
Reisverslag van Patagonië (Chili en Argentinië)
Dag 1 en 2 – donderdag 29 en vrijdag 30 november 2007 (Herman)
28°C – zonnig
De rugzakken volgepropt, de blackberry thuis in een donker hoekje weggestopt en de Spaanse vocabulario nog even op een rijtje gezet.
En dan vraagt Mireille doodleuk: en hoe eten ingewanden in het Spaans ?
De eerste menukaart die we vastnemen op de Plaza de Armas in Santiago herbergt dan ook veel geheimen. Zelfs de slaatjes zijn onverstaanbaar – naar de ingrediënten is het raden. Maar ze zijn wel lekker.
We hebben een woelige en verlate vlucht van Brussel naar Madrid, inclusief een spurt naar de aansluitende (en oei overboekte) vlucht naar Chili achter de rug.
Na een uitgebreide Spaanse babbel met de taxichauffeur (dat lukt dus toch nog, ondanks de ingewanden) zijn we nu neergestreken op dit levendige maar niet echt
indrukwekkende plein. Jacaranda’s in overvloed, lawaaierige orkestjes en een reusachtige Coca Colakerstboom.
Superdrukke winkelstraten, en dat bij een fantastische temperatuur. De eerste steak. Mireille schakelt al meteen over op pasta.
Tijd voor het uitmuntende Museo Chileno de Arte Precolombiano, een staalkaart van de roemrijke periode van de Maya’s, Azteken, Tolteken en andere teken uit Midden- en Zuid-Amerika. Bijna geen volk, maar wel enorm interessant.
En dan nog een terrasje op de Plaza, altijd goed tegen jetlag.
En tegen de dorst natuurlijk …
Dag 3 – zaterdag 1 december 2007 (Mireille)
28°C – zonnig
Lang geslapen, redelijk ontbijtbuffet met inbegrip van een grondige analyse van 3 soorten vers geperst fruitsap en dan onder een blauwe lucht richting Funicular. Er is nog niet veel volk te bespeuren in de straten van Santiago. De Funicular ligt goed verstopt achter een rommelige wijk en in het Parque Metropolitano. We laten het treintje links liggen en stappen tussen de joggers, fietsers en scoutsgroepen naar boven over een brede laan. We schakelen snel over op een flink klimmend bospad (Sendero de la Virgen José "Zorro" Vidal) richting Estacion Cumbre. Een parelwitte madonna torent uit boven de heuvel. Op de Plaza de Mexico is het een druk heen-en-weergeloop van fietsers en joggers. Rustige kerkliederen weerklinken aan de voet van de Virgen.
We opteren vandaar voor de Teleférico en krijgen meteen een ticket met 4 afscheurstroken “voor de prijs van 1”. Blijken ze bij elke tussenhalte een stukje op te eisen. Aan de Tupahue-halte ligt een gigantisch mooi openluchtzwembad. Jammer, zwempak niet bij. Verderop naar Oasis gaat de kabelbaan terug naar beneden. Weinig te beleven zodat we al snel een middaghap en een drankje uitkiezen op een rustig terrasje in het park. Er worden massaal ballonnen uitgedeeld die de kinderen met harde knallen laten kapot springen.
Op de Plaza de Armas is het nog drukker dan gisteren. Brandweerwagens rijden in vol ornaat en met luide sirenes rond, volgestouwd met kinderen. Midden op het plein worden spullen bij opbod verkocht. Luidsprekers spuwen lawaaierige muziek in het rond.
Starbucks gesloten in het weekend, dus de Engelsen trotseren aan het zwembad. Genieten van het zwoele weer, want in Punta Arenas is het volgens de weerman 12°C.
Maar misschien kent die er evenveel van als Frank Deboosere.
Dag 4 – zondag 2 december 2007 (Herman)
14°C – zonnig
Half vier. Da’s vroeg.
De gsm-wekker dringt echter aan en zo staan we slaapdronken voor de balie van LAN in de luchthaven van Santiago … waar nog nergens beweging te bespeuren valt.
Bij het eerste teken van leven blijkt het om een dame met ochtendhumeur te gaan die niet de moeite neemt om echtparen of vrienden op zetels naast elkaar te boeken. Wij inbegrepen. Gevolg: een stoelendans op het eerste stuk naar Puerto Montt, en nog eens als we weer opstijgen naar Punta Arenas.
Opvallend: naar Puerto Montt zit het vliegtuig vol Chilenen en vanaf daar vrijwel enkel nog (vooral Nederlandse en Duitse) toeristen, allemaal warm ingeduffeld. In Punta Arenas nemen we de bus naar het centrum. Zonnig weer, maar een ijzige wind zorgt voor een temperatuurschok na het zwoele Santiago.
In het busstation van Buses Fernandez regelen we de tocht van morgen naar Puerto Natales. Affiches prijzen een pinguïnuitstap aan naar Seno Otway maar we besluiten eerst een vergelijkende studie te maken in de stad. Volgens onze reisgidsen kan je dat “overal” boeken.
Niet dus, en zo kunnen we na het inchecken in ons hostal del Estrecho terug naar Fernandez. In het hostal komen we in een rommelige woonkamer terecht – de kerstboom is in een onafgewerkt stadium – waar een gast gretig gebruikmaakt van het gratis internet.
