
Le Tour du Luberon en vélo 2010
Woensdag 21 april en donderdag 22 april 2010 (Herman)
We laten de stofwolken uit het noorden achter ons. Die van de IJslandse vulkaan met de onmogelijke naam die zelfs dicteespecialist Joost allicht niet foutloos kan schrijven. En die in ons huis van de verbouwing van onze badkamer. Op naar de Luberon. Fietsen achterop de wagen en een minimum aan kleren in de fietszakken.
Verbazingwekkend vlot verkeer, 24°C om in de sfeer te komen en om de hoek van het luxueuze viersterrenhotel Hostellerie du Vallon de Valrugues in Saint-Rémy-de-la-Provence even gsm'en of er nog een kamer vrij is. Een loggia, met zicht op de Alpilles. 's Avonds laten we ons culinair verwennen in het restaurant van het hotel, Marc de Passorio, bekroond met 1 Michelinster. De chef is in Kameroen geboren en heeft gewerkt in La Réunion, Indië en Vietnam en brengt een geraffineerde en eerlijke keuken met topproducten uit de streek.
Vrijdag 23 april 2010 (Herman)
Een dipje in de weertabellen maar toch nog altijd een royale twintig graden onder een gesloten wolkendek.
We laten de fietsen nog een dagje rusten en trekken te voet naar Saint-Rémy, pikken een kaart op in het toeristeninfocentrum, reserveren een tafeltje in een goed ogend restaurant en gaan op zoek naar de Grieks-Romeinse stad Glanum. Een dikke kilometer verder langs een drukke baan pronken langs de rechterkant Les Antiques, een monumentale toegangspoort op de heirbaan van Italië naar Spanje in het gezelschap van een cenotaaf als herdenking van moedige Romeinse oorlogsslachtoffers. Beide zijn nog in prima staat en zijn versierd met taferelen van Romeinse overwinningen en mythologische figuren.
En wat een prachtige omgeving, alle tinten groen met een overdaad aan paarse bloemen. Een voor de hand liggende inspiratiebron voor Van Gogh die hier rechtover in het klooster psychiatrisch verzorgd werd. Ook aan de overkant liggen de ruïnes van Glanum, dat in drie opeenvolgende tijdvakken tot bloei kwam: na de Grieken en de Romeinen bouwde Augustus er lustig op los. We krijgen voor onze 7 euro per persoon (1) met een vriendelijke glimlach (2) een Nederlandstalige brochure toegestopt en (3) volgen de prima bewegwijzering. Ceci n'est pas la France ...
Een maquette brengt een mooi overzicht van de stad die we buiten tussen de prachtige natuur ontdekken. Maar we moeten ook kleine lastige vliegjes trotseren. We volgen de geplaveide hoofdstraat die over de stadsriolen liep en ontdekken de markt, de thermen en verschillende luxueuze huizen. Grote pancartes tonen telkens het grondplan en hoe het er vroeger uitzag. Heel educatief en interessant. Bovenaan het dorp vinden we tegen de vestingmuur nog een tweelingtempel - al is de ene een stuk groter dan de andere - en een heilige bron. Een slalomklim brengt ons naar een belvedère waar we zelfs de Mont Ventoux in de verte kunnen zien.
Die Mont Ventoux staat nu even niet op het programma want we willen toch eerst nog wat van de faciliteiten van ons dure hotel genieten. Even na vijven schieten we terug in actie met een verkenning van de nauwe straatjes van Saint-Rémy-de-la-Provence. De ene kunstschilder naast de andere, maar niets dat in onze slaapkamer zou passen. Gezellige pleintjes, sfeerwinkels in overvloed en gekke Fransen die hun auto absoluut door de smalle stegen willen laveren. Mireille gaat op schattenjacht nu we nog de auto als lastdier ter beschikking hebben. Olijfolie met een gouden medaille en zout uit alle windstreken en in alle kleurschakeringen. Mireille krijgt er voor haar 18 euro zelfs nog een duur glossy kookboek gratis bovenop.
De eerder frisse avond weerhoudt er ons niet van om nog een terrasje mee te pikken vooraleer we ons weer op culinaire paden begeven.
