
Reisverslag Montegridolfo en Grindelwald
Donderdag 17 en vrijdag 18 juni 2010 (Herman)
Vijf landen, 1 doel.
Koffer vol, mountainbikes mee. We doorkruisen België, Luxemburg, Frankrijk en Zwitserland op zijn Amerikaans en kiezen voor een eerste oponthoud aan het Lago di Como. Een prima locatie. Alleen jammer van die drukke ringweg die langs het meer loopt. We kennen hier nog een gezellig hotel met een Michelin-gelauwerd restaurant in Sala Comacina. En met een ruime parkeerplaats, want dat is hier het grootste probleem. Helaas, volzet. Een parkeerplaats vinden we enkele dorpen verder aan een majestueus hotel. Trappen naar boven en op de eerste verdieping vragen we de prijs. Voor vanavond nog of is morgen OK ? Vanavond graag. En massage inbegrepen ? Blijkt dat we aan de balie van het health center staan … Eén etage hoger nog eens polsen naar een kamer. Driewerf helaas, niet te betalen (goedkoopste kamer 350 euro !). Maar in Villa Marie in Tremezzo vinden we een overdekte garage, een vriendelijke ontvangst en een prachtige kamer met terras aan het zwembad. Een restaurant moeten we wel een eind verderop zoeken. Toeristenkost, en daarna worden we door een heuse zondvloed nog bijna weggespoeld.
De dag erna resten ons nog 500 kilometer tot onze eindbestemming. Wel even vertraging door twee maal file door evenveel ongevallen. Maar toch komen we om half vijf aan de stadspoort van het Palazzo Montegridolfo. Even millimeterwerk om erdoor te rijden (hoe breed waren die karren vroeger ?) en inchecken in het Palazzo Viviani. We krijgen een huisje in de borgo toegewezen. La casina delle mura. Naast een bottega die momenteel gesloten is. Voorbij een steile trap vinden we een hele ruime living met uitgeruste keuken, badkamer en slaapruimte onder de houten balken. We duwen de fietsen naar boven en gaan dan het dorp verkennen. We zitten hier op 300 meter hoogte, met prachtig uitzicht op de wijde omgeving. Een panoramatafel naast een klein oorlogsmuseum brengt duiding. We zien zelfs de Adriatische zee in de verte.
Het zwembad vraagt enig speurwerk. Trappen naar beneden in het Palazzo Viviani, door een keldergewelf, buiten door een tuin, een pad naar beneden. We vinden het naast het schildershuis (met ook enkele kamers).
Het piepkleine dorp oogt uitgestorven. Op een actieve klokkenluider na. Zelfs voor een terrasje moeten we zelf zorgen. Op een bank in de zon.
Binnen de stadswallen bevinden zich 2 restaurants. De Osteria dell'Academia en de Grotta dei Gridolfi. De laatste oorspronkelijk een pizzeria, maar nu geconverteerd tot visrestaurant. Eigenlijk zijn er nog 2 andere, maar de Ristoro Viviani is momenteel gesloten, en Il Ritrovo al Vecchio Forno brengt het niet meer verder dan ijsjes. O ja, en buiten de stadsmuren vinden we ook nog een eenvoudige eetgelegenheid naast een tabacchi.
Zwoel avondje. We gaan voor het visrestaurant, maar laten ons verleiden door een gezellig terras dat over de weidse vlakte uitkijkt. Het blijkt de Osteria te zijn. Verrukkelijke vleeswaren en pasta's met lekkere rode wijn, dit moet Italië zijn.
Zaterdag 19 juni 2010 (Herman)
Een slap ontbijt in een ongezellige kelderruimte van het Palazzo Viviani. Met zijn tweetjes aan een grote seminarietafel. Enkele Italianen houden het op een koffie aan de bar. Eten is heilig in Italië, maar prima colazione duidelijk niet.
Hoera, een zonnige hemel, maar oei, ook veel wind. We kiezen voor rondrit C uit de fietsenbundel van Eigen-Wijze Reizen. Meteen het arendsnest naar beneden, wind in de rug. In Tavullia staan we al 200 meter lager. In Babbuce steken we de autosnelweg over en voorbij Cattabrighe, een gehucht van Pesaro, komen we in een smalle weg. Een kilometer loodrecht naar boven. 15% gemiddeld met pieken boven de 20%. Enkele Italiaanse wandelaars roepen ons wat toe. Het gaat in ons gehijg verloren.