Er rijdt vrij weinig verkeer door de straten in dambordpatroon, en dan nog vooral taxi’s. Overal zien we militairen rondlopen. Verder valt er niets te beleven. Het is zelfs lang zoeken naar een restaurant. We zijn uitgehongerd na het gemiste ontbijt (LAN hield het op wat snoepjes). La Fabrica fabriceert onder meer pizza’s en wordt gerund door enkele mensen op leeftijd.
Om 15 uur rijdt Fernandez ons langs een monotone gravelstraat naar de pinguïnkolonie. Wel drie keer betalen: vervoer (6000 pesos), inkom domein (1000), inkom kolonie (4500). Onder het argwanend oog van een condor starten we op het vlonderpad dat door een mooi landschap van schapengras en kleine struiken slingert. Aan een beek zien we de eerste magelhaenpinguïns verschijnen. Ze waden door het water, springen met veel moeite op de oever en slalommen tussen het struikgewas. Aan het strand zitten een heleboel pinguïnkoppeltjes te koukleumen (net zoals wij overigens: de kille wind waait hier ongenadig). Een plank met kijkgaten biedt prachtige observatiemogelijkheden. Verder op het circuit staan nog twee kijktorens, en uit puur plezier doen we het hele circuit nog eens over.
De pinguïns vinden was makkelijker dan een degelijk café of restaurant in Punta Arenas. De herbergen zijn gesloten en de restaurants gaan pas vanavond laat open (tegen een uur of tien !). Aperitieven moet dus in een snackbar en de maaltijd nogmaals in de Fabrica.
En morgen … vroeg opstaan.
Dag 5 – maandag 3 december 2007 (Mireille)
8°C – bewolkt met opklaringen
Aan het ontbijt zitten allemaal stoere mannen in overall. Geen toeristen, zeker weten.
Ondanks de rommelige omkadering smaakt het verrukkelijk: eitjes, toast, fruitsap en zelfs een groot stuk broodpudding.
Aan het busstation ruilen we onze bagage in voor papiertjes en klokslag negen brengt de chauffeur de bus in beweging. Het landschap is eindeloos leeg met
afgebakende weiden, soms met koeien maar meestal met schapen en lammetjes, een stuk kleiner dan onze exemplaren. Af en toe zitten er wat nandu’s langs de kant.
Een guanaco zit eenzaam in de wind. Boven de bus cirkelt een condor. Er zijn geen bomen te bespeuren. Pas om de zoveel tientallen kilometers passeren we een
piepkleine nederzetting. Onderweg drijven twee gaucho’s een grote kudde koeien over de velden.
Tegen het einde van de rit komt er meer reliëf in het landschap en ook wat meer bomen, al zijn het dikwijls maar wat dode takken. Puerto Natales oogt aantrekkelijker dan Punta Arenas: meer kleur en een duidelijk groter aantal cafés, restaurants en winkels. Ook langs het fjord oogt alles gezellig en is het ondanks de bar koude wind aangenaam toeven.
Eerst en vooral gaan we op zoek naar de juiste busstations. Elke busmaatschappij heeft immers haar specifieke bestemmingen. In het busstation van aankomst vragen we info over de bustocht van morgen naar Paine Grande. De man gebaart dat we bij … Maria José moeten zijn. Na enig zoeken blijkt Maria José een troep kwetterende dames te zijn die opvallen lang naar de busuren en de tickets moeten zoeken. Toeristisch ?
El Calafate voor binnen een week bij een andere busmaatschappij gaat opvallend vlotter. De kamers van hostal Francis Drake zijn tegenover ons hostal van gisteren sterk gekrompen in de wind, maar ze zijn wel heel net. Bij The Living heerst een huiselijke sfeer en toont de kaart specialiteiten van over heel de wereld. We houden het bij een lekker belegd broodje. Prentbriefkaarten vinden is hier ook al een hele opgave. We vinden ze uiteindelijk in een wolwinkeltje.
We gaan dineren bij Casa de Pepe, heel gezellig ingericht door een Duitse dame. En de pisco sour smaakt naar nog …
Dag 6 – dinsdag 4 december 2007 (Herman)
9°C – zonnig
Voor de verandering nog eens vroeg opstaan.
Gelukkig is de ontbijttiming dit keer aangepast aan de busuren. We laten een reiszak achter in het hostal en houden het ieder bij 1 rugzak.
Aan het busstation van Maria José komt er na enige tijd een minibus aangereden. De verschrikkelijk zenuwachtige chauffeur brengt ons naar een bus … 400 meter verder. Dat konden we te voet ook wel, jongens !
De aftandse bus bevat geen laadvak en zit bovendien al overvol. De rugzakken worden achteraan op een heel hoge stapel gegooid en wij vinden nog net een zitplaatsje vlak ervoor. En dan stopt de bus aan een joodse overnachtingsplaats waar nog eens 10 jongeren opstappen. Allemaal met rugzakken …
We ruilen al snel het asfalt voor gravel. De bus haalt op hellingen nauwelijks nog de snelheid van een guanaco op rijpere leeftijd. Die guanaco’s zien we overigens regelmatig in kuddes grazen. Hier en daar loopt er ook een nandoe tussen, klein en dan nog eens in dezelfde kleuren als de omgeving. En voor het eerst vliegen !
Na veel gepuf en geblaas komen de granietrotsen van Torres del Paine in het vizier, met fotogenieke meren als decor. Aan Lago Amargo moeten we uitstappen en ons gaan inschrijven (en dus weeral pingping).
En dan begint de slapstick. De meesten willen hier de trekking starten in westelijke richting en proberen wanhopig achteraan hun rugzak onder de torenhoge
stapel vandaan te halen. Wij willen nog door naar Pudeto maar worden na een tijdje gesommeerd om onze rugzak ook uit te laden en over te stappen op een minibus.
