Reisverslag Lofoten en Vesteralen (wandelvakantie)

Dag 1 - 22 juni 2006 (Herman)

Belbus, boemel, airport express en Scandinavian Airlines.

Drie uur wachten op onze aansluiting in Bodo bij een superduur broodje met een kom sla. Het kraantjeswater is gelukkig gratis. Om dan het uur van onze vlucht te zien verschuiven op het scherm: een uur later - anderhalf uur later. De piloten zijn er nog niet - hun vlucht was afgelast.

Ondertussen bestudeert Mireille bij de voorbijgangers de verschillende technieken om een broodje met worst en saus naar binnen te spelen. Heel de hall ruikt trouwens naar worst. Onze vlucht is gelukkig niet afgelast en een uur later landen we in een druilerig Bodo.

De vriendelijke meneer van Europcar helpt ons met zijn zoontje aan een huurwagen. 't Is een grotere en een gloednieuwe - een Honda Civic. Zoonlief haalt de sleutels, maakt enthousiast een doordruk van onze kredietkaart en gooit ons een kaart van Bodo toe. Onze auto valt al van ver op, met een schreeuwerige reclameboodschap langs de zijkant: New Civic, design by Honda.

Bodo valt een stuk kleiner uit dan verwacht. Na vijf minuten staan we aan supermarkt Rimi waar we de koffer volladen. En nog vijf minuutjes later parkeren we de auto aan hotel Skagen. Geen formaliteiten, onmiddellijk de sleutels.

We eten in de Pizzakjelleren onder het SAS Radisson, verkennen nog de havenbuurt en kruipen doodmoe onder de wol.

Dag 2 - 23 juni 2006 (Herman)

Vroeg uit de veren, en dus staan we nogal vooraan in de rij voor de veerboot naar de Lofoten. We nestelen ons op de ferry dapper buiten (bij 10°C) uit de wind samen met andere moedigen. Maar als de ferry Moskenes binnenvaart wordt het dek meteen te klein. Groene rotsklompen met roodbruin geschilderde huizen, schapen en boten: zelfs de dikke Van Dale schiet tekort in woorden.

De E10 - een bochtig wegje met 2 rijstroken en veel versmallingen brengt ons voorbij idyllische dorpen naar Hamnoy. "Onze" vissershut Arnebua, fraai aan een pittoreske baai gelegen, vinden we moeiteloos. Maar waar woont de eigenares? We wandelen het dorp rond, niet te vinden. Ik bel ze op, we moeten 200 meter verder. En bovendien links en niet rechts zoals ze gemaild had. 500 meter verder vinden we het witte huis. Een oude bomma - zo weggelopen uit een sprookje - opent kromgebogen de deur en kijkt ons verbaasd aan. Van mijn Engels begrijpt ze niets maar als ze het woord Arnebua hoort wenkt ze ons naar binnen. Een rommelig interieur, en op de tafel een lijst. Ze vindt onze naam niet. Ik duid het haar geduldig aan, en ondertussen blijft ze maar in het Noors verder tateren. Het geheugen is duidelijk niet meer te best want ik moet onze naam nog 3 keer aanduiden (ze is ondertussen blijkbaar ook vergeten waarom we hier staan ...). 2000 kronen neertellen (zou ze dat wel onthouden?) en de sleutel meenemen.

Als we uitladen aan de vissershut komt de (schoon?)zoon bezorgd informeren of alles wel in orde is ...

Na een soepje rijden we naar Fredvang en maken er een fraaie kustwandeling. Easy, staat in ons wandeloverzicht. Glibberige rotsen, zompige weiden, niet direct onze specialiteit. We passeren rotsen waar vroeger arenden gevangen en gedood werden. Ons eindpunt is een privéhut aan een zandstrand in Mulstoa. De regen en wind worden terug feller. Na 2 uur staan we terug aan onze wagen en testen meteen de airco-verwarming uit.

Bij 10 graden zien we onderweg Noren barbecueën, met open dak rondrijden, vissen en kanovaren. Alles is relatief, denkt Mireille, terwijl ze een vijfde laagje aantrekt.

