
Reisverslag Orkneyeilanden 2011
Dag 1 - donderdag 9 juni (Herman)
Summer holiday (Cliff Richard)
Engeland, Wales, Ierland.
Na diverse omzwervingen over het Britse koninkrijk wordt het tijd om Schotland aan het rijtje toe te voegen. We hebben ons oog evenwel laten vallen op een eilandengroep helemaal in het uiterste noorden: de Orkneys.
Slow food (een rustig ontbijt in onze zonovergoten tuin) wordt gevolgd door slow travelling. We rijden met de auto ultravlot naar het Nederlandse IJmuiden voor inscheping op de King Seaways naar Newcastle. Het is wel even zoeken naar de parking, want lange rijen vrachtwagens belemmeren het zicht. We laten de wagen hier 14 dagen achter. Aan de talrijke sporen van meeuwenpoep te zien niet zonder risico ...
Slow travelling betekent dat we maximaal gebruik zullen maken van het openbaar vervoer. Als we de boekhouding correct hebben bijgehouden twaalf ferries, zeven treinen, een tiental bussen en hier en daar nog een taxi. En het betere wandel- en fietswerk. Eilandhoppen in de zuiverste vorm. Al moeten we er eerst nog wel geraken, in dat hoge noorden.
Stap 1 is dus dit comfortabele ferryschip van DFDS Seaways, 170 meter lang en met een tiental verdiepingen. We moeten eerst nog even wachten tot de vrachtwagens en auto's een plaatsje op de ferry hebben veroverd en krijgen dan vlak bij de ingang onze kajuit met zeezicht toegewezen. Wij spurten echter onmiddellijk de trappen vijf verdiepingen hoger en koesteren ons in de zon op het uiterste bovendek naast de Mermaid Bar. Het terras loopt wat later aardig vol met Britse scholieren op terugtocht van een fietstocht door "Holland", motorrijders die prompt hompen brood en kaas bovenhalen en toeristen en citytrippers van diverse pluimage.
Wij verhuizen pas naar een van de vele bars als het een paar uur later toch wat frisser begint te worden. Ik denk elk moment Nicole en Hugo te zien verschijnen maar het is een prima countryband die als muzikale omlijsting wordt opgevoerd gevolgd door - oeps - een bingoavond.
Snel ons glas witte wijn (zes euro per stuk !) leegdrinken en een hapje gaan eten in het gezellige à-la-carterestaurant.
En dan hebben we het casino of de bioscoop nog niet bezocht, zijn we nog niet gaan winkelen of fitnessen en hebben alle "evenementen" gemist.
Maar een frisse buitenneus na het avondmaal is dat duizendmaal waard.
Dag 2 - vrijdag 10 juni (Herman)
These boots are made for walking (Nancy Sinatra)
Mireille trekt 1 oog open, ziet een puntje zon boven de waterhorizon verschijnen, grabbelt haar fototoestel en maakt enkele wereldfoto's door de patrijspoort.
En slaapt dan verder.
Over timing gesproken.
We hebben de boot nog niet goed verkend want we staan twintig minuten aan de verkeerde ontbijtzaal aan te schuiven. Geen lid van een toergroep, dan moeten we eentje hoger zijn. Keidruk aan het buffet, maar we proberen het relaxed te houden.
Rond acht uur lokale tijd worden de eerste contouren van de Britse oostkust zichtbaar: een lange pier, een burchtruïne.
In Newcastle-haven rollen we de reiskoffers van het schip en moeten we - typisch Brits - queueën. Paspoortcontrole. En geen 3 centimeter te ver gaan staan (of handboeien ?).
Bus 327 brengt ons naar het treinstation van Newcastle waar we twee singles naar Edinburgh uit de automaat toveren. Het is half een als we in Edinburgh Waverley uit de trein stappen. Grote werkzaamheden. Reiskoffers voortdurend op en af trappen sleuren. Volledig verkeerd lopen en na een half uur toch Apex Waterloo Place Hotel bereiken ("5 minuutjes van het station", jaja als je niet verkeerd loopt). Een keurig viersterrenhotel in een historisch pand.
De kamers zijn nog niet klaar en we geven de reiskoffers in bewaring aan de balie. Vlak bij het hotel ligt een park waar een korte trappenreeks ons naar Calton Hill brengt, een uitzichtpunt op 100 meter hoogte. Hier staat het National Monument (een oorlogsherinnering), een bronzen kanon en nog wat stenen bezienswaardigheden. Maar vooral het fraaie zicht over het oude en het nieuwe Edinburgh steelt de show.
In de verte zien we ook een groene heuvelrug liggen. Met wandelpaden. De wandelmicroben kriebelen en we gaan op goed geluk die richting uit. Een grasheuvel af, een smal paadje in en plotseling staan we aan het spraakmakende recente parlementsgebouw van Schotland, met veel hout en glas. Zelfs de fietsenstallingen zijn hier moderne kunst.
Aan de overkant van het grasplein en de vijvers voor het parlement vinden we het aanvangspad van de heuvelbeklimming. Meteen steil naar boven. Voorbij een eerste heuvelkam dalen we even af en dan gaat een kronkelende, adembenemende trappenslalom tussen bloeiende gele brem naar 251 meter hoogte, de top van Arthur's Seat, een 350 miljoen jaar oude vulkaan. Op de top staat een panoramatafel met allemaal namen waar we nog nooit van gehoord hebben. We dalen via een ander pad terug af en klokken af op 3,5 kilometer. Een goede opwarmer voor de volgende dagen.
Oei, nu hebben we Edinburgh zelf nog niet gezien. Aan het parlement begint de Royal Mile, een volle mijl tot Edinburgh Castle met pubs en vooral veel toeristenwinkels. Een hongertje, maar ik doe wel moeilijk. We opteren uiteindelijk voor een terras van een pub, maar we moeten binnen vluchten als eerst het menubord wegwaait en het dan begint te stortregenen. De jongen achter de toog is van het eiland Man en is - zowaar - al in Brugge en Brussel geweest. Hij wenst ons veel papegaaiduikers toe. Bij een glaasje Guiness stapt er een man in babydoll met ontbloot achterwerk binnen. Aan de sterkte van het bier kan het nochtans niet liggen ...
Daarna klaart het weer uit en kunnen we nog mooie fotoshoots van Edinburgh bij avondgloed nemen. Sombere steen alom, maar wel een gezellige oude stad met nauwe straten en parken en eethuizen. Wij gaan voor een Indisch restaurant op Rose Street (Tipu's Indian Lounge), een kelder waar vooral toeristen zich een weg zoeken door de ellenlange menukaart met veel puzzelwerk.
En waar zelfs Mireille (niet te geloven) het eten te spicy vindt.
Dag 3 - zaterdag 11 juni (Herman)
Far far away (Slade)
We weerstaan nog aan de eieren bij het ontbijt en beginnen aan een lange transferdag. Drie treinen moeten ons naar Thurso brengen, op vaarafstand van de Orkneyeilanden. Eerst van Edinburgh naar Perth (slechts twee wagonnetjes, anderhalf uur), vervolgens door een schitterend donkergroen Highlandlandschap naar Inverness. Aan verschillende stations stappen fietsers uit. Een fietspad loopt helemaal tot Glasgow. De stopplaatsen zijn een grote onbekende voor ons maar onze Trotter kan ze allemaal moeiteloos situeren. Pitlochry, heel toeristisch, Blair Atholl met een kasteel, Kingussie, Aviemore.
Twee uurtjes verder arriveren we in Inverness waar we jammer genoeg geen tijd hebben voor verder bezoek. Nu wacht de trein naar Wick, een kustplaats in de uiterste top van Schotland. Een boemel van vier uur moet ons enkele stations voor het einde naar Thurso brengen. Als de spoorlijn langs de waterlijn rijdt ziet Mireille meteen enkel papegaaiduikers dobberen. Goede start !
Onderweg horen we een paar keer dat een station "on request" is. Geen drukknop te zien. Een formulier in drievoud invullen en aan de kaartjesknipper afgeven ? Gelukkig blijkt Thurso niet uiitsluitend op verzoek te zijn.
