Reisverslag uit de Pyreneeën

Dag 1 (Herman)

Als het druppelt in Brussel … schijnt de zon in Parijs.

Na de negen-tot-vijfjob snel de wagen in, Parijs “doorcrossen” en nog nipt overnachting vinden in Orléans.

Jeanne d’Arc hebben we niet gezien …

Dag 2 (Herman)

De grote trek naar het zuiden.

De temperatuur loopt al snel op tot 34°C. Het is dan ook niet te verwonderen dat de toeristen na het slappe weerbeeld van de voorbije weken lang op de parkings blijven rondhangen.

En dan krijgen we net als de renners van de Tour de France een onweer over ons hoofd. De temperatuur zakt prompt naar 16°C …

In Argeles-Gazost staat er echter terug een uitbundige zon aan de hemel. We worden hartelijk verwelkomd in hotel Le Miramont.

’s Avonds laten we ons verwennen door de “jeune restaurateur”.

Gastronomie met een grote G.

En dan slapen met een grote S …

Dag 3 (Herman)

Mireille pitst mij het bed uit – er staat een wandeling op het programma.

We rijden naar het drukke Luz-Saint-Sauveur en Barèges, en passeren veel wielertoeristen in volle klim op de Tourmalet. Mireille zweert dat ze volgende keer een VTT meebrengt. Een nauwe afslag voorbij Barèges brengt ons aan een paardenfarm met ruime parkeerplaats. Volgens de beschrijving moeten we honderd meter teruglopen en aan een “spoor” beginnen. Het is even “spoor”loos, maar aan een camping aan een riviertje vinden we toch een onopvallend bordje. Een rots- en kiezelpad volgt eerst de loop van de rivier en kiest dan resoluut hoogte. Wat verder vinden we een parking. Vanaf hier is de weg afgesloten en moeten zelfs de luieriken op wandelschoenen overschakelen.

Het pad kronkelt nu meer, en na zowat een uur zien we de refuge de la Glère liggen. Het kost nog twintig minuten zweet om er te geraken. Het ligt pittoresk op een rotsplateau hoog boven het Lac de la Glère, met nog een kleiner meer erachter.

We klimmen nog wat hoger en verorberen het fantastische mozzarella-tomaten-pesto-focacciabrood, getekend Mireille. Weer met een grote G. Spijtig van de vele muggen.

Op de terugweg struikelt Mireille op een nochtans gemakkelijk stuk met wat schaafwonden als resultaat. Vlak voor we aan de auto komen begint het wat te druppelen, een restant van een ver onweer. We slaan proviand in in een superdrukke Casino in Luz-Saint-Sauveur en rijden dan verder door naar Gèdre.

We vinden het huurhuisje heel gemakkelijk terug, voorbij het dodenmonument. Een enthousiaste uitleg van de eigenares. Zelf woont ze in Biarritz en brengt hier enkel de weekends door. Ons appartement (voor 6 personen) heeft jammer genoeg geen balkon of terras. De “cour” waarvan sprake in de brochure blijkt enkel een parking te zijn.

Alles uitpakken, Gèdre verkennen en dan een terrasje doen. We zitten er een half uur “droog” vooraleer er iemand komt kijken.

- O, willen jullie misschien iets drinken ?, vraagt de dame heel verwonderd.

Blijkbaar niet zo gebruikelijk in cafés in het zuiden van Frankrijk …

Dag 4 (Mireille)

We worden gewekt door regendruppels die op het veluxvenster vallen. De bergen zijn nog wel zichtbaar dus we zien het wel zitten om te wandelen.

Na de zondagse croissants en chocoladekoeken moeten we de start even uitstellen door een plensbui (en ik krijg stilaan claustrofobie op dit appartement).

De weg naar Gavarnie gaat omhoog met een opeenvolging van bochten. Wanneer we onze auto even later op de parking achterlaten zijn we meteen 4 euro armer.

Gelukkig is het ondertussen gestopt met regenen en snellen we via het kerkje van Gavarnie naar het wandelpad. We moeten al meteen het geitenverkeer regelen (en vooral vragen dat ze de vliegen bij zich willen houden). We klimmen geleidelijk aan tot aan een zigzagpad dat op een alm uitgeeft vol blauwe irissen. We wringen ons in allerlei bochten om de mooiste bloemenfoto’s te nemen. Benieuwd wie er zal winnen.