Dag 3 - 24 juni 2006 (Mireille)

Ik raak geacclimatiseerd en sta al in polartec buiten op het terras. Het kwik blijft onder de 10 graden. De zon breekt af en toe door maar de regenbuien vergallen de pret.

De muesli, jam en het brood worden goedgekeurd. De melk is evenwel puur water.

En dan op naar Reine waar het uitzicht op de Kirkefjord ooit gekozen werd tot het mooiste van Noorwegen. Onze voorkeur gaat evenwel uit naar de fjord van Hamnoy. Reine is veel groter en heeft ook verscheidene winkels. We beperken ons tot een kort bezoek en stoppen enkele keren langs de kant van de weg om de verplichte panoramafoto virtueel vast te leggen. Te weinig zon, dat wordt later terugkeren. In Moskenes gaan we in het Tourist Office op zoek naar info over veerboten. Een jongeman zit met zijn rug naar het loket geld te tellen. Na vijf minuten wanhopige pogingen om zijn aandacht te trekken kijkt hij eindelijk verstoord op en duwt een folder in onze handen. Bellen naar dat nummer, of internetten op die www. En hij terug verder geld tellen.

A is de meest zuidelijke plaats van het eiland dat bereikbaar is via de weg. Een gigantisch aangelegde parking en verkeersvrije fiets- en wandelwegen brengen ons bij de zee en in het dorp. Aan de kust is het ijzig koud door de strakke wind. Een tentje wappert in de wind. Kamperen bij zo'n weer, brrr.

Wij lopen ons warm langs het Agvatnetmeer, hoewel onze voeten hoe langer hoe natter worden. En zeggen dat Herman zelfs niet graag in de Hoge Venen loopt, terwijl hier zelfs de vlonderpaden nog niet uitgevonden zijn. De visgeur is alomtegenwoordig, afkomstig van de duizenden vissenkoppen die te drogen hangen. Deze schijnen een delicatesse te zijn in Nigeria. Enkele gezekerde passages over, en dan komen we aan een steil stuk met een lange ijzeren ketting. Het regent te fel en dus kiezen we maar voor de terugtocht. We eten onze boterhammen op onder het wakende oog van een grote meeuw.

We trakteren ons op koffie, thee en cake in de Arnebua rorbu, en even later trotseren we weer de koude wind en lopen in Sorvagen langs de fjord. We kruisen een ander wandelpad richting Munkebu en besluiten dit een eindje te volgen over rotsplaten en een grintweg. Een stevige klim, maar om 18 uur besluiten we om op onze stappen terug te keren.

Geen vissenkoppen voor het avondmaal. Wel een overheerlijke gravad laks.

Dag 4 - 25 juni 2006 (Herman)

Ontbijt buiten in de zon! Samen met onze huismeeuw die geduldig wacht tot er wat van tafel valt. Mireille neemt ditmaal zonnige foto's van de baai van Hamnoy, net zoals veel toeristen die aan onze rorbu stoppen om dezelfde superfoto te maken.

We rijden met de auto naar het eiland Flakstadoya, waar we een pareltje van een strand ontdekken in Ramberg. De perfectie in het kwadraat: ongerept zand, wat rotsen, hemelsblauw water, klapwiekende meeuwen. Maar als we verdergaan stromen de toeristenbussen plots toe - perfectie heeft zijn prijs.

In Nusfjord stallen we de auto en moeten we inkom betalen. Nusfjord is beschermd door de Unesco: een "Bokrijk" onder de vorm van een verstild vissersdorpje, met rorbuer, pakhuizen en musea rond een pittoreske baai. We vinden ook het startpunt van onze wandeling naar Nesland binnen de betaalzone, gaan onze rugzakken en wandelschoenen uit de auto oppikken en zwaaien nog eens met onze inkombiljetten bij terugeer (geen twee keer een duur Noors ticket betalen!). Een grint-en-slijkpad leidt ons naar rotspartijen aan het water waar we geen begaanbare doorgang vinden. We keren op onze stappen terug en vinden een afslag met een wegwijzer naar Fiskesti - echter geen Nesland. Enkele Noren zetten ons echter op de juiste weg en vandaar kunnen we de gps-pijl volgen. Een stevige klim en dan een onvermijdelijke slijkpartij volgen elkaar op. Ondertussen spelen we laag na laag uit. We lopen al in bermuda, en dat bij 15°C. We krijgen fabuleuze zichten op de kustlijn.