Zaterdag 24 april 2010 (Mireille)
We verlaten Saint-Rémy-de-la-Provence en rijden over de met platanen omzoomde departementale wegen, razen even over de A7 en betalen 0,80 euro met de kredietkaart. De zon komt af en toe piepen.
We hebben in Cucuron een chambre d'hôtes gereserveerd maar vinden er niet onmiddellijk een geschikte parkeerplaats. We rijden dan maar door naar het volgende dorpje Vaugines. Een grote verlaten parkeerplaats lacht ons toe. We trekken snel onze fietskleding aan en vullen het rugzakje. Even later zoeven we de berg af. Door Cucuron, waar we zoeken naar een niet-bewegwijzerde lus van de Tour du Luberon. We vinden ze niet onmiddellijk maar gaan maar op de bonnefooi rijden. Het blijft constant bergaf. Dat wordt een zware terugtocht!
Voor een bezoek aan "un des plus beaux villages de la France" is het nog even te vroeg. Op de drukke départementale naar Cadenet zoeken we snel naar een rustiger alternatief. Bij het binnenkomen in Cadenet zien we een grote richtingaanwijzer voor fietsers. We twijfelen geen seconde en wat later genieten we van het mooie landschap. De fruitbomen staan in bloei, de knoestige, pas gesnoeide wijnranken, de velden vol bloemen en de middeleeuwse stadjes tegen de heuvelflanken. In Lauris krijgen we een eerste klim, aan de klokkentoren houden we even halt. De wasplaats ligt er verlaten bij. Er is zelfs geen water meer te bespeuren. Een vrouw zeult met een gieter om de bloembakken water te geven. Van hier moeten we kunnen inpikken op de grote Tour du Luberon. Maar het wordt even zoeken. Gelukkig kunnen we in deze tijden van gps nog steeds kaartlezen.
Het afdalen behoort nu tot de verleden tijd. Langs mooie pittoreske wegjes, de ene al in betere staat dan de andere, de ene steiler dan de andere. Het is een zware uitdaging. En ja we halen het. In een dorpje rijdt er een jongetje met ons mee. Omdat hij niet helemaal recht rijdt, zeg ik hem "attention". Ik krijg als antwoord: "N'ayez pas peur". En hij is fier dat hij "sneller" dan Herman kan rijden. In Lourmarin is veel volk op de been en raken we zelfs even de weg kwijt. Ook de laatste loodjes naar de trouwe auto gaan bergop.
In "Les Trois Saisons" worden we vriendelijk ontvangen. Het huis is helemaal niet Provençaals, maar modern met veel grote vensters. We laden al onze bagage binnen om een grote selectie te maken. Maar we verkennen eerst het dorpje en komen op een gezellig terrasje terecht. Aan een langgerekte vijver, omzoomd door platanen en met eendjes op het water, naast de brandweerlui die lustig mosselen aan het wassen zijn. Deux vins blancs, het pakken zal nog even moeten wachten. Een restaurantje voor vanavond hebben we alvast gevonden. Restaurant de l'Etang. Inderdaad, naast de vijver.
Zondag 25 april 2010 (Herman)
Barslecht geslapen. Eerst door de lattenbodem van mijn bed gezakt en vervolgens vijf uur wakker gehouden door het dubbel klokkengelui om het half uur. Net als ik dan toch in slaap val gaat de wekker ...
Het uitnodigende weertje maakt alles goed. Na een prima ontbijt hakken we de laatste knopen door - wat wel en wat niet mee - en hijsen de fietszakken op onze tweewielers. We zwaaien au revoir naar onze gastheer en naar onze auto en stoppen voorbij de brandweer en de vijver aan een winkel voor stokbrood en kaas. De blauwe fietsborden met okerkleurige pijlen (de witte gaan de andere richting uit) leiden ons over golvende straten en langs dorpen waarvan de lengte van de naam omgekeerd evenredig is met hun grootte. Cabrières d'Aigues, Saint-Martin-de-la-Brasque, Vitrolles-en-Luberon, ...
