
Reisverslag uit de Provence
Dag 1 – 30 augustus 2007 (Herman)
Straatnaam – neen, die is er niet. Pour la navigation ? Helaas, monsieur, dit gehucht staat in geen enkele gps vermeld …
En dus moeten we het vanaf Vaison-la-Romaine stellen met de “téléguidage” via gsm van de eigenares. Domaine aux Tournesols ligt op een boogscheut van Malaucène. Twee zwembaden, een wat rommelige tuin met tafels en stoelen her en der verspreid. De eigenares vinden vergt ook al bijna navigatie, maar we worden na het geblaf van de huishond hartelijk verwelkomd.
L’apéro est spécial ce soir, excuseert ze zich. Een wijnhandelaar van de streek geeft een digustatie van rosé en rood onder een luifel waar de wijnranken langzaam naar boven klimmen. 18 man op de wankele picknicktafels, en daarvan blijven enkel wij avondmalen met de familie.
Jammer genoeg binnen, want inderdaad we doen het weer: de mistral is vanmorgen opgestoken. En dat betekent 1, 3, 6 of 9 dagen !
Dag 2 – 31 augustus 2007 (Herman)
Dag 2 van de mistral. Wel prachtig weer, maar het ontbijt is toch binnen gedekt. We delen de tafel met een Luxemburgse familie die hier al 5 jaar op vakantie komt in de streek.
We stoppen de wandelschoenen … in de rugzak en fietsen nar Suzette, via een behoorlijke klim tussen de wijnvelden. De druiven zien er rijp en sappig uit. De pluk zal niet lang meer uitblijven.
Drie kilometer verder – stevige afdaling – ligt Lafarc en daar verwisselen we de 2 wielen voor wandelschoenen. We volgen een wandelpad richting Mont Crayon. De asfaltweg kronkelt tot aan de scherpe rotspunten van de Dentelles de Montmirail. We slaan een klimmend kiezelpad in en blijven tussen de wijngaarden slalommen.
Na 6 kilometer vinden we onze fietsen terug en wacht ons nog een lange klim naar onze Zonnebloemen. Het is harken geblazen voor deze ongetrainde atleet, maar een kwartiertje na aankomst zijn we weer aan de wandel naar Malaucène. Een rustig achterafstraatje aan de gîte, en dan een zeer drukke baan brengen ons 2 kilometer verder naar Malaucène. Een wirwar van straatjes, een kerk als een burcht, fonteintjes, wasplaatsen. Een authentiek oud dorp. Boven een belvedère met kruisen en schietgaten.
Buiten het dorp ligt een zonovergoten terrasje. En het vlees is zwak en de geest gewillig …
Op het terras strijken voortdurend wielertoeristen neer die de Mont Ventoux hebben beklommen. Morgen eens zien hoe ver wij geraken !
Dag 3 – 1 september 2007 (Herman)
Yes, we did it !
De Mont Ventoux. 21,5 kilometer. 7,5% gemiddeld. Op een gewone fiets.
Ikke – totaal ongetraind – in 3 uur 33’. Mireille – doet er 30 per dag – in een fabuleuze 3 uur 11’.
Wij beginnen er aan met het idee van we zien wel. Vanaf Malaucène is langs de rechterkant van de weg een fietsstrook afgebakend met groene driehoeken. Het is niet druk. Slechts af en toe worden we door een wielertoerist ingehaald. Ondanks de bomen langs de zijkant vinden we weinig beschutting tegen de ongenadige zon. Na enkele steilere passages (tot 14%) – de hoogte en het stijgingspercentage worden op kilometerpalen aangeduid – komen we aan een chalet in een berglandschap. Een skigebied. Nog 6 kilometer: nu moeten we doorgaan (desnoods te voet). 4 kilometer op de tanden bijten, en dan zie ik de top liggen. Nog enkele brede lussen op de kale kruin en dan juichend over de eindstreep.