We moeten een ladder opklimmen en krijgen dan een sportieve klautertocht over grote rotsen onder de wandelschoenen. Dat brengt ons in het spoor van een groep Spanjaarden en dus besluiten we om te picknicken: Kneipp-brood met kaas en koffie en panoramisch zicht gratis inbegrepen. Nog een half uur op en af brengt ons uiteindelijk in Nesland, enkele hutten aan het water. We nestelen ons in de zon, terwijl de Spanjaarden dik ingeduffeld achter een rorbu koukleumen.

De gps herinnert zich de tocht feilloos, zodat de terugroute zonder moeilijkheden verloopt. Op de rotsen is het evenwel niet zo simpel om de juiste richting aan te houden. De rode T-tekens van Den Norske Turistforenung vallen niet altijd op.

Na al dat fraais is de autostop aan het dorpje Sund natuurlijk niet meer zo "waw", maar we kunnen er wel de kaartjes posten (uitzonderlijk vroeg voor onze doen).

En wat later zit Mireille al druk in de pastasaus te roeren. Dat wordt weer smullen. Benieuwd of onze huismeeuw ook van de partij zal zijn...

Dag 5 - 26 juni 2006 Mireille)

Oei ! Overslapen !

Dan maar een laat ontbijt, gevolgd door een bezoek aan de viswinkel van Sakrisoy.

Zalm, heilbot, koningskrab, garnalen. Ze hebben het allemaal. Ook gerookte zalm en walvis. En natuurlijk de stokvis. Blijkbaar zijn ze hier befaamd voor hun vishamburgers, en laten we eerlijk zijn ze zien er smakelijk uit.

Na de winkelsessie begeven we ons terug naar de andere kant van het eiland waar we wandeling "nummer 8" uitproberen. Het startpunt bevindt zich even ten zuiden van Bergland en de eindstreep aan de kust bij Kvalvika. Een populair wandelpad zo blijkt, want er keren net 4 wandelaars terug terwijl er 2 net de wandelschoenen aantrekken.

De wandeling volgt een vast Lofotenstramien. Omhoog over rotsen, dan ploeteren door veenland, terug stijgen en tenslotte afdalen via een rotsig pad. Het eindpunt is schitterend : een mooi zandstrand omzoomd door groene weiden met schaapjes. Langs de kant staan zelfs houten picknicktafels en helemaal verscholen een houten schommel. Wel jammer van de aangespoelde rommel. We speuren de rotsen af met de verrekijker maar kunnen helaas geen papegaaiduikers spotten. Maar dat wordt goedgemaakt als wat later een zeearend boven ons hoofd cirkelt.

Terug bij de auto beslissen we om de onverharde weg nog even verder te volgen tot bij Selfjorden, met onbetaalbare uitzichten als beloning.

Op het terras van Arnebua genieten we van de zon ... bij 9°C. Alles went.

Dag 6 - 27 juni 2006 (Mireille)

Vandaag verhuizen we naar Vagan. Eerst opkuisen, en dan de sleutel terugbrengen bij de oude dame, die ook nog potdoof blijkt te zijn en de bel niet hoort. Na enig gezwaai met de sleutel bij het raam en een stortvloed aan Noorse volzinnen (van de oma, niet van mij) kunnen we vertrekken naar Kabelvag. Nog een omweg langs Vikten en dan onder de tunnel naar Leknes. Even schrikken: vlakker, veel bebouwing en heel druk. Maar wat verderop zijn de zichten gelukkig weer liefelijker en speelt de natuur weer de hoofdrol met de fjorden en zeezichten.

Zo'n 2 kilometer voor Kabelvag staat camping Sandvika aangeduid. De dame aan de receptie kijkt ons vol ongeloof aan, maar vindt onze naam dan toch op haar pc terug. Huisje nummer 14, jammer genoeg met een rij campers tussen ons en het meer. Gelukkig ligt ons terras op een hoogte.