Tien minuten later blijkt de oorspronkelijke bus toch naar Pudeto te gaan – wij en de rugzakken er terug op. Ondertussen spurt de chauffeur van de ene passagier
naar de andere onder het roepen van de strijdkreet : “Tikketeboes”. En uiteindelijk is het de bus ernaast die naar Pudeto gaat …
Je zou denken dat na vele jaren dagelijks transport de organisatie vlekkeloos kan verlopen, maar dat is zonder de Zuid-Amerikanen gerekend. Enfin, heerlijk zonnig weer. Een paar warme kleren te veel mee ?
Neen dus, want wat verder waait een stormwind de bus bijna het ravijn in. Aan refugio Pudeto stappen we uit en volgen we een pijl naar de catamaran. Een bospad brengt ons naar de aanlegsteiger waar we broodjes in de hand met een hele groep trekkers de harde wind trotseren.
“Frequente dagelijkse afvaarten” lezen we op een bord. Hier betekent dit : 3 x per dag … De onze is om twaalf uur maar in een hoogst genereuze bui mogen we al om half twaalf aan boord. Weeral 21000 peso’s lichter – ik heb weeral te weinig geld gewisseld. Wat later klotsen we heen en weer, van de ene golf naar de andere. Gelukkig duurt de boottocht maar een half uur.
Terug op het vasteland geraken we haast niet tot aan de refugio Paine Grande. Tegenwind in het kwadraat !
Vlot ingecheckt, kamer met vier. De refugio geeft ons helemaal het gevoel van skivakantie. Van hieruit vertrekken drie paden, waarvan we er morgen en overmorgen twee afwandelen tijdens de “W”. Nieuwsgierig als we zijn lopen we een kleine twee uur over het derde pad, richting Campamento Las Carretas. Door de rukwinden is enige evenwichtskunst vereist op de richels. Het zicht op de Greygletsjer en het Pingomeer levert fraaie beelden op. Gelukzalig genot. Alleen nog benaderd door de pisco sours die we als welkomstdrank in de refugio krijgen aangeboden …
Daarna spurt Mireille verscheidene keren naar buiten voor dé foto – de Greygletsjer met blauwe lucht – en als ze terug binnen is : oei, nu nog beter !
Dag 7 – woensdag 5 december 2007 (Herman)
15°C – zonnig
Chronisch slaaptekort.
Wat wil je. Plaatsen ze toch wel twee Françaises op leeftijd in onze kamer. De een snurkt de hele nacht met een volume dat tien boomzagen in verlegenheid zou brengen. En de ander zit constant in haar slaap te babbelen.
Beiden zien er ’s ochtends fris uitgeslapen uit. Ondergetekende viel pas tegen de ochtend in slaap nadat het hele bos gerooid was.
Fruitsap, mierzoete cornflakes, drie geroosterde halve broodjes, een plak ham en een snee kaas, roerei, boter, jam, nescafé/thee, ofte samengevat Het Ontbijt.
Een appel (niet lekker), een dubbele boterham met kaas en sla, een chocoladereep, chocoladesnoepjes, een zakje nootjes en rozijnen en een hele reeks sauzen – genaamd Het Lunchpakket. De epo ontbreekt evenwel.
Om twintig voor negen starten we in het zog van een hele reeks trekkers – een Japanse “bus” incluis – richting refugio Grey en de Greygletsjer. We laten ze snel allemaal achter ons. Aan een eerste uitzichtpunt zien we ijsschotsen in de verte op het water drijven. Vanaf daar krijgen we een pittige klim onder de wandelschoenen tot aan een rotspartij waar we een eerste glimp van de toch wel imposant grote Greygletsjer kunnen opvangen.
Het is erg warm (15°C) en de jas met fleece plakt aan mijn lichaam. Via een rotsige afdaling langs enkele bruggetjes komt de gletsjer steeds dichter in het
vizier. Na drie uur stappen zien we naast een bord van de refugio Grey een pijl naar de refugio Dickson (14 uur verder !). We besluiten dit nog een
eind te volgen en via een stevig klimmend pad door een bos naderen we de gletsjer. Na een uur staan we aan het verlaten campingterrein Los Guardas,
en wat verder staan we loodrecht boven de ijsmassa. Niemand in de buurt. Tijd voor de boterhammen, helaas in het gezelschap van hardnekkige muggen.
Een uur terug afdalen, even verpozen aan het strand van de refugio Grey (een stuk kleiner en grauwer dan refugio Paine Grande) en dan de hele tocht terug. “Zwoel” en geen wind, en dus eerst de fleece en wat later de jas in de rugzak.
Veel tegenliggers ditmaal. De “bootvluchtelingen”, dixit Mireille. Namelijk de toeristen die van de half-éénboot zijn gestapt en onmiddellijk doortrekken naar refugio Grey.
Na ruim acht stapuren vinden we de zonnige en winderige plek rond de refugio Paine Grande terug. Geen Frans lawaai meer op de kamer, een douche en de vertrouwde pisco sour aan de bar.
Patagonië in T-shirt, wie had dat voorspeld. Morgen in korte broek ?
Dag 8 – donderdag 6 december 2007 (Mireille)
20°C – zonnig, windstil
We hebben het domein rond de hut nog niet verlaten of de jassen verdwijnen al in de rugzak. Waar is de wind gebleven ?