Als beloning krijgen we boven een tocht over de toeristische “Panoramica”-kustweg. Inclusief helikopterzichten over de Adriatische Zee. Een donderslag maant ons tot spoed aan. We dalen enkele kilometers en komen dan aan de jachthaven van Pesaro. Verderop wacht ons zelfs een fietsboulevard langs het strand.
Mireille slaat plotseling rechts af en vindt moeiteloos de oude stadskern van Pesaro. Autovrij, en dus met veel fietsers. Aan het Piazza del Popolo staat een groot scherm en veel stoelen. Voetbal ? Neen, een filmhappening. We nemen even een kijkje op de binnenkoer van het Palazzo Ducale uit de vijftiende eeuw. Nog meer palazzi verderop en een Teatro Rossini (dit is zijn geboortedorp) aan het eind.
We keren even terug naar de waterkant en kiezen voor het terras van restaurant L'Angolo di Mario. Twee pasta's, een dessert, een karaf wijn, twee flessen water en koffie achteraf, en dat voor amper 30 euro. Vind dat maar aan de Belgische kust.
Donkere wolken komen overdrijven, en pats ... een stortbui. Gelukkig niet voor lang, en met een nat zadel rijden we terug door het centrum, voorbij de onvermijdelijke Garibaldi, richting station. Een onverhard weggetje blijkt afgesloten. We volgen een omleiding en moeten dan even de weg vragen. Tot Villa Fastiggi hebben we constant tegenwind. In Montelabatta komen we in een wielerwedstrijd terecht. We proberen even nummer 73 te volgen en worden uiteindelijk door de rode lantaarn voorbijgereden. “Salve”, groet hij ons. Nadat we twee keer door de hoofdgroep gedubbeld worden besluiten we om uit de wedstrijd te stappen ... en geraken we de weg kwijt. De seingever kan ons niet helpen. Hij is niet van hier. Wij ook niet, en dus rijden we maar op goed vallen uit naar Montecchio waar we de weg nog van gisteren kennen.
En die wordt bekroond met de zware slotklim naar Montegridolfo. 250 meter hoger. Bijna zoals Contador. Maar die moet zijn fiets aan de aankomst wel niet de trap van zijn casina opsleuren ...
Zondag 20 juni 2010 (Mireille)
Ons vestingstadje ziet er troosteloos uit deze ochtend, grijze lucht en af en toe regen. Gelukkig houdt het druppelen op na het ontbijt en kunnen we onze fietsoutfit aantrekken. Nog even overleggen welke tocht we gaan fietsen. Het wordt tenslotte fietstocht B. Een tocht langs het vestingdorpje met burcht van Gradara en dan verder door naar de Adriatische kust.
Hoewel het nog frisjes is, gaat na de eerste klim onze al bovenlaag uit. Af en toe een druppeltje regen stoort niet echt. Vandaag krijgen we echt rustige weggetjes, met weinig of geen verkeer. Wanneer we wat later op de weg richting Tavullia staan, moeten we even gaan schuilen. Daardoor krijgen we de gelegenheid om de wegbeschrijving even uitgebreider te bestuderen en komen we tot de conclusie dat we al 50 meter te ver gereden zijn. Ook op de lange afdaling naar Gradara wordt het nog even schuilen. Op de parking staat het vol motorfietsen. Blijkbaar is een plaatselijke motorclub ook op zondagse uitstap.
Het ommuurde stadje met kantelen, torens en toegangspoorten oogt gezellig. Wel wat toeristisch met allerlei snuisterwinkeltjes met prullaria in alle soorten, gaande van zwaarden, geweren, borden, tot pasta enzovoort. We besluiten ook om de Rocca (dwangburcht) een bezoekje te brengen. De gebruikelijke vergeetput en martelkamer, maar ook veel slaapkamers allemaal voorzien van haardvuur. En verder nog enkele eetkamers en vergaderzalen. Alleen badkamer en wc's ontbreken.
Na dit bezoekje belanden we tenslotte bij Paolo e Francesca, waar we van overtuigd zijn dat dit de eigenaars van de Osteria zijn. Maar onze reisbeschrijving maakt daar een einde aan. Volgens de overlevering voltrok zich hier een drama tussen deze twee personen. Oei, ik heb weer niet goed opgelet in de geschiedenisles. De tagliolini al guanciale smaakt verrukkelijk evenals de pasta met frutta di bosco van Herman.