Na de verlate lunch wandelen we naar Kabelvag naast de E10 op een speciaal voor voetgangers afgezoomd pad. Het dorpje oogt heel gezellig en de omringende bergen, eilandjes en rotsen geven het een speciale sfeer.

Op ons terras bekijken we het campingleven vanuit de hoogte.

Dag 7 - 28 juni 2006 (Herman)

Heerlijk donsdeken en dus weer overslapen.

Fris en monter (vooral fris...) rijden we naar de andere kant van het eiland Vagan waar de weg abrupt stopt in Brenna. De gps brengt dit keer geen raad want de stafkaarten van Noord-Lofoten en Vesteralen werden per ongeluk gewist. Met de goede oude wandelkaart vinden we het kustpad echter feilloos.

Het brave grintpad brengt ons voorbij 2 hekkens, een vuurtorentje, schapen en enkele hytter met weergaloze vergezichten. Plotseling moeten we over rotsen, ronden een afgrond en moeten door een drassige weide: geen spoor meer van het pad te vinden. Dan maar terugwandelen en picknicken op een rots in de zon (!).

Om dan bij de auto vast te stellen dat we de autosleutel kwijt zijn. In the middle of nowhere. Wij terug op zoektocht - o ramp als we die niet terugvinden. Tot onze engelbewaarder komt aangereden - iemand van de reparatiedienst heeft onze sleutel gevonden aan het tweede hek, en heeft zelfs al de verhuurfirma in Bodo verwittigd.

Opgelucht bezoeken we vervolgens Henningsvaer, weer een plaatsje met 2 fraai gelegen hotels en huisjes langs het water. We ronden de dag af met een grote toer rond het eiland Austvagoya, een paar dorpen, wat schapen en veel struikgewas groot. Tot we een joekel van een spijker in onze achterband krijgen. Gelukkig niet lek. Nog wat kleine inkopen in Svolvaer en dan weer drummen voor een parkeerplaatsje op de camping.

En dan laten we de huissleutel vallen, en die verdwijnt meteen tussen de treden van de trap.

Waar blijft die engelbewaarder?

Dag 8 - 29 juni 2006 (Herman)

Eggum, een stipje aan de westkust, op het eiland Vestvagoya.

Een kleine parking, een gravelpad en een bus om geld in te stoppen indien je met de wagen en/of de tent verder wil. Wij willen wandelen. Oef, dat is gratis. Met een frisse tegenwind bereiken we een vestingruïne. Een ventje is op de kantelen geklauterd en kan er niet meer af ... nog wat boterhammen eten eer hij kan solliciteren als kasteelheer.

Voorbij een hek wordt het pad smaller en steniger. Een paar schapen kijken ons "schaap"achtig aan. We passeren een prachtig kunstwerk: een hoofd op een zuil, van een Zwitserse beeldhouwer. Maar enkel van de zijkant is een hoofd herkenbaar, vooraan zie je enkel groeven. Wat verder vinden we een brievenbus. Even kijken, een broodzak ??? Maar de inhoud bestaat niet uit koffiekoeken, wel uit een aantekenboekje en schrijfgerief. Opvallend veel Fransen zijn hier langs geweest, en die vonden het allemaal super, sympa, chouette.

We zetten ook een krabbel en moeten dan over grote bolle keien, en vervolgens slingert het pad zich over een heuvel. Zompig, glibberig terrein, veel evenwichtskunsten. Het pad is maar mondjesmaat terug te vinden. We lopen over grote rotsblokken aan een baai met aangespoeld wrakhout en - helaas - rommel. Dan een modderpad scherp naar boven en nog meer klauterpartijen tot we onder een vuurtoren aan een baai aankomen. De boterhammen, de koffie, en dan verken ik de heuvel in een poging om tot de vuurtoren te geraken. Niet te doen, overhangende rotsen versperren de weg. Bij terugkeer ontdekken we echter een verscholen pad dat ons simpelweg tot aan de vuurtoren en bijhorende schapen brengt.

Retour gaat uiteindelijk wat sneller omdat we nu vlotter het met rode T-tekens - heel onopvallend - gemarkeerde pad terugvinden.