De eerste 7,6 kilometer staan in het roadbook als makkelijk aangestipt. Of dat dan ook geldt met een zware rugzak en 2,5 liter H20 is maar de vraag. De paden zijn vandaag veel smaller en we moeten regelmatig over wankele brugjes met vermolmde of afgebroken planken en over vlonderpaden.
Na bijna twee-en-een-half uur komen we aan een gammele hangbrug waarop maximum twee personen tegelijk toegelaten zijn. Aan de overkant ligt het Campamento Italiano verscholen in de schaduw van de bomen. Van hieruit vertrekt een wandelpad langs de Glaciar Frances naar het Campamento Brittanico. We besluiten er een stuk van te volgen.
Het pad begint geleidelijk te klimmen, eerst tussen bomen, vervolgens is het klauteren geblazen over grote rotsblokken. Het is een zoektocht naar rode stippen. Na zo’n 35 minuten hou ik het voor bekeken. Herman loopt nog even een eindje verder. Picknick met superzicht op de Francesgletsjer. Af en toe horen we een lawine. We keren terug naar het Campamento Brittanico en lopen dan verder langs het Lago Nordenskjold. Immens mooi. Gelukkig draagt Herman het fototoestel of ik had het wel honderd keer gefotografeerd. Ondertussen klimt de temperatuur naar zo’n twintig graden en lopen we verder in T-shirt en bermuda. Het pad slingert tussen de zoetgeurende maquis. Na een steile afdaling belanden we ten slotte op een schitterend zonovergoten keienstrand. Rugzak tegen de grond, schoenen uit en voeten laten afkoelen in het ijskoude water. Zonnen in Patagonië !
Na een uurtje trekken we verder over een kustpad dat op en neer gaat vlak naast het fjord. Al snel staan we aan de refugio Los Cuernos (horens). Ondanks de heerlijke temperaturen is de ontvangst eerder koel. Men vindt onze naam niet terug op de overnachtingslijst maar gelukkig krijgen we toch nog twee bedden onderaan toegewezen.
Aan het strand is een grote levering aangekomen voor de refugio en we kijken toe hoe de voorraad naar boven gesjouwd wordt. Alles komt van pas, van
rugzak tot draagberrie.
En plots verdwijnt de zon achter de wolken, stuift het fjordwater spectaculair op en steekt er binnen de minuut een storm van jewelste op. Een tent waait weg.
Bij het avondmaal lijkt het zelfs alsof de hele refugio ook de lucht zal ingaan. We maken kennis met jonge Vlamingen uit Bornem die nu in New York wonen.
Ze zijn onder de indruk van onze 17 reisjaren maar ze hebben op hun jeugdige leeftijd toch ook al heel wat uithoeken van de wereld bereisd.
En de hele nacht blijft het stormen.
Dag 9 – vrijdag 7 december 2007 (Mireille)
7 tot 12°C – stevige wind
Regen en rukwinden. Patagonië op zijn best.
Aan het ontbijt zien we de meisjes druk in de weer in de open keuken met het roosteren van het brood en het koken van de eieren. Zonder pannenlappen worden loodzware ketels van het vuur genomen. Dat hier geen ongelukken gebeuren.
Lang zoeken naar de zonnecrème (rugzakken binnenste buiten keren) en dik induffelen voor de tocht naar de refugio Las Torres. Golvende weg over een aantal brugloze stroompjes. Een enkele keer een breed exemplaar waar enkel een constructie van metalen draden overhangt. Gelukkig krijg ik hulp van mijn wandelstokken. Paarden als tegenliggers.
En dan zien we plots de bewoonde wereld terug met brede wegen, auto’s en zelfs een groot opvallend luxueus hotel. Even rijst er wat hoop dat dit de refugio is, maar die ligt “helaas” iets verder, goed verscholen, enkel te vinden na wat speurwerk.
Picknick onder een stormachtige wind. Boterhammen klemvast, en na 15 minuten spurten we terug de refugio binnen waar intussen de houtkachels aangestoken zijn.
We delen het avondmaal met sympathieke Rotterdammers die aan hun laatste stapdag toe zijn. Hij wil morgen nog op (foto)jacht naar guanaco’s – net als Mireille overmorgen. De Nederlanders volgen ongeveer hetzelfde circuit als wij. Het eten is heerlijk: erwtensoep, kip met rijst en oosterse kruiden, en pannenkoekjes achteraf. En Tres Medalles. Een lekker Chileens wijntje. Volop drie medailles waard.
Dag 10 – zaterdag 8 december 2008 (Herman)
Een hut met twee snelheden.
Je hebt de trekkers voor wie de “W” erop zit en die pas om half drie de bus aan Lago Amarga hebben. En dus blijven uitslapen.
En je hebt de vroege vogels die of naar refugio Los Cuernos willen stappen, of – zoals wij – de koningsklim naar de Torres willen ondernemen.
Jas aan bij de start - wat verder jas in de rugzak. Het is bewolkt en windstil. Voorbij de paarden en het hotel gaan we stevig aan de klim over een geërodeerd pad. Langs enkele smalle richels met losliggende stenen komen we aan de refugio Chileno, fraai gelegen aan de beukende rio Ascencion.
We hebben anderhalf uur gestapt en een bordje geeft nog twee stapuren tot de top aan. Even wat klauterwerk langs de rivier en dan kronkelend op en af door een woud. En dan komen we aan een open vlakte met rechts een afslag naar de campamento Torres en voor ons een gigantische hoop rotsblokken. Vanaf hier is het handen- en voetenwerk, steil naar boven over de steenmassa, eerst door een bos langs de rivier, daarna een bijna loodrechte muur op.