Op het profiel van onze routekaart zien we 2 stevige bulten tot boven de 400 meter. Een hele klauterpartij met die zware fietszakken. Halverwege de tweede klim zetten we ons tussen het groen voor de casse-croute. Dan volgt er een lange afdaling naar Beaumont-de-Pertuis. Vanaf hier zien we 17 kilometer lang geen dorpen meer, enkel wat chique landhuizen en wijndomeinen. Op een fraai golvend wegje komt er een hardnekkige donkere wolk boven ons hangen. Paf, regendruppels. Een wijndomein met dagelijkse wijnproeverijen. Helaas, gesloten op zondag, en dus snel onder een boom schuilen. De zon priemt al snel weer door het wolkendek maar verderop zien we toch dat de straten flink nat zijn.
De klim naar Pierrevert is erg steil. We moeten zelfs even van de fiets. En in het dorp blijft het maar stevig klimmen over de smalle steegjes. Buiten adem komen we op de weg naar Manosque, een drukke stad waar we ons niet meteen kunnen oriënteren. En het klimwerk gaat verder langs een park en over de ringweg. Aan een monumentale stadspoort gaan we even wat straatnamen bekijken. Onze chambre d'hôtes "Un Jardin en Ville" ligt "en plein centre ville". Misschien ligt het wel in het historische centrum ? Niets te vinden en ook enkele allochtonen kunnen ons niet verder helpen. Even mevrouw opbellen. Richting A51 en rechtover Mr Bricolage aan de tweede rotonde. Uiteindelijk 2 kilometer buiten het stadscentrum. Alles is relatief ...
We worden bijzonder hartelijk verwelkomd door gastvrouw Francette. Nog het blokje rond fietsen, de fietsen in het washok (oeps, de was is nog niet droog), een kamer aan de niet erg goed onderhouden tuin, en een rondleiding door het huis. Er is zelfs een keuken ter beschikking, au cas où.
Dat van die keuken begrijpen we 's avonds beter. Het is zondag en behalve enkele groezelige eettenten vinden we niets open. We lopen door de smalle straatjes van het oude centrum - allemaal winkels - en lopen dan de ringweg helemaal rond. Een drukke stad en niet echt gezellig. Net als we alternatieven beginnen te bedenken (takeaway en dan iets gaan drinken) vinden we toch nog een pizzeria, Les Deux Frères. Een gezellige tafel, een lekker wijntje, kiezen van het krijtbord. En dan slaaptekort inhalen, véél slaaptekort.
Maandag 26 april 2010 (Herman)
De zes andere gasten zijn een uur vroeger uit de veren dan wij en zo zitten we dus om 9 uur alleen aan het ontbijt. Ciel bleu - plein soleil. Er wacht ons een zware tocht vandaag. Eerst naar Forcalquier en dan overschakelen op een andere fietslus: "Le Pays de Forcalquier et de la Montagne de Lure en vélo".
We vragen onze vriendelijke gastvrouw nog even hoe we terug op de fietsroute kunnen komen zonder door het drukke centrum te moeten rijden. Voorbij het station pikken we inderdaad weer de bordjes op. Een rustig wegje langs landerijen en wijngaarden. We steken de spoorweg over en vinden een eindje verder zowaar zelfs een houten fietsbrug over een rivier. Voorbij Volx is het weer klimmen geblazen. Villeneuve herdopen we meteen in Villehaute. Vanaf dan is de natuur weergaloos mooi. Rotspartijen, bossen, kronkelende wegjes, prachtige vergezichten. En een herder met zijn schaapjes. We fietsen een dame voorbij met nog stevigere bepakking. Gisteren hadden we ook al twee Nederlanders zien fietsen. Niet echt massatoerisme op de route (gelukkig !) maar we zijn toch niet helemaal alleen. In Forcalquier verlaten we de route en dalen af naar het centrum. Een terras in de zon? Twee slaatjes, pichet de rosé en héél véél water.
