
Reisverslag uit Noorwegen
Dag 1 Brussel - Schiphol - Oslo
Een wekker die veel te vroeg afloopt, de neiging onderdrukken om me terug om te draaien en verder te slapen, maar neen, we vertrekken naar Noorwegen, dus hup met de beentjes uit bed. Een vlotte autorit naar Schiphol en dan het vliegtuig in naar Oslo.
De luchthaven aldaar is een mooi, ruim en modern gebouw met overwegend glas.Het is lekker weer in Oslo. Voor de Noren is het blijkbaar al iets te warm want de airconditioning staat volle bak in de bus.
Na het inchecken in ons prachtige hotel gaan we meteen op stadsverkenning. Dat betekent de Karl Johans Gate aflopen via de Storting (het parlement) naar de Aker Brygge. Daar met de ferry naar Bygdøy, een schiereiland waar verschillende musea liggen. Een rustige wandeling brengt ons eerst naar het vikingschepenmuseum, waar nog 3 zo goed als intacte vikingboten te bewonderen zijn.Vervolgens trekken we verder naar het Kon Tiki museum met 2 papyrusboten van Thor Heyerdal. Terug aan Aker Brygge bezoeken we nog het Vigiland openluchtmuseum : een imposante verzameling van beeldhouwwerken van menselijke figuren.Dan snel terug naar de stad want Noren eten vroeg. De Pizza Hut verschilt niet veel met die van bij ons en valt dus goed mee. De volgende dagen moeten we nog genoeg Noorse kost eten.
Het valt ons ook op dat je van gesproken Noors noppes verstaat. Geschreven valt het nog mee : ut is uitgang, toalett is WC (menn is heren, maar … kvinner zijn dames), åpen is open. Blåskjell zou je niet eten als je niet wist dat het mosselen zijn, ikke is niet ikke maar niet (kan je nog volgen ?), hei is hallo, en seks is gewoon zes. Maar het mooiste woord is wel sykkel (fiets), als je lekke band hebt ben je helemaal een sykkel. Op TV was ik al een kwartier Noors aan het bestuderen, tot ik plots aan het weerbericht zag dat het Zweeds was …
Dag 2 Oslo - Ål
Een overgangsetappe vandaag : een treinrit naar onze volgende verblijfplaats Ål. Een lekker ontbijt, een sprankelend zonnetje : ons humeur kan niet meer stuk. De trein valt nogal duur uit : 320 NOK per persoon. Maar het is dan ook meer dan 300 kilometer sporen. We zien het landschap stilaan veranderen naar meer heuvelachtig : de wandelvoetjes beginnen te kriebelen.
In Ål trachten we reeds tickets voor de volgende treinritten te reserveren doch de computerverbinding is uitgevallen. Op naar het hotel dan maar, dat we vanaf het hotel fier boven het dorp zien uitprijken.Na 10 minuutjes zijn we weer de baan op naar het openluchtmuseum van Ål doch het kan ons niet echt bekoren : wat oude schuren en stallen met gras op het dak. Zouden ze dat ook regelmatig maaien ? Gelukkig was de ingang gratis ; enkel een gids is betalend doch we zijn uit zijn gezichtsveld kunnen blijven.
Op een bankje tussen ons gezellig hotel en de kerk genieten we van het Noorse zonnetje met een boekje alvorens het schitterende Noorse visbuffet aan te vallen, gelukkig net voor een dubbele bus Duitsers als aasgieren komen toegesneld.
Dag 3 Wandeling in Ål
Nadat we, zoals in Noorwegen gebruikelijk is, onze mondvoorraad voor 's middags van het ontbijt meegenomen hebben, binden we onze wandelschoentjes vast voor een eerst tocht van 22 kilometer. Gelukkig hebben we samen met een ander (Nederlands) echtpaar een taxi kunnen charteren om naar het vertrekpunt (de Folkehögskolen) te gaan wat ons een extra 4 kilometer langs de baan bespaart. De taxidame zet ons netjes voor de hoofdingang van de hogeschool af - ziet ze dan niet dat we wandelaars zijn ?