Hoog boven ons zien we de vele klimmers als mieren op een rotswand. Rode stippen wijzen gelukkig geduldig de weg. Na drie kwartier zwoegen ronden we de
top en staan we oog in oog met een van de klassieke prentbriefkaartfoto’s: de Torres – drie loodrechte rotspilaren, de (kleinere) gletsjer en het bijbehorende meer.
Ik vraag een Chileense jongerengroep om ons met al dit fraais te vereeuwigen. Een tiener neemt het fototoestel en … staat hulpeloos te kijken want hij vindt
geen scherm. En waar dient dat kijkgaatje eigenlijk voor ? Scherm uitgeklapt, een paar prutsfoto’s aan zijn geproest te horen en dan neemt de leider het
toestel uit zijn handen en zorgt voor een prachtfoto.
Het is hier winderig en koud (6°C). Er waaien zelfs enkele sneeuwvlokjes voorbij. We zoeken beschutting achter een rots, jassen en handschoenen aan. Picknick bovenhalen: brood met tonijnsla – bweik. Mireille gaat toch voor de tonijn, ik voor de chocola en mueslirepen.
De afdaling is heerlijk acrobatisch. Aan de Chileno houden we nog even halt en wat verder waaien we letterlijk bijna van de richel door de plotse rukwind.
Feest : 17 jaar getrouwd. En de barman weet alles over pisco sour …
Dag 11 – zondag 9 december 2007 (Mireille)
We hadden de voorbije nacht de hele vleugel van de refugio voor ons alleen. En we mogen zelfs uitslapen !
Na het ontbijt nestelen we ons nog even in de bar, zonder vuur echter dit keer. Om tien uur maken we onze bagage klaar en vertrekken we te voet over de weg naar Lago Amarga in de hoop enkele lama’s tegen te komen. Maar ze spelen verstoppertje samen met de Torres.
Wanneer we bij het hutje van de parkwachters aankomen begint het opnieuw stevig te waaien en te regenen. En wij moeten hier nog zo’n twee uur koukleumen !
De eerste bus naar Puerto Natales die arriveert blijkt de onze niet te zijn. Even de parkwachter raadplegen. Geen problemen, alle bussen komen binnen de vijf minuten aan. En inderdaad, vijf bussen komen spoorslags aangereden … maar niet onze Maria José. Nog even vragen. Blijkt mechanische problemen te hebben en komt “wat later”.
Wanneer de andere bussen op het punt staan om te vertrekken begin ik het stilaan op mijn zenuwen te krijgen. Herman krijgt na wat aandringen te horen dat de bus pas vanavond om 20 uur zal komen !! Wij direct naar de concurrenten maar we worden uitgelachen. Maria José blijkt een slechte reputatie te hebben. Uiteindelijk mogen we toch met Gomez mee, met het ticket van Maria José en in een bus die tien keer comfortabeler is.
Eenmaal terug in het Francis Drakehotel vallen we doodziek op ons bed neer. Koortsig, maaglast en Herman een stevige diarree bovenop.
Geen afscheidsavondje in Chili. Wel Dafalgan en Imodium Instant …
Dag 12 – maandag 10 december 2007 (Mireille)
Om kwart over zeven komt een nette ruime bus van maatschappij Zaahj aangereden, die ons naar Argentinië gaat overbrengen. Een comfortabele bus – we gaan erop vooruit.
We volgen eerst hetzelfde stuk als gisteren, richting Paine Grande, maar dan gaan we de grens over in Cerro Castillo. De eerste stop aan de Chileense kant om een papiertje af te geven en een uitreisstempel te krijgen duurt 50 minuten, 1 minuut per passagier. De grens oversteken neemt nog eens 40 minuten in beslag, maar in het Argentijns douanekantoor wordt heel enthousiast en met veel kwinkslagen efficiënt doorgewerkt. En dan denderen we verder door het eindeloos desolate landschap, omheinde velden met af en toe wat schapen. Na een eentonige tocht van 5 ½ uur komt Calafate in zicht. Het ziet er een slordig in elkaar gestoken puzzel uit, al merk je dat niet vanuit de supertoeristische hoofdstraat. Voorbij alle souvenirwinkeltjes, reisbureaus en trekkingwinkels vinden we helemaal op het einde ons hotel Ariel. Vriendelijke ontvangst en ruime kamer. We krijgen er ook onze stapel vouchers voor de rest van onze reis.
Een cola tegen de “slaptitude” van Herman, en dan naar Eurotour dat een uitstap naar de Perito Morenogletsjer op zijn programma heeft staan. We boeken de
toer voor morgen en gaan dan nog naar het busstation bustickets heen en terug naar El Chalten halen.
Na 4 cola’s komt Herman er bovenop maar toch blijken de porties in het Italiaans restaurant ’s avonds nog veel te groot.
Dag 13 – dinsdag 11 december 2007 (Herman)
18°C - zonnig.
Een wekker met ochtendhumeur. Niet wakker te krijgen. Bijgevolg een wat ingekort ontbijt. Met croissants, al smaken ze helemaal niet naar croissants. En met pudding (je hoort het, mijn diarree ligt achter de rug).
Klokslag negen komt het minibusje van Eurotour ons aan het hotel oppikken. Na een uur rijden mogen weer 30 Argentijnse peso’s afdokken aan de ingang.