De mistral waait hier ongenadig. Snel jasjes aan en zoef naar beneden, het betere bochtenwerk uitproberen Van Malaucène rijden we met de wagen naar Lagnes, waar we buiten het centrum van het piepkleine dorp een heerlijke chambre d’hôtes treffen: La Capucine. Een prachtig landhuis met okergele muren en Provençaalse dakpannen. In de ruime lavendeltuin ligt een zwembad van 17 op 7 uitnodigend te wachten, aan het einde van een pad met bladerdak. Wij krijgen de mooiste kamer toegewezen: “Cardamome”, fraai ingericht met veel oog voor detail, en met een balkon dat de hele tuin overziet.
Buzz, een berner Senne, bewaakt het domein en Bouchon, een bolletje wol, komt aan onze voeten liggen.
En het viergangenmenu – préparé par monsieur – wordt buiten op het terras geserveerd.
Dag 4 – 2 september 2007 (Herman)
De mistral is uitgewaaid. En de poep doet zeer (zadelpijn). We krijgen een rijkelijk ontbijt op het terras voorgeschoteld en vertrekken bijgevolg weldoorvoed richting Fontaine-de-Vaucluse. Het is slechts vier kilometer peddelen vooraleer we de fietsen aan de brug over de rivier verankeren. We volgen het wandelwegje langs de stalletjes (met een Vlaamse kermis) en de papiermolen naar de “bron”, een groot gat in de rotsen waar verder niets aan te zien is. Mireille trotseert de ratten in de publieke wc en maakt dan een keuze uit de vele Provençaalse tafellakens.
Met een rugzak vol tafellakens rijden we dan naar het wat verder gelegen Saumane-de-Vaucluse, een dorpje rond een vesting. Hordes wielertoeristen hijgen de bastide naar boven. Journée spécial cyclo. Gevolg: we mogen de burcht niet binnen.
Als we l’Isle-sur-la-Sorgue binnenrijden wordt de zondagmarkt net opgebroken. Druk, ook op de terrasjes. We veroveren echter nog een tafeltje, en bij een rosé en twee slaatjes bekijken we de verkeerschaos in de smalle straten. Bij het achteruitmanoeuvreren wordt er al eens een parasol geraakt of een ober haast van de sokken gereden.
Bij een “doenbare” temperatuur van 28°C fietsen we via rustige fietswegjes terug naar La Capucine … en dan terug naar Fontaine-de-Vaucluse want Mireille is nog niet uitgewinkeld (en nu kunnen we nog van alles in de auto achterlaten).
Dag 5 – 3 september 2007 (Mireille)
Helder blauwe lucht, geen zuchtje wind, een lekker uitgebreid ontbijt in het zonnetje.
We verlaten Lagnes langs het kasteel en klimmen alsmaar hoger de heuvel op. De blauwe glimmende druiven koesteren zich nog even in de zon. Wij gaan op zoek naar een borie – en vinden er drie. De weg is een droom voor fietsers: smal, schaduwrijk en met nauwelijks verkeer. We peddelen via olijfoliebedrijven en een klein museum. De aanloop naar Gordes verloopt moeizaam met de mistral die weer komt blazen. De echte klim naar Gordes ronden we als echte berggeiten en triomfantelijk rijden we het dorp binnen. De wind neemt sterk in omvang toe en menig handelaar verhuist zijn spullen naar veiliger oorden. We kuieren wat rond, genieten van de toeristische drukte en vleien ons neer op een terras in de zon. Geen sla met zo’n rukwinden ! Pasta lukt nog wel, omringd door rondvliegende glazen, placematjes en bestek ..
Vervolgens staat Roussillon op het programma. De weg erheen voert door landbouwvelden met enkele nederige optrekjes. Weer onze klimcapaciteiten aanspreken. We doen het alvast beter dan enkele auto’s die wegslippen en door gebrek aan paardenkracht rechtsomkeer moeten maken. Na bijna 20 jaar komt ons hier niet veel bekend meer voor. We betalen twee euro inkom per persoon voor de Sentier des Ocres, een kronkelend wandelpad door een oude okergroeve. Na afloop zien onze kousen en schoenen geel.
Na Roussillon staat er nog zo’n 4 kilometer op het programma, steeds de wegwijzer naar Apt volgen. Maar toch missen we ergens een afslag en wordt het nog een zoektocht naar het waypoint FR0416. We bereiken Le Portail Rouge uiteindelijk vanuit een andere richting dan gepland.
Gastvrouw Danielle leidt ons rond. Zwembad in natuursteen op een benedenterras, geflankeerd door een overdekte bar met selfservice. Gewoon streepjes op een papiertje zetten. Boven een terras met een verzameling oude voorwerpen. Wat rommelig maar juist daardoor sfeervol.
We veroveren een sofa en halen een biertje uit de koelkast. En zetten streepjes …
Dag 6 – 4 september 2007 (Herman)
Zelfgebakken bruin brood, homemade confituur.
Het ontbijt wordt in de halfopen ruimte geserveerd op een oude schrijnwerkersbank.
Je suis désolé mais il y aura du mistral, zegt de gastheer.
Wij waaien van onze fiets en keren na amper 1 kilometer terug. Saint-Saturnin-les-Apt is nog net te voet bereikbaar (9 kilometer). Langs wijngaarden, een camping met rillende Hollanders en grote maisons waar een grasmachine overbodige luxe is (wegens geen gras). In Saint-Saturnin-les-Apt vinden we restaurant Saint-Hubert. Op het krijtbord lezen we de specialiteit: groentetaart. Zicht van op het terras: le Petit Lubéron.
We klimmen met volle maag tot aan de kasteelruïne en ontdekken een fraai wandelpad tot aan een heuveltop met een Romaanse kapel. Sublieme zichten over het middeleeuwse dorp.
Voor de terugweg slaan we de kaart nog eens open en raadplegen we de gps: de GR6 loopt hier vlak bij Le Portail Rouge. Heerlijk heuvelend door bossen en over rode aarde. Na 22,5 kilometer stevige staptocht komen we op het terras waar we een paar streepjes in de bar bijzetten voor koele biertjes. En daar komt meneer al met het halfje rosé van gisteren …
Het is nog 17°C (om 18.30 uur) en de zwempartij wordt geschrapt. De rosé niet.
Dag 7 – 5 september 2007 (Herman)
De “Portail Rouge” sluit automatisch achter ons. Bergaf en geen wind, het gaat vlot tot we 200 meter verder op een wegversperring stuiten. Rioleringswerkzaamheden. Eén van de werkmannen geeft met een hoofdknik aan dat we een “toertje rondom” moeten maken.
Wat later zoeven we heerlijk tussen de wijnvelden en de tractoren, want de druivenpluk is hier en daar al begonnen. We passeren een kleine borie en veel fraaie gastenverblijven.
Aan een wijndomein komt de patron mijn fiets-gps bewonderen. Waar naartoe ? Naar Goult. Hij bevestigt de pijl van de gps en voegt er nog aan toe: attention, ça grimpe !
’t Is verdorie nog waar ook. Steil op en af, slingerend tussen de toekomstige godendrank. We zien ook hoe de pompoenen in bakken worden gestapeld. Er kan overal wijn geproefd worden, maar vlak na de ochtendpistolets hebben we daar nog niet veel zin in.
Goult is een alleraardigst middeleeuws dorpje met veel fraaie hoeken en straatjes. En weer een windmolen. De lokale winkel heeft geitenkaas, tomaten, perziken en water, maar op woensdag geen brood. Een bakker wat verder sluit net zijn deuren – binnen 3 ½ uur eens terugkomen …
Maar de brodeloze picknick smaakt toch heerlijk, ondanks de mistral die weer opduikt. Sneller dan verwacht staan we in Ménerbes. We verkennen het “un des plus beaux villages de la France”, drinken wat op een terrasje en gaan dan op zoektocht naar ons onderkomen voor de volgende twee nachten. We zijn langs de andere kant Ménerbes binnengebold dan SNP had voorgeschreven en dus vergt het wat speurwerk om het schitterende gerestaureerde landhuis La Cathérusse te spotten. Pas na een kwartier komt de eigenares piepen van achter een gordijn. Ze toont ons de ruime maar eenvoudige kamer in natuursteen. Het zwembad is afgedekt en we zoeken beschutting tegen de mistral op een zonnig plekje.
Ik wandel nog even naar het dorp om wat kranten te halen en breng twee kooktijdschriften mee voor Mireille. De volgende twee uur wordt het stil …
Er zijn 3 restaurants en een pizzeria in het dorp.
Eén is gesloten en één afgeraden door mevrouw. Blijft nog Le Véranda. Knus ingericht, met een rijke verzameling tafellakens en theedoeken aan de muur en op schappen. Een onzekere dame uit Chicago serveert ons een heerlijk driegangenmenu, op smaak gebracht met een rode Lubéron.
Gevolgd door een stevige stadswandeling van precies 670 meter tot in ons bed …
Dag 8 – 6 september 2007 (Herman)
Ontbijt in de zon – heerlijk. Wel wat weinig, de perfectie bestaat niet.
Een stevig stuk vals plat brengt ons in Lacoste. Voorbij de eeuwenoude stadspoort stijgt een spekgladde kasseisteeg tot de ruïnes van het kasteel van markies de Sade. Inderdaad: de “uitvinder” van de SM. Of een verre voorloper van de masochisten die onder een priemende zon met een tweewieler tegen de mistral in beuken terwijl de lokalen hun siësta houden.
Een toren van het kasteel is gaaf gerestaureerd, terwijl de rest er in grote brokken bij ligt. Boven staan Dali-achtige kunstwerken: grote witte beeldhouwwerken van armen, handen en vingers. We zien in de verte Bonnieux liggen en het duurt dan ook niet lang eer we dit dorp naar boven fietsen, voorbij een rist andere fietsers. Het dorp kan ons iets minder bekoren en we zoeken dan maar verpozing bij een pizza op een winderig boventerras. Vue panoramique: links Lacoste, rechts de Mont Ventoux.
Terug het stalen ros op. Privé zijwegjes zijn niet aan Mireille besteed. Voie sans issue. Maar met loslopende honden. Die onverwachts blaffend opduiken. Verstand op nul en dazer op oneindig, zo moet het lukken.
Een korte kuitenbijter, een heerlijk lange afdaling en daar is Ménerbes terug. En La Cathérusse. En het zwembad. Plein soleil. Niet afgedekt. Weinig wind.
Het vervolg laat zich raden.
Dag 9 – 7 september 2007 ( Mireille)
De meeste druiven hangen nog steeds halfstok en er is geen wolkje aan de lucht. De mistral is bijna uitgeblazen, onze vakantie loopt helaas ook op zijn laatste fietswielen.
Ontbijt in de zon onder het gezaag van een boomzaag verderop en een Frans echtpaar vlakbij.
Er staat een fietstocht van amper 18 kilometer op het programma waarvan dan nog twee derde bergaf. We mogen geruime tijd de Tour du Lubéron à Vélo volgen richting Cavaillon. Oppède-le-Vieux oogt kleinschalig, met een gezellig verkeersvrij pleintje met fietsenstalling. Geen geplaveide straatjes maar een slingerend keienpad naar de vervallen burcht en fraai gerestaureerde kerk. Het is heerlijk dwalen door de site. Nog te vroeg om te eten en dus doorgaan naar het gezellige Maubec en Robion. In dat laatste is het groot feest vanavond. De kermis neemt het hele plein in beslag. Café de la Poste ligt te blinken in de zon. Wat later staat er al een rosé binnen handbereik. Binnen wordt er stevig gegokt op de PMD-paardenrennen.
Afscheid nemen van de vriendelijke gastvrouw van La Capucine die ons enthousiast uitwuift.
En wij vervolgen onze vakantie richting noorden. De Bresse-kippen eens van dichtbij gaan bestuderen.