We slaan in het dorp zegezeker de hoofdbaan in en vinden ons Station Hotel moeiteloos tweehonderd meter verder langs de rechterkant. Onze kamer ligt aan een aparte blok aan de achterkant. Eenvoudig maar kraaknet.
We wandelen nog even Thurso af tot aan de waterkant en verwonderen er ons over hoeveel kerken hier wel zijn in zo'n klein dorp. We vinden verderop nog een hotel, wat fish & chips en kleinere restaurants maar opteren voor het restaurant van ons hotel. Dat afgeladen vol zit met Nederlandse en Engelse bustoeristen. We krijgen nog een hoekplaatsje toegewezen en kiezen voor de local produce (haddock en lam).
Te laat voor de serenade in het dorp om kwart voor acht. We zien nog wel wat kilts aan de pubs maar de instrumenten zijn al opgeborgen.
Tijd voor wat local sleep.
Dag 4 - zondag 12 juni (Mireille)
Four seasons in one day (Crowded House)
Een rustig hoekje met een propvol tafeltje. Een breakfast menu op de tafel. Herman bestelt scrambled eggs, bacon en tomato. De bacon gaat al meteen de Schotse mist in. Nu ja saaie toast en ei met tomaat moet ook kunnen.
We krijgen te horen dat de taxi ons om kwart voor acht komt oppikken. Geen tijd te verliezen dus. Terwijl Herman gaat afrekenen, rol ik de koffers naar de hotelingang. En daar staat de taxichauffeur al een babbeltje te slaan met de hoteleigenaar.
Blauwe lucht. Aardig temperatuurtje, denk ik bij mezelf. Na een half uurtje rijden over ultrasmalle wegen zonder enig verkeer, komen we in John O'Groats aan.
Een klein ticketverkooppunt, een souvenirwinkel en wat vervallen huizen, enkele fietsers en een handvol toeristen. Een Engelse groep gaat op safari met een zodiac. Hiervoor moeten ze een verschrikkelijk lelijke outfit aantrekken. Lange gele jassen met een soort zwemvest erover. Ze vinden zich zo te horen ook heel belachelijk.
De boot van Pentland Ventures heeft zo te zien ook al heel wat meegemaakt. Enkele blutsen en schrammen zijn er de littekens van. Op de houten bankjes in het zonnetje meren we af. De zee is uiterst kalm. Wat Noordse stormvogels begeleiden ons. Een bus Hollanders en een bus Engelsen bevolken de boot, overvol dus.
Na de zonnige start gaan de wolken overheersen en begint het zowaar te regenen. Eerst zachtjes, wat later harder. Maar we blijven toch maar buiten op het dek.
Negen graden, zegt de volgende taxichauffeur op South Ronaldsay. Deze man is een stuk pessimistischer dan de vorige. Ja, april was mooi, mei verschrikkelijk en nu is het ook al niet denderend. Eén dag hebben we al 20°C gehaald. Deze man is duidelijk aan vakantie toe.
Aan het museum van Tomb of the Eagles stappen wij uit en wordt onze bagage verder naar onze overnachtingplaats in Saint Margaret's Hope gebracht. In het museum worden we warm onthaald door een van de dochters van Ronnie Simison die het graf per toeval ontdekte en verder blootlegde. Na 13,60 pound te hebben neergeteld krijgen we een inleidende uitleg door een andere dochter, samen met twee uit de kluiten gewassen motorrijders.
De Tomb of the Eagles is een grafmonument waar ze heel wat schedels en skeletten gevonden hebben. Sommige archeologen spreken over 300, maar waarschijnlijk zijn het er rond de 60. Ze zijn afkomstig uit de neolithische periode. De dame staat al meteen met enkele schedels te zwaaien. Verder zijn er gebruiksvoorwerpen en kookpotten opgegraven. Naar het doel van veel stenen hebben zelfs de archeologen vraagtekens. Wel is het verbazend hoe mooie gaten ze met rudimentair materieel in prachtig gepolijste stenen konden maken.
Na deze uitleg neemt Susan over. Zij geeft een duidelijke uitleg over het Bronzen Huis. Ook hier gaat het veelal over veronderstellingen. Op een maquette zien we een groot waterreservoir waarin hete stenen gegooid werden om eten op te koken.
Na deze uitleg gaan we zelf op verkenning. We passeren het Bronzen Huis en staan verbaasd dat het zo klein is. In de Tombe van de Arenden, genoemd naar de skeletten die ze van deze vogels gevonden hebben, gaat Herman op zijn knieën naar binnen met kniebeschermers. Het skateboard dat daar ter beschikking ligt, gooit hij evenwel eerst naar buiten.
Gelukkig sluit onze wandeling onmiddellijk op deze site aan. Op de kliffen staan we versteld van de vele broedende Noordse stormvogels. Maar papegaaiduikers (puffins) waar we zo naar uitkijken krijgen we niet te zien.
Het wandelpad is duidelijk, maar het is constant in het hoge gras lopen. We stoppen voortdurend om foto's te nemen. De broedende vogels op de klippen en de prachtige bloemenpracht maken de wandeling uniek. Leeuweriken zingen hun lied, scholeksters ruiken gevaar, en de grote jager zien we zelfs tweemaal. Hij vliegt rakelings over ons hoofd maar overweegt gelukkig geen schijnaanval.
Bij de Gloup, een ingevallen klif, horen we angstaanjagende geluiden. Is het monster van Loch Ness naar hier verhuisd ?
Even voor de afdaling naar een rotsstrand gaan de hemelsluizen open. Jassen aan en verder ploeteren door het hoge gras. We worden overal nat. De oversteek van het strand is een nachtmerrie. Uiterst glibberige keien, stinkend zeewier en andere zompige ondergrond. We vorderen maar stapje voor stapje en glijden voortdurend uit. Natuurlijk missen we de afslag die door SNP nogal onduidelijk beschreven wordt. We ondernemen ettelijke pogingen om de heuvel op te klimmen, maar het enige wat we bereiken is dat we nog natter worden. Er staat zelfs al water in mijn schoenen.
Bij een volgende poging slagen we er dan toch in om de route terug te vinden, verscholen achter de rotsen. Een kort stukje asfalt en dan terug over de kliffen. Om veiligheidsredenen loopt het pad langs de andere kant van de omheining en zijn er daarvoor mooie houten staphekjes voorzien. Omdat de zon weer de overhand krijgt, is het de uitgelezen plek om de boterhammetjes, de kaas en de koffie boven te halen en de wandelsokken uit te wringen. Vanaf hier ga ik zonder sokken in mijn wandelschoenen verder. We leggen de trapjes van het laddertje vol en hangen onze jassen te drogen. Als er al wandelaars zouden aankomen, zien we ze toch al van ver komen.
Vanaf hier houdt de zon ons gezelschap. Het hoge gras is verdwenen en soms lopen we door een heideachtig landschap, dan weer door een mossig gebied. Er zitten koeien in de wei, wat later afgewisseld door schapen.
En plots stoppen de kliffen, dalen we af naar een zandstrand en aanschouwen we de zee, het fotogenieke zeewier en de groene rotsen. Een kerkje met kerkhof in de verte is ons doel. Het is moeilijk stappen in het mulle zand.
Het laatste stuk van de wandeling gaat over een lange smalle asfaltweg. Vreemd hoeveel auto's deze doodlopende weg gebruiken. Gaat iedereen op zondagmiddag naar het kerkhof of wordt de hond op het strand uitgelaten ?
Saint Margaret's Hope is een klein dorpje uit de achttiende eeuw. De haven met de veerboot ligt nog iets verder. Onze overnachtingplaats Murray Arms is netjes en oogt wat verlaten. We trakteren er ons op een wit wijntje en beginnen aan het verslag. Veel tijd hebben we echter niet, want om half acht hebben we een tafeltje gereserveerd in een van de beste restaurants van Schotland, The Creel. Ik kijk ernaar uit.