Met de fietskaart als gids vinden we de bordjes van de andere route Le Pays de Forcalquier et cetera et cetera terug op het plein voor de monumentale kerk. Heerlijk slingeren over smalle wegjes met de bergen (mét sneeuw op de toppen) steeds in het vizier. Een veldweg brengt ons tot de afslag naar Lure. We laten ons niet in de luren leggen en laten deze extra lus voor wat ze is. De slotklim zal zo al moeilijk genoeg zijn. Even nog afdalen tot Sigonce maar dan wordt de zaak ernstig. Een kleine driehonderd meter naar boven, tot Cruis op 730 meter hoogte. Het is niet helemaal zoals Contador het zou doen, maar met enige doorzetting en klein schakelen haal ik de top. Nog even wachten op Mireille die oververhit boven komt en dan zoeken naar de Auberge de l'Abbaye. Naast de kerk dus. Een gezellige binnenkoer, maar wij zijn te moe om nog veel oude stenen te gaan bewonderen. Fietsen de trappen opsleuren naar de seminariezaal en dan naar onze kamer, tweehoog, met een terras dat royaal uitkijkt over de kerk en de Provençaalse daken. De vermoeidheid afspoelen met een lange douchebeurt en dan uitrusten op ons terras. Met weer een stevige klokkenluider als buur. Om het half uur twee keer, je zou het de eerste keer eens kunnen gemist hebben ...
Dinsdag 27 april 2010 (Mireille)
Gewekt door 57 klokslagen. Gelukkig is de pastoor vannacht niet aan zijn kerkklokken gaan hangen. De Parijzenaars die gisteren bij het avondmaal alle aandacht naar zich toetrokken, liggen nu nog te slapen.
Een lekker en uitgebreid ontbijt, zo kunnen we er weer tegen. Volgens Herman is het vandaag zo goed als een rustdag. 't Is maar 32 km fietsen. Bij het vertrek gaat Herman nog wat fotootjes schieten, ik blijf intussen het dorpsleven in Cruis gadeslaan. De bakker is de meest populaire bestemming, gevolgd door de tabac. De meeste bewoners groeten vriendelijk, een enkeling gebruikt gebarentaal.
We zetten onze weg verder langs golvende rustige wegen, langs de garrigues waar her en der de bomen in bloesem staan, ik raak er niet op uitgekeken. Van wijnvelden en boomgaarden is er geen sprake meer. Veelal landbouw, lavendelvelden en weiden met schapen of lichtbruine koeien. Om 11 uur rijden we een klein dorpje binnen met een gezellig ogend terrasje. Te vroeg! We hopen iets te kunnen eten in Aubenas Les Alpes. Na een zeer lange en steile klim komen we aan een T-kruising: links naar Aubenas en rechts naar Vachères. Nog steeds in de overtuiging een restaurantje te vinden rijden we dus naar links. Maar het enige wat we zien is een kasteeldomein en een bordje “village fleuri”.
We besluiten naar Vachères te fietsen, met eerst een lange steile afdaling langs een grote gezellige picknickplaats. Maar ja we zijn de baguette vergeten. En dan begint de weg eindeloos te klimmen. Ik schakel hoe langer hoe kleiner tot er geen kleinere versnelling meer overblijft. Maar we geraken boven aan een iets grotere weg. Geen wegwijzers meer te zien. Gelukkig kiezen we de juiste richting, maar staat er ons nog een stevige lange klim te wachten.
We bereiken Vachères om 14 uur. Het dorpje is al in slaaptoestand geraakt. Op een enkele kat en hond na is het volledig uitgestorven. Hoewel er passeren af en toe wat wandelaars. Bij gebrek aan iets beter bestaat ons middagmaal vandaag uit een gedeelde appel. Beter dat dan niets. Het dorpje is gewoon prachtig en heel fotogeniek. Na wat rond gedwaald te hebben, gaan we op zoek naar de chambre d'hôtes voor vanavond. Deze bevind zich in een gehucht op zo'n 2 kilometer buiten het dorp. En ja de weg daalt en daalt en daalt en daalt en......