Het startpunt zoeken valt niet mee, gelukkig worden we op het goede spoor gezet door een Belgische dame die zich verwondert afvraagt wat "al die Hollanders hier komen zoeken in dit godvergeten gat". Ze komt al 15 jaar naar Noorwegen voor een jeugdorganisatie, en demoraliseert ons meteen met "daar is toch niets te zien op die berg". Zij vindt de Reineskarvet een heel stuk mooier.
De beginklim tussen de bomen is al meteen steiler dan onze conditie, en op de top van de Nasakammen lopen we al meteen verkeerd. We worden echter wel beloond met een subliem panorama op Ål en wijde omgeving. Terug op de juiste route dwarsen we een moerassig stuk (Orreleikmyra) en komen we uit op de weg naar Kyrhovda, de hoogste top van vandaag (1150 meter).
Via een bergmeertje met de onmogelijke naam "Tjörnstöltjörne" en enkele zomerboerderijen klimmen we naar de kruin van de heuvel. Een panorama van 360° met zicht op de Reineskarvet en de Hallingskarvet is de bekroning. De bokes smaken er heerlijk. Iets later komen onze Nederlandse vrienden ook boven met een geit in hun zog. Die heeft hen van aan de boerderij helemaal tot boven gevolgd. "Maar het is vast een oude geit, ze hijgde de hele weg naar boven".
Dag 4 Ål - Finse
Vandaag een half dagje niksen - en pakken - voor we de treinreis naar Finse aanpakken. Het weer ziet er eerder Belgisch uit : sterke bewolking met af en toe een zonnetje of een buitje. Aan het treinstation van Ål zitten nog andere SNP'ers te wachten. De trein wringt zich tussen de rotsen door, onderweg sublieme landschappen achter zich latend.In het station van Finse stapt een hele zwerm kiekjesjagers uit. Grappig om zien hoe ze bij een eerste fluitsignaal allemaal terug naar de trein spurten.
De Finsehytta ligt vlakbij in een onvergetelijk landschap. Nadat we onze kamer lekker rommelig gemaakt hebben, besluiten we om naar de gletsjer te wandelen. We halen de "Hardangerjökulen" helaas niet wegens te weinig tijd, doch het landschap onderweg is spectaculair : rotspartijen, kloven, meertjes, dit alles met prachtige blauwgroene kleurentinten.
Een driegangenmenu brengt ons op krachten voor de hoofdschotel van de volgende dagen : dwars door de Hardangervidda. Blijkbaar is mijn komst gesignaleerd want bij het dessert staat een bordje : slechts 1 per persoon. En ik kon er zeker 6 op …Ondanks deze tegenvaller val ik als een blok in slaap - nu weten we nog steeds niet hoe lang het hier klaar blijft.
Dag 5 Trekking Finsehytta - Geiterygghytta
Nadat we een deel van onze bagage meegegeven hebben met de trein naar Flåm, vertrekken we voor de koningin van de Noorse trektochten.
Bij 5° C en onder een druilerig wolkendek moeten we al meteen een aantal sneeuwpassages oversteken. Het loopt moeilijk in de sneeuw, het kost inspanning om in evenwicht te blijven. Het filmrolletje krijgt weinig rust : na elke heuvel doemt er een nog mooier beeld op. Ondertussen begint het feller te regenen en wordt het landschap echt bucolisch : grote vlakten sneeuw met rotspartijen, watervallen. Bij de Klembu-hut steekt een ijzige wind op, nog andere (Nederlandse) wandelaars staan er verkleumd te wachten. De hut heeft een rare constructie : je moet naar boven klimmen om er dan terug in af te dalen. We koelen echter snel af en besluiten door te wandelen. De mist wordt nog dikker en even raken we de wegmarkering kwijt.
