
Reisverslag uit Slovenië, Kroatië en Duitsland
Dag 1 – donderdag 2 juni 2005 (Herman)
Mireille gaat nog een half dagje werken en maakt een lijstje op met wat ik straks zeker niet mag vergeten mee te nemen : picknick, water, fruitsap, fietspomp … en Mireille.
“Duitsland, een makkie. 130 per uur en nog meer, dat schiet zo op. Je bent erdoor voor je het weet”. Veel goede raad maar de Duitsers denken er anders over. Om de vijf kilometer wegenwerken, en het schiet dus helemaal NIET op. Maar toch halen we nog 750 kilometer, niet tot voorbij het verhoopte München, maar toch tot in Augsburg. Onder een stralende zon met blauwe hemel nemen we de afslag en volgen de bordjes naar hotel Linie en hotel Picasso. We rijden door tot in het centrum, nog steeds het veelbelovende hotel Linie volgend, Picasso is ondertussen van de aardbol verdwenen. Voorbij het centrum nog steeds die bordjes, dat hotel ligt wel ver. We zien afslagen naar andere hotels, maar met geen parkeerplaats. Dat hotel Linie zou vast wel eens peperduur kunnen zijn, als ze het al van zo ver aanduiden. En plots moeten we een bocht van 180° maken, en terugrijden van waar we gekomen zijn, nog steeds in het zog van hotel Linie. Waar ligt dat vijfsterrenhotel nu eigenlijk ?
En dan valt mijn euro … Hotel Linie betekent “hotelzone”.
Hotel Alpenhof is dan ook een goed alternatief, een ruime parkeerplaats en een vriendelijke dame aan de receptie. Standaard-, comfort- of luxekamer ? Standaard, wij zijn “budget”reizigers. Een prachtig ruime kamer, wat is comfort en luxe hier dan ?
In het restaurant bestel ik een kir. De dame bekijkt me of ze het in Augsburg hoort donderen (en het staat nochtans op de kaart). Ook bij de witte streekwijn zie ik ze het voorhoofd fronsen (waar ligt die nu ook al weer ?). Niet verwonderlijk in een biergarten- en bierstubeland.
Het menu is vettig, de prijs gelukkig niet. En de glimlach komt er gratis bij. We zitten naast een afgedankt paard van de paardjesmolen – 's nachts droom ik van de kermis.
En morgen : Slovakenië …
Dag 2 – vrijdag 3 juni 2005 (Mireille)
De wegenwerken blijven ons achtervolgen in Duitsland. Maar eenmaal in Oostenrijk loopt alles op wieltjes: geen werken, heel weinig verkeer en veel minder vrachtwagens. Wel tunnels en bochtiger wegen. En een o zo mooi landschap, met sneeuw bedekte bergtoppen.
De Sloveense grens ligt ergens halverwege de Karawankentunnel. De Oostenrijkse douane werpt enkel een vluchtige blik op ons paspoort. Het landschap blijft na de tunnel identiek, enkel de taal op de verkeersborden wijzigt. Het einde van de autoweg is ook het einde van onze trip vandaag : Bled, de parel van Slovenië.
We rijden onmiddellijk richting camping en slaan onze tent op onder enkele bomen, op voldoende afstand van de buren. We fietsen rond het meer, inclusief meerdere fotostops. Sneller dan verwacht staan we terug aan de camping, en maken dan een tweede rondje te voet, nog korter want veel dichter bij het meer. Het superfotogenieke eilandje met de fraaie kerk tussen het groen is vanuit alle hoeken de blikvanger.
Bij een mooi ogend terrasje ploffen we neer en proeven van een pivo “Union”, een pittig Sloveens biertje. We informeren nog even naar de prijs van een boottochtje (10 euro) maar we moeten minstens een uur wachten. Dat zal voor een volgende keer zijn.
Dag 3 – zaterdag 4 juni 2005 (Herman)
Om half zes worden we bruusk gewekt door een afschuwelijk luid geblaf. Het snijdt door merg en been. En het blijft aanhouden. Kan die eigenaar dan niet ingrijpen ?