Plots staat er een bordje “Chambre d'hôtes Le Hameau de Pichovet Ici”. We vrezen een beetje voor het siësta-uur, maar plots schieten er wel 6 honden op ons af. Geen schrik hebben, roept de gastvrouw ons van ver toe. Nu het komt toch angstaanjagend over. We krijgen voor de tweede dag op rij de “Chambre Lavande” toegewezen. Een sfeervolle kamer met luxueuze badkamer met inloop- en regendouche. Verwarmd zwembad van 26 graden, dat moet te doen zijn. Het is toch wat frisser dan verwacht, maar toch hou ik het 20 minuten lang vol. Intussen heeft de zon de strijd met de wolken verloren en vallen reeds de eerste regendruppels. Gelukkig wordt voor de volgende dagen des températures estivales voorspelt. En dat nu de lente in het land is want de koekoek zingt sinds deze morgen uit volle borst zijn monotone liedje.
Woensdag 28 april 2010 (Herman)
Ontbijt buiten op het terras. In het gezelschap van 4 honden. Zelfgebakken brood en grote wafels op tafel. En weids uitzicht over de prachtige omgeving. Schitterende wandelmogelijkheden. We zweren dat we zeker nog eens terugkeren naar dit pareltje voor een uitgebreidere verkenning. In de nabijheid liggen bijvoorbeeld ook nog de Gorges de l'Oppedette.
We worden uitgewuifd door de postbode. De klim terug van twee-en-een-halve kilometer langs de smalle weg tot de hoofdbaan valt beter mee dan gevreesd. Voorbij Vachères klimmen we nog een eindje verder tot 780 meter hoogte. En dan krijgen we een ellenlange afdaling als bekroning. In Reillanne torent de kerk hoog boven het dorp uit. We kopen een baguette bij de bakker en tomaten en tomme de brébis in de Proxi. De terrasjes zitten al goed vol.
Via rustige en pittoreske wegjes dalen we verder af tot we bijna 500 meter lager dan Vachères langs een kerkruïne uit de 12de eeuw rijden. Een grote groep vrouwelijke wandelaars kwettert vrolijk in het rond. De gids vindt weinig gehoor. Wat verder treffen we een "Romeinse" brug, die echter uit de 18de eeuw blijkt te zijn. Een eeuw later dacht men echter dat het uit het Romeinse tijdvak stamde, vandaar de naam. Picknickbanken in het groen naast een waterloop. Tijd voor het middagmaal.
Helaas geen tijd voor een siësta achteraf want "de plicht roept". Op een afdaling moet Mireille de remmen toeknijpen want "overstekend wild". Een schaapherder met zijn kudde steekt de straat over. De honden lopen maar wat lui rond en bijgevolg steekt Mireille een handje toe om enkele achterblijvende schapen terug op het rechte pad te brengen ...
We vrezen op een drukke baan uit te komen maar dat is buiten de Fransen gerekend. Een heerlijk vrijliggend fietspad in de natuur tot in Apt. Eerst asfalt, op het einde een grindpad. We vermijden zo de drukke straten van Apt. We moeten nu overschakelen naar "Les Ocres en Vélo" en dat is even zoeken. Er worden twee signalisatieborden door elkaar gebruikt. Okerkleurig met een witte pijl en wit met een okerkleurige pijl. Na een monstrueuze klim zitten we op de correcte route maar vanaf dan slaat de vermoeidheid toe. We vinden een doorsteek op de kaart en na lang vals plat en een korte slotklim staan we dan toch in het centrum van Saint-Saturnin-les-Apt.
Maar waar ligt nu onze chambre d'hôtes Au Point de Lumière? Even bellen. Geen antwoord op het gsm-nummer. Op de vaste lijn krijg ik na een tijdje een man aan de lijn die duidelijk buiten adem is en ... totaal verbaasd is dat er vandaag gasten zijn. Ik heb nochtans een bevestigings-e-mail in de hand. Een lange uitleg over de te volgen route. Dus toch even in het toeristisch informatiekantoor vragen hoe ver die chambre d'hôtes ligt. Zes à zeven kilometer! Te ver van dit gezellige dorpje en ook te ver om 's avonds te voet nog naar een restaurant te kunnen gaan. We bellen de kamer terug af en vragen aan de dame in het bureau naar overnachtingsmogelijkheden in de buurt. Maar ze maakt wel geen aanstalten om zelf wat rond te bellen. Ik telefoneer dan maar zelf naar een dichtbij adres. Antwoordapparaat: gelieve naar de gsm te bellen. Doe ik, en dan krijg ik een dame aan de lijn: "Ecoutez, monsieur, je suis au volant" en meteen verbreekt ze de verbinding. Franse vriendelijkheid ten top. We rijden er nog even naartoe maar vinden niemand thuis. We bellen een ander adresje op. Le Mas de l'Escaillon. Wat een verschil: vriendelijk, behulpzaam. Altijd richting poterie blijven volgen. In een achterafstraatje in de Quartier Damazian, anderhalve kilometer buiten het centrum vinden we een prachtige maison d'hôtes en een ruime en smaakvol ingerichte kamer met gezellig terras. Enthousiaste ontvangst, een welkomstdrankje, we kunnen ons weer verzoenen met Frankrijk. De kinderen zijn naar de sportnamiddag, monsieur geeft tennisles.
