
Reisverslag uit Italië : Piëmonte
3 oktober 2003 (Herman)
De kronkelende, fors klimmende straat eindigt abrupt ... aan een slagboom. We nemen een kaartje en parkeren de wagen wat verder. Een domein vol met appartementenblokken en vijfsterrenhotels. Nogal uitgestorven. En zo te zien afschuwelijk duur. Diep beneden ons ligt het aanlokkelijke Vierwoudstedenmeer. We wenden de steven – gelukkig mogen we gratis opnieuw voorbij de slagboom. Beneden zien we een pijl naar Kehrsichten. Wat verder komen we op een fraai dorpsplein aan het water, met een aantal hotels. Wij een viersterren binnen : 200 Zwitserse franken met bergzicht, 220 met zeezicht. We krijgen uiteindelijk de zee voor 200. Het is een modern, erg elegant hotel, bij nader inzien gelegen aan de rand van 2 meren : niet enkel het Vierwoudstedenmeer, maar ook een kleiner lokaal meertje
De bootjes dobberen op het water. De parkeermeters zijn allemaal volledig afgeplakt : “hors saison”. Een donjon staat met de voeten in het nat. De pizzeria staat uitnodigend aan de waterrand – de chianti en de geur van de houtoven scherpen de appetijt. De pizza van de maand bedwingt onze honger.
O, nog even kijken waar we nu eigenlijk zitten : Hotel Winkelried in Stansstad aan het Vierwaldstättersee – Sud. Een hele mondvol, en dus vallen we moeiteloos in slaap. Het klotsen van het water op de achtergrond horen we niet meer ...
4 oktober 2003 (Mireille)
De hele nacht dorst (zoute pizza) en de wekker die onverwacht afloopt. Het is nog donker en af en toe hoor ik de regen. Wat later zitten we aan het ontbijt. Buiten is het grijs en grauw. Het wolkendek is duidelijk met het verkeerde been uit bed gestapt. Gelukkig is er geen mist. Het buffet is stevig Zwitsers met croissants, muesli, lekkere broodjes en voor Herman (zeven soorten) kaas.
Nog een fotoronde en dan de auto in. Vanop de autoweg zien we her en der hoge wolken tegen de bergen hangen. Zonder al te veel problemen staan we plots in de file voor de Gothardtunnel. En het gras is inderdaad altijd groener aan de overkant : 17 kilometer verder kruipen we terug uit de tunnel en het is zowaar 24° C bij een mooie blauwe hemel. Een kleine Stau aan de Italiaanse grens met nors kijkende carabinieri brengt ons in Lombardije, waar we om de haverklap een klein bedrag aan tol moeten betalen. We rijden nog even verkeerd in het vlakke landbouwgebied van de Povlakte, en dan zijn ze er : de heuvelruggen. En ook nog : de wielertoeristen. Een weg in slechte staat, een lange smalle brug over de Tanaro, een steil stuk tot aan een verkeerslicht, beurtelings verkeer, een benzinestation, links een heel steil wegje, en dan een statig “kasteel” met oprijlaan, park, rode loper en een deur die openzwaait : Albergo Villa Conte Riccardi in Rocca d'Arazzo. Het voormalige kloostergebouw ademt nog steeds dezelfde sfeer uit : brede gewelven, lange gangen, een echte fluisteromgeving.
We fietsen even rond en verkennen de eerste kuitenbijters. De kerk ziet er charmant uit, dan toch van opzij. Vanaf het kerkplein is het al heel wat minder. In het dorpje heeft de tijd precies stilgestaan : kleine buurtwinkel, een pleintje met mijmerende oude mannen. Wat verderop een ander dorp, Castello di Annone. En dan terug naar onze “graaf”. We puffen terug bergop, luid aangemoedigd door de plaatselijke viervoeters. Zijn dat hier allemaal truffelzoekers ?
Om acht uur gaan we eens een kijkje nemen in het restaurant. Alles is er verlaten. De eigenaar loopt ons straal voorbij en doet of we er helemaal niet zijn. Dan maar een boekje lezen in het salon, waar de TV drukdoende programma's toont. Drie kwartier later is het dan toch zover. De wijnkaart gaat van tafel naar tafel. Veel tijd om een keuze te maken is er niet. Gestommel op de gang. De eerste schotels verschijnen. Weer een hels lawaai. Borden terug afgeruimd. Weer een krakend lawaai. Gang 2. En zo verder. Blijkt de keuken een heel eind verder te liggen zodat alles aangevoerd wordt op een piepend en kreunend karretje ...