's Morgens horen we dat het een wolf was …
We geraken in gesprek met onze Nederlandse buren die al een maand door de voormalige Joegoslavische republieken trekken. Vooral Macedonië vonden ze fantastisch. Servië dan weer niet, omdat ze voortdurend door de politie in het oog werden gehouden.
Plein soleil en 26°C. Met tegenzin vouwen we de tent op. We rijden naar het zuiden van Slovenië (hier komen we zeker nog terug) en steken zonder problemen de grens met Kroatië over. Het laatste stuk is bochtig, en in Umag missen we eerst de juiste afslag naar hotel Kristal. Een tweede poging door de nauwe, volgeparkeerde straten lukt wel, en voorbij een slagboom krijgen we een privé parkeerplaats aan het water aangeboden. Het fraaie driesterrenhotel ligt vlak aan de baai. Het stemmige pleintje is helaas opgebroken. Heel Italiaans, met een afzonderlijke campanile. Een lange stenen pier nodigt vanaf het hotel uit tot wandelen. We kiezen het mooiste terras uit, waarna Mireille het koude water van het zwembad trotseert.
Om zeven uur komt de dame met de vouchers niet opdagen – ze komt pas anderhalf uur later. Een Belgisch echtpaar blijkt ook de individuele fietstocht te hebben geboekt en … een halve bus Oostenrijkers, Zwitsers en Duitsers. We ontvangen de vouchers niet zo maar. Eerst krijgen we nog gedurende een half uur een Duitse spraakwaterval over ons, op een kleutertoon (“de map niet openmaken voor ik het zeg, dan ga ik jullie alles één voor één uitleggen …)”. Als ze op een bepaald moment begint uit te leggen hoe een fiets werkt (!) houden we het voor bekeken en steken de voeten onder tafel in het inmiddels bijna verlaten restaurant. En na de laatste slok Italiaanse rode wijn wordt het restaurant achter ons gesloten. En dan nog even een pierwandeling als afzakkertje. In de verte zien we bliksemflitsen aan de horizon. Slecht weer op komst ?
Dag 4 – zondag 5 juni 2005 (Mireille)
We worden 's nachts gewekt door een hevig onweer, bliksems, donderslagen, hevige windstoten en regen waar geen einde lijkt aan te komen. We prijzen ons gelukkig dat we nu in geen tent liggen. Wanneer de wekker ons enkele uren later wakker rinkelt is de lucht nog steeds grijs.
Om negen uur loopt Herman naar de fietsenstalling en parkeert de fietsen nog even op de auto. Wij pakken rustig de reiskoffers, slenteren naar de supermarkt en stellen de picknick samen.
Ondanks het grijze wolkendek nemen we dan terug onze fietsen en besluiten we rit 1 aan te vangen. We volgen de lange marina tot aan een hotelwijk, waar ook het “Croatian Open” tennistornooi gespeeld wordt. Wat later wijken we verder van de zee af, maar krijgen nog een blik op een dorpje aan de Sloveense kust. We peddelen verder via rustige wegen met tal van kleine boerderijen met honden op het erf die zelfs te moe zijn om hun ogen open te doen (wat een meeval). We zien olijfbomen, wijnterrassen en af en toe een bordje aan een onooglijke boerderij met de vermelding dat er wijn en grappa te koop is. Bij een regenbui moeten we even schuilen in een stenen bushokje. We zien een hele bende rode tourbikefietsen voorbij komen.
Op een muurtje laten we de broodjes met lekkere kaas in onze maag verdwijnen, en vrij snel staan we daarna terug aan de kust. Een korte pauze, enkele stevige fietsomwentelingen en daar is Umag weer.
's Avonds eten we rustig buiten met zicht op zee en proeven voor het eerst de witte malvasiawijn die pittig fris smaakt.
Dag 5 – maandag 6 juni 2005 (Herman)
Vandaag staat er slechts 31 kilometer op het programma, omdat de rest van het parcours met de boot afgelegd wordt.
