, een rots in het water, een bord, een taxi en een motorfiets. Onduidelijk of dit nu het exemplaar is. We weten natuurlijk wel dat het ding opgehouden is met bewegen na de aardbeving van 1953. De omgeving is wel prachtig en idyllisch, net de “white cliffs of Dover”.

Intussen verliest de zon het duel met de wolken en is er een frisse bries opgestoken. Op het terras bij Maxim krijg ik het zelfs koud en ik ben zo te zien niet de enige. Als we even later op de ferry zitten komt de zon echter weer schuchter door het wolkendek piepen.

Nu nog een korte fietstocht in Argostoli, eerst naar een zeewatermolen bij het meest trendy “place to be”-café, en dan naar de meest originele vuurtoren in de vorm van een grote ronde tempel. Terug stralend blauwe hemel, minder wind. Wat rusten, lezen en dromen van volgende Griekenlandreizen.

Deze keer laten we er beslist geen 15 jaar meer over gaan.

Dag 9 – Het venijn zit in de staart (Herman)

Om vijf uur uit de veren. Slaapdronken alles in de taxi gooien en een langgerekte zigzag naar het luchthaventje van Argostoli. Zo goed als verlaten. Waar zijn de incheckbalies ? Na een tijdje verschijnt er toch een dame (er heeft zich ondertussen reeds een lange rij achter ons gevormd) om onze biljetten in boarding passes om te toveren, vlucht naar Brussel incluis. Maar dan moet de bagage weer van de band worden gehaald om doorgelicht te worden. Tussen de wachtende rij … chaos alom.

In de wachtzaal wordt plotseling iets in het Grieks en onverstaanbaar Engels omgeroepen. Vlucht vertraagd. Plotseling staan alle Grieken recht en lopen door de scanner terug naar de inkomhal. De scanner protesteert luid piepend. Wij blijven nog over met een ander Belgisch echtpaar en enkele andere toeristen. De Belgische vrouw gaat ook even poolshoogte nemen en komt terug met de boodschap van een taxichauffeur dat de vlucht afgelast is. Volgende vlucht pas om half elf vanavond …

Wij meteen naar de balie van Olympic Airways waar iedereen tegelijkertijd probeert informatie te krijgen. Een Amerikaanse familie verspert ons de weg met al hun lijf en leden, en enkele Grieken kruipen tussen- en onderdoor. En er is maar 1 enkele pc beschikbaar om de internationale vluchten op te zoeken.

Chaos is wel degelijk in Griekenland uitgevonden …

Ondertussen komt de bagage terug aangerold. Na een half uur krijgen we de Amerikanen op een stoeltje (ze staan op een wachtlijst voor Amsterdam). We kunnen een vlucht van Athene naar Brussel hebben om 16.30 uur, maar dan moeten we eerst met de taxi naar Sami, vandaar met de bus en boot naar Athene, en dan de taxi naar de luchthaven. Dat wordt racen.

Eerste deel : Sami halen binnen het half uur. We charteren een taxichauffeur en die plooit zich dubbel in de talloze bochten om de ferry van half tien te halen. 7 minuten voor het vertrek van de ferry komen we toe … bus volzet. We kunnen wel mee op de boot tot Patras, maar dan moeten we wel nog met de bus in Athene zien te geraken. Onbekend om hoe laat die vertrekt en hoe lang die erover doet. De chauffeur stelt voor om ons zelf naar de luchthaven te brengen. We stemmen toe voor 500 euro all in. Hij koopt de tickets naar Patras en rijdt nog net op tijd de ferry in.

Iets later vinden we de Vlamingen terug. Zij waren amper een halve minuut voor het vertrek van de ferry aan boord. De oprijbrug ging al omhoog als hij de taxichauffeur nog stond te betalen … Ze zien nog witjes van de rodeorace die ze achter de rug hebben. In elk geval : ze gaan akkoord om de taxi met ons te delen zodat we de prijs kunnen halveren.

In Patras resten ons nog 250 kilometer. Het wordt een helse tocht. Tegen soms 170 kilometer per uur slalommen tussen het drukke verkeer en rechts inhalen … op de pechstrook. Ik sluit de ogen niet alleen van vermoeidheid.

Om half drie in de luchthaven. Lange file aan de vertrekbalie. But we made it. De andere Belgen hebben nog een extra hindernis te overwinnen. Een of andere administratieve fout op hun ticket – nog eens aanschuiven aan een even indrukwekkende rij aan de balie van Olympic Airways. Maar ze halen het ook.

Een olympische prestatie.

En dan krijgen we te horen dat onze internationale vlucht verlaat is …