Een karaf met kraantjeswater op tafel, met een zachte toets van javel. De gebruikelijke glanzende onderzetters en een mandje met lekker brood. De kaart komt met 3 voorgerechten en 3 hoofdgerechten, overwegend vis.
Herman kiest een vleespasteitje, ik ga voor een gerookte zalmterrine met codfish (kabeljauw). Dan zijn er sint-jakobsschelpen met monkfish tail (staartvis). Ik opteer als hoofdgerecht nogmaals voor de kabeljauw, perfect gebakken en geserveerd met kunstig gespoten aardappelpuree en een sausje. Herman neemt nog een creatie van de chef met chocolademousse. Een kopje koffie met een koekje en een chocolaatje werken het helemaal af.
We eten er correct, maar al bij al is het toch duur: 100 pond.
Slapen zal vannacht weer geen probleem zijn.
PS Herman: proef op de som. Mireille zou moeiteloos tot de culinaire top honderd van Schotland behoren.
Dag 5 - maandag 13 juni (Herman)
1 (rainy) season in 4 days (mezelf)
"That would be typically at seven", zei de hoteldame gisteren.
Het ontbijt bedoelde ze, refererend naar de bus die een uur later zijn opwachting maakt voor het hotel. En dus om zes uur uit de veren. Toch eens dringend met die bedenkers van die time tables rond de tafel gaan zitten.
De regen kletst al ongeduldig tegen het dakraam op het ogenblik dat de hoteldame ons in de pub exact naar de gewenste ingrediënten van onze full cooked breakfast vraagt. Wij hebben postgevat tussen de pooltafel en het dartsterrein. Gelukkig komt er nu niemand op het idee om nu te komen vogelpikken. De vele gaatjes in de muur maken duidelijk dat de vaste pols bij alcoholconsumpties niet steeds bij iedereen aanwezig is.
De weerdame van BBC World toont onheilspellende weertabellen met veel regen en lage temperaturen. Ze besluit met de hoopvolle woorden dat de regen al snel Schotland zal verlaten ... naar de noordelijke eilanden.
We trekken onze nog steeds natte wandelschoenen aan en gaan met heel ons hebben en houden in de regen aan de overkant van de straat wachten. Makkelijk te vinden, zei men in de pub: waar er veel volk staat aan te schuiven. Conclusie: behalve wij ... twee man. Alleen de paardenkop ontbreekt nog. Het busje komt precies om acht uur aan en rijdt in een half uurtje over drie lange stenen bruggen die tijdens de Tweede Wereldoorlog door Italiaanse krijgsgevangenen werd aangelegd van het eiland Birsay naar Mainland. In Kirkland verwacht ik een klein bushokje maar we kunnen er comfortabel in een grote hal wachten.
Aan een infobalie ga ik polsen naar de uren van onze volgende bus naar Tingwall en de ferryovertocht naar Rousay. Hij krabt zich voortdurend in het haar, zoekt ellenlange pagina's op zijn pc-scherm af en zucht dan even. Bus 6 om 9.35 uur aan halte 5, pols ik voorzichtig. Intensief speurwerk in de uurtabellen en dan knikt hij bevestigend. O, maar die stopt helemaal niet aan de ferry ... Nog wat muisgeklik. 't Is te zeggen, hij stopt er wel op zijn terugtocht. Dus je moet helemaal mee tot het einde, blijven zitten en 55 minuten later op de retour is er wel een stop voorzien. Het wordt wel nipt voor de ferry om 10.30 uur, voegt hij eraan toe. 10.40 uur toch ?, vraag ik hem. Nog wat gescroll in de tabellen - inderdaad, je hebt gelijk.
Lijkt me niet zo'n populaire ferry ...
Als de volgende bus eraan komt heeft Mireille haar reisverslag van gisteren al netjes uitgetypt en heb ik mondvoorraad in een broodjeszaak gekocht. En een krant. The Orcadian. Een lokaal krantje, niet echt met boeiend nieuws maar wel perfect om vanavond in onze kletsnatte wandelschoenen te steken. Je had er drie moeten kopen, zegt Mireille.
De bus rijdt een half uur zonder veel huizen tegen te komen, stopt plotseling op een smalle straat in the middle of nowhere en maakt dan rechtsomkeert. Aan de ferry - een klein roestig exemplaar - staat een ticket booth doch die is onbemand zodat de enkele passagiers dan maar allemaal aan boord gaan. Nog 1 vrachtwagen aan de ketting vastmaken en 2 personenwagens erbij en we kunnen op weg. Voor 15 euro (retour - morgen terug) mogen we een half uurtje in een kleine ruimte met wc en Knorrsoepautomaat meevaren. Een poster maakt reclame van een halve marathon eind augustus op Rousay. Ziet er heuvelachtig uit.
Aan de kade staat de eigenares van het Pierowallhotel al op ons te wachten. Slecht weer ? O het kan hier nog veel slechter hoor !
Wat een geruststelling ...
We deponeren onze bagage in onze kamer - jammer genoeg niet met privébadkamer maar wel met een subliem uitzicht over de kuststrook (en opletten voor de kippen want die komen binnen) - gooien onze dagrugzak over de schouder, zoeken naar onze regencape en groeten de dame met "we are very brave".
En straks "very wet" denk ik erbij.
Aan de straat voor het hotel slaat een steenslagpad meteen de hoogte in. De regen blijft ongenadig op ons hoofd neerkomen terwijl de wind onze capes in alle richtingen doet blazen. Enkele honderden meters verder volgen we een afslag aan een bord "Knowe of Yarso Chambered Cairn, 400 yards". Een smal gras- en rotspad voert ons langs de flank van een heuvel naar een graftombe uit 2900 voor Christus. Een informatiebord duidt aan dat hier 29 geraamtes zijn teruggevonden waarvan de schedels apart op een rijtje lagen. De centrale kamer met enkele zijcellen zijn nu overdekt. We duwen het lage deurtje open en ontdekken een centrale kamer met enkele zijcellen. Men heeft het geheel overdekt, als bescherming voor de archeologische vondsten. En misschien ook als schuilhut voor deze natte trekkers ?
We keren langs hetzelfde paadje terug en trekken verder naar boven, nu via een breder overwoekerd karrenspoor. Het pad wordt zompiger en voorbij twee enorm grote hekken komen we verkleumd en drijfnat op een brede heuveltop. Mireille laat een grote jager schrikken die zijn kuikens meteen even aan hun lot overlaat. Het gefluit klinkt als een roestig hek dat open- en dichtklapt. Boven zijn er geen paden meer te zien maar alleen nog mos waar we enkeldiep in wegzakken. We worden nat gehageld, de mist komt snel op en we slagen er zelfs met de gps niet in om een heuveltop met paaltje te spotten. Te gevaarlijk, en dus keren we onverrichter zake terug naar ons hotel. Waar 2 Nederlandse SNP'ers net even druipnat van hun fietstocht over het eiland terug zijn en de gemeenschappelijke badkamer nog eventjes bezetten.
We zetten de verwarming in de kamer op maximum en beginnen een droogactie. En vallen dan prompt in slaap. Als ik twee uurtjes later wakker wordt straalt de zon hevig, zit het strand vol met zwembroeken en bikini's en draaien de kippen in boutjesformaat aan de barbecue. En ... neen, het is een droom. Buiten ziet het weer er nog verschrikkelijker uit. Nu is er nog stormwind bij gekomen.
Is er hier een rechtstreekse ferry naar de Caraïben ?
Neen, en dus kiezen we 's avonds resoluut voor fish and chips. En voor een - volgens de kaart - “licht” dessert, een fudge van Belgische chocolade. Een superzware en enorm grote portie. Gelukkig heb ik geen zwaar dessert genomen. Wat zou dat geweest zijn ... ?
De wind huilt ongenadig, de huishond Roe (van kangoeroe) komt aandacht vragen, we knopen een gesprek aan met de Nederlanders die overal rustdagen bijgeboekt hebben (en tot nu toe steeds mooi weer hadden), we steken extra Orcadiankranten in onze wandelschoenen en geven ze een plaatsje in de publieke ruimte. Mireille vraagt aan de eigenares naar het weerbericht (geen bikiniweer) en waar er papegaaiduikers kunnen gespot worden.