Markt in Umag, en dus is het een beetje lastig om de stad uit te rijden tussen parking zoekende auto's. We fietsen een stukje terug vanwaar we gisteren kwamen, volgen trouw de E-tekens (E van Eurobike) en … worden de weg versperd door prikkeldraad. Wat hebben we nu weer gemist ? Wat heen en weer, en links en rechts inslaan brengt geen soelaas, en dus rijden we maar op basis van de fietskaart tot we op de drukke hoofdweg de aanduidingen terugvinden.
We passeren San Giovanni, een heilige met … als Kroatische roepnaam. De wegen kronkelen heerlijk door de dorpjes, maar we moeten doorzetten want om 13 uur worden we aan de haven van Novigrad verwacht. We halen de timing moeiteloos, maar uiteindelijk vertrekt de boot maar om 14.20 uur. Novigrad is supergezellig, met talloze eethuizen en terrasjes. Door de onaangekondige vertraging zitten we echter een uur naast de boot te niksen (gelukkig is het stralend weer). Uiteindelijk blijken niet enkel de Duitstalige bikers maar ook een flink aantal Britse vakantiegangers (velen met dikke buik en rood verbrand) met de boot mee te komen. We krijgen grappa aangeboden, en moeten dan het volledige oeuvre aan Britse volksliederen aanhoren, onder begeleiding van een harmonica. De liederen worden uit volle borst meegezongen. Gelukkig worden ze met mondjesmaat uit de boot gezet telkens we een vakantiekolonie in Porec passeren. We varen dan onder een stralende zon en 26°C (de Duitstaligen trekken prompt hun halve kleerkast aan) naar het Limski-fjord, terwijl we onderweg op puur natuur getrakteerd worden (veel naturistenstranden). De rotsige kust is fraai, en de fjord kan in ons fototoestel niet in.
Na een fantastische boottocht van 3 ½ uur worden we in Porec afgezet, halen onze fiets op aan het station en vergeten mijn rugzak (met paspoort, geld en autosleutels) in de Eurobike-wagen. En dus moeten we Sandra van haar zonnig terrasje halen. Ook de fietsenbergplaats van het hotel is moeilijk te vinden. Zelfs de hoteldame slaagt er eerst niet in om de juiste sleutel in het juiste slot te steken. De fietsen mogen rusten in een toeristisch bureau, en wij laten ons luxueus hotel aan de haven nog even voor wat het is en flaneren in de nauwe straatjes van Porec. De Decumanus of Romeinse straat is nu de winkelstraat bij uitstek, de basiliek heeft een prachtige zuilengalerij en langs het water loopt een heerlijke wandelpromenade.
Een terrasje, en we moeten ons uiteindelijk nog haasten om te eten. Ik kan net nog hoofdgerecht en dessert tegelijkertijd van het buffet halen voordat alles afgeruimd wordt. Maar onze literfles Malvasia, dat duurt iets langer …
Dag 6 – dinsdag 7 juni 2005 (Mireille)
Stralend blauwe hemel. Picknickinkopen, uitchecken en op een zitbank van de zon genieten. En kaartjes voor het thuisfront volpennen.
Aan de kade begint een tof fietspad. Grote duidelijke borden van de plaatselijke overheid, Porec is duidelijk een fietsstadje. Eenmaal weg van de kust krijgen we afwisselend hellingen en afdalingen onder de wielen geschoven, wel nooit echt lang. De versnellingen laten het wel een beetje afweten. We volgen de E-bordjes maar de kilometers kloppen langs geen kanten. Na een van de eerste hellingen zien we twee Oostenrijkers langs de kant zitten, wat verder duwen twee Zwitserse dames hun fiets aan de hand naar boven. De rest zit al op een terrasje.
Wij hebben nog overschot aan energie en klimmen naast een tractor verder. De landbouwer zwaait enthousiast. Aan een stemmig pleintje met kruis wordt het brood bovengehaald. Zalig in de zon !