Apocalyptische taferelen : mist, sneeuw en een ijskoude wind. We proberen zoveel mogelijk in het gezelschap te blijven van andere wandelaars om het spoor niet bijster te raken. Het is telkens uitkijken naar rode T-markeringen, steenmannetjes en stokken die de richting aangeven.Voorbij het hoogste punt (1700 meter) wordt het weer terug milder, en bovendien trekt de mist op. We picknicken in de omgeving van een meer. Overal rondom zien we watervalletjes. Het parkoers wordt nu heel rotsig, regelmatig moeten we nog steeds sneeuwstroken oversteken. Plots zien we de Geiterygghytta opdoemen ; het duurt echter nog 40 minuten eer we de eindstreep bereiken.
1 douche en 1 cacao verder zijn we weer helemaal opgekikkerd. Bij het avondeten wordt de eetzaal bestormd (te weinig plaats), zodat we noodgedwongen voor de tweede shift opteren … die pas om tien voor negen opgediend wordt. Wegens nog honger moet ik achteraf nog een deel van onze mondvoorraad koeken aanspreken. Grappig hoe een Nederlander aan een Noor allerlei groenten probeert te beschrijven. Na elke groente schiet de Noor in een hartelijke lach. Waarom heb je zoveel groenten nodig als je het met een drietal ook kan doen (wortelen, erwten, kool) lijkt hij te denken.
Dag 6 Trekking Geiterygghytta - Østerbo
Vandaag staat de langste route op het programma,
maar spijtig genoeg is de aanvangsroute gehuld in de mist. We proberen de steenmannetjes niet te missen die ons langs de Sundhellerskarvet brengen. Voorbij de top van de Bolhovd trekt de mist op en doet het zonnetje verwoede pogingen om het wolkendek opzij te schuiven. Na een reeks bruggetjes, en een hele serie rivieroversteken zonder bruggetjes met nochtans identieke moeilijkheidsgraad, komen we halfweg aan de Steinbergdalshytta, aan het stuwmeer met de niet te herhalen naam "Vetlebotnvatnet".
Daarna volgt een serieuze klim over rotsen, waarbij we ook constant door plassen en modder moeten waden. De panorama's zijn overweldigend : een canyon waartussen een pittoreske rivier zich een weg naar beneden baant. Enkele kledingstukken worden in de rugzak gestopt … tot het plots begint te regenen. Onder een ware zondvloed - inderdaad, dit is Noorwegen - moeten we plotseling aan het zwaarste stuk beginnen : een glibberige afdaling langs rotsplaten met enkel hier en daar modderplassen als uitwijkmogelijkheid. Al schuivend en trippelend zoeken we ons een weg door de nauwe, steeds gladder wordende canyon. Gelukkig komen we na een half uur (of was het langer ?) op een grintweg uit, vanwaar het nog even doorstappen is tot aan de Østerboo Turisthytte.
Na 5 minuten staan we al onder de douche, na 10 minuten hangen onze kleren te drogen in de Trockenrom, na 15 minuten zitten we reeds in de eetplaats (met naamplaatjes op de tafel), waar ons een heerlijk diner voorgeschoteld wordt (hoera : zalm ; ba : weeral aardappelen).
Dag 7 Trekking Østerbo - Flåm
We nemen afscheid van de vriendelijke eigenaar van de Østerbo Turisthytte, die met de handen in het haar zit omdat de vaatwas het niet meer doet. 4.000 kronen voor een wisselstuk, en dat is blijkbaar voor een Noor zelfs veel. Een blik in het gastenregister leert dat hier sedert juli 1997 geen Belgen meer gelogeerd hebben, overigens zijn zowat 98% Noren, en voor de rest wat Zweden, Amerikanen en Nederlanders.