Zien we er morgen ?
Dag 6 - dinsdag 14 juni (Mireille)
Against the wind (Bob Seeger)
Sinds gisterenavond is er een weersverbetering. Maar of het zo zal blijven is nog onzeker.
We beslissen toch om voor de fietstocht te gaan. We kiezen voor wandeloutfit ondanks het feit dat we ook fietskleding in onze bagage hebben. Omdat er onderweg ook wandelmogelijkheden zijn slagen we er na wat puzzelwerk zelfs in om de wandelschoenen in de rugzak te proppen.
Eerst rijdt de hoteleigenaar naar de haven waar we onze bagage in de wachtzaal van de terminal kunnen stockeren. Vervolgens brengt hij ons even verderop naar Eric de fietsenverhuurder. Eigenlijk een boerderij annex camping met 3 fietsen in een tuinhuisje. We krijgen een uitleg over de mogelijke wandelingen die we onderweg kunnen maken. Kliffen met massa's zeevogels, dat klinkt veelbelovend. Het kaartje in de fietsreparatieset is gisteren drijfnat geworden en de kleuren zijn uitgelopen. Allemaal groenige tinten. This makes me psychedelic, zegt Eric.
De stevige wind maakt het ons niet gemakkelijk. Dus alle redenen zijn goed om eens te stoppen. Zeker omdat het bijna uitsluitend bergop gaat. Het landschap is ronduit prachtig. Straalblauwe lucht, blauwe zee met witte schuimkopjes, groene weiden met donkerkleurige koeien en witte schapen, maar ook donker moorland en dan plots die verrassende knalrode Britse brievenbus.
Een eerst echte stop maken we bij een neolithische graftombe, kleiner dan die van gisteren. Wat later komen we aan een afslag naar een serieuzere wandeling. We twijfelen nog even maar verkiezen tenslotte een andere die langs de kust loopt.
Volgens Eric start een eerste wandeling in de nabijheid van een huis en bij 2 postsorteerbakken. En ja hoor, we vinden deze plaats en zelfs een groen pijltje. We openen en sluiten enkele poortjes, lopen over overstroomde en wat drogere paden en komen bij een bouwvallige onbewoonde hoeve. Van hieruit loopt het mis: geen pijltjes en alleen maar prikkeldraad in de weg. We keren op onze passen terug, rijden wat verder en stellen verbaasd vast dat hier een postkantoor is. Helemaal langs de andere kant van het eiland, in een klein gehucht met 3 huizen. Maar het postkantoor verkoopt ook melk en brood, en misschien ook postzegels ?
Wat later vinden we de aanduiding van het coast path. Eerst een grindweg, daarna recht door de velden met schuwe schapen en lammeren, die zich snel in veiligheid brengen. Op de kliffen is het druk. Verschillende soorten vogels vliegen op en aan, andere broeden op de rotsen. Maar van papegaaiduikers is er geen sprake. Die zitten allicht op zee. Gelukkig zijn er heel veel aalscholvers. Enkele staan met gespreide vleugels te drogen.
Zo'n panorama is het uitgelezen moment om de boterhammetjes en koffie boven te halen. Jammer genoeg laat de zon het een beetje afweten. We voelen zelfs enkele druppels en haasten ons verder. We fietsen nu onder een donkergrijs wolkendek, maar knijpen al even snel de remmen dicht. We zien een bordje met de mededeling dat er een wandelpad naar de seals en de otters loopt.
We vinden de luie zeehonden probleemloos. Ze zijn niet aan het zonnebaden, maar wel aan het liggen te liggen. Eentje neemt dan toch een duik in het water en toont ons hoe mooi hij kan zwemmen. Kopje boven, onder, boven, onder.
De lange klim op de terugweg gaat vlotter dan gedacht, maar dat ligt niet alleen aan onze conditie, maar vooral aan de stevige rugwind en de afdaling. We zoeven naar beneden ondanks de 4 auto's die ons moeten passeren. Hoewel hoffelijkheid troef. De automobilisten halen zeker geen gevaarlijke toeren uit om ons in te halen. En een groet komt er altijd bij.
De laatste kilometer is redelijk vlak maar tegen de wind in. Nog even zwoegen tot aan ons eindpunt.
En dan schrijf ik dit verhaal aan de haven op een picknickbankje in het zonnetje bij 13°C. Ik heb al in slechtere omstandigheden verslag uitgebracht.
Op Mainland moeten we echter een half uur wachten op de bus. De kapitein van de veerboot was immers zo gehaast dat we vroeger vertrokken en veel vroeger aanmeren dan voorzien. Aan de busterminal vraagt de chauffeur waar we exact naartoe moeten. O klinkt het, blijf maar even zitten, ik breng je wel naar het St. Ola hotel. En zo worden we tot vlak aan de ingang afgezet.
Onze kamer nummer 5 is een van de mooiste van het hotel. Schitterende ruime kamer met grote vensters die over de haven uitkijken. Vermits we morgen vroeg moeten vertrekken (waar hebben we dat nog gehoord) stelt de eigenares voor om een dienschotel met ontbijt op onze kamer te zetten.
Het avondmaal nemen we een deur verder.
Het restaurant Helgis blijkt populair. Een ruime kaart met veelbelovende schotels. Bij een wit wijntje maken we onze keuze: een salade van gerookte vis en een vegetarische pasta.
Na een wandelingetje en een verkenning van de haven, belangrijk om morgenochtend geen tijd te verspillen, staat ons ontbijt al netjes op de kamer.
Nu nog gaan slapen bij daglicht en wakker worden bij daglicht !
Dag 7 - woensdag 15 juni (Herman)
Stairways to heaven (Led Zeppelin)
Een koude douche.
Letterlijk. Er hangen verschillende touwtjes aan het plafond. Een ervan moet de waterboiler laten starten maar die weigert dienst. En dat om 6 uur 's morgens. Snel een deel van het ontbijt op onze kamer oppeuzelen en de rest in onze rugzakken proppen, de sleutel aan de receptie leggen en onze ferry aan de overkant van de straat gaan opzoeken. Vandaag staat het eiland Westray op het programma. De "noordelijke eilanden" moeten we helemaal achteraan de pier zoeken. Navraag leert dat de ticketjes aan boord verkocht worden.
Anderhalf uur later staan we onder een somber wolkendek op de pier van Rapness te zoeken naar het busje van ons hotel Pierowall. Na een telefoontje gisterenavond beloofden ze om ons te komen oppikken, de bagage naar het hotel te brengen en ons aan het begin van de wandeling af te zetten. Geen busje te zien echter. Wel een lijnbus naar Pierowall, waar veel volk staat aan te schuiven. Als iedereen aan boord is en ik net denk de eigenaars van het hotel op te bellen komt de buschauffeur ("Are you from SNP ?") ons melden dat hij vandaag van dienst is. Hij zet het grootste deel van de passagiers af aan de ferry naar Papa Westray, nog 2 anderen aan een B&B, sleurt onze reiskoffers in het hotel en brengt ons naar het vertrekpunt van de wandeling aan Kirbister Farm. Dat zie ik De Lijn nog niet doen ...
Aan de farm staat een infobord aan het begin van de staproute met veel vogelbeschrijvingen. Nadat we die netjes uit het hoofd geleerd hebben volgen we bruine houten palen met een gele zeshoek die het evenwel snel opgeven. De zon breekt door het wolkendek maar er waait een fris onaangenaam windje (gelukkig in de rug). We moeten een paar hoge trapladders over en blijven een vaag pad door het gras volgen. Aan een zoveelste trapladder eten we de rest van het ontbijt op met een lekker kopje koffie.
Verderop komen we al snel aan enkele 60 tot 70 meter diepe, verticale kliffen. Met duizenden vogels. Indrukwekkend. Zowat elke scheur, nis of uitstulping van de gigantische rotswanden is bezet met zeekoeten (guillemots), drieteenmeeuwen (kittiwakes) en Noordse stormvogels (northern fulmars). Een gekwetter van jewelste.