Bij de koffie gaan de hemelpoorten nogmaals open. Gelukkig zitten we droog en zijn de uitbaters niet geneigd om ons van het overdekte terras te verjagen. Intussen passeren er af en toe wat jongelingen in middeleeuwse outfit. Zijn dit de plaatselijke scouts die hun zondagmiddag doorbrengen?
We dalen verder af met de fiets via een wandelpad en staan voor we het beseffen oog in oog met de Adriatische blauwe zee. Maar de lucht in Cattolica ziet er alles behalve katholiek uit ... Gitzwarte wolken, verlaten strandstoelen en veel volk op de boulevard, gewapend met paraplu’s. Bij een gelateria met groot overdekt terras knijpen we onze remmen toe. Het veel te grote ijsje likken we heel langzaam op, terwijl de Italiaanse voetbalploeg zich in Zuid-Afrika probeert te plaatsen voor de volgende ronde. Intussen valt het water met bakken uit de hemel, met af en toe een bliksemschicht en donderslag. Twee uur later zitten we nog steeds naar de regen te staren. Alternatieven dringen zich op, een hotel zoeken of een vriendelijke taxichauffeur overtuigen om twee fietsen mee te nemen. Intussen is het alleen nog maar gewoon stevig aan het regenen en zo beslissen we om naar het station te rijden. Even nog onder de spoorwegbrug schuilen maar tenslotte rijden we toch maar verder en zetten we het idee van een taxi uit ons hoofd. Het lijkt zelfs wat op te klaren.
We peddelen vrolijk verder tot Herman lekke band krijgt. Gelukkig vinden we een rustig plaatsje om de werkzaamheden aan te vatten. Na veel prutsen is de band veranderd, is het weer gaan druppelen en kan Herman met vuile pollen weer verder rijden. Gelukkig is de omgeving mooi, de weg rustig en de wegbeschrijving accuraat. De laatste klim lijkt eindeloos, met erg steile stukken tot 16%. Wat gaan wij op het einde van deze reis getraind zijn, tenminste als de weergoden ons gunstig gezind zijn.
Om half negen parkeren we de fietsen op de bovenverdieping van ons appartementje. Een hete douche en een roseetje verder, stappen we het restaurant binnen. Vanaf nu eten we op zijn Italiaans. Laat dus.
En vandaag wordt de stevige avondstadswandeling alvast geschrapt.
Maandag 21 juni 2010 (Mireille)
Het weer is stabiel … slecht. Het kost ons zelfs moeite om droog in de ontbijtzaal toe te komen. Waar het water hier en daar begint binnen te sijpelen.
Na het ontbijt pluizen we alle Italiaanse kranten uit en moeten vaststellen dat het weer nog een tijdje slecht blijft. Dan maar op uitstap met de auto. Eerst gaan we de bandenlichters die we gisteren langs de weg vergaten ophalen. Het vergt wel wat zoekwerk maar we vinden ze terug op een muurtje.
Het nadeel van deze streek is dat er zo weinig in de reisgidsen vermeld stond, dat we er geen gekocht hebben. Dus uitstapjes in de omgeving maken is moeilijk. Maar gelukkig heeft Herman een uitmuntend geheugen en is de wagen uitgerust met een gps. Doel voor vandaag is Umbrië en meer bepaald Gubbio. De weg ernaartoe is in slechte staat, maffe Italianen op de weg en water alom. Maar we halen het. Vleien ons neer in een trattoria met felkleurige tafelkleden, verorberen een pasta met heerlijke truffel en een lokaal streekwijntje. Struinen door het statige stadje met brede geplaveide straten, inspecteren de kerkjes, bestuderen de omwallingen, aanschouwen het Romeinse theater en zien dat alles goed was. Tenslotte keren we op onze schreden weer, om in een nat vestingstadje toe te komen.
Dinsdag 22 juni 2010 (Herman)
Zon, zon, zon. Helderblauwe lucht. Een hele opluchting.
Tijd voor de koninginnenrit. En een extra streepje op onze landenlijst. De republiek San Marino. een klein streepje weliswaar.