Vandaag starten we voor het laatste luik van onze driedaagse trekking. De wandelschoenen zijn nog nat, de rest van onze kleding hebben we gelukkig droog gekregen. Na een vrij geleidelijke maar glibberige klim, moeten we op een splitsing kiezen voor een - lager - benedenpad of een 200 meter hoger liggend, maar moeilijker bergpad. We kiezen voor het laatste. Het rotsachtige pad wordt steeds maar gladder, tot we op wat SNP noemt "spectaculaire" afdaling komen. Steil de diepte in, enkel met een paar schaarse kabels beveiligd. Met heel veel moeite (en Mireille met angstzweet) geraken we beneden.
Iets verder slaan alle Noren op een splitsing links af, doch het blijkt om een grot te gaan. Na de boterhammetjes dalen we verder af, volgens de gebruikelijke formule wadend door riviertjes en wegschuivend over gladde rotsen en modderplekken. Ondertussen lopen we al een hele tijd naast een aanzwellende stroom, en krijgen we een uniek zicht op de Aurland-fjord. Bij elke bocht sta ik weer in verrukking en neem ik nieuwe foto's. Een prachtige groene canyon, een V-dal waar een stroom zich met donderend geraas doorslingert, massa's watervallen die zich ongrijpbaar een weg tussen de rotsen banen, een onvergetelijk zicht.Plotseling wordt de weg versperd door enkele koeien en geiten. Eén koe heeft helemaal geen zin om het pad te ontruimen. Een Noors koppel slaagt er ook niet in om er wat beweging in te krijgen. Als de Noorse man via een zijrots voorbij Belle tracht te klimmen, begint een geit van zijn geplukte bloemetjes in zijn rugzak te eten.
De Noorse dame gooit haar appeltjes weg, doch de koe verkiest een ander menu vandaag. Als we eindelijk voorbij de koe geraken wordt het helemaal gevaarlijk : een andere koe verspert de weg terwijl de eerste met haar horens op mij afstormt. En op het smalle pad is geen uitwijkmogelijkheid. Als ik plotseling brul, springt de koe wel een meter achteruit.
Uiteindelijk slagen we er toch in deze moeilijke klip te omzeilen, al moeten we nog een paar keer tussen nieuwsgierige geiten slalommen. Op het ritme van het water komen we uiteindelijk aan de bushalte (gelukkig met cafetaria en terras), waar de bus ons een uurtje later oppikt en naar Flåm brengt. Het Heimly Pensjonat is comfortabeler en prettiger dan zijn naam laat vermoeden, en 's avonds kunnen we maar niet besluiten om naar bed te gaan, zo gezellig is het haventje met uitzicht op de fjord.
Dag 8 Boottocht en wandeling vanuit Flåm
In een typisch Noors weertje (verduidelijking overbodig) nemen we samen met Kees en zijn vrouw (?) de bus naar Gudvängen, waar we recht voor het ticket office van de boottochtjes
afgezet worden (keurig geregeld door SNP). Samen met een hele buslading Japanners en Amerikanen varen we door de nauwste fjord van Noorwegen : de Naeroyfjord. Dat "nauw" is wel relatief, het valt al bij al nog vrij breed uit. De zon breekt af en toe door het wolkendek, en tovert fotogenieke zichten op de fjord tevoorschijn, mét meeuwen op de voorgrond. Enkele Japanners liggen te slapen (!), af en toe worden ze eens wakker om een fotootje te nemen. Kunnen ze thuis eens bekijken wat er te zien was.
In een ongezellige ruimte onderaan staat er voor hen eten met stokjes te wachten. Ondertussen varen we de bredere Aurlandsfjord op, en krijgen we ook zicht op de Sognefjord. We kunnen nauwelijks beslissen welke de mooiste is. De Amerikanen worden uit de boot "gegooid" in het gezellig ogende dorpje Undredal, alleen de beloofde stav-kerk valt wat dunnetjes uit.
In Aurland moeten we ook van de boot voor een volgende bustrip. Slechts 2 andere passagiers stappen van de boot. Geen Kees of eega te zien. Blijkt dat ze dachten netjes in het rijtje aan te schuiven om af te stappen, maar al die anderen bleven op de boot ... Eer ze hun vergissing bemerkten, wat de boot reeds terug vertrokken. Van een Holland-mop gesproken !