De eerste stop is aan het Lago Argentino, een gigantisch groot meer waar de dode boomstammen en takken voor een feeëriek decor zorgen.
Wat verderop krijgen we het wereldwonder in het vizier: de Perito Morenogletsjer.
We beginnen met een boottocht, waarbij we de gletsjer tot op dertig meter naderen. Mireille haalt het maximum uit het fototoestel. Gelukkig hebben we veel geheugenkaarten mee …
Een aantal groepstoeristen krijgen sterke drank met gletsjerijs geserveerd, en die waren daarnet al zo luidruchtig ! De gletsjer is een echt klank- en lichtspel. Telkens een ijsklomp afbreekt volgt een enorm gedruis.
En dan kunnen we nog twee uur rondwandelen langs de verschillende uitkijkplatformen. Op het moment dat ik wat sta te filmen breekt er toch wel een zeer grote ijsklomp af zeker ! Binnenkort exclusief te verkrijgen in de toeristenshops …
Het weer is eens te meer pico bello: zonnig en uiteraard ook wel veel wind. Vooral aan de balustrades want vijf meter verderop is het al windstil en dus perfect om te zonnen.
In ons “stamcafé” Casablanca (vol met foto’s uit de film) zitten de toeristen uitgebreid hun foto’s van de ijsmassa te bewonderen. Mireille heeft er meer dan honderd …
Dag 14 – woensdag 12 december 2007 (Mireille)
8°C – wat regen.
De telefoon maakt ons bruusk wakker.
Tien over zeven, we moesten al aan het busstation staan. Buiten staat onverhoopt een minibus op ons te wachten, en bovendien had Herman blijkbaar een voorgevoel want hij had gisterenavond de bagage al vertrekkensklaar gemaakt. We worden in een mum van tijd aan het busstation afgezet.
Geen eten en geen drinken (fles water op de kamer vergeten). Gelukkig stopt de bus na een uurtje aan estancia La Leona. Een jonge guanaco zit vastgebonden voor de ingang. Een ruime keuze: koeken, cakes, taartjes, empanada’s en hartige quiches. Bij een lekker kopje koffie. Het was hier vast doorgegeven dat wij ons overslapen hadden …
De busrit gaat verder door een dor en vlak landschap. De weg is grotendeels onverhard maar de asfalteringswerken zijn al begonnen. Om half elf stoppen we aan het visitors center van El Chalten. De parkwachter duwt een wandelkaart in onze handen en geeft een uiteenzetting over de do’s en don’ts in het park.
Het centrum van El Chalten ziet er verzopen uit. Regen, modder, en allemaal aarden wegen in het dorp. Troosteloos en grauw ondanks de kleurrijke huizen. Hotel Nire is klein en netjes maar het voelt er wel heel fris aan.
We eten eerst een sandwich eten bij de plaatselijke warme bakker en gaan dan op speurtocht naar het wandelpad naar Laguna Torre. Maar het regent zo fel dat we na vijf minuten op onze stappen terugkeren. Wat lezen op de kamer en dan twee uur later een tweede poging.
Het landschap lijkt wat op Wales, over gemakkelijke paden in een heuvelachtige omgeving. Een specht, twee konijnen en veel kleurrijke vogels kruisen ons pad. Na een uur komen we aan de mirador waar niets te zien is door het laaghangend wolkendek.
Als we terug in de kamer komen vinden we het ijskoud. Assistentie in het hotel gaan vragen.
Maxima ?, vraagt de jongen enthousiast terwijl hij een draai aan de knoppen op het verwarmingstoestel geeft.
Maar zelfs met maxima moeten we nog heel wat pulls aantrekken …
Dag 15 – donderdag 13 december 2007 (Herman)
8 tot 15°C – regen en zon
Grauw. Troosteloos. Zowel het ontbijt als het weer scoren deze ochtend even laag op de waardeschaal.
Met veel zin voor masochisme zetten we ons om 10 uur in beweging, cape en regenbroek binnen handbereik mocht het harder beginnen regenen. Ons doel:
Laguna de los Tres, 4 stapuren verder. We gaan meteen stevig aan de klim over een bospad zonder echte hindernissen. Na drie kwartier moeten we kiezen
tussen een linkerpad dat over een campamento aan Lago Capri loopt en een rechterpad met uitzichtpunt. Wij stemmen voor rechts. Uitzichtpunt met panoramabord:
noppes. Alleen mist en wolken.
Nu betreden we een vochtig gebied met plassen die nauwelijks te ontwijken vallen. Een paar pittoreske bruggetjes leiden ons naar nog een camping, Poincenot. Hier start de ruige slotklim naar Laguna de los Tres, “only for experienced hikers”. Eerst natte schoenen bij het oversteken van de bergbeek zonder brug, dan zigzag klimmen over een zwaar geërodeerd pad. We komen de Nederlanders tegen die we op de “W” in Chili ontmoetten. Puik uitzicht boven, de moeite waard !
We zwoegen verder over glibberige rotsen, en komen dan op een eerste kruin in een sneeuwzone terecht. Weer stevig over rotsen klauteren. De sneeuw maakt het extra spekglad. We bereiken een nieuwe flank en vandaar is het nog een sneeuwweg omhoog volgen tot we het ongelooflijk pittoreske meer herkennen, in tinten van wit, blauw en zwart, geflankeerd door een hele bergketen die in het water wordt weerspiegeld.
De sneeuw, de bergen, het blauwe meer, wat een irreële sfeer ! Raar dat er hier reeds sneeuw valt op amper 1100 meter hoogte.