De maaltijd eindigt even plots als ze begonnen was, geen rekening, geen koffie, geen handtekening.
Intussen is buiten een onweer in alle hevigheid losgebarsten. Moeten wij morgen zo gaan fietsen ?!
5 oktober 2003 (Herman)
Donder en bliksem. En slagregen. We leggen de protesterende wekker het zwijgen op en dommelen nog een uurtje verder. Na het ontbijt in de “kapelzaal” ontdekken we hier en daar toch wat streepjes blauw in de lucht. De jassen aan, tot straks tegen de bagage, tot over een week tegen de auto, en daar roetsjen we de afdaling naar beneden, om de kilometerteller aan het Esso-station op nul te zetten. Castello di Annone kenden we al van gisteren, en dan kiezen we richting Monfalitto. Het is killig – ik heb spijt dat ik mijn handschoenen niet bij me heb. Het is wel aangenaam fietsen. We moeten voortdurend over heuvelruggen die mekaar kort opvolgen. Op, af, op, af. We krijgen er zelfs warm van.
Op het dorpsplein van Refrancora loopt veel volk rond. Het is markt en daar kan Mireille niet aan weerstaan. Schitterende kraampjes met champignons, met olijven, met honing. Gelukkig hebben we niet zo veel plaats in onze fietstassen ...
Ondertussen begint het te druppelen en vervolgens harder te regenen, zodat we plotseling de markt voor ons alleen hebben. Ik koop 6 piccolo's in het lokale winkeltje, en dan trekken we verder tussen de wijngaarden. Kasten van huizen staan hier, allemaal met een of meerdere grommende waakhonden. Op elke heuvel rondom zien we een dorpje met een karakteristieke hoge kerktoren liggen.
En dan klopt er opeens iets niet in de beschrijving (er ontbreekt een stuk tekst), en we komen sneller bij Scurzolengo dan verwacht. Ons plannetje is summier, en weer kiezen we de verkeerde route. Ik krijg een hond achter me aan (goed om de snelheid te verhogen) en drie kilometer verderop zien we onze fout in.
Voorbij Desidero breken de hemelsluizen open. We vinden een goedwillige boom, en daarna nog een bushokje en een kapel om te schuilen. Apocalypse Now. In de striemende regen, ijskoude wind tegen, we worden drijfnat. En de beschrijving blijft onduidelijk. We moeten een paar keren heen en weer fietsen, en de weg vragen, om Grazano terug te vinden. De kou en de hellingen beginnen hun tol te eisen : bevroren spieren. Een flinke klim naar Casorzo, en idem dito naar Vignale Monferrato, en we zijn er. Op het dorpsplein. Maar waar is nu die agriturismo ? We fietsen naar het bovengedeelte van het dorp, en vragen de weg op een andere piazza. 't Is beneden.
Beneden niets te zien. Nog eens vragen aan een oudere dame. Enkele honderden meters buiten het dorp. En dan staan we voor een monumentale toegangspoort. Gesloten. Zes beldrukknoppen, maar welke is het nu. Ik druk er een aantal willekeurig in, en na 5 minuten zwaait zowaar de poort open.
Es Enne Pie ? Benvenuti ...
We logeren in een zeventiende-eeuwse palazzetto, zelfs met plafondschilderingen in de kamer. De keuken is helaas gesloten, we moeten naar het dorp. Nu nog drie uur koukleumen en we kunnen aan de dis aanschuiven.
En wat voor een dis. Restaurant Universo. Enkel een vaste menu vanavond. Verrassingsmenu. OK, als we maar wat te eten krijgen. We bestellen een frizzante en krijgen al meteen een wachtbordje met heerlijke lokale charcuterie. En bij de Dolcetto d'Alba blijven de antipasti maar komen. Nummer twee : carpaccio con tartuffo. Derde gang : vitello tonatto. Vooral niet te veel eten van de huisgemaakte grissini. Torta di porri is nummer vier. En dan komen de paddestoelen : funghi i porcini, fluistert de serveerder. Oef, kunnen we nog ? Daar komt schotel zes : een taart van formaggi di spinachi. Broek losmaken, want nu volgt een polenta con funghi i salsicci. De rekening maar vragen ? Vergeet het, nu komen pas de serieuze schotels. Een risotto con funghi ('t is duidelijk het paddestoelenseizoen). En bijna de tel kwijt – negen – agnolutti. En dan komen ze zowaar met de ... hoofdschotel binnengerold (straks kunnen ze mij hier ook buitenrollen). Ezel ? Kalf ? Konijn ? Lam ? Gans ? Maar uit te kiezen – à volonté. En het dessert (nummer 11) ook : pannacotta en peertjes in rode wijn is onze keuze. We kunnen net buitenvluchten vooraleer ze ons een tweede stuk dessert komen aanbieden ...