En dan - hoera - zonnen met een pintje op ons terras. Bij een graad of twaalf.

In België gaan we het snikheet vinden.

Dag 9 - 30 juni 2006 (Mireille)

Heerlijk zonnig, geen wolkje aan de hemel. Schitterend ! Het kleurenpalet is ronduit betoverend.

Ontbijt op het terras, inpakken en dan wegwezen naar Fiskebol voor de ferry naar Melbu op de Vesteralen. Aan de kade staan reeds enkele auto's voor ons. We betalen 118 Noorse kronen en nemen afscheid van de Lofoten.

De Vesteralen zien er een stuk platter uit met veel meer bebouwing, maar de bergen zijn toch ook nog van de partij. Op sommige ligt zelfs nog sneeuw.

De 145 kilometer rijden we met de airco aan, wie had dat ooit gedacht. In Bleik vinden we ons huisje niet onmiddellijk terug, omdat er een heel andere naam op vermeld staat (Havhusene Bleik). De opkuis moet nog gebeuren en we rijden dus door naar Stave, een dorpje van waaruit zeehondensafari's georganiseerd worden. Jammer, geen plaats meer vandaag.

Vanop ons terras zien we plots een barbecue en een volleybalnet op het strand verschijnen. Een voor een komen Noren met een winkelzakje aan, de meesten zeer luchtig gekleed (short, T-shirt, decolleté). Het steekt nogal af tegenover onderhavige 2 toeristen met verscheidene warme laagjes aan. Kinderen springen zonder schroom het water in (bij 12 graden). De groep groeit tot een veertigtal. Bij aankomst groet men mekaar niet of nauwelijks. We hebben de indruk dat iedere bezoeker maar enkele andere mensen kent. Sommigen halen een biertje boven, de meerderheid drinkt helemaal niets. Raar feest ...

Ondertussen zakt de zon steeds verder maar op het ultieme moment verschijnt een wolkenzone boven de horizon. Middernachtszon aan het oog onttrokken.

Dag 10 - 1 juli (Herman)

De barbecue wordt nu opgeruimd. Diezelfde Noren verschijnen nu in poepsjiek kostuum en jurk, maar wel nogal oubollig.

Mireille zaagt al jàààààààààààààààààààààààààààààààààren over papegaaiduikers. Na al die zwerftochten over de hele wereld hebben we nog geen enkele puffin gezien, ook niet in de Lofoten. Daarom nu de grote middelen: een boottocht naar het vogeleiland Bleiksoya.

Eergisteren belde ik naar de organisatoren en kreeg een Noor aan de lijn die alleen maar zuchtte en na een tijdje de hoorn aan een dame doorgaf. Het enige wat ik te horen kreeg: yes bird, bird yes. En: you come, you come here.

Om 11 uur gaan we poolshoogte nemen: ze varen uit om 13 uur. Onder een heerlijk blauwe hemel (16 graden alsjeblieft) maken we eerst een wandeling over het langste strand van Noorwegen (amper 2,5 kilometer).

Om kwart na twaalf staan we met enkele andere belangstellenden aan te schuiven aan de boot en krijgen een koffie aangeboden van de schipper, die uitmuntend Engels en Duits spreekt. Twee verrekijkers binnen handbereik, het fototoestel in de aanleg. Plots zien we in de verte een gigantische zwerm muggen, o nee het zijn duizenden papegaaiduikers. De helft zit in een spelonk op eieren, de andere helft zoekt voedsel. Een aantal ervan dobbert op het water. Door het gebrek aan wind kunnen ze vandaag moeilijk opstijgen. Vanop afstand lijken het allemaal badeendjes in een grote badkuip. En dan verschijnen er boven de zwerm een tiental zeearenden. Die cirkelen majestueus rond op zoek naar iets culinair. Ze eten ieder elke dag 2 papegaaiduikers. Ze nestelen niet op het eiland, dit is enkel hun restaurant.

Ondertussen proberen we met de moed der wanhoop een van de badeendjes op de gevoelige plaat vast te leggen. Met de superzoom. Maar ofwel vliegen ze net weg, ofwel duiken ze net onder water (tot 100 meter diep !), ofwel schommelt de boot net bij het afdrukken. Daar zal thuis werk aan zijn !