En dan dalen we af met schitterende vergezichten op de Cirque de Gavarnie en de omliggende bergwereld. Een afdaling door een bos, een waterval, twee bruggetjes, en dan de picknick. Geen muggen, geen vliegen, en de zon, zo moet het zijn. Een zoektocht naar het juiste pad in oostelijke richting doet ons uitkomen op de drukbelopen “stront”weg naar de Cirque. Aan de Hostellerie du Cirque et Cascade zoeken we weer een rotsblok uit en genieten van de overweldigende natuur.

Voor de terugweg kiezen we een ander pad uit. Even steil omhoog en dan een golvend parcours. Ook dit blijkt een populair pad te zijn. Soms lopen we onder rotsgewelven door, dan weer door bos, en daarna met zichten op de Gavrerivier met het toeristische pad naar de Cirque diep onder ons. Wanneer we aan de afdaling beginnen krijgen we weer een regenbui over ons hoofd. De weg is glibberig en steil, niet direct mijn hobby. Zodanig zelfs dat Herman al een kwartier staat wortel te schieten onder een boom als ik er eindelijk kom aangesjokt.

We trachten in Gavarnie nog de toerist uit te hangen in de souvenirshops maar verkiezen als snel een leesboek op een zitbank aan het oorlogsmonument vlak bij ons appartement.

Dag 5 (Herman)

The day after.

Stijve spieren (van de afdaling) en dus maar één remedie: een stevige bergwandeling.

De bergweg met de auto naar de barrage d’Ossoue is een precaire onderneming: smal, bochtig, vol stenen en rotsblokken, tussen hoge rotswanden en steile afgronden. En na vier kilometer wordt de weg nog onverhard ook. We slagen erin om onze auto langs de kant te parkeren. Nu moeten we wel nog vier kilometer te voet verder trekken (en straks terug) vooraleer de eigenlijke klim naar de refuge de Baysellance begint. Het landschap maakt echter veel goed: een kabbelend riviertje, lieflijk groene dalen en als achtergrond de veelbelovende bergmassieven. En een fotogenieke marmot.

We passeren een kampeerplaats en de cabane de Milhas, en komen onder een lentezon aan de cabane d’Ossoue. Drie fietsers komen moedig het ruwe pad naar boven geklauterd. We lopen voorbij de barrage en het meer, en moeten dan nog door een uitgestrekte vlakte over een stenig pad tussen rotsblokken. Het landschap is adembenemend mooi. We blijven de loop van de rivier volgen en steken ze dan via een niet zo gebruiksvriendelijke brug over. We gaan meteen stevig aan de klim. We komen langs een grote waterval en passeren enorm veel trekkers. Blijkbaar gaat vandaag iedereen de andere richting uit. We steken een eerste sneeuwveld over, maken nog wat zigzagbewegingen over uitgesleten rotspaden, en moeten dan een groot sneeuwterrein oversteken. Oei, sneeuwkettingen niet bij !

We hijgen ons de volgende heuvel over en komen op een winderig plateau. We krijgen honger en zoeken een windvrije plek achter enkele rotsblokken. Na de lunch maar weer Beaufort trotseren, en tien minuten verder staan we aan de grottes Bellevue. Volledig “ingericht” (1 mousseplaat) maar niet echt Logis de France. De route kronkelt nu steil verder naar boven: gaan we het halen ? Het is al veertien uur en we moeten nog helemaal terug. Tot aan de volgende bocht, allez, de volgende dan maar. We besluiten terug te keren, maar eerst kruipen we nog een heuvel op. En daar … ligt de refuge.

Snel wat foto’s, en gejaagd door de wind langs dezelfde route terug naar beneden. Aan het meer zit het nu vol dagjestoeristen. De saaie laatste vier kilometer zijn er uiteraard te veel aan. De camping is ondertussen veranderd in een schapenweide, inclusief een geeuwende hond die schaapjes telt en een herder met een spannende detectiveroman. We worden begeleid door het gefluit van de marmotten. De zon brandt, en we omhelzen de auto bijna als we hem na 6 uur en 40 minuten eindelijk bereiken.