De rekening ? Een schamele 75 euro voor 2 personen, 2 liter water, aperitief, wijn en koffie inbegrepen. Allen daarheen !
En na die 11 gangen is onze nachtrust ook “dolcetto”.
6 oktober 2003 (Mireille)
De haan neemt weerwraak op de lawaaierige honden en geeft een soloconert tussen 4 en 5 's morgens.
In de sfeervolle eetzaal staat er slechts 1 tafeltje gedekt. Wat wit brood, huisgemaakte jam, kleine koekjes en 2 stukken notentaart. Een karafje met dik perensap en een cafe latte. Verzorgd, maar karig om te fietsen.
Om kwart over negen zitten we reeds op de fiets. Niet te geloven : een stralend blauwe hemel. In de afdalingen is het wel nog wat frisjes. Heuveltje op, heuveltje af. De ene helling al wat langer dan de andere. Met op elke bult een kerk op het hoogste punt. Op een steenslagpad moeten we even van de fiets. Zelfs het omhoogduwen van de fiets is al een hele klus. Als beloning krijgen we wel een kilometerslange afdaling naar Casale Monferrato, een stadje gelegen aan de oevers van de Po. Met een verkeersarm centrum, en dus ook veel fietsers die kriskras door de nauwe straatjes peddelen. Even de palazzi en de Duomo verkennen, bello genoeg maar ook weer niet molto bello. We picknicken ruim een uur op een van de vele bankjes op het centrale plein. In de zon. We verbazen ons over het feit dat de Italianen al winterkleding dragen, en bovendien constant in de schaduw gaan zitten.
Na de middagpauze is het echt zwoegen om de langere hellingen op te geraken, maar op karakter lukt het wel. Nog even problemen met een humeurige keffer die eerst achter Herman komt gespurt en daarna mij in het vizier krijgt. De eigenares van het kreng kijkt niet eens op. Herman verjaagt de hond en gaat de dame in het Nederlands uitkafferen. De boodschap is begrepen, de hond moet binnen.
Op een karrenspoor dat dwars door de wijngaarden loopt moeten we nog eens van de fiets : onberijdbaar. En dan nog een lange klim, waar geen einde lijkt aan te komen. Al het water op en geen energie meer. Staat daar toch wel geen uitnodigend bankje langs de kant, mooi in het zonnetje. We komen pas een half uur later terug in beweging. Op het pleintje van gisteren haasten we ons in de kleine supermarkt naar het koelvak.
Etensplannen voor vanavond : de trattoria. Gesloten ! Niets anders te vinden. Universo dan maar terug. Even een tafel reserveren. Een antwoordapparaat met een hele rimram Italiaans gebrabbel, daar worden we niet wijzer van. Een kijkje gaan nemen. Ook gesloten ! Wat nu ?
We lopen terug naar het dorpsplein, ontdekken een bar en loeren naar binnen. Pakjes met bruschetta's. We bestellen enkele glazen witte “frizzante” wijn, en krijgen er prompt een ruime portie salumi bij. Oef, gered.
Morgen eet ik truffels !
7 oktober 2003 (Herman)
Sire, het volk mort.
Het is koud, de zon schijnt slechts àchter de wolken, en na het gemiste avondmaal krijgen we nu ook een nogal mager ontbijt. En de spieren voelen week aan.
De fietstocht passeert meteen aan een Cantina Sociale, maar we hebben de druiven van pap niet bij en dus bollen we maar verder. Tot Fubine krijgen we een paar stevige hellingen onder de wielen. Het gaat stroef, de derde fietsdag is inderdaad steeds de moeilijkste. Maar dan komt de zon er door. Het moreel van de troepen stijgt ...