We varen nog naar enkele rotsen die allemaal mooie Noorse namen hebben, met evenveel verhalen uit de oeroude Noorse sagen en legenden. En dan vaart het zoontje van de schipper ons terug de haven in. De twee keer 300 NOK dubbel en dik waard.

Middagmaal in de zon, joggen op het strand, oei zon weg, wandeling naar de bergzone (waar we nog 4 zeearenden zien). En 48.724 streepjes zetten voor evenveel puffins. Dat zijn er dus 47.724 meer dan het totaal tot en met vanochtend.

Morgen op zoek naar walvissen. Een Duitse toeriste zag er gisteren twee. Hopelijk zijn ze alle twee fotogeniek (en kunnen ze op de foto (*)

* misschien op panorama ?

Dag 11 - 2 juli (Mireille)

Terug een zonnige ochtend, dus ontbijt buiten met zicht op zee.

En dan snel naar Andenes voor de Moby Dick Whale Safari. Wachten luidt de boodschap, nog te mistig op het water om uit te varen. Om kwart voor elf komt het groene licht en worden we 1500 NOK armer en hopelijk een mooie ervaring rijker.

Het begint met een algemene inleiding en een verdeling in 3 groepen - 2 Duitstalige en 1 Engelstalige - gevolgd door een moderne diareportage op de tonen van een Canadese componist die de geluiden van walvissen in zijn muziek verwerkt. We krijgen een rondleiding in het interessante museum met als pronkstuk een skelet van wel 15 meter lang. We leren er ook dat er 2 grote groepen walvissen bestaan - met en zonder baleinen. Vandaag gaan we voor die zonder.

Te voet naar de MS Reine die zo'n 10 minuten verder in de haven ligt. Iedereen is dik ingeduffeld, terwijl wij het lekker warm vinden. De boot vaart uit en wij wachten geduldig op het bovendek op onze eerste tientonner. De walvisspeurder zoekt ijverig de zee af met zijn kijker, en plots kruipt hij de touwladder op naar het kraaiennest.

Resultaat: wat later staan we oog in oog met een potvis die lustig fonteintjes spuit. Tot de bemanning "DIVING" roept. De 4 meter brede staartvin steekt fotogeniek het water uit en dan zien we een dik half uur niets meer. Het water is hier 800 meter diep. We horen de versterkte piepgeluiden van de walvis door de luidspreker.

We krijgen er uiteindelijk nog twee te zien vooraleer we toe zijn aan de warme soep met een broodje.

Een aanrader die tocht: walvissen gegarandeerd (als je er onverhoopt geen zou zijn mag je trouwens nog eens gratis mee).

Dag 12 - 3 juli (Herman)

Regen, regen, regen. Er lijkt vandaag geen eind aan te komen. We rijden langs de westkust van Andoya. De plaatsnamen A en Bo komen hier duidelijk veelvuldig voor. In Risoyhamn nemen we de brug naar Hinnoya, en dan nog een brug naar het meer verstedelijkte Sortland op Langoya. We krijgen een van de zeven rorbuer toegewezen (met de naam Maritbu) aan de rand van een fjord.

Het stopt even met regenen en dus stappen we gedecideerd 3 kilometer verder naar het centrum van Sortland en krijgen prompt een plensbui over ons hoofd. Nat en verkleumd zoeken we verpozing in het informatiecentrum, het winkelcentrum en de supermarkt.

Alles wordt precies uitgeteld zodat we geen overschotten moeten weggooien op het einde van onze reis ... en dan komt de eigenares van de rorbuer ons vertellen dat "breakfast included" is. Een schaal met fruitsap, een half brood, kaas, vlees, vis, melk, koffie. En morgen nog eens ...

Dat wordt morgen een smos.

Dag 13 - 4 juli (Herman)

Smos in de rugzak en wij naar Sto, helemaal in het noordwesten, waar we de "klassieke" wandeling naar het voormalige vissersdorp Nyksund gepland hebben. Weer regenbuien, maar van zodra we de wandelschoenen aantrekken is het droog. De lucht welteverstaan, de grond is heel zompig en vol plassen. Sto komt heel kleinschalig over. Het is zelfs even zoeken naar het minuscule walvissafaricentrum.