We blijven in het gras hoog boven de kliffen wandelen, met een vuurtoren als een baken in de verte, telkens weer met spectaculaire zichten. Door mijn hoogtevrees probeer ik wel een eindje van de rand te blijven. Na een uur of twee zijn we voorbij een boerderij echter verplicht om over een smal paadje een eind rakelings langs de diepe afgrond te lopen. Gelukkig regent het niet vandaag.
Wat een eenzame en prachtige wandeling. Niemand te zien, alleen natuur en vogels. Maar ook wel vermoeiend door het zompige gras en de steeds hogere trapladders. Op verschillende plaatsen in het gras worden we luidkeels belaagd door scholeksters die ons willen weglokken van hun kroost. Na enkele natuurlijke bogen in de rotsen diep beneden ons en een picknick aan een klif naderen we de vuurtoren en het natuurgebied Noup Head. "Naderen" blijkt relatief want het duurt nog een hele tijd en verschillende klimmetjes door weilanden eer we aan de vuurtoren staan. Noup Head, het summum aan vogelrijkdom volgens de boekjes. Mja, inderdaad weer zo'n indrukwekkend diepe klif, maar met minder vogels en veel minder indrukwekkende setting dan we onderweg gezien hebben. Een bord leert ons dat hier maar 25 papegaaiduikers zitten die dan nog alleen bij de avondschemering te zien (kunnen) zijn. Vergeet het dus maar. Beneden aan het water ligt wel een hele kudde zeehonden.
Het pad buigt nu in oostelijke richting. We volgen een saai kiezelpad en worden door een wagen ingehaald. Een lift hebben ? No thanks. Dan pas merken we op de gps dat we afgeweken zijn van ons traject en veel dichter langs de kust over het gras moeten lopen. We dalen al snel af naar een eerste keienstrand. Op enkele rotsen zien we aalscholvers netjes op een rijtje zitten. En dan begint het avontuur. De boeren vonden het niet nodig - geheel tegen de Angelsaksische traditie in - om trapjes of klaphekjes te voorzien. We moeten dus een keer of zeven zonder hulpmiddelen over hoge prikkeldraad kruipen, stenen muurtjes en hekkens, 1 keer zelfs rakelings langs de afgrond over glibberige stenen. Footpath ?
We komen aan een tweede - prachtig ongerept - strand (Grobust) tussen de duinen. Zwoegen door het mulle zand. De zon blijft heerlijk schijnen. Zeventien graden volgens onze thermometer. Op een volgend weiland komen tientallen meeuwen luidkeels schreeuwend boven ons hoofd cirkelen. Niet aandringen, de bokes zijn op.
De laatste kilometers door het dorp van Pierowall langs landerijen, de school en het voetbalveld verlopen vlot. Maar toch zijn we blij als we om 17 uur na 18 wandelkilometers in onze mooie kamer op het bed kunnen neerploffen. En dan - olala - een warme douche kunnen nemen.
Het hele eiland telt ... 2 winkels. Beide wat verderop in de straat. We kopen er bananen, tomaten en broodjes, maar we stellen vast dat de kleine buurtwinkel ongeveer alles verkoopt wat een eilander ooit eens misschien eventueel zou kunnen nodig hebben: vis, kookpannen, benzine, tuingerei, leesboeken, noem maar op.
We versieren een wit wijntje op sofa's in de pub van het kleinschalige hotel met een familiaal sfeertje. Een krijtbord bij het avondmaal biedt een raadsel: cullen skink. Blijkt een overheerlijke vissoep van gerookte schelvis (smoked haddock) te zijn die Mireille met plezier uitlepelt. Ik houd het bij Grimbister cheese, lekkere kaaskroketjes. Gevolgd door curry beef, met rijst en sla.
En dan uitgeteld. Bedje komt zo. Dromend van papegaaiduikers.
Dag 8 - donderdag 16 juni (Mireille)
Who'll stop the rain ? (Creedence Clearwater Revival)
Ontbijt om 8 uur. Fried eggs and tomato, please !
Zo staan we sterk om de eerste twee kilometers naar de haven te overbruggen. Bij het verlaten van het hotel groeten wij een oudere man: "Good morning". Waarop de man prompt antwoord "Not a bad morning".
We passeren de dorpskerk. Zonder dak. Heeft de pastoor paraplu’s ter beschikking ? Aan de haven ligt de blauwe kleine boot al klaar. To Papay, horen we roepen. Inderdaad, vandaag wenden wij de steven naar Papa Westray met wandelvooruitzichten. Op de boot zitten 12 passagiers, maar als we na 20 minuten aanmeren, stappen er 7 al meteen in een wachtende auto.
Een fietser puzzelt zijn Brompton in elkaar en een echtpaar loopt voor ons uit. Een smalle eindeloze asfaltweg. Intussen is het druppelen overgegaan in een fikse regenbui, die niet meer zal stoppen. Plots stopt er een wagen bij de eerste twee wandelaars, en van zodra de chauffeur het raam opent, gaat er een irritant alarm af. Even later stopt de wagen naast ons en gaat het alarm voor de tweede maal af. Blijkbaar zoekt de chauffeur enkele mensen die hij bij de haven moest oppikken. Wij kunnen hem helaas niet helpen.
Wij vervolgen onze weg, lopen even verkeerd, in de war gebracht door een verschil in route tussen de beschrijving en de gps. Holland Farm lopen we resoluut voorbij. Museum en boerderijbezoek zullen voor een andere keer zijn. Via een modderig pad zetten we onze weg verder naar Knap of Howart. Dit is het oudste huis op de Orkney's, dat toevallig terug zichtbaar werd na een zware storm. De kamers zijn heel goed te zien. Mede door de striemende regen beperken we ons tot een vlugge blik op het geheel. En moedig stappen we in de regenvlaag verder. Onze trekkingbroeken zijn intussen al helemaal doorweekt.
Ter hoogte van het vliegveld stijgt er een vliegtuig op, het maakt een bocht over ons heen, en landt 2 minuten later al op Westray. De kortste lijnvlucht ter wereld.
Door het slechte weer beslissen we de wandeling in te korten, en dus gaan we via enkele laddertjes van wei naar wei en komen zo uit bij het kerkje van Sint-Bonifacius. Langs de andere kant van de hoofdweg moeten we zo kunnen inpikken op de wandelroute.
We openen een poort, lopen de weide in en lopen vast op prikkeldraad. We ondernemen nog twee pogingen om over de draad te geraken, maar moeten op onze schreden terugkeren. Dan maar over het asfalt tot de Holland Farm, langt het schooltje en dan over een karrenspoor langs verlaten boerderijen. Maar door de overvloedige regen is het pad veranderd in een beek en moeten we op de middelste grasstrook lopen. Plots staat er een houten bordje met blauwe letters: "Stile Walk".
Het hoge gras maakt onze voeten nog natter, gelukkig zijn er al anderen die voor ons deze weg gevolgd hebben, zodat het gras al wat platgelopen is. Maar plots houdt de het pad op, weer hoge prikkeldraad en geen trapje. We speurende omgeving af, maar zien geen mogelijkheid om aan de andere kant te geraken. Er rest ons maar een keuze: terugkeren naar het asfalt.
Maar als we de ferry van 13.35 uur willen halen (de volgende is pas om 17.55 uur !) zullen we een tandje bij moeten steken. Behoedzaam beginnen we aan onze terugweg. Oppassen dat we niet uitglijden op de natte glibberige keien, en dat onze voet niet vast komt te zitten in een of ander gat. Als we aan het asfalt aankomen, rest er ons exact nog 30 minuten voor het vertrek van de ferry. Onmogelijk denk ik, maar durf het niet hardop uit te spreken.
Iets voorbij een schooltje laten we een zeldzame wagen stoppen en vragen aan de jongeman of hij ons geen lift naar de haven kan brengen. Hij heeft daar gelukkig geen enkel probleem mee. Evenmin maakt hij er een punt van dat we helemaal doorweekt zijn. Eventjes de rommel op de achterbank opzijschuiven en weg zijn wij. Jammer dat we niet alle details van het ruwe Schotse taaltje begrijpen.