We rusten even wat uit en volgen dan op aangeven van de gastvrouw een kortere weg door het veld naar het centrum van Saint-Saturnin-les-Apt. Een blij weerzien met de schitterende burchtruïne en de kerk helemaal bovenaan, een terrasje met rosé en een prima avondmaal in restaurant l'Estrade, buiten op het kleine terras.
En morgen alles bergaf?
Donderdag 29 april 2010 (Mireille)
Vergeet het maar! We moeten nog een heel deel afdalen, maar al die gezellige dorpjes liggen wel op een heuveltop.
We bestuderen eerst de kaart maar eens goed en zien dat we nog een stukje kunnen afsnijden door eerst de “départementale 2” verder naar beneden te rijden richting Roussillon. Dan is het even spannend of we de fietsbordjes wel terug vinden. Eens te meer zijn we blij dat we een goede kaart in België gekocht hebben. Want we vinden de oranje/okerkleurige bordjes terug. In Gargas zie ik plots een fietsbord met de vermelding "Cavaillon". Dit klinkt helemaal niet slecht, want dat betekent dat we niet meer over Apt moeten rijden. Voor de zoveelste maal slaan we de kaart open om vast te stellen dat we een heel stuk afsnijden. Komt daarbij nog dat we steeds maar bergaf gaan, zo sparen we onze spiertjes voor straks.
Van enige bewegwijzering is er plots wel geen sprake meer. Maar wanneer we na 100 meter over de drukke N100 mogen afslagen, lacht ons een schitterend fietspad toe. We staan hier trouwens aan de Pont Julien. De details van deze brug over de Calavon moeten we later maar eens opzoeken. Het is aangelegd met de steun van de Europese Unie. Alleen jammer dat er nog geen aanduidingen aangebracht zijn. Een wielertoerist helpt ons een handje en zo fietsen we even later terug richting de bekende Luberondorpjes die we drie jaar geleden allemaal uitgebreid bezocht hebben. Na de lange klim naar Lacoste, kost het ons dan ook geen moeite om onze remmen toe te knijpen en ons op het zonnige terras van Café restaurant la France te nestelen. Van de quiche met tomaat en geitenkaas rest er maar een portie, maar geen nood, een salade met warme geitenkaas gaat er ook wel in. Overigens de topper van de dag.
Vanaf Ménerbes komen de herinneringen weer boven. Hier is er van siësta geen sprake, alle winkeltjes zijn open, toeristen flaneren door de straatjes. Wij rijden gewoon verder. Alleen in Oppède-le-Vieux kunnen we het niet laten om eventjes te stoppen. Wat algemene fotootjes, maar geen klim naar het kasteel. Ook Maubec en Robion herkennen we nog. Op het centrale plein van Robion belt Herman even naar de chambre d'hôtes om de weg te vragen. Het klinkt afgelegen en ingewikkeld, maar het ligt blijkbaar niet ver van de fietsroute af. De weg klimt wat, maar dan hebben we morgen wel bergaf. De gastvrouw is nogal pietje-precies, maar biedt ons toch ook 2 biertjes aan. Een telefoonnummer van een vlakbij gelegen restaurant, het poortje voor vanavond wordt al geopend en we krijgen een demonstratie van hoe de rolluiken sluiten.