Wat een luxe : een groot wandelinformatiebord, een pijl die ons de juiste richting aanwijst en heel veel rode T-tekens en steenmannetjes. Meteen sportief op en af, een kustpad tussen en over de rotsen, en door de blubber. We komen aan een verlaten en mooi zandstrand, maar de zon ontbreekt en Mireille heeft haar bikini niet mee. En 't is trouwens maar 8 graden ...

Een paar planken leiden ons over de slechtste stukken tot aan een aantal hytter waar we over stenen een rivier oversteken. En meteen is het fors klimmen over glibberige rotsen en modderplassen door een bos. Boven wijst een pijl ons de weg naar Nyksund, een andere pijl wijst landinwaarts terug door de heuvels naar Sto. We moeten even een kaart ponsen (om het aantal wandelaars te tellen) en gaan dan een superglibberige afdaling 200 meter steil naar beneden (de lussen zijn hier nog niet uitgevonden). We passeren nog enkel hytter, zien 3 zeearenden en daar is Nyksund. "Daar" is uiteindelijk nog een kilometer gravelweg.

Een speciale aanblik: een volledig verwoeste visloods, enkele ruïnes, een kapotte kerk, maar daartussen pareltjes van gerestaureerde houten huizen rond een havenbaai. Enkele enthousiastelingen hebben het sedert meer dan 20 jaar verlaten vissersdorp (verwoest door een brand en storm) nieuw leven ingeblazen.

Ik vind het fantastisch, Mireille vindt het maar NIKSund.

De wind snijdt door merg en been. Terugtocht, de smos beschut achter een rots, regen, ijzige wind, steile klim, roetsjbaan naar beneden, en na 5 uur terug in het rustige en bijna verlaten Sto.

We vouwen de wandelkaarten op: morgen terug naar Bodo op het vasteland. De zon schijnt. Een regenboog sluit onze Lofoten-Vesteralentocht af.

Dag 14 - 5 juli (Mireille)

De ferry is enkele kronen goedkoper dan verwacht - we blijven maar "winst" maken. Bijna allemaal caravans en dus mogen we helemaal vooraan op de veerboot. We zoeken een plaatsje op het dek en zien de dikke grijze wolkenmassa steeds dunner worden. Eenmaal in Bognes komt de zon er al door en beginnen wij aan een afdaling van enkele uren. Eerst is het landschap heuvelachtig met veel dennenbomen, met de alomtegenwoordige fjorden als achtergrond. Even later worden de bergen hoger en krijgen we zicht op witbesneeuwde toppen.

Een (schaars) parkeerplaatsje aan de zee trekt onze aandacht. Een pareltje van een zandstrand, waar Herman na de picknick languit in slaap valt. Volle bak zon, dat hebben we de voorbije twee weken toch een beetje gemist.

Na de siësta passeren we aan een prentkaart van een fjord en rijden vervolgens constant door tunnels. Het Zwitserlandgevoel.

In het zonovergoten Bodo gooien we onze bagage in onze kamer in het SAS Radisson-hotel, flaneren we langs de haven, zitten op een bankje en zien mensen uit de bol gaan op swingende muziek. Een visser verkoopt vers gekookte garnalen en enkele boottoeristen drinken hun apero aan boord. En de pizza in de Pizzakjelleren smaakt nog steeds lekker. En de zon wil maar niet ondergaan (maar er zijn weer storende wolken aan de horizon).

Dag 15 - 6 juli (Herman)

Een internationaal ontbijtbuffet in het SAS Radisson-hotel en dan een wandeling bij een zonnige temperatuur van 16 graden.

In de luchthaven is er maar een incheckbalie open, maar die is onbemand. We gaan er ostentatief met onze bagage staan tot een zuur uitziende dame verveeld en argwanend naar ons E-ticket komt kijken. We leveren onze vuile was in en vliegen dan naar Brussel waar het reeds weken zwoel weer is. Als ik naar huis wandel om de auto op te halen krijg ik een stortbui over mij ...

Norge, welkommen tilbake !