Enkele toeristen proberen wanhopig om hun auto op het smalle pad te draaien. Vliegensvlug de wandelschoenen uit en “back home”. Gelukkig weinig tegenliggers.

Aan een brug staat een bord “Dangereux”. Misschien toch maar even wachten met instorten als het kan. Wat verder lezen we “Troupeaux”. We zien inderdaad kudden ezels, paarden en vooral toeristen !

Op onze “cour” is het 26°C in de schaduw (om 18 uur). Tijd dus om een kriek uit de frigo te halen, de taboeretjes naar beneden te halen en in de zon te luieren.

Mireille leest in een nieuw kookboek … dat wordt smullen vanavond.

Dag 6 (Mireille)

Na de lange tocht van gisteren slapen we eens lekker uit. We kunnen niet beter timen: de wolken hangen laag en de bergen zijn onzichtbaar. Maar na ons klassiek ontbijt van muesli, croissant en baguette komt de zon al piepen.

De lange, smalle en bochtige weg naar Cirque de Troumousse is echt verlaten, maar eenmaal aan het vertrekpunt van de wandeling zien we dat er nog andere fanaten hun wandelsokken aantrekken. De wandeling klimt heel geleidelijk via een breed pad. Na een ietwat stenige vlakte gaat het stevig lus per lus klimmen. Loodrecht naar boven. Herman neemt voorsprong, en ik raak in het spoor verzeild van een 15-koppige groep met nogal traag tempo. Met veel moeite geraak ik er toch voorbij en wanneer ik even later Herman op de top vervoeg is er geen groep meer te bespeuren.

Het pad gaat lichtjes naar beneden en voor we het weten staan we in een groengrijs maanlandschap dat wat later verandert in een groen merengebied met ettelijke schapen. Les lacs des Aires, omgeven door het gigantische keteldal van de Troumousse. Duizend meter hoge wanden, met zelfs nog een gletsjerrestant.

We vleien ons neer in het stekelige gras en genieten bij een temperatuur van 15 graden van het grandioze landschap met het meer aan onze voeten. We schenken de koffie uit en meteen komt een lichtbeige koe ons lastigvallen. Na een minuutje verkiest ze toch terug het gras boven de thermos. Wat later zien we aan de overkant van het meer een grote groep Duitsers snel opstaan en vertrekken wanneer er plots zes koeien ongenodigd op de koffie verschijnen …

Nog een uur en driekwart afdalen en aan de wagen vallen weer wat dikke regendruppels. De Cirque de Troumousse ziet er nu heel donker en grijs uit. Waarschijnlijk valt de regen daar nu met bakken uit de hemel.

In ons appartement kijken we naar de aankomst van de eerste Alpenrit in de Tour en gaan dan Luz-Saint-Sauveur verkennen.

Dag 7 (Herman)

Mooi weer. Massa’s toeristen bumper aan bumper richting Gavarnie. Wij dus de andere richting uit. Cauterets, een verschrikkelijk bochtig stuk van 42 kilometer waar we een uur over doen.

Aan de Pont d’Espagne zetten we de wagen op een gigantische parking en gaan meteen kijken of we alles na elf jaar nog terugvinden. Er zijn ondertussen veel aanpassingen gebeurd: aangelegde paden, brugjes, wandelborden. We vereeuwigen de “pont” en de fraaie waterval digitaal, en volgen dan de stroom toeristen op de vrij steile, rotsige klim naar de Lac de Gaube.

Ik zet stevig door en na drie kwartier slalommen kan ik Mireille opwachten aan de boord van het meer. Elf jaar geleden moesten we hier terugkeren om onze bus naar Argeles-Gazost niet te missen. Nu vervolgen we het pad rechts van het meer. Het lijkt wel Canada, een blauw meer (wel klein naar Canadese normen) met sparren en een “boothuis” (eigenlijk een cafetaria). We vervolgen via een rotsig pad langs de oever van de Gaube, die af en toe zenuwachtig naar beneden duikt. Het pad klimt dan behoorlijk, met (voor Mireille) grote “trap”rotsen.