En zo komen we op tijd aan in de haven, bedanken onze reddende engel en stappen als twee verzopen waterkiekens de wachtkamer binnen. De fietser en de twee andere wandelaars zien er helemaal niet zo nat uit als wij. Hebben die tussen de regendruppels gelopen ?
De 4 zodiacpassagiers zeuren ook al over de regen en de kou. Hoewel zij met hun wetsuit toch geen klagen hebben ! Intussen is iedereen zijn lunch aan het opeten. Op een informatiebord leren we dat de corn cracker terug in het land is na enkele jaren afwezigheid. De bewoners wordt opgeroepen om hun gras pas laat op het seizoen te maaien zodat de vogel broedgelegenheid vindt.
Wanneer ik de boot zie aankomen, haasten wij ons naar buiten. Geen risico's lopen, nu we hier op tijd zijn, willen we deze boot echt niet missen. We nemen doorweekt plaats op de boot, en zien hoe de kapitein meerdere malen de aangedampte ruiten met een doek proper maakt. Dezelfde oude mannen als op de heentocht slaan een babbeltje met de kapitein. Die brengen waarschijnlijk hun pensioen hier op de boot door.
In de haven staan grote bakken gevuld met levende krabben. Hier wil ik natuurlijk een foto van nemen, maar ons fototoestel is de regen ook zat en weigert elke dienst. Droge batterijen graag, verschijnt er op het schermpje.
Eenmaal in Westray spoeden we ons twee kilometer verder naar het hotel, hangen alle onze natte kleren te drogen en nemen een ultrawarme douche. Gelukkig is dit Schotland en kunnen we aan de tea time beginnen. We snuisteren in de bibliotheek en Mireille zit al snel jeugdherinneringen op te halen met het boek “The Famous Five” van Enid Blyton. En ik zit met de Kroniek van de Twintigste Eeuw op schoot.
Papegaaiduikers zullen voor een andere keer zijn.
Dag 9 - vrijdag 17 juni (Herman)
I’m still standing (Elton John)
Die ochtend in de Orkneys. Weeral vroeg opstaan, maar hoera blauwe lucht. We hebben er zin in.
Het is druk aan het ontbijt (oeps slechts 1 eitje in plaats van de gebruikelijke 2) en we moeten even doorzetten om op tijd de bus naar de ferry in Rapness te halen. We pikken onze ondertussen droge kleren op in het washok achter de keuken, krabbelen nog wat dankuwels in het gastenboek, nemen afscheid van de gastvrouw en gaan aan de overkant van de B&B op de bus wachten. Mireille begint al te vrezen dat we die gemist hebben maar om 8.35 uur zien we de Stagecoach-bus de bocht uitkomen.
We vermelden even het magische paswoord "SNP" en we mogen zowaar gratis mee. De veerboot brengt ons in bijna anderhalf uur naar het ons ondertussen bekende Kirkwall. We gaan eerst even het toeristeninformatiekantoor binnen om documentatie op te halen over onze terugtocht naar het vasteland volgende maandag en stappen dan op de vandaag zeer populaire X1-lijn naar Stromness.
De eerste indruk van Stromness scoort iets minder gezelligheidspunten dan Kirkwall. Ons hotel ligt in een straat evenwijdig aan de kade. SNP vermeldt verschillende huisnummers maar een oudere dame vertelt ons dat we in de pub moeten inchecken. Ik vind een suffig kantoortje op een bovenverdieping waar we te horen krijgen dat het om drie adressen gaat van verschillende eigenaars die samenwerken. SNP is big business, vertelt hij. Per week 1 of 2 boekingen, de volgende weken is het ook heel druk. Wij krijgen kamer 20 toegewezen in het Harbourside Hotel. Een tegenvaller: de venster geeft uit op een smal steegje zodat er geen zonlicht binnen valt.
We zetten ons aan een tafeltje in de zon aan de pub en ik bestel binnen twee Guinessbiertjes. De wereld is perfect, tot de baas ons komt vertellen dat hij geen alcohollicentie heeft voor buiten en we dus naar binnen in de donkere pub worden verbannen. Uit protest laten we ieder een halve Guiness staan en gaan voor meer actie.
We volgen de winkelstraat tot op een adresje waar fietsen te huur zijn. We treffen er niemand thuis maar op een briefje lezen we dat we zelf een fiets uit het tuinhuis achteraan in de tuin mogen uitkiezen en het geld in een envelop in de brievenbus steken. Vertrouwen hebben ze hier wel in de mensheid. We opteren voor twee rode mountainbikes, steken 20 pound in de omslag en laten meteen de haven achter ons.
De klimmetjes zijn niet zwaar maar de wind blaast fel en in tegenrichting. On-Schots weer: we fietsen in korte broek en een lichte fietsjack. Heerlijk. We delen de straat op het beginstuk met redelijk wat auto's maar de chauffeurs zijn heel voorkomend en wijken ruim uit. We passeren het mooie Standing Stones Hotel (Mireille bekijkt dit met enige jaloezie) en komen aan Thormiston Mill. Links in een wei ligt Maes Howe, een neolithische graftombe. Bezoek is evenwel enkel op gegidste basis en slechts om het uur. We nemen een foto van de grafheuvel en vlammen nu verder - aha royale rugwind en veel bergaf - tot de Standing Stones of Stenness. Een kring van 4 menhirs. Schitterend. En nog gratis ook. Als de toergroepen aankomen springen we terug op onze fiets en zien in de verte al de majestueuze 5000 jaar oude steencirkel van Brodgar liggen. Populair, indrukwekkend, maar weeral gratis en voor niks. De stenen zijn een viertal meter hoog en staan “Schots” en scheef. Twee heuveltjes bieden een overzicht over de mysterieuze en fantastische site. Het doet ons allemaal een beetje aan de beelden van Paaseiland denken, een eiland dat we twee jaar geleden bezochten.
We wandelen de hele cirkel rond en fietsen dan verder langs een meer over rustige wegen tot Skara Brae, waar een compleet dorp uit 2900 jaar voor Christus tijdens een storm in 1850 werd blootgelegd. Individuele bezoekers worden hier gelukkig gescheiden van de groepstoeristen zodat we alles rustig kunnen bekijken. Na een vier minuten durend introductiefilmpje, en een museum waar de absolute waarheid in normaal schrift en de veronderstellingen in cursief vermeld staan, mogen we in een replica van huis nummer 7 een kijkje nemen. Eén enkele ruimte die identiek is voor alle huisjes: stenen bedden, kasten, visplank, geheime bergplaats en haard. Allemaal pico bello bewaard. De huisjes waren via overdekte gangen met elkaar verbonden en gebouwd rond een composthoop als steun en isolatie. En 1 ruimte diende als atelier. Buiten kunnen we ze dan in het echt bewonderen vanuit de hoogte. We stappen ernaartoe langs stenen die ons visueel in de tijd terugbrengen, van de eerste maanlanding, over de val van het Romeinse rijk, de piramiden, Stonehenge. Deze cultuur is nog veel ouder. Met het gras er rond lijkt het van ver zowaar op een minigolfterrein. Met de zee erachter is het een prachtig zicht. Een stille getuige van een rijk en mysterieus verleden.
Cultuur geeft honger maar in de cafetaria is de soep op en zijn er geen panini's meer beschikbaar. Gelukkig is er nog cake. Daarmee hebben we genoeg energie om tegen de wind in terug naar Stromness te fietsen en na 32 kilometer de mountainbikes terug netjes af te leveren bij de eigenaar. Die nu wel thuis is en ons nog 1 pound wisselgeld teruggeeft.