We roetsjen terug naar beneden (700 meter lager), fotograferen nog een paar mooie vogels en zien hoe de Cerro Fitzroy steeds zichtbaarder wordt. En dan breekt de zon door. En de panoramafoto’s worden steeds indrukwekkender …
Om na 7 uur en 10 minuten hiking vast te stellen dat de Fitzroy ook beneden vanuit het dorp nu goed zichtbaar is.
Geen terrasjes voorhanden in El Chalten. Dus maar als zwervers een cola drinken op de stoep van de nog niet geasfalteerde straat. Met zicht op de Fitzroy zonder 1 enkele wolk.
Dag 16 – vrijdag 14 december 2007 (Herman)
Maar 13 passagiers op de retourbus naar El Calafate. Wat wil je: vertrek om 7 uur ’s morgens.
Een verlaat ontbijt onderweg in de confiseria: pateekes en een café con lecche. De kamer opzoeken in ons hotel in El Calafate en dan van het mooie weer
genieten en winkelen. Al hadden we eigenlijk nog liever een wandeling met fantastische zichten in El Chalten gedaan vandaag.
We troosten ons met een wit wijntje op een zonovergoten terras in het “gezelschap” van Manu Chao.
Moet kunnen.
Dag 17 – zaterdag 15 december 2007 (Mireille)
18°C – zon met wolken – geen wind
Lekker rustig ontbijten – een eeuwigheid geleden (van in Santiago).
En dan met een remis (een opgeroepen taxi) naar de luchthaven voor ons transfer naar Ushuaia. Voor de laatste keer door de Libertador-winkelstraat die we zo dikwijls op- en afgelopen zijn.
Tenga prisa, vraagt de chauffeur. Neen hoor, maar toch lapt hij alle verkeersregels en snelheidsbeperkingen aan zijn laars.
Onze vlucht van Aerolinas Argentinas staat met een half uur vertraging aangeduid zodat we koffie gaan slurpen in de coffeeshop. Aan gate 4 staat enkel een vliegtuig van Austral, maar later blijkt dat dan toch ons toestel te zijn.
El fin del mundo. Alles wat we er ons op voorhand van voorgesteld hadden (ijzige wind, storm, regen) blijkt niet te kloppen. Warm en zonnig (toch het verkeerde vliegtuig ?), met toch wat meer wind aan de haven.
We eten een hapje bij Tante Sara en vergapen ons aan de grote porties taart. We bestuderen kieskeurig het grote aanbod van cruises op het Beaglekanaal. Te grote boot, te kleine schuit, te weinig te zien. We opteren uiteindelijk voor een uitstap met 12 personen (zie dag 19).
We maken nog wat toeristenwinkeltjes onveilig en zoeken tevergeefs naar een zonovergoten terrasje. Nada, nada, het wordt terug Tante Sara.
Dag 18 – zondag 16 december 2007 (Herman)
15°C – zon en wolken Wachten ? Ontbijt in een victoriaans interieur, helemaal volgestouwd met kussens, poppetjes, kerstmannen, wandversieringen enz. Kitscherig, maar wel op-en-top de B&B-sfeer.
In de individuele reis van SNP zit een wat vreemd buitenbeentje onder de vorm van een “avontuurlijke” uitstap. Samen met een Nederlands echtpaar worden wij rond negen uur opgepikt door een minibusje van Canal Fun & Nature. Met een aanhangwagen vol kano’s. Het Nederlands echtpaar verbleekt en vraagt of dit wel op hun voucher betrekking heeft.
Aan boord: 3 bebaarde flowerpower-rastafiguren, waarvan er een de hele tijd in dat rare Argentijns-Spaans ratelt (Paco) en een andere dat 20 keer korter in keurig Engels vertaalt (Arbusto) en een derde als de meester-kok wordt voorgesteld. Aan een hostal moeten we een dik kwartier wachten omdat mevrouw nog onder de douche staat.
Verder nog op de bus: Spanjaarden, Argentijnen, een echtpaar uit de Dominicaanse Republiek en een luidruchtige Sardeen die in het Italiaans communiceert met de Spaanstaligen.
Eerst staat er een “trekking” op het menu. Eigenlijk een lichte boswandeling met overigens interessante uitleg over de beverplaag, de verschillende planten en
parasieten (zoals het “Indisch brood”). De boomwortels vinden onvoldoende steun in het dunne, voedselrijke gedeelte van de grond en waaien bij de talrijke
stormen dan ook gemakkelijk om. Waarop er een nieuwe boom uit de stam groeit. De regering probeert het aantal bevers “in te dammen” door 15 peso’s per
neergeschoten dier neer te tellen. Maar een kogel kost 5 peso’s … slechts 2 kansen dus om winst te maken en dat enkel ’s nachts of bij schemering.
Op de top van Pampa Alta houden we halt voor thee/koffie en moeten we lang wachten op de hispanico’s. Ondertussen informeert de gids naar de melkdrinkgewoontes in Nederland, en naar het gebruik om “waterrat” te eten in België. Downhill kan hij Mireille amper bijbenen op de zompige ondergrond en dat dan nog met de handrem aan. Bijgevolg beneden superlang wachten aan het busje.
We rijden naar een picknickplaats vlak bij de Lapataiarivier (aan Lago Roca). Massa’s Argentijnen zitten hier met het hele gezin te barbecueën. ’t Is
zondag en dit is het klassieke familie-uitje. Onder een tent wacht ons antipasti (de Italiaan tast glunderend toe): salami, kaas, olijven. En rode wijn.
De Italiaan wordt steeds roder en luidruchtiger. De spiezen volgen. Na weer lang wachten kiezen zes “moedigen” (waaronder uw onversaarde verslaggevers)
voor de kano’s. De anderen gaan met een zodiac naar Isla Redonda voor enkele natuurwandelingen. Wij krijgen laarzen, een rubberen broek, zwemvest en een peddel.
Marsmannetjes zien er met grote zekerheid identiek uit. Bob Marley neemt achteraan plaats in onze kano en ligt voor de rest van de tijd wat te suffen.
Het water is ondiep en de tocht verloopt dus supergemakkelijk (al laten we ons nog kloppen door de equipo español). Om aan het Beaglekanaal terug een uur
te moeten wachten op de zodiac’ers. De beloofde “fin del mundo”-stempel in ons paspoort zal voor een andere keer zijn want … met vakantie.
Bij het terugrijden zien we een rookpluim … een drugstore staat in brand. De brandweervrijwilligers laten lang op zich wachten.
Nakeuvelen bij Tante Sara. Wachten op de aperitiefjes ?
Dag 19 – maandag 17 december 2007 (Mireille)
13°C – bewolkt Met Maria op de Tango. Maria is onze gids op de boot voor de niet-Spaanstaligen (Tango), de overigen zitten op de Ché. Na een rondje thee, koffie, chocolademelk en cake komen we aan bij Alica-eiland. Grote mannetjeszeeleeuwen zetten een grote bek op. Ze moeten dan ook een kolonie van een vijftiental wijfjes verdedigen. Ze bijten naar iedere concurrent, we zien er zelfs een die met een stevige duw in het water gekwakt wordt. De cormorants zitten iets verder op het rotsige eiland.
Bij Islas Lobos stinkt het verschrikkelijk naar vis en naar de uitwerpselen van de cormorants die zijn nesten daarin bouwt. Bij Birds Island lijkt het alsof
we in de birds-film van Hitchcock zijn beland. Grote massa’s kleine grijze vogels vliegen af en aan. Enkele cormorants geven intussen hun kroost te eten.
Ons fototoestel krijgt maar weinig pauze.
Bij Bridges Island meren we tenslotte aan en krijgen een heel interessante uitleg over de fauna en flora. Veel soorten staan in bloei, al is dat blijkbaar slechts van korte duur. Papa gans broedt de eieren uit terwijl de mama naar wat culinairs op zoek is. Maar net zoals bij Chiquita mag men eigenlijk geen gans zeggen tegen pakweg een kelp goose of een flightless steamer duck. Maria buigt zich ondertussen over een niet-uitgebroed ei, voor haar ook een raadsel.
De oorspronkelijke bewoners waren de gamana-indianen, een nomadenvolk. Rond 1000 na Christus trokken die met kano’s door het gebied. Ze aten het vlees van zeeleeuwen en gebruikten het vet om hun lichaam te beschermen. De huiden dienden dan weer om tenten te maken. En vuurtje-stook gebeurde in de maar liefst vijf meter lange kano’s.
Ruige terugtocht en opwarmen bij tante Sara.
En o ja: de stempel van het einde van de wereld ophalen in het Tourist Center.
In 3 varianten …
Dag 20 – dinsdag 18 december 2007 (Herman)
30°C – zonnig
Computerpanne in de luchthaven van Ushuaia. We moeten het bijgevolg doen met een handgeschreven instapkaart zonder plaatsaanduiding.
Rio Gallegos lijkt wel in the middle of nowhere te liggen, maar toch stapt hier de helft van het vliegtuig uit.
De eerste aanblik van Buenos Aires valt tegen (en de tweede ook): druk, lawaaierig, stoffig, vuil. Ook Hotel Waldorf kan ons niet bekoren.
We zoeken wat ademruimte op een terrasje langs de winkelstraat (Florida). Piepkleine cuadraditos de limon, supergrote prijzen (extra te betalen op het terras). De wereld en de stad is klein: we komen de Nederlanders nog eens tegen van op de W-wandeling.
Via de kathedraal en het regeringsgebouw arriveren we in Puerto Madero, de fraai gerestaureerde havenbuurt met veel cafés en restaurants. Bij 30°C smaakt de witte wijn op een barkruk op een terras overheerlijk. En om half tien een Italiaans restaurant. We zijn al goed aangepast aan de Argentijnse eeturen.
Dag 21 – woensdag 19 december 2007 (Herman)
31°C – zonnig
Raar zicht: van zodra het licht voor de auto’s op rood springt komen twee mannen het kruispunt opgespurt met een reclamepaneel boven het hoofd.
Voorbij Puerto Madero ligt een ecologisch natuurgebied. We bereiken het via de Costanera Sur, een wandelpromenade langs de uitgedroogde rivier met om de
honderd meter een steak- en hamburgerhokje. We komen in een betoging terecht voor betere arbeidsvoorwaarden in de bouwsector. De straten worden door de
betogers afgesloten. We zoeken rustiger oorden op en vinden de ingang van het ecologisch natuurgebied. Wij zijn hier niet alleen: veel joggers en fietsers
kruisen ons pad. Bij een pipistop worden we geconfronteerd met een grote varaan.
31°C, daar krijg je dorst van en dus zoeken we de diques op in Puerto Maduro. Zo is Buenos Aires best genietbaar !
En vanavond een Argentijnse steak als afscheid.
Maar geen “baby” beef, want die komt in porties van 800 gram …