Op een modderig stuk wordt het weer wat vlakker. “Bij die koeien wil ik zeker mijn stokbrood niet oppeuzelen”, mompelt Mireille, doch we vinden wat verder een ideale rotsblok aan het kabbelende water, koevrij.

Het pad gaat vanaf hier weer enthousiast aan de klim. Mireille ziet “het” en de refuge niet meer zitten, doch twee bochten omhoog en plotseling duikt de hut des Oulettes de Gaube op. De refuge is niets bijzonders, doch het zicht op de Vignemale en de Ossouegletsjer des te meer. Vanaf hier is het nog twee uur stappen naar de refuge de Baysellance van dag 5.

De lucht wordt inktzwart en bij onze eerste stappen retour vallen er dikke regendruppels. Jassen aan. Vijf minuten later schijnt de zon. Jassen terug uit. Dat scenario herhaalt zich nog een paar keer. De afdaling is nu wel ultraglibberig geworden. Een hele heksentoer voor Mireille op de glimmende rotsen en akelig hellende rotsplaten. Aan het lac de Gaube begint het weer heviger te regenen, daarna blijft het gelukkig droog tot aan de Spaanse brug. Mireille komt oververhit, dorstig, uitgeteld beneden toe, ze kan geen rots meer zien. Het is hier ondertussen een invasie van Spanjaarden.

We tellen onze zuurverdiende centjes neer aan de parkeerautomaat en beginnen dan aan de helse terugtocht.

Dag 8 (Mireille)

Zon, zon, zon.

Ontbijt op de koer, roept Herman uit wanneer hij van de bakker terugkomt. We sleuren alles de trap af en installeren ons op de parking in de zon.

We opteren vandaag voor een korte wandeling. Eerst enkele kilometers met de wagen naar Pragnères. Op de parking tegenover de elektriciteitscentrale laten we de wagen achter. De klim begint direct stevig over een smal bospad, de ene keer over ruwe glibberige stenen, dan weer door een holle weg vol bruine bladeren. Af en toe kruisen we een onverharde weg. De Cirque de Liz staat nergens aangeduid onderweg. Gelukkig is Hermans intuïtie juist en negeren we net op tijd de afslag naar Gèdre. Een vijftal minuten later zien we voorbij een aantal boerderijen een geel wandelbordje staan. We steken een rivier over en lopen dan heel de tijd stroomopwaarts.

De zon brandt op onze schouders. Het pad slingert tussen de varens en onder een cabane door. De bloemenpracht is uitbundig. Mijn benen zijn evenwel minder enthousiast. Maar we halen de vallei van de lawine (liz = lawine). Ik zou het eerder de vallei van de vlinders genoemd hebben. Allerlei exemplaren fladderen hier in het rond, van geel over blauw en wit naar bruin. Het landschap is idyllisch. Herman zoekt een geschikte picknickrots uit. De temperatuur is heerlijk en er staat een stevige bries.

Later lezen we op de autothermometer dat het 33 graden is. Staan de biertjes koud ?

Dag 9 (Herman)

Tommetoch, slecht gekozen.

Eerst de kakaweg naar de Cirque de Gavarnie, het brugje over, en dan wat flauwe toefjes rode verf volgen op de klim naar de Brêche de Roland. En aan een gigantische rotsmassa: geen toefjes meer.

We klauteren op goed geluk verder maar geven het op als Mireille bijna een lawine veroorzaakt. Wat later passeren geharde trekkers (met pikkel en houweel) maar ook zij doen er gigantisch lang over om deze klip te omzeilen.

Wij slaan een stijgend bospad in, draaien wat langs een bergflank en dalen dan scherp af op losse gravel. Maar het pad is onderbroken: een enorme ijsklomp ligt in de weg.

We keren dan maar terug (te laat om nog een andere wandeling te starten) en klimmen tot dicht tegen de cirque. Wit wijntje vergeten, die had ik zeker in het ijs kunnen koelen.

Als we na de picknick terug afdalen merken we hoe zwoel het is. Een pression graag (want ik vind geen tarte aux myrtilles), met vue panoramique. Het was een heerlijke wandelweek.

Da-ag Gavarnie, da-ag Pyreneeën.