
Reisverslag uit de Périgord
Dag 1 (Herman)
Een stemmig dorpsplein. Een kerk, een bakker, een slager. Een mairie. En een Hotel ... de la Mairie. De fietsen worden in de seminariezaal (!) opgeborgen. 22°C, dus zitten deze Belgen meteen witte wijntjes te drinken op het voor het overige verlaten terras. De seminariegangers zijn weg, sommigen op quadtocht, anderen naar Saint-Jean-de-Côle. De rust komt terug in het piepkleine dorp Sorges.
Nog 5 culinaire gangen op ons af laten komen in het gerenommeerde Auberge de la Truffe (zelfde eigenaars als ons hotel) en dan het gammele bed in, de 800 kilometer van vandaag wegdromen.
Dag 2 (Herman)
We worden (laat) wakker met zicht op een (hardnekkig) wolkendek en opteren voor de (zwaarste) lus naar het kasteel van Hautefort.
Aan de champ de tir van het Franse leger maken we wijselijk een ommetje, maar iets verder komen we dan wel terecht in een jachtgebied ! We rijden over golvende wegen door landbouwgebied. Auto's zijn er nauwelijks, tractoren des te meer. Op een kruispunt vinden we geen bordje naar Vetz. Een oud vrouwtje wijst ons de weg, loopt even door en slaat dan plotseling ook maar af naar Vetz ...
Langs een Mariabeeld en verscheidene kruisbeelden passeren we voorbij dorpjes met mooie namen: Saint-Pantaly-d'Ex, La Vitonie, La Gondie. Dikwijls maar een paar boerenhuizen groot. In de routebeschrijving lezen we een paar keer: niet naar Beausoleil. Die beau soleil zouden we nochtans wel eens willen zien !
We klimmen langs notelaarboomgaarden, we dalen af tussen Périgourdinekoeien, steken de Auvézère over aan een kasteelhoeve en beginnen in Saint-Agnan aan de milde slotklim naar Hautefort.
Een dorpsplein met platanen, enkele restaurants en specialiteitenwinkeltjes en de gigantische burcht boven het dorp. Staat daar toch wel een zitbank aan de voet van het kasteel zeker ! Tijd om de baguette, de tomaten en de cantal boven te halen.
Als we terug vertrekken breekt de zon door, wat prachtige fotosessies oplevert vanuit het veld op het kasteel. En dan krijgen we de ene kuitenbijter na de andere onder de wielen. In Chourgnac neem ik een paar mooie plaatjes van het dorp. Ondertussen wordt Mireille bijna opgegeten door een andere kuitenbijter ... De eigenaars slagen er gelukkig in om hun hond onder bedwang te krijgen, en dan kom ik in al mijn onschuld aangefietst.
Na Chourgnac komt Eulalie (klimmen), Saint-Pantaly-d'Ans (klimmen), La Grange (klimmen). Een boer op een tractor heft zijn hydraulische vork omhoog zodat Mireille er net onderdoor kan.
De zon is weer ribbedebie en voorbij Savignac is het nog 5 kilometer saai fietsen langs de D68. Het ging 55 kilometer picco bello, maar dit slotstuk is er te veel aan. Zeker met het stof van de steengroeven langs de kant in mijn longen. Een wit wijntje zal moeten redding brengen.
En 's avonds zijn we tout canard (*).
(*) avondmenu
Dag 3 (Mireille)
Naar het Venetië van de Périgord.
De lucht is helderblauw; de zon geeft echter nog niet veel warmte. Dus houden we onze dikke pullovers aan en trappen we volgens ons roadbook licht bergop en bergaf.
Het landschap oogt wel anders dan gisteren: de wegen zijn ietwat breder, en dus rijden de wagens ook sneller en krijgen we af en toe ook te maken met vrachtwagens.
Wanneer we langs de kant van de weg stoppen om een typische rosbruine koe te fotograferen gaapt heel de kudde ons aan. Nog nooit een fietser gezien ?
Mja, zegt Herman, heb jij nog nooit een koe gezien ?