Er resten ons nog maar 12 kilometer tot Pazin in het binnenland, meestal golvend. Op een lange afdaling lees ik vaag dat we richting Porinc moeten rijden. Natuurlijk nemen we de verkeerde afslag en moeten een heel stuk terugklauteren.
Als we wat later bij een biertje in de zon zitten uit te hijgen, krijgt de lucht een dreigend karakter. Plots steekt de wind op, klinken er donderslagen en is het mooie weer weeral eens voorbij en wordt het een heel stuk frisser.
We maken nog een uitstap naar de kleine Mariakerk in het dorpje Beram. De gotische kapel biedt uitzonderlijke fresco's uit 1474. Een plaatselijke dame beschrijft ons de verschillende afbeeldingen. En intussen blijft het maar gieten !
Dag 7 – woensdag 8 juni 2005 (Herman)
Terug naar zee, dus een dalende etappe. Als wij nog maar pas ons eerste oog opentrekken, zijn de Duitse Eurobikers reeds ribbedebie.
Vooraleer de beloofde afdaling er komt, krijgen we eerst nog een stevige klim vanuit Pazin onder de wielen. En daarna is het inderdaad meer remmen dan trappen … Op een markt waagt Mireille zich tussen de drukte om met kaas en kersen als trofee terug te komen. We passeren enkele kleine dorpen en krijgen een zicht op het Limskifjord. In Bale zit het hele fietszootje in twee restaurants, maar wij stallen de fietsen en verkennen het middeleeuwse dorpje. Het Venetiaanse paleis op het stemmige plein trekt meteen de aandacht. Achter het kasteel met de Venetiaanse leeuw ontdekken we een wirwar aan geplaveide straten. Veel huizen zijn in verval. In een aantal zijn al een konoba (restaurant) en een tweetal winkels gevestigd.
Na Bale komt acht kilometer drukke baan, tot het onuitspreekbare Kokuletorica. Aan de Vestarcamping komen we uit aan het water. We slalommen tussen de wanordelijk opgestelde caravans, sluiten de ogen voor al het bloot dat we hier zien, en proberen dan recht te blijven op een 400 meter lang kronkelend mountainbikepad door een bos.
De picknick aan het rotsstrand gebeurt in vlug tempo vanwege de ijzige wind. We blijven tussen de campings fietsen, kilometerslang over een grintwegje. En dan staan we plots in oog met het schitterende panorama van Rovinj, de middeleeuwse stad met bovenop de barokke Sint-Euphemiakerk. Ons hotel is moeilijk te vinden. Natuurlijk ligt het weeral een heel eind van de gezellige havenbuurt af. In het pension krijgen we gratis bier en water aangeboden. “Everything in this house is for free”. Dat moeten ze tegen de Belgen zeggen …
We wandelen terug naar Rovinj-centrum en slenteren er heerlijk rond, ondanks een plotse plensbui. En de avond wordt bekroond met een heerlijke vismaaltijd aan het water met zicht op de ondergaande zon. En Sint-Euphemia duidt op haar toren al aan in welke richting we morgen moeten fietsen. Maar eerst eens goed uitslapen. Als de Duitsers morgenvroeg maar niet te veel lawaai maken !
Dag 8 – donderdag 9 juni 2005 (Mireille)
Jawel hoor !
Het Duitstalig gezelschap stapt al op de fiets wanneer wij nog slaapdronken op zoek gaan naar het ontbijt. Sandra komt ons vertellen over een alternatieve fietsroute. Om het te verduidelijken krijgen we zwart-witfotokopies van foto's met pijlen.
We vertrekken langs dezelfde weg als gisteren tot aan de naturistencamping, dan een “geklede” camping en als bij toeval vinden we het juiste fietswegje ook nog. De eerste foto lijkt redelijk te kloppen (dit lijkt wel een fotoquiz). De kilometeraanduidingen kloppen weer langs geen kanten en het grindpad begint ons danig te vervelen. Bovendien begint onze maag te knorren en zien we niet meteen eetgelegenheden.