Ik bel het beste restaurant Hamnavoe) van de buurt op maar we krijgen enkel een antwoordapparaat dat aangeeft dat ze ... vorige week gesloten waren. Na diverse pogingen nemen ze om zes uur dan toch op maar helaas: volzet. We reserveren alvast voor morgen, en bellen dan nog wat rond naar de andere restaurants. Enkel in het Royal Hotel kunnen we nog een plaatsje bemachtigen. We gaan aperitieven in de lokale lawaaierige Flattie Bar waar de werkweek wordt afgesloten bij meerdere pints en gaan dan naar het Royal Hotel. Reservatie ? Niet op de hoogte. Er wordt dan toch nog een tafeltje voor ons gedekt (er zijn er slechts enkele bezet) in een ruimte met grootmoedersbehang en meubilair uit een victoriaans tijdvak. De cd blijft meermaals hangen en sfeer is er al helemaal niet maar het lam uit North Ronaldsay smaakt heel overtuigend.
We vragen naar servetjes die de meisjes vergeten zijn en tonen wat er rond onze wijnfles zit.
- Napkins ?, vraagt ze verbaasd.
- For BOTH of you ??
We hebben onze mond de hele avond aan onze mouw mogen afvegen ...
Dag 10 - Zaterdag 18 juni (Mireille)
The old man and the sea (Ernest Hemingway)
Wanneer we de pub binnengaan, zijn er grote kuiswerken aan de gang. Gelukkig niet in het gedeelte waar het ontbijt geserveerd wordt, maar het geluid van de stofzuiger moeten we voor lief nemen. Een cooked breakfast, wat cereals en toast, the usual stuff met andere woorden.
Na het ontbijt moeten we ons echter haasten om de ferry naar Hoy te halen. Dat komt ervan als men teveel treuzelt en vergeet de daypacks klaar te maken. Maar we zijn alleszins niet de laatsten die op de boot stappen. Neen we zijn geen 60 jaar, neen we hebben geen fietsen mee, yes twee retourtickets !
Het zonnetje doet zijn uiterste best om de wolken te verdrijven, en dat zal dan nog aardig lukken vandaag. Wanneer we Hoy naderen zien we plots een massa actieve zeevogels boven zee, en in het water zien we regelmatig zeehonden hun kopje boven water steken.
In het haventje dat het woord eigenlijk niet waardig is, staat er al veel volk op de kade te wachten.
Een deel van de passagiers stapt over in wachtende auto's en de fietsers springen op hun zadel. Er blijven behalve wij nog 3 wandelaars over voor de lange trektocht naar de Old Man of Hoy.
Een steile weg omhoog, hier zien we de eerste fietsers al van hun fiets afstappen. Wij hebben het hier wel wat gemakkelijker. Een eerste aanduiding naar Rackwick is hoopgevend: 6 km langs de openbare weg, en 4 km voor de wandelaars. Maar zowat 2 kilometers verder, waar het asfalt overgaat in een onverharde weg, staat er opnieuw Rackwick 4 km. Ja maar zeg !
We vervolgen onze weg tussen twee hoge heuvels in, langs een stuwmeer en door het heidelandschap. Achter ons volgt een Oost-Europees echtpaar en een man van Schotse afkomst met rugzak en op gewone stadsschoenen.
Na een tijdje moet ik echter een sanitaire stop inlassen, maar met al dat volk achter ons zie ik dat niet meteen zitten. Op een breder stuk met mooi panorama stoppen we en trekken onze buitenjas uit. De zon schijnt heerlijk. We treuzelen, fotootje hier, fotootje daar. maar pech: de andere wandelaars besluiten hier ook te stoppen. Nog wat foto's, wachten, rondkijken. Vol belangstelling het heidelandschap bestuderen.
Dan vraagt de Schot of we een foto van hem willen nemen en neemt hij ook een kiekje van ons beiden. Het echtpaar is ondertussen dan toch eindelijk vertrokken. De Schot blijft evenwel rondhangen zodat ik de plaspauze nog steeds moet uitstellen. Als ik voor de zoveelste maal stoïcijns een bloemetje digitaal vastleg, zegt die man naast mij "jij bent wel erg geïnteresseerd in de heide, hé".
Sinds exact twee minuten, denk ik bij mezelf ... Ten lange leste stapt de man dan toch maar verder en slaken wij een zucht van verluchting. Wat een plakker !
Het moorland is ronduit prachtig, de omringende paarse heuveltoppen doen denken aan de Highlands. Voor het eerst op deze reis lopen we over zo'n goed aangelegde paden. Af en toe staat er een gele pijl op een rots geschilderd, dan weer lopen we over stukjes vlonderpaden. Na twee uur stappen komen we aan de asfaltweg, passeren het hostel en komen in een heel ander landschap terecht. Kliffen, zeezichten en weiden vol schapen en lammeren.
Een hele reeks bordjes en richtingaanwijzers tonen de weg naar de Old Man of Hoy. De boeren houden er duidelijk niet van als toeristen teveel over hun land lopen. Een anderhalf meter breed aangelegd pad brengt ons eerst omhoog te heuvelrug. Van daar zien we al meteen in de verte de 137 meter hoge pilaar staan.
Het brede en heel goed aangelegde wandelpad zorgt ervoor dat we na een uurtje wandelen vanaf het hostel al bij het eindpunt van de wandeling aankomen. Wat een plek: 300 meter hoge kliffen, de hoogste van Groot-Brittannië en links duizelingwekkend diep de stenen pilaar die uit de zee steekt. We zitten hier ook op het hoogste punt van de eilandengroep, 460 meter hoog. Maar mijn aandacht wordt naar het vogelbestand op de klif getrokken. Hoera: een papegaaiduiker. Nee, twee. Drie ! Nu nog mooie foto's van deze rare snuiters nemen. Daar ga ik voor op mijn buik aan de klifrand liggen.
Daarna nestelen we ons in het zonnetje en eten zoals iedereen de bokes – de onze met kaas - op. O ja, bijna vergeten, de oude man, spectaculair, met enkele rotsklimmers in volle actie. Een Noordse stormvogel houdt ons constant in de gaten. Hij peuzelt de kruimels op, waarschijnlijk al slechte manieren van toeristen geleerd. We genieten van het prachtige weer. Ik probeer nog een tweede fotoshoot van de puffins.
Ook op deze wandeltocht zien we leeggeslurpte vogeleieren liggen. We zagen meestal grote witte eieren met donkere stippen, maar dit keer zie ik ook een groot ovaal bruinig ei liggen evenals een veel kleiner eitje. De roofvogels doen hier ook goed hun best. Het vogelbestand is dan ook de laatste 5 jaar opmerkelijk achteruit gegaan. Dit tengevolge van het verminderde visbestand, waardoor de broedende vogels langer van hun nest wegblijven.
Op de terugtocht zien we aan het stuwmeer massaal veel grote jagers. Het blijkt dat hier zowat 1900 paren huizen wat 12% van het totale aantal is. We lezen op een bord dat ze tijdens de broedtijd heel agressief kunnen zijn en aanvallen uitvoeren. We zien trouwens een meeuw verjaagd worden door twee grote jagers.
Omdat de terugweg identiek is aan de heenweg staan we na 5 uur wandelen aan het Beneth’ Hill Café. De twee jonge dames die het etablissement uitbaten overtuigen Herman enthousiast om bananabread te kiezen. Herman is nieuwsgierig en neemt er een stukje carrot cube bij.
Wanneer we wat later aan de haven wachten op de boot, zien we de 2 giechelende meisjes van het cafeetje terug. Ze hebben dus juist een uurtje om heel hun santenboetiek op te ruimen en naar de boot te rennen.
Eenmaal op zee speuren we de horizon af en wat zien we ? Massa's zeehonden ! De meeste zwemmen rond met hun kopje boven water, andere liggen opeengepakt op de zandbakken.
Wat een dag !
Nu nog onze voeten onder tafel steken in het Hamnavoe-restaurant. Dit eethuisje heeft al 3 opeenvolgende jaren een vermelding in de Michelingids.
Een vijftal tafeltjes zijn bezet en bijna iedereen eet hier de bekende krabgratin. Ook de kreeft blijkt hier heel populair te zijn. Maar wij gaan respectievelijk voor de cullen skink en de gratin van krab. Vervolgens opteren we voor de suggestie van de dag: staartvis met sint-jakobsnootjes en koraal met garnalen, een zachte Thaise curry en saffraanrijst.