Sneller dan verwacht staan we na 22 kilometer in Brantôme. De kleine markt staat langs de oevers van de Dronne. Het prachtige renaissancekasteel omzoomt imposant een deel van de oever en waakt over de marktkramers. Kleding, rieten tassen, groenten, knoflook, vis, regionale worsten en kaas, olie, azijn en kruiden. Gelukkig zijn we met de fiets want anders had ik zo'n rieten draagtas gekocht en volgestouwd met al dat lekkers. Nu beperken we ons echter tot een groot stuk streekkaas als mondvoorraad voor de volgende twee dagen. En ik laat me ook nog verleiden door flesjes truffel- en lavendelazijn. Onze kaas wordt gehalveerd in de zon met zicht op de kunstmatige watervalletjes en troglodietenhuizen.
Even later fietsen we verder langs de Dronne. De weg gaat lekker bergaf. Herman ziet het helemaal zitten en wil het ommetje van 4 kilometer naar het kasteel van Bourdeilles er absoluut bij doen. Al bij al wel minder mooi dan dat van Hautefort. Van op het smalle brugje krijgen we zicht op een fraaie watermolen.
Na 64 kilometer "Pajottenland"-klimmetjes hebben we nood aan een fles water en een douche.
En aan een zonovergoten terrasje met witte wijn.
Dag 4 (Herman)
Hardhandig gewekt door de lokale curé. De kerkklokken maken een wekker overbodig.
25°C vandaag ! Mireille zoekt haastig al haar topjes bijeen en we slaan meteen een truffelpad in onder de nieuwsgierige blikken van enkele honden. Met een pijnlijk zitvlak voelen de hellingen nog wat zwaarder aan.
Een stukje dalen langs de drukkere Route Napoléon, dan in Les Piles rustigere wegen opzoeken, en vervolgens een moorddadige en lange klim in Cornille. Veel meer dan vier kilometer per uur geeft de teller niet meer aan.
En dan is het loodrecht naar beneden naar Périgueux. We laten de fietsen wat uitblazen en trekken te voet de middeleeuwse straatjes in. De zaterdagmarkt strekt zich uit over verschillende pleinen en trekt heel wat volk. De gigantische kathedraal Saint-Front - met byzantijnse koepels - verschuilt zich achter de waaier van parasols.
We kopen wat aardbeien en gaan op een bankje zitten naast de kathedraal. Alsof plotseling een onzichtbaar sein wordt gegeven breken de marktkramers allemaal tegelijk hun stand af. We kunnen de verleiding niet weerstaan en zoeken een terrasje op. Een slaatje met een bergerac. De aardbeien zullen voor straks zijn. Dan nog wat ronddwalen in de prachtige middeleeuwse stad en daarna de fietsen uit hun siësta halen.
Veel afdalingen op de heenrit, dus veel klimmen in de tweede helft. Het schiet nochtans goed op, door bossen en langs landerijen met chique woningen. We maken de aardbeien soldaat in een bos aan een stapel boomstammen en ronden dan de lus via dezelfde vijf slotkilometers als gisteren.
En dezelfde witte wijn ligt al gekoeld ...
Dag 5 (Mireille)
We slapen maar eens uit, het is toch voor iets zondag.
Grote drukte bij het ontbijt. Gevolg: geen borden, geen dienbladen, weinig stokbrood en koeken. Gelukkig slagen we erin om ons buikje vol te steken.
We laden de fietsen op de auto en rijden richting Montignac. De rit duurt toch een goed uur. Aan een parking langs de Vézère laten we de auto achter en fietsen onmiddellijk naar de grot van Lascaux II. Gezien we de grot recent nog bezochten laten we ze nu links liggen en fietsen zalig langs de boorden van de Vézère. Het kasteel van Losse doet ons van de fiets stappen, prachtig op een witte rots gelegen met weerspiegelingen van het water. We zien het slot enkel langs de achterkant, maar het pronkt statig over de rivier. Enkele kilometers verder zien we al een tweede kasteel liggen, net het decor voor een of ander sprookjesboek. Smal, spichtig en ook alweer op een rots gebouwd. Hier woont vast een spook in - le fantôme du château de Belcayre.