We klimmen het Castello uit naar het buurdorp Mondaino. Meteen 10% naar boven en na 1 kilometer al helemaal bezweet. En we blijven maar klimmen. Naar het middeleeuwse heuvelkamdorp Tavoleto - met burcht - en San Giovanni - met burcht. Een nijdige, bochtige klim over ruw Italiaans asfalt brengt ons op 630 meter hoogte op de top van de Osteriacci. In de verte ligt de Monte Titano, een uitstekende rots waarop San Marino het rijk voor zich heeft. Na 2 uur hebben we amper twintig kilometer afgelegd, nog 57 te gaan ...
Eindelijk even verpozen met een lange afdaling naar Mercantine. En dan weer straf aan de klim ... Na 32 kilometer staan we fier aan de grensovergang met San Marino. Het verkeer wordt drukker. We volgen de pijlen naar de centro storico en passeren een rij lege parkings. Na de plattegrond van San Marino wel vijf keer in alle richtingen rondgedraaid te hebben besluiten we een zijstraat rechts te nemen. De fietsen eindeloze treden naar boven sleuren, een steile klim en dan een afgesloten straat door wegeniswerken. En dan vindt Mireille een lift ...
We kunnen er net met de fietsen in. Overstappen op een andere lift tot net onder de Porta San Francisco. Eerst nog een lasagne op het terras van een trattoria en wat rust voor de vermoeide benen. En dan nog een derde lift hoger. Aan de Porta San Francisco staat een folkloristische figuur het verkeer te regelen.
Voorbij de poort ontdekken we een fraaie binnenstad met monumentale gebouwen en smalle heuvelachtige straten. De Basilica del Santo, het kasteel La Rocca, de Palazzo Publico, en veel volk. Vooral veel Oostblokkers. En winkels met Russische opschriften. Raar.
Aan het uiteinde vinden we een kabelbaan. Gaat die niet naar Montegridolfo, vraagt Mireille zich af.
De terugweg kondigt zich als pittig aan. En dan rijden we bij het uitrijden van San Marino nog verkeerd zodat we als straf nog een extra steile klim aan ons been hebben. In Faetano stijgt een smalle weg over een beboste heuvel in korte lussen over een afstand van 2 kilometer. Gemiddeld 15%. Loodzwaar. Verderop nog veel mooie middeleeuwse dorpen. Telkens te bereiken na een klim. Montescudo, Marciano di Romagna, Saludecio. Helaas, geen tijd om veel rond te kijken. Marciano di Romagna is overigens zo druk dat we er niet in slagen om de route op te pikken. De Piazza Umberto is onvindbaar, en ook de plaatselijke bevolking heeft er nog nooit van gehoord. Gelukkig is er nog de politie, je vriend.
Om half negen komen we afgepeigerd aan ons huisje toe. 83 kilometer supergolvend parcours op de teller. Morgen wordt zeker platte rust !
Maar eerst nog een hapje gaan eten. We willen niet elke avond in hetzelfde restaurant dineren dus waarom niet eens een steuntje aan de plaatselijke middenstand. Da Ernesto, een café-restaurant-tabacchi net onder de toegangspoort. Een compleet lege zaal met felle tl-lampen. In het café ernaast wordt luidruchtig gekaart en naar de wereldbeker voetbal gekeken. Een bejaarde dame die niet meer helemaal vast te been is fluistert ons na zeer lang wachten het menu toe. We horen iets van pasta al ragu en grillata mista. Bene ?
Ik bestel rode wijn en we krijgen die in ... bierpullen geserveerd. De dame sloft wat rond, tracht een kwartier lang haar oven aan de praat te krijgen en moppert voortdurend dat ze er helemaal alleen voor staat. Het is bijna tien uur en we hebben ondertussen alle grissini's verorberd. Mireille beraamt al vluchtplannen naar een van de restaurants van de borgo. Maar onverhoopt komt onze pasta er dan toch nog aan. En om de 5 minuten komt ze bezorgd vragen of alles in orde is. Als we naar de bar gaan om haar echtgenoot te betalen springt iedereen in het café recht om ook af te rekenen ... Een factuur nodig. Niet echt. Hij krabt even in zijn haar en krabbelt dan haast willekeurig 33 euro op een vodje papier. En na ons gaat het licht uit ...
Woensdag 23 juni 2010 (Herman)
Met een symbolisch grassprietje in de mond naar de hemelsblauwe lucht staren. Zwemmen. Boekje lezen.