Als we terug in richting van ons hotel lopen is het een drukte van jewelste in het straatje aan de haven. Talloze groepjes zijn uitgedost in sportkleding met daarover een fluokleurig hesje. Vooral vrouwen. Een livebandje speelt swingende nummertjes uit de jaren 60 en 70. Een jogging ? We zien toch een spandoek met start en aankomst. Maar het blijkt een een midnightwandeltocht te zijn voor een of ander goed doel (Cancer Clan).
We krijgen zin om ons in te schrijven, maar het late uur schrikt ons af en we hebben al 22 km gewandeld. Er zijn ook nog grenzen aan onze uithouding.
Het bandje speelt dapper verder onder een tentje aan het Stromness Hotel en de Flattie Bar, Naast de sportievelingen zien we de uitgaande jeugd. Meisjes in veel te korte rokjes, open bloesjes, op naaldhakken en opvallend zwaar geschminkt. Nogal vulgair en goedkoop. Vorige week zagen we in Thurso hetzelfde beeld. De jongens lopen vaak in T-shirt rond. Bij 8°C.
We blijven niet op de start van de wandeltocht wachten, maar van de muziek kunnen we nog tot in bed genieten.
Laat ons maar dromen van de puffins !
Dag 11 - zondag 19 juni (Herman)
Beautiful noise (Neil Diamond)
Chaos bij het ontbijt. Er zijn amper vier tafels bezet maar toch slaagt de dienster er niet in om koffie, toast of porridge op het goede moment bij de juiste persoon te brengen.
Chaos bovenaan. Donkere wolken domineren het firmament en af en toe valt er wat nats. We brengen onze voormiddag door in het Stromness Visitors Center waar kilo's brochures over heel Schotland voor
het rapen liggen. Mireille koopt er wat prentbriefkaarten, een doos fudge en een viskookboek en vraagt dan aan de man achter de balie waar er hier papegaaiduikers te zien zijn. Op Marwick Head in het noordwesten van Mainland blijken er een aantal te zitten maar zonder vervoer lijkt ons dat wat te ver. We horen dezelfde vraag nog vaker die voormiddag. Nummer twee is: "waar neem ik de ferry naar Hoy ?". en nummer drie: "wat zijn de weersvooruitzichten ?"
Chaos bij het reisverslag. Gisteren hadden we de laptop niet mee op de wandeling in Hoy zodat Mireille haar pennenvruchten in het notaboekje moest noteren en ze nu zorgvuldig moet overtypen. Ondertussen bestudeer ik de kaart van West Mainland grondiger en tel uit dat Marwick Head een twintigtal kilometer van Stromness ligt. En dat krijg ik het lumineuze idee: als we terug eens een fiets zouden huren ? En dan breekt er zowaar een streepje zon door de wolkenmassa (er zouden later niet veel streepjes meer volgen) en weg zijn we. We halen terug mountainbikes op het adresje van eergisteren. Zelfde ritueel: geld in een envelop in de brievenbus steken en fietsen zelf uitzoeken. We fietsen de terugtocht van eergisteren in omgekeerde richting en komen de mijlaanduidingen van de nachtelijke staptocht van gisteren voortdurend tegen. Aan Skara Brae hangt er een bordje "7 miles" en dan moest er via een andere lus teruggestapt worden. Stevige tocht om 's nachts te ondernemen ! Het fietsen gaat moeizaam met de wind weeral eens tegen en de hellingen ook. De auto’s wijken nog steeds netjes uit behalve een snelheidsduivel met paardentrailer die me bruusk de pas afsnijdt. We volgen getrouw de borden naar Birsay en voorbij enkele meren vinden we de afslag naar Marwick Head. Een halve mijl, staat er op een bord te lezen. Het blijkt uiteindelijk 1,4 kilometer te zijn ! We leggen onze fiets in het gras en wandelen langs een stenen dijk tot aan een wandelpad door het gras naar kliffen. We klimmen naar boven en krijgen eens te meer een duizelingwekkende arendsblik over zeventig meter kaarsrechte klifwanden.
Chaos op de klif. Wat een gekwetter en heen-en-weergefladder. Tussen de gebruikelijke meeuwen, aalscholvers, zeekoeten en stormvogels onderzoekt Mireille nauwgezet elke vierkante centimeter van de klif. Ondertussen probeer ik vruchteloos mijn hoogtevrees te bedwingen. En dan hoor ik een hoerakreet: drie papegaaiduikers. Mission accomplished. De boterhammetjes met kaas en koffie zijn dik verdiend. De terugtocht is een fluitje van een cent met veel wind mee en veel bergaf. 37 kilometer op de teller. Fietsen terugbrengen en dan ...
Orde in de chaos. Mireille ordent onze kleren netjes zodat we morgen reisklaar zijn om de lange trip naar Edinburgh te ondernemen. Orkney was fantastisch, een trip uit de duizend.
We vieren onze afscheidsavond in het Hamnavoerestaurant. Verrukkelijk: met de hand opgedoken sint-jakobsschelpen. De uitbaatster komt ons vragen of we een fijne dag hebben gehad. Ja, tof om te fietsen. O, zegt ze, ik denk dat ik jullie heb gezien. Ik moest richting Marwick. Met mijn paardentrailer …
Dag 12 – maandag 20 juni (Herman)
Busje komt zo (Höllenboer)
De lijnbus van Stromness naar Kirkwall vormt de start van onze terugtocht naar het “diepe zuiden” (België). Vanaf Kirkwall hebben wij een plaatsje gereserveerd op een bus naar Inverness. Er ligt wel nog water in de weg, zodat het bus – ferry – bus wordt. In Kirkwall staat er inderdaad een bus te wachten van Orkney Ferries naar de pier van Burwick. Er stappen een handvol toeristen op. Tot onze verbazing moeten we niet betalen. Er stappen veel dagjestoeristen van de veerboot die allemaal bezorgd naar de sombere lucht kijken. Op de veerboot moeten we dan toch onze portemonnee bovenhalen. Het valt ons op dat de enkele toeristen allemaal een andere vorm en kleur van ticket hebben.
In John O’Groats staat een andere bus te wachten. De chauffeur zit de hele tijd luidruchtig te tateren, zodat we snel op iPods overschakelen. Onderweg passeren we een aantal fietsers met bepakking. Niet echt mijn ding, langs die drukke Britse wegen.
We hebben in Inverness geen tijd voor sightseeing want er wachten ons nu nog twee treinen. Eerst netjes queueën voor de bomvolle trein naar Perth, en daar snel overstappen voor het eindtraject naar Edinburgh. Voordeel: we weten het Apexhotel nu reeds liggen. We sakkeren dat onze kamer op een verdieping ligt waar geen lift naartoe gaat zodat we met onze reiskoffers moeten zeulen, maar de hemel klaart snel op als we merken dat we een flinke upgrade gekregen hebben: een ongelooflijk ruime suite met alles erop en eraan. Zelfs een badeendje.
Maar geen tijd: nu nog snel een restaurant gaan zoeken, slapen en morgen de rest van de lange route afhaspelen.
Dag 13 – 21 juni 2011 (Herman)
Ferry cross the ... North Sea (vrij naar Gerry and the Pacemakers)
Eerst nog een FULL Scottish breakfast, inclusief black pudding, tatties EN haggis.
We verkennen nog even de oude stad van Edinburgh, snuiven nog wat cultuur op (Rubens, van Gogh, Monet) in de National Gallery en moeten ons dan nog reppen voor onze trein naar Newcastle. Die helemaal naar Penzance aan de oostkust van Engeland blijkt door te gaan. Een andere keer, lads.
En – niet te geloven – maar we kunnen weeral in het zonnetje buiten zitten op het bovenste dek van de Newcastle-IJmuidenferry …
Dag 14 – 22 juni 2011 (Herman)
Back home (Golden Earring)
Kapitein Knudsen meert vlak naast onze auto aan in IJmuiden (bij wijze van spreken dan).
Hoera, geen meeuwenpoep op de carrosserie.
En nu 2 weken geen eieren meer.