In Fubine zoeken we ons suf naar een “scherpe bocht” en de Piazza C. Colombo. Staat die C. voor Christophoro of Chiesa ? We doen enkele klimmetjes te veel, tot een oude man ons op de goede weg zet : een bouwvallige kerk verstopt een grotere kerk met toren aan het ... Christoffel Colombusplein. Veel oude gebouwen, veel ook aan restauratie toe. Franchine, Pergatti, het blijft op en af gaan, met zelfs hier en daar een “muur”. Ook Montemagro doet zijn eer aan. Bovenop de monte vinden we een plein met bankjes in de zon. Picknick dus. En zonnen in T-shirt. Heerlijk. Het al ingedommelde dorp valt tijdens de siësta helemaal stil. De middeleeuwse burcht en huisjes zien er vanop een afstand trouwens fantastisch uit.
We vervolgen dan naar Grana waarna de wegbeschrijving weer helemaal tilt slaat. Niets klopt nog, en toch slagen we erin om de goede richting aan te houden. We passeren de goeie ouwe San Desidero waar we eergisteren verkeerd fietsten.
Na al die klimmetjes hebben we nu toch een afdaling verdiend. Dat vindt SNP ook, want we krijgen een stuk bergaf met scherpe lussen. Langs een drukke verkeersader rijden we dan Asti binnen, en vinden verrassend vlot – voorbij een gigantische parking – ons hotel. De reuzenparking blijkt de bekende palio te zijn ...
Fietsen de garage in, en wij weer op weg. Even wat oriëntatieproblemen zonder kaart, maar we vinden toch het mooie oude centrum met een overdaad aan kerken en palazzi. In een zijstraatje ontdekken we een sympathiek terrasje : een wit wijntje – dat moet zeker kunnen.
8 oktober 2003(Mireille)
De kapelletjestocht.
Een stralend blauwe hemel, een uitgebreid ontbijt, wat heeft een mens meer nodig ?
We geraken nochtans moeilijk op dreef, zowel bij het pakken als bij de start van onze vierde fietstocht. Eerst nog wat proviand inslaan in de mercato alimentario en dan op zoek naar het station van Asti. Vanwege de drukte moeten we een heel eind op het voetpad stappen voor we weer op het zadel kunnen klimmen. Na even zoeken vinden we de juiste straat, een drukke verkeersader waar we dan nog nota bene naar links moeten afslaan. We halen gelukkig heelhuids de overkant. Dan spreekt het roadbook van een voetgangerstunnel, maar wat ze niet vermelden is dat er alleen maar trappen zijn. Niet zo handig met een fiets.
De beschrijving blijft summier maar toch blijken we de juiste weg gevolgd te hebben. Maar vlot fietsen is wel wat anders. De eerste helling is moordend. Slalommend naar de top. Wel een subliem landschap : wijngaarden, geploegde akkers, rustige landwegjes, en in de verte ... hoge sneeuwtoppen.
Via verscheidene dorpjes, het ene al pittoresker dan het andere, waarvan ik de namen al lang vergeten ben, rijden we Alba binnen. De teller duidt 4 kilometer minder aan dan SNP, maar daar rouwen we zeker niet om. De naam van onze overnachting – B&B Ideal Rooms – doet ons het ergste vrezen, maar dat valt verrassend goed mee. Een groot huis aan een drukke baan met een fraaie, moderne kamer, rustig langs de achterkant gelegen met zicht (en reuk) op de fabriek Ferrero. De ontvangst is allerhartelijkst, maar we talmen niet en gaan Alba verkennen. Autoluwe straatjes met prachtige winkels en veel toeristen, en hier en daar een terrasje. Grappig is dat in elke winkel flessen wijn in het uitstalraam staan, van boekenwinkel tot lingerie ... Veel winkels verkopen overigens ook extraatjes als bijverdienste, zoals bijvoorbeeld de beroemde tartuffo bianco.
Bij de vino bianco frizzante locale krijgen we prompt grissini, mortadella, kaas, olijven en arrosto geserveerd. Dit moet Italië zijn ...
En 's avonds eten we witte truffels. Tien gram ... zeventig euro !
9 oktober 2003 (Herman)
Rustdag. Onze spiertjes hebben het nodig. Het is overigens ijskoud buiten.
We maken van de gelegenheid gebruik om onze auto te gaan ophalen in Rocca d'Arazzo. Met het openbaar vervoer. Trein en bus. Steevast een heel avontuur in Italië.