Zaaalig.
Fietsvakantie op en top.
In de namiddag gaan we nog even met de wagen naar het vestingdorp Saludecio en drinken er een wit wijntje tussen de spelende kinderen. En op zoek naar strozzapreti, die typische pasta uit de Marche. Die ze in de winkels en supermarkten van Emiglia Romagna - amper een paar kilometer voorbij de grens - niet meer blijken te kennen. Maar na de winkelbeurt steekt onze autokoffer wel al vol met deegwaren, olijfolie en wijn ...
De dag wordt heerlijk afgesloten met een prima avondmaal op het terras van de Osteria dell'Accademia. Bistecca alla Fiorentina. En wijn in een wijnglas, hoera.
Weinig tafeltjes bezet, en bijna allemaal Vlamingen en Nederlanders. Taalfaciliteiten aanvragen ?
Donderdag 24 juni 2010 (Mireille)
Voor de tweede dag op rij kunnen we buiten ontbijten.
Even later laden we de fietsen op de auto, want de fietstocht naar Urbino is net iets te lang naar onze zin. Gisteren hebben we de kaart goed bestudeerd en hebben we een verkorting gevonden. Zodoende rijden we 10 km van de fietstocht met de auto en stallen de wagen op een pleintje in Borgo Massano. Hier maken we voor alle zekerheid een waypoint met de gps. De eerste 5 km gaan langs een drukke weg? Hier wordt snel gereden. Ook vrachtwagens scheuren ons voorbij. We twijfelen dan ook geen moment om de alternatieve route te nemen. Veel rustiger en landschappelijk mooier.
In de boerendorpjes maken we wel de honden wakker. De route geeft zelfs een niet te hellende indruk, maar onverwacht staan we oog in oog met een helling van 15%. Van het verschieten springt mijn ketting eraf. We kruipen als mieren omhoog, krijgen een korte adempauze en ploeteren verder tot het dorpje Castello di Cavallino. Hier vallen we neer op een bankje, maar al even snel zoeven we weer naar beneden. Om in de buitenwijken van Urbino te belanden. De drukte waar we schrik voor hadden, blijft achterwege. Aan het standbeeld van de schilder Rafael, kunnen we onze fiets gemakkelijk parkeren.
De weg door de oude stad gaat steil naar beneden, het is er gezellig druk. Kleine en grotere piazza's, statige gebouwen, mooie standbeelden en massa's kerken. De studenten zijn opvallend aanwezig in het straatbeeld. Op een pleintje vinden we een restaurantje, een kaart hangt er niet uit. De antipasto en de primi's zien er veel belovend uit. Dit wordt moeilijk kiezen. Nieuwsgierig als we zijn beginnen we eerst met een ensalata caprese en een crescia. Dit laatste is dus een plat brood zoals de piadini. Ook de pasta’s zijn overheerlijk, de strozzapretti met cichorei en kaas, de gnocchi met tomaten. We zullen de komende dagen de pasta missen. We dwalen nog even door de stad en beginnen aan onze terugtocht. En ondanks het feit dat we niet zo veel kilometers gefietst hebben, is het al bij de vijven als we in ons dorpje aankomen. Nog even een duik in het zwembad en dan de koffers vullen. Benieuwd waar we vanavond pasta gaan eten.
Vrijdag 25 juni 2010 (Herman)
Da-ag Montegridolfo. Da-ag Italië.
650 kilometer hiervandaan ligt Grindelwald. Hooggebergte in plaats van vestingstadjes, wandelschoenen in plaats van mountainbikes, grützi in plaats van salve.
Vlot verkeer in Italië, strenge stickercontrole aan de Zwitserse grens, wat aanschuiven aan de Sankt-Gothardtunnel. Nog 100 kilometer te gaan, volgens de gps nog twee-en-een-half uur ! Inderdaad, een
hele pas over. Op de schitterende Susternbergweg zien we massa's motorrijders hun klassiekers afwerken. En vanaf Interlaken aanschuiven achter de vrachtwagens en bij het binnenrijden van Grindelwald achter de lokale boeren. Hooitijd.
In Grindelwald-centrum halen we Zwitserse franken uit de geldautomaat en besteden die onmiddellijk aan wandelkaarten. Ons hotel Aspen ligt 3 kilometer uit en 300 meter boven het centrum, aan de voet van een schitterende bergwereld.