(Herman)
Vanavond gaan we eten in "La Table de Gaël". Onze gastvrouw legt ons uit dat het op 5 à 10 minuten stappen ligt. Très facile. Op het einde van de straat naar links en dan altijd rechtdoor tot aan de gendarmerie. En daar rechtover ligt het restaurant.
Wij slaan dus linksaf. Altijd rechtdoor. Enkele zijwegjes, een gehucht. Geen gendarmerie te zien, laat staan een restaurant. Een kerkhof voorbij, wat huizen. Na bijna een half uur komen we aan een plein.
Met een restaurant, maar niet La Table de Gaël. Even vragen aan enkele jongeren.
- La Table de Gaël. Mais c’est à Robion ça!
Ja dat weten we ook wel maar waar ligt dat precies.
- Eh bien, en face de la gendarmerie …
En waar ligt die dan, opper ik voorzichtig. Blijkt dat we de hele straat moeten teruglopen, toujours tout droit.
Toujours tout droit komen we aan een driesprong, en de twijfel slaat weer toe. Nu even vragen aan een echtpaar dat net op het punt staat om in de auto te stappen.
- La Table de Gaël. Très facile, c’est en face de la gendarmerie …
Ik word wanhopig. Waar is die gendarmerie dan wel.
Rechtdoor, linksaf en dan rechts.
Dat rechts blijkt een lokaal wegje te zijn. Niet echt waar ik een restaurant of gendarmerie zou situeren. Verderop komen we op een drukke baan, volgen die een eindje naar rechts en dan ziet Mireille in de verte stoeltjes staan. En het blijkt het restaurant nog te zijn ook. En de gendarmerie ligt inderdaad aan de overkant, weliswaar een onopvallend betonnen gebouw.
En dus bleek het in plaats van LINKS en ALTIJD RECHTDOOR, integendeel RECHTS, LINKS, TWEEDE RECHTS, STRAAT OVERSTEKEN en LINKS te zijn.
Klein nuanceverschil …
Vrijdag 30 april 2010 (Herman)
Ontbijt buiten op het terras, maar we hebben wel voortdurend de indruk beloerd te worden door onze gastvrouw.
Bij het afscheid vertrouwt ze ons toe dat het vandaag prima fietsweer is (er hangen grijze wolken …). Hoe lang doen jullie over de 60 kilometer van vandaag. Een uurtje of twee ? En als uitsmijter: gewoon de borden volgen, die gaan over rustige wegen. Zeker niet de “Nationale” volgen …
Met die fietsbordjes komen we al snel aan de rand van Cavaillon maar daar staan er plotseling twee: naar links en naar rechts. Een Zweedse dame, aan haar eerste fietsdag toe, is ook op zoek naar de juiste route en na wat kaartonderzoek slaat Mireille een zijweg in die verderop correct blijkt te zijn. We zwaaien onze tijdelijke Zweedse metgezellin een fijne trip toe en trappen verder over kleine wegjes tot een natuurgebied in de omgeving van Cheval-Blanc. Eindelijk eens een lang stuk vlakke weg, langs een spoorweg en een gekanaliseerde waterloop. De wijngaarden worden met een stinkend product bespoten. Duidelijk geen bio …
Vanaf Mérindol komen we op het terrein van onze eerste oefenfietsdag. Almaar klimmen dus. In Lauris komen we net te laat om een plaatsje in een restaurant te veroveren. En dan begint het nog te regenen ook. Op een overdekt terras van een café maken ze geen aanstalten om ons te bedienen en dus verhuizen we naar de overkant voor twee belegde broodjes.
In Lourmarin maken we nog een toertje rond het kasteel, om dan te eindigen met de lange klim naar Vaugines, een marteling voor de spieren. Maar de eindmeet wenkt. Niemand te zien in chambre d’hôtes Les 3 Saisons in Cucuron, en zodoende kleden we ons om in onze bestofte wagen. En na een halfuurtje komt onze gastheer slaperig tevoorschijn. Vier uur, de siësta is afgelopen.
Eindelijk te tijd om het mooie Cucuron te verkennen en af te sluiten met een aperitiefje aan de vijver met de twee eendjes en een mooie maaltijd in restaurant Les Etangs.
En morgen 1050 kilometer terug naar huis.
Maar niet met de fiets …