Pas om kwart voor twee ontdekken we een konoba in Barbariga. De pasta met goulash smaakt heerlijk. We delen de ruimte binnen met vier bouwvakkers die een dikke soep met worst binnenlepelen.
Het is ondertussen frisjes geworden. Na driehonderd meter loopt het weer mis. We komen de andere Belgen tegen die de verdere route niet teruggevonden hebben. We ondernemen samen nog een zoektocht – tenslotte blijkt de route in een heel andere richting te liggen. Een kleine omleiding brengt ons uiteindelijk naar het zonnige en gezellige Fasana, waar het zicht op de Brijuni-eilanden schitterend is. Maar jammer, de plicht roept. Via een grintweg langs de zee naderen we stilaan Pula. Nog even de fiets trappen op en trappen af sleuren om dan op een drukke ringweg – gelukkig met (slechte) fietspaden – uit te komen.
Ons hotel … oogt niet al te gezellig, en dus opteren we voor een tof terrasje aan de jachthaven, een plaatsje uit duizenden.
Nu de zon nog !
Dag 9 – vrijdag 10 juni 2005 (Herman)
In Pula raken veel toeristen niet verder dan de Trg Republike, het oude Romeinse forum, nu bezaaid met gezellige terrasjes in de schaduw van de Augustustempel. Wij zetten door, lopen onder de triomfboog van Sergius, laten de konoba's en ijsjessalons achter ons en gaan aanschuiven aan de spectaculaire mozaïekvloer uit een Romeins herenhuis. Via de domkerk met losstaande toren en de industriële haven komen we uit aan het indrukwekkende amfitheater, een van de meest gave exemplaren uit het Romeinse tijdvak. Voor 10 kuna's mogen we binnen. De binnenzijde is evenwel minder goed bewaard gebleven. Dan spurten we nog naar een winkeltje (wijn, olijfolie), pikken een terrasje mee … op de Trg Republike en komen net op tijd aan de haven waar de boot naar de Brijuni-eilanden wacht. Slechts acht passagiers, dus we hebben ruimte zat. We krijgen drie liter witte wijn toegeschoven (en, o ja, klein detail, ook drie liter fruitsap). We varen in twee uur om de eilandengroep heen (want aanmeren is slechts toegelaten vanuit Fasana). Eens de haven uit krijgen we wild water, zodat iedereen nog met moeite kan blijven zitten (het glas wijn vasthouden lukt wel). Mireille voelt zich echter als een vis op het water en gaat het grootste stuk van de tocht op het voordek staan, de golven trotserend. De eilanden stellen al bij al weinig voor, maar de boottocht maakt alles goed. En op het einde is het onduidelijk of de golvende beweging van de boot door de wilde zee of door de wijn komt …
Eens terug in het hotel strijken we eerst op een pizzaterras neer waanra we nog een fietstocht van 25 kilometer toevoegen aan ons palmares. In Premuntana vallen we in slaap op de rotsen langs het water en bij het terugfietsen vinden we de afslag naar ons hotel niet meer. We vragen het twee keer, en telkens worden we een doodlopende wei ingestuurd. Als we dan uiteindelijk toch het hotel terugvinden hebben we nog vijf minuten om ons om te kleden voor het avondmaal.
Istrische specialiteitenavond in een Macedonisch hotel, dat klinkt niet overtuigend. En inderdaad: een obscuur soepje, gepaneerde kalkoenschnitzels met echte (!) puree, en pannenkoeken met jam uit het potje.
Het recept mag van ons geheim blijven !
Dag 10 – zaterdag 11 juni 2005
We zoeken een plaatsje aan de lange tafel en vinden enkel nog een zwaar geplunderd ontbijt. En wanneer we onze smakeloze boterhammen opeten ruimt een ober de tafel af …
Even later worden de reiskoffers ingeladen en de trailer aan het Eurobikebusje gekoppeld. Een uurtje later staan we terug aan het Kristalhotel in Umag. Op de parking laadt iedereen snel zijn reiskoffers in om onmiddellijk weg te rijden. Wij brengen nog een bezoek aan de markt en beginnen dan aan onze reeks grensovergangen.