Heerlijk zomerweer, een glaasje wijn op ons terras en na het avondmaal al even de wandelborden gaan verkennen.
De stapmicrobe slaat toe ...
Zaterdag 26 juni 2010 (Herman)
... en dus zijn we al vroeg op pad want er is voor de namiddag onweer voorspeld. De Kleine Scheidegg is ons doel vandaag. Al is die wel hoger dan de Grosse Scheidegg.
We klimmen onder een loden zon over een rustig stijgend pad. Even wat hekkens openen en sluiten en dan na een volgende heuvelrug een kabeltandspoor oversteken. Net op tijd, want daar komt het treintje aan. Aan het station van Alpiglen volgen we een sportiever pad dat eens boven de 2000 meter over een hele reeks sneeuwpassages loopt. Veel volk op de baan, al vertrekken de meesten aan een van de kabelbanen. Weinig aanduidingen, en zo komen we uiteindelijk aan de klim naar de Eigergletsjer uit in plaats van de Kleine Scheidegg. Volgens de wandelkaart hebben we de Eigertrail gevolgd. Ongelooflijk mooie uitzichten op de Eiger, de Mönch en de Jungfrau. Aan de kabelbaan vinden we een restaurant met terras in de zon. Twee pasta's en biertjes, en treinen Japanners trotseren aan de wc's.
Van de Eigergletsjerkabelbaan op 2320 meter hoogte is het niet meer te ver tot de Kleine Scheidegg (2061 meter). Druk treinstationnetje, vanuit de hoogte met de gekleurde treintjes net speelgoed. Zwitserse kermis, en massa's Japanners. Met de trein dalen we af naar Grund, en daar vergissen we ons grund-ig van weg. Een kilometer verkeerd, en dan nog twee kilometer staalhard klimmen (300 meter omhoog) naar ons hotel. Op het caféterras kan het ijsgekoelde water en (grosses !) Rugenbräu-bier niet snel genoeg komen ...
Zondag 27 juni (Mireille)
Ontbijt op het terras, de besneeuwde toppen in het vizier.
Eenmaal de wandelschoenen aan gaan we richting Grindelwald-dorp. Eerst bergafwaarts naar Grund en dan terug klimmen naar Grindelwald zelf waar we de gondelbaan naar First nemen. Deze kabelbaan brengt ons van 1050 meter naar 2168 meter hoogte. De gondelbaan maakt 2 maal een scherpe bocht. In Bort kan je een Trotterbike huren en naar beneden zoeven en in First is er een ander speeltje voor de liefhebbers: een soort individuele kabelbaanschommel waarmee je 800m lager mee vliegt met een maximum snelheid van 84 km/uur.
Maar wij zijn hier om te wandelen. Ons einddoel is vandaag Faulhorn, een hut gelegen op 2681 meter hoogte. Het is een zeer populaire route, een breed grindpad met dagjestoeristen in alle maten en formaten. Het tempo van de meesten ligt voor ons echter veel te laag zodat we er heel veel moeten voorbijsteken. De natuur is prachtig, we hebben nauwelijks of geen last van de helikopters, in tegenstelling met gisteren.
Aan de Bachsee houden de meeste wandelaars halt. Alleen jammer dat de zon er verstoppertje speelt. Vanaf hier begint het serieuzere klimwerk, af en toe door kleine sneeuwvelden. Van de hut hebben we maar even een glimp gezien. Pas op 15 minuten voor het einde zien we de oudere hut met groene luiken op de bergtop liggen. De weg gaat vanaf hier in enkele haarspeldbochten steil naar boven. En hoewel het er redelijk zonnig is voelt het hier maar frisjes aan. Dus trekken we onze jasjes snel aan. De eieren zijn jammer genoeg op , maar aardappelen hebben ze blikbaar nog in stock. De leveringen gebeuren hier 2 maal per week met een helikopter met een maximum gewicht van 700 kg. We verorberen alle twee een heerlijke rösti: Herman eentje met braadworst en ik met “speck”, ui en bergkaas. Het meisje dat ons bedient gaat direct over in het Engels als ze onze slechte Zwitserse uitspraak hoort. Herman kan haar ten slotte overtuigen om in het Frans verder te gaan.