De trein naar Asti staat al op binario 1 te wachten. Een vrouw vertelt ons dat we in een station onderweg moeten overstappen. Klopt van geen kanten. De trein rijdt keurig door naar Asti. En dan zoeken naar de biglieterria voor de bus. In de bar van het station staat vermeld dat ze buskaartjes verkopen. Niet dus. De man verwijst ons door naar een krantenkiosk aan de andere kant van de hal. Waar men ons doodleuk vertelt dat we het kaartje op de bus moeten kopen. De bus zoeken dan maar. Spoor 12, vertelt men ons. Neen, zegt de buschauffeur aldaar, “al fondo”. Wij staan een uur “al fondo” en dan komt diezelfde buschauffeur daar terug aangereden ... Neen, 't is aan de andere kant van het busstation. Nog maar eens vragen : spoor 2. Weer fout, het blijkt spoor 1 te zijn. We zien daar wel een bus maar geen buschauffeur. Na 5 minuten merken we dat hij achteraan op de bus zit ...
Onverhoopt halen we Rocca d'Arazzo nog.
Met de auto gaan de hellingen een stuk vlotter. De zon is ondertussen van de partij met een royale 25°C. Barolo ziet er verrassend mooi en middeleeuws uit, kasteel incluis. En zoals het Barolo past : het ruikt hier naar wijn (van de lokale cantina sociale). We vinden zelfs een terrasje in de zon (zeer on-Italiaans).
Daarna rijden we nog naar La Morra, weer pittoresk op een heuvel gelegen, en het sublieme middeleeuwse Serralunga : nauwe straatjes, een trotse burcht, enkele kerken. Behoorlijk veel toeristen ook, maar hogerop in de straatjes zien we enkel nog roddelende en/of breiende oude vrouwtjes. De clichés bestaan nog. En ook hier ruikt het naar wijn ...
10 oktober 2003 (Mireille)
De laatste fietsdag. Na zo'n dagje rust (roest ?) is het weer wat wennen voor het vertrek. Hebben we wel alles mee ? We kopen proviand in Alba, in een supermarkt die we toevallig tegenkomen na een wegvergissing.
En dan maar klimmen. Mijn fiets weigert dienst bij een eerste verkeersbord met de melding “helling 10%”. Van het verschieten ? Dan maar te voet verder tot Herman mij komt depanneren. De ketting zit er binnen de kortste keren weer op en dan kan ik er ook aan beginnen. Klimmend maar doenbaar, na zo'n kilometer trekken we onze fleece uit. Die trekken we echter weer aan bij de volgende afdaling.
Het landschap is beduidend anders dan de vorige dagen, meer bossen, wijnranken en notenbomen. En minder bebouwing. Af en toe passeren we toffe picknickplekjes, maar van zodra het etenstijd is niet meer ... Gelukkig vinden we toch nog een zitbank op het hoogste punt van deze fietsdag (725 meter). Vanaf dan is het alleen maar de remmen toeknijpen om Alba niet voorbij te rijden.
En dan gaan onze laatste soldi eraan. Winkel in en winkel uit. We tonen ons kritische kopers die eerst uitgebreide vergelijkende analyses maken. Er zijn immers verschillen. De Elio Grasso Barbera d'Alba (een klassewijn) blijkt zo'n 1,30 euro goedkoper te zijn in een achterafstraatje.
Eerst nog een Barolo op een terras, en dan begint de echte koopsessie. Pech : de goedkoopste wijnwinkel heeft onvoldoende voorraad. Maak dan eens vergelijkende studies ...
11 oktober 2003 (Herman)
De overdekte truffelmarkt in Alba. Wat een overdosis aan truffelgeur (zelfs iets té). De verkopers lichten het dekseltje van hun bokaal als we passeren. De prijzen zijn een stuk lager dan in het restaurant.
En dan (helaas) terug naar huis. We zoeken overnachting in Mulhouse. Campanile volzet (er is net een bus gearriveerd). Toch niet weer zeker !
De Mercure : oef, nog wel plaats. Maar het restaurant is gesloten ... Dan maar eten in de Campanile. Lekker buffet, de Pinot Noir is wel iets heel anders dan de Barbera, en het is lawaaierig (de bus weet je wel) maar toch gezellig.
De vakantie zit er bijna op voor dit jaar. Gelukkig hebben we Dolcetto's en Barbera's om de winter door te komen !