Op de bus vragen we om bij "Utsikten" afgezet te worden. De chauffeur kijkt ons verbaasd aan, en moet lang naar de prijs zoeken. Daar aangekomen (gewoon een panorama langs de baan) blijkt het "Utsikten" wel schitterend te zijn, doch we vinden het wandelpad naar boven niet. We lopen een eindje (toch een tweetal kilometer) langs het asfalt, en omdat we op een heuvelflank plotseling twee wandelaars zien stelt Mireille voor om langs daar eens te proberen.
En inderdaad, boven op het plateau ontdekken we de rode "T-tekens" van de Noorse bergwandelvereniging. De klim is zwaar,
hier klautert men recht de heuvelflank naar boven en niet in zig-zag. We krijgen een onvergetelijk prentbriefkaartzicht op de Aurlandsfjord, van boven is die nog veel mooier dan beneden. Een piepklein bootje laat een smalle waterstreep na, de zon glinstert in het blauwige water. Hier worden alle clichés van Noorwegen bevestigd.
De top halen we wegens tijdsgebrek niet, we moeten ons zelfs nog reppen om de bus van tien voor zes te halen. Het is opnieuw dezelfde chauffeur : hij lijkt zich af te vragen wat we in 's hemelsnaam gedurende die drie uur langs de baan uitgespookt hebben. We zijn de enige passagiers - geen wonder dat het openbaar vervoer hier zo duur is. De weg is smal, meermaals moeten chauffeurs hier een heel eind terug achteruit rijden.
's Avonds (na nog maar eens een snelle douche) krijgen we voor nog maar de tweede keer geen zalm op het menu (varkenslapjes), maar wèl aardappelen (Mireille droomt luidop van spaghetti).
We eindigen in stijl met een boekje en een verslagje aan de rotsen van de haven. Het water kabbelt rustig voorbij, de meeuwen roepen om aandacht. Het leven kan toch eenvoudig zijn in Noorwegen. Nu nog wachten op de zonsondergang - helaas krijgt Mireille kou, en moeten we de Noorse einders inruilen voor ons warme bedje.
Dag 9 Flåm - Bergen
We nemen met spijt afscheid van de pittoreske omgeving van Flåm en stappen op een toeristentreintje dat ons naar het op 866 meter gelegen Myrdal zal brengen. Deze Flåmsbane is een technisch wonder : over een afstand van amper 20 kilometer overwint het zulk groot hoogteverschil met een gewone spoorlijn. Onderweg mogen we nog even uitstappen bij de indrukwekkende Kjosfossen waterval, waar zowaar een nimf halverwege dit natuurverschijnsel een liedje staat te zingen (en allicht kou zit af te zien). De uitzichten zijn prima, maar halen het niet bij die op de wandelingen.
In Myrdal bevriezen we zowat vooraleer we op de trein naar Bergen kunnen overstappen. Bergen staat gekend voor zijn 366 dagen regen per jaar, dus wat valt er in Bergen uit de hemel bij aankomst ? Inderdaad.
Het Bergen Gjaestehus blijkt in een groezelige bar te liggen. De kamer ziet er allerminst verzorgd uit, en overal hangt er een rooklucht. We staan dan ook vlug terug in de regen van Bergen, waar we moedige pogingen doen om enkele van de bezienswaardigheden te bekijken : het marktplein, de vismarkt, de haven en de oude hanzegebouwen.
De aanhoudende regen verplicht ons om de ene toeristenwinkel na de andere af te lopen, en vroeg te gaan eten (Pasta Basta - nog eens lasagne en spaghetti na al die Noorse aardappelen). We trekken daarna nog naar de Floibane (een tandradspoor) hoog boven Bergen, doch meer dan wat mistige flarden krijgen we niet te zien. Bergen kan ons toch niet echt bekoren.