Wat verderop staat ons een klim van pakweg drie kilometer te wachten. Ik peddel rustig naar boven en vervolg mijn weg via bosrijke paadjes met nauwelijks verkeer. Een vier kilometer lange afdaling is een welkome afwisseling. Op tijd de remmen dichtknijpen of we liggen met onze klikken en klakken in de Vézère, roept Herman mij toe.
Wat verder staan we aan de prehistorische site van Roque Saint-Christophe. Hier spreekt men van de Cité Troglodyte. Jammer genoeg zit de zon langs de verkeerde kant en geeft dit niet het beeld dat we in enkele brochures zagen. We besluiten om verder te fietsen en krijgen onderweg nog mooie zichten op de rotswoningen.
Ons roadbook spreekt van verder afdalen tot Saint-Léon, maar vergeet de stevige bergop vooraf te vermelden. Het dorp is erg fotogeniek en oogt gezellig. We dwalen door de nauwe straatjes en laten ons dan verleiden tot een biertje op een van de terrasjes. Gelukkig staat er een parasol want de zon brandt. Lenteweer - ik noem dat zomer - 30°C in de schaduw.
Even later springen we terug de fiets op en rijden de resterende 10 kilometer tegen de wind in op een D706 vol vals plat.
In Montignac genieten we nog zo'n half uurtje van de zon om dan maar weer naar Sorges te rijden. Wat gaat zo'n dag snel voorbij !
Dag 6 (Herman)
Ontbijt op het terras. Het is bloedheet, dus beginnen we maar snel aan onze laatste fietsdag. Het enthousiasme is zo groot dat ik mijn rugzak vergeet en drie kilometer extra mag fietsen om ze te gaan halen ...
Het aanvangsstuk gaat heel vlot. We hebben 10 kilometer op de teller eer we het weten. Saint-Pierre de Côle. Aan de Côle. Ah, een rivier, zegt Mireille.
Het roadbook spreekt van een eerste terrasje. Helaas, alles dicht, het is maandag.
Dan moeten we kiezen: (1) gemakkelijk maar druk en saai of (2) moeilijk maar ook heel mooi. We opteren voor (2) en worden meteen door een pak wagens gepasseerd. (1) ziet er verlaten uit ...
Maar de route is inderdaad wel heel mooi. Een "pittig klimmetje" van 1 kilometer voelen we al nauwelijks meer ... Een prachtige smalle weg, op een talud, naar Tierchâteau en La Tania, maximum 8 ton: we mogen dus door. Vervolgens een straffe afdaling naar Saint-Jean de Côle. Subliem, een middeleeuws plein met kerk, markthal, kasteel en oude gebouwen. Ideaal voor Fabian van Fallada. Wat verder een brugje met bolle keien, waar de obligate kunstschilders een perfecte plek uitgezocht hebben.
"Un des plus beaux villages de France", en het staat niet eens in onze Michelin van de Dordogne ! Een plaat(s)je om te koesteren. Over Thiviers heb ik deze morgen zo veel voorgelezen dat ... het tegenvalt. Een druk kruispunt waar we onder een plataan de fromage, de tomates en de baguette verorberen, en enkele (gesloten) winkels. Niets om lyrisch over te doen.
Weer kiezen. Nu pikken we de korte route uit: enorm mooi, door bossen en langs verstilde dorpjes (dikwijls maar 1 boerderij groot). Op het einde krijgen we de eerste kiezelstenen te verwerken, daarna wordt het terug de oude vertrouwde hobbelige boerenweg ...
Veel te vroeg (16 uur) komen we terug in Sorges waar we alle drank van de Coop opkopen en dan naast onze auto ... een grote tent zien staan. Donderdag is het feest van de veteranen (gelukkig zijn we dan weg ...).
En dan op wijntjes- en oliejacht, en dan een terrasje (27°C om 19 uur !).
De uitbater van een benzinestation vroeg me welk weer het in België was. Je ne sais pas, et je ne veux pas le savoir !
Bij een kir royal klinken we op de zwoele avond en op de ongelooflijke vakantie.
Dit smaakt naar nog ! (de kir en de vakantie)