Langzaam verkeer en file, en ja deze keer willen de heren foto's zien. In Umag scheen de zon, in Slovenië is het bewolkt en in Italië regent het. Wij schakelen ondertussen een tweede ontbijt in met koffiekoeken en cappuccino. In Oostenrijk staan we in de file aan de … tunnel. En tenslotte komen we terug aan de wegenwerken uit in Duitsland.
Na een tocht van tien uur worden we zeer hartelijk ontvangen in hotel Zur Linde in Schambach (Oberbayern). Lekker eten en een royale literfles witte wijn doen ons de regen buiten vergeten.
Dag 11 – zondag 12 juni 2005 (Herman)
Het Schambachtal in Oberbayern. Hadden we nog nooit van gehoord voor we het op internet reserveerden, maar het is hier schitterend.
Een stevig ontbijt, dat was al een tijdje geleden. Het is nog wat frisjes als we de Radweg opzoeken, maar het is vannacht gelukkig uitgeregend. De bewegwijzering van de langeafstandsfietspaden is voortreffelijk, en van overal duiken dan ook nog eens lokale wandel- en fietswegjes op. Inclusief massa's wandelaars en fietsers.
We steken de Altmühl over en volgen een grintkronkelwegje langs de oever en door het bos. Heerlijk op en af, en volledig verkeersvrij. Duitsland is een fietsparadijs. We passeren moedig enkele Bierstuben, maar na 30 kilometer wordt de verleiding te groot in het toeristische Beilngries, dat behalve een imposante kerk met dubbele toren wat dunnetjes uitvalt. Mireille bestelt een slaatje, en ik een wildschotel. De tafel is bijna te klein … Het slaatje blijkt een volwassen krop te zijn, met vlees en knoflookbrood en veel groenten. Mijn wildschotel wordt vergezeld van sla, spätzle, aardappelen, … en daar halve liters bier bij.
De terugtocht langs dezelfde weg start dan ook moeizamer, maar als een uitbundige zon doorbreekt spurten we door naar ons gezellige hotel Zur Linde. Thuis heb ik wel vijftig hotels van de streek uitgebreid gescreend en dit kreeg de prijs voor de sfeer, de rust en het zonneterras. En bijgevolg maken we van dit laatste nu uitgebreid gebruik. Zo warm hebben we het in Istrië zelfs bijna nooit gehad !
Het aperitief nemen we om half acht buiten, maar meteen willen ze ook ons avondmaal serveren. Even wachten dames, aperitief is heilig in België. Maar misschien wil meneer toch al de wijn kiezen ? Zucht …
De rust valt over het piepkleine dorpje, de wijn is heerlijk en daar is eindelijk mijn “frische Forelle” waar ik al twee weken van droom. Duitsland zit vol clichés, maar gelukkig ook vol forellenvijvers …
Dag 12 – maandag 13 juni 2005
We krijgen maar niet genoeg van het fietsen en verkennen de andere kant van het Altmühltal in de richting van Eistadt. Het is opmerkelijk warmer dan gisteren maar anderzijds zijn er ook veel wolken.
Vandaag is het minder golvend maar we moeten wel tegen de wind in beuken. We moeten de hele tijd “guten Morgen” zeggen, volgende keer hang ik een bordje aan mijn fiets …
Een leeuwerik zingt boven het veld, een reiger zoekt zijn middagmaal, vinken vliegen verschrikt weg en zwaluwen dansen over het land. Na zo'n 23 kilometer bereiken we het barokke universiteitsstadje met dom en vele terrasjes. Herman gaat voor een ijssalon. Een mooie grote ijscoupe is in een mum van tijd leeggelepeld. Intussen bestudeert de schooljeugd uitgebreid het aanbod – moeilijk om de juiste ijsbol uit te kiezen.
Nog een picknick op een zonnig plaatsje aan de rivier en dan in hoge snelheid (wind mee) terug naar het hotel.
En morgen (wind mee ?) naar huis.