
Reisverslag van een fietsvakantie in het Groothertogdom Luxemburg
Het is herfst.
Een druilerig wolkendek voert de hoofdtoon. Voorbijgangers hebben de dikke jassen bovengehaald. De eerste bladeren dwarrelen naar beneden. Het is al weken slecht weer.
Herfst dus.
Op 13 augustus ...
Maar dan heb je een verlengd weekend, en bovendien een interessante reisgids "Fietsvakanties dicht bij huis". En dus zijn we op weg naar het Groothertogdom. We stallen de auto langs een aartsdrukke baan in Junglinster, waar de torens van radio Luxembourg de hele omgeving lijken af te luisteren. Oei, fietsbeschrijving en kaartmateriaal niet bij. Oef, verstopt onder een sweater. Even de auto nog naar een rustige parking in de buurt onderbrengen, onze minuscule fietstas achterop en spoorslags op zoek naar de fietsbordjes. En die vinden we spoedig : route PC02 naar Luxemburg/Echternach. De weergoden krijgen medelijden want er breekt zowaar een zonnetje door. Fietsen in T-shirt, ze gaan ons thuis niet geloven.
Langs een voormalige spoorwegbedding – Luxemburg heeft al meer dan 500 kilometer verkeersvrije pistes cyclables – komen we aan een bord met de aanduiding "Veloswee Syrdall". Het lijkt wel Noors ... Het pad slingert zich tussen de golvende landbouwgebieden met hooibalen op rust.
In Montfort kunnen we onze versnellingen eens proberen, twee geven al meteen de geest bij het zien van de helling. Maar verderop in Conter wordt het helemaal ernstig. Loodrecht naar boven, de snelheidsmeter houdt het op 5 per uur. De top komt niets te vroeg, en de boerenboterhammen met biokaas iets verderop nog minder.
Met vereende krachten slalommen we door een woud, en eer we het weten staan we aan de poorten van de hoofdstad. We staan in Grund, dus beneden, en hoe ga je in Luxemburg naar boven : met de lift. Boven zijn er werken en dus vergt het Sherlock Holmes-talent om ons hotel aan het station te lokaliseren. De fietsen mogen in de smalle garage uitrusten (de gasten voor ons : welke wagen heeft u ? O, een middenklassenwagen, die zal er zeker niet in kunnen. U kan op straat parkeren tegen betaling ...).
Luxemburg baadt in de zon. De herfst is al gedaan, het is terug lente. Luxemburg-Stad oogt enorm gezellig. Aan de Pont Neuf verdringen de toeristen zich voor het fraaie uitzicht op de benedenstad. Een terrasje later gaan we voor de Italiaan. Om acht uur 's avonds buiten dineren, niet te geloven.
Geen oog dichtgedaan. Wat een rumoerige stadsomgeving. De hele nacht vol cafémuziek, meelallende stamgasten, straatlawaai, burenruzies, stukgeslagen bierglazen, sportief optrekkende auto's. En te zwoel om het raam te sluiten.
Het giet pijpenstelen als we voor de middeleeuwse stadsmuur onze kaart moeten openvouwen om de juiste richting op te zoeken. We laten de kazematten rechts liggen en duiken in Beggen op naast de Alzette. In een stortbui zoeken we ons suf naar een bordje en rijden wat heen en weer. Het was gewoon rechtdoor ... Aan een spoorwegstation zoeken we beschutting in een fietsenstalling, maar vanaf dan houden we het gelukkig droog. We fietsen over een voormalige spoorgbedding met pas aangelegd groen in de bermen. Aan een schuilhuisje met picknicktafels hangen twee oude koersfietsen.
Voorbij Colmar en Ettelbrück komen we aan de Sûre, die ons begeleidt tot in Diekirch. Op het centrale plein kunnen we nog net een terrasje versieren. We hebben honger. Keuken gesloten. Ik kan bij de bakker aan de overkant nog net beslag leggen op de twee laatste broodjes. En dan begint het weer te stortregenen. En waar is ons hotel ?
Eens die hindernis genomen moeten we een hele tijd wachten en bellen aan de balie vooraleer er toch iemand komt opdagen. Een dame vraagt ons of we de kamer niet eerst willen zien. En dat het restaurant gesloten is: kok op vakantie. Wij vrezen het ergste, doch de kamer is heerlijk ruim en netjes. Wij richten het meteen in als trockenrom. Het valt ons op dat Diekirch een stuk minder gezellig is dan Luxemburg (of Echternach de dag nadien). En dat de meeste restaurants gesloten zijn. We vinden nog wel een tafeltje (nu wel binnen !) bij een bombastische Italiaan. Maar het smaakt wel. En het blijft muisstil 's nachts.
Petit déjeuner – maar dan letterlijk – in een zaaltje naast het café. Klein Zwitserland voor de boeg, maar de kleine versnellingen zijn foetsie. En dus noodgedwongen kleine snelheid.
De kampeerders langs de Sûre zitten dik ingeduffeld te ontbijten (of al te middagmalen ?). Sommigen trotseren de kou met een leesboek. Dan liever actie. Tot Reisdorf kabbelt de Sûre langs een jaagpad met ons mee. Voorbij een opgeschrikte en agressieve hond wacht ons een andere kuitenbijter : een kronkelende klim naar Bigelbach. Aan een bos is de beschrijving wat onduidelijk en komen we terecht op een niet meer te berijden pad vol boomstronken en putten. Terug dan maar en verder klimmen tot in Beaufort. Dan zoeven we naar beneden – wat gaat dat goed – en dan langs een dubbele baan door het Mullertal gestadig naar boven. De toeristen klitten samen aan de Perdekopf en de Predikstuhl, maar wij laten ons weer aan recordtempo naar beneden vallen tot in Echternach.
Wat een heerlijke drukte hier.
De pizza op een terrasje smaakt en monter klimmen we terug de vallei uit, voorbij Echternachter See. We fietsen iets hoger dan het P-wandelpad, door een groene en rotsige omgeving. Na Consdorf tuffen we over de geasfalteerde oude spoorweg, tunnel incluis. En de lichten springen automatisch aan in de tunnel. De stations zijn nu omgetoverd tot campinghuis en café. En op een stevige klim op 2 kilometer van ons eindpunt in Junglinster ... val ik plat. Gelukkig is het laatste stuk tot de auto bergaf.
We ademen nog even de frisse Luxemburgse lucht in en zweren dat we hier ooit een vervolg aan breien. Met een betere fiets.