Na deze stop van een uur gaan we terug over tot actie, weliswaar over dezelfde weg terug waar ik zeker tot tweemaal toe een schuiver in de sneeuw maak. Bij deze terugtocht horen we regelmatig de marmotten fluiten. Na enige tijd krijgen we zelfs enkele te zien. Doordat de zon nog weinig van de partij is voelt het wat frisjes aan zo hoog in de bergen. Maar eenmaal afgedaald in Grindelwald voelt het heerlijk zomers aan. We bezoeken nog enkele toeristenwinkeltjes op zoek naar een vingerhoedje voor een collega, maar kopen er uiteindelijk geen wegens te duur. Voor zo'n klein prulletje tussen de 10 en 15 Zwitserse franken.
Omdat het toch al over vieren is, besluiten we de terugtocht met de bus te maken. Een ontspannende manier om terug bij het hotel te geraken. Een rustig avondje in het zonnetje dat hier heel de dag geschenen heeft. Vanavond BBQ op het terras van het hotel. En morgen stijve spiertjes?
Maandag 28 juni (Herman)
Eergisteren hebben we vanuit het station Kleine Scheidegg pijlen gezien naar Männlichen. En dat wandelpad loopt langs ons hotel.
Onder een stralende zon is het meteen puffen op de haast verticale wegen. In het begin krijgen we nog asfalt onder de wandelschoenen, met kitscherige kaboutertuintjes als belangrijkste bezienswaardigheid. Dan schakelen we over op grint, loodrecht naar boven, bospaden, steiler dan steil, en gras, klimmen maar. We worden begeleid door de rode, gele en oranje wagonnetjes van de Männlichen-kabelbaan. In het gras zijn de vliegen hyperlastig. Geef mij dan toch maar rotspaden in de sneeuw !
Even vinden we het pad niet terug. Een bestelwagen verstopt de wandelbordjes. Voorbij het Mittelstation Holenstein (1619 meter) - we hebben nu toch al 500 meter overwonnen - vinden we verkoeling aan een waterloopje. Een wei met luie koeien, en dan krijgen we het gezelschap van Felix, een bergkonijn dat onderweg leuke verhaaltjes aan kinderen vertelt. En van het - hallo - Äpfelchüegliwäg. Een bord geeft uitleg over de fruitsoorten in het Duits en Frans, en na enkele minuten vergelijkende studie merken we dat het op de achterzijde ook in het Nederlands en Engels vermeld staat. Wij zien Männlichen in de verte liggen, maar het vergt nog een hele klim door een wei en over rotsen om er te geraken. Op het einde is het pad versperd en moeten we er nog een grote lus langs het asfalt bij nemen.
We gaan op onze elan door en spurten nog tot 2350 meter naar de Männlichen Gipfel, de top, waar heel wat dagjestoeristen die vanuit Kandersteg of Wengen met de kabelbaan naar boven zijn gekomen dé foto willen nemen van de Eiger, Jungfrau en Mönch (maar die laatste verstopt zich achter een wolk). De gps geeft een klim van 1250 meter aan. Niet slecht voor een slotetappe.
Aan het moderne bergrestaurant van Männlichen eten we een spaghetti aan de zelfbediening. Wat je zelf doet, doe je goed, en dus is er ook aardbeientaart bij voor mij. Het valt ons op hoe vriendelijk alle mensen hier zijn. Ticketverkopers, buschauffeurs, hotelpersoneel, en nu ook weer in het restaurant.
De panoramaweg naar de Kleine Scheidegg ligt in de schaduw. Door de opkomende wolken is het ook wat frisser geworden. We leggen ons wat in het gras en gaan dan met de eitjes terug naar Grindelwald Grund, waar de buschauffeur van de lijnbus naar Holenstein ons oppikt en ons netjes aan het hotel afzet. Waar Mireille de ober verbaast door geen Rugenbräu-bier maar appelsap te bestellen.
We genieten nog van de heerlijke zonnestralen (wel wat onweerachtig).
Mijn fietsband staat plat, de wandelschoenen zijn aan vernieuwing toe, de wandelkaart is helemaal afgestapt en de spiertjes zijn aan rust toe. Tijd om naar het (zwoele) België terug te keren, zeker.
Waar we de bergen zullen moeten dromen in de wolkenformaties.
Maar wat een heerlijke